• 17.614 nieuwsartikelen
  • 183.307 films
  • 12.653 series
  • 35.009 seizoenen
  • 658.427 acteurs
  • 200.735 gebruikers
  • 9.490.717 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Roger Thornhill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Brood, The (1979)

Alternatieve titel: Broedsel

David Cronenbergs eerste echt professioneel ogende film, en doordat ik geen moeite meer hoef te doen om aan de goedkope lokaties en de matige vertolkingen van Shivers of Rabid voorbij te zien kan ik me nu helemaal richten op het verhaal en de thematiek. Het gegeven van de "Psycho-Plasmics" enerzijds, de soms lekker onsmakelijke "body horror" anderzijds, de intelligente uitwerking van beide motieven en het uitstekende en verrassend onderkoelde spel van Oliver Reed leveren tezamen dan ook een uitstekende film op. De minpunten mogen echter niet ongenoemd blijven: de overige acteurs doen het meestal wel goed maar zijn helaas niet erg aansprekend, sommige plotlijntjes komen gevaarlijk dicht in de buurt van melodrama (het gescheiden echtpaar, de gescheiden grootouders, de vader die het met de schooljuf zou kunnen gaan aanleggen), en een paar elementen doen teveel aan eerdere beroemde films denken (de priemende vioolkrassen uit Psycho, het enge wezentje in rode jas uit Don't look now). Hoewel ik The brood daardoor net geen meesterwerk vind maakte de film wel duidelijk dat ik het goed had gezien toen ik hem indertijd uit de videotheek leende omdat ik na The fly meteen al wist dat ik alles van Cronenberg wilde zien (hetgeen ik tot op de dag van vandaag ook nog steeds heb gedaan, nooit spijt van gehad).

Bud Abbott Lou Costello Meet Frankenstein (1948)

Alternatieve titel: Abbott & Costello Meet Frankenstein

Toen ik nog een klein menneke was nam mijn vader mij eens mee naar de bioscoop, en ik mocht zelf kiezen tussen Laurel & Hardy en Abbott & Costello. Ik kan het me nu nauwelijks meer voorstellen, maar wonderbaarlijk genoeg verkoos ik het spuitwater van de laatsten boven de champagne van de eersten.

        Jaren later wilde ik toch een film van A&C in mijn collectie hebben, en aangezien Abbott & Costello meet Frankenstein geldt als de film van het duo die de tand des tijds het best heeft doorstaan (maar ook vanwege mijn liefde voor de klassieke Universal-monsters), heb ik me aan de aanschaf van de Blu-ray hiervan gewaagd. En eerlijk is eerlijk, het is best een aardige film, met een leuk plot, redelijk wat verschillende "set pieces", vrij vlotte dialogen en een sterke chaotische climax. Wat gewoon niet helpt is dat Bud Abbott wel het meest onaangename lid van een comedy-team moet zijn dat ik ooit op het witte scherm heb gezien; gelukkig heeft Lou Costello hier niet alleen de verbale vermogens (getuige zijn gevatte antwoorden) maar ook nog eens twéé vrouwen die achter hem aan lopen – en natuurlijk die hersens waar zo naar verlangd wordt. Een belangrijk pluspunt is verder dat de monsters geen parodieën zijn maar juist heel serieus genomen worden, hoewel ik Bela Lugosi zelf niet echt serieus kan nemen, en Glenn Strange is natuurlijk niet het èchte monster van Frankenstein; Lon Chaney daarentegen (hier als Larry Talbot, zoals hij ook heette toen hij in 1941 de titelfiguur in The wolf man speelde) is altijd aandoenlijk als het monster dat het niet kan helpen, en als duivels trio zijn deze mannen, ik bedoel natuurlijk: monsters, toch best het aanzien waard.

        Daarnaast is de produktie ook áf : mooie kasteel-, kelder- en laboratoriumsets, fraaie zwart-wit-fotografie, en sterke muziek van Frank Skinner (tussen 1938 en 1944 genomineerd voor vijf Oscars zonder ooit te winnen), hetgeen allemaal goed uitkomt op de spectaculaire transfer van de Blu-ray die een bijna sensueel genot oplevert.

        Wanneer mijn waardering alleen op de humor zou berusten zou deze film een stuk slechter scoren, want Costello's gekke-bekken-trekkerij, kleine-jongetjes-lafheid en onvermogen om bij grote schrik een geluid voort te brengen werken mij af en toe flink op de zenuwen – veel humor en komieken uit die tijd kan ik nog goed waarderen, maar deze mannen zijn voor mij echt the bottom of the barrel. Maar wie ben ik? In 1949 moest de latere Engelse filmcriticus (en toen nog gewone 19-jarige filmganger) Leslie Halliwell twee uur in de rij staan om een kaartje te bemachtigen voor Abbott and Costello meet the ghosts (zoals de film toen merkwaardigerwijs in Engeland heette), en in 1988 had deze film nog altijd "the third highest audience share achieved by a movie on British television."

Bulldog Breed, The (1960)

Wie niets geeft om Norman Wisdoms standaard-typetje (de goedbedoelende maar onhandige stoethaspel die altijd alles in het honderd stuurt) zal hem vermoedelijk meteen ook wel háten, want bij zijn ééndimensionale humor lijkt er geen tussenweg te zijn. Deze film gebruikt het kader van de service comedy om een serie sketches met elkaar te verbinden: Norman als SRV-man op het water, Norman die chaos veroorzaakt op een marineschip, Norman wiens duikpak haperingen vertoont... enfin, je kunt het bijna uittekenen. De liefhebber –en dat ben ook ík soms– zal hier zijn hart bij ophalen. Ik was vandaag in een goede bui en heb me dus prima vermaakt met deze energieke collage, ook al omdat ik ditmaal Michael Caine wèl herkende: dat is de meest rechtse van de drie mariniers die Norman in het begin van de Teddy Boys verlossen – en één van die Teddy Boys wordt dan ook nog eens gespeeld door Oliver Reed.

Bullet to the Head (2012)

Kijk dan toch naar de films die Walter Hill in de eerste jaren van zijn regisseurschap maakte: Hard times (zwaar onderschat, met Charles Bronson als prijsvechter tijdens de Grote Depressie en James Coburn als zijn manager), The driver, The warriors, The long riders, Southern comfort (wat mij betreft een absoluut meesterwerk) en 48 hrs. (Nolte & Murphy), en wie wil kan daar nog de iets latere Red heat (Arnie & James Belushi) en Another 48 hrs. naast zetten – liefhebbers van actiefilms moeten toch wel bij minstens een páár van deze titels gaan watertanden. Daarom volg ik Hill nog altijd... misschien wel tegen beter weten in.
        De man is inmiddels 70 jaar oud, en ik had eigenlijk niet meer verwacht dat hij nog met een bioscoopfilm op de proppen zou komen. En achteraf moet ik zeggen dat het maar beter was geweest als dat inderdaad niet was gebeurd, want Bullet to the head is een clichématige, stompzinnige knokfilm waarin de enige verrassing is gelegen in het feit dat de schurk Stallone en zijn dochter niet meteen overhoop laat schieten wanneer Sly de gezochte USB-stick op zijn bureau heeft gedeponeerd – maar ja, dan had je natuurlijk geen eindgevecht gehad, hoewel ook dát eigenlijk maar beter was geweest. Jason Momoa heeft een indrukwekkende fysiek maar krijgt geen kans om zijn dreigende uitstraling ook werkelijk vorm te geven, Christian Slater is ook in zijn drieënveertigste levensjaar nog altijd een dwaze melkmuil, en bij Sung Kang moet ik denken aan een citaat van George Burns: "George Raft and Gary Cooper once played a scene in front of a cigar store, and it looked like the wooden Indian was overacting." You know you're in trouble when... Sylvester Stallone beter acteert dan de buddy waarmee zijn personage zit opgescheept.
        Een zeer, zeer slechte film. Enige lichtpuntje was één van Stallone's one-liners: "You had me at 'Fuck you'." Daar moest ik om lachen – ik weet ook niet waarom.

Bullet Train (2022)

Een dief die verlangt naar een Zentuin, nagespeelde moordpartijen waarbij de killers pratend tegen de camera hun score bijhouden, een schurk die zijn mensenkennis bij Thomas de Stoomlocomotief heeft opgedaan – als ik nog nooit een film van Quentin Tarantino (boeven die ruziën over hun codenaam?!) of Guy Ritchie of Joe Carnahan (Smokin' aces!) had gezien zou ik dit misschien fantastisch hebben gevonden, maar met de filmkennis van nú zat ik me in het begin alleen maar te ergeren aan hoe ongelooflijk hier leentjebuur bij beroemde voorgangers en voorbeelden is gespeeld.
        Maar, eerlijk is eerlijk, na verloop van tijd begon de film me toch in te pakken met z'n hoge tempo, soms voorspelbare maar vaak toch grappige humor, gelikte visuals, talloze verwikkelingen en inventieve ontknopingen, en Brad Pitt is echt geboren voor een rol als deze (zijn scène met de injectiespuit is hilarisch), dus uiteindelijk kan ik toch niet anders zeggen dan dat ik hier op het einde van de rit veel plezier aan heb beleefd, en de excessen van de plot (inclusief de botsing en daarna het ontsporen) zouden denkelijk ook niet in een andere stijl verbeeld kunnen worden. Maar af en toe begint dit soort stripgeweld mij toch wel te vermoeien.

Bullitt (1968)

Steve McQueen schijnt vroeger nogal de neiging te hebben gehad om scènes te "stelen" door op de achtergrond plotseling dingetjes met rekwisieten te gaan doen (hetgeen hem op de set van The magnificent seven in conflict bracht met de ster van die film Yul Brynner), maar in Bullitt had hij dat kennelijk niet meer nodig, want hij wist ongetwijfeld dat de ogen van de kijker toch wel op hèm als de ster van de film gericht zouden zijn (en blijven), dus kon hij alles hier prima onderkoeld spelen, en omdat de regisseur en de andere acteurs zich dezelfde houding aanmaten leverde dat film op die lekker op zijn sfeer kon leunen. En sfeer heeft deze film heel veel, met prachtige lokaties (San Francisco doet mij nog altijd vooral aan Vertigo denken, maar déze film maakt er ook wel erg goed gebruik van), prachtige strakke pakken, realistische dialogen zonder al te veel dramatische uitbarstingen of gekunstelde straattaal, jazzy muziek die nergens overheerst, en vooral de King of Übercool zelf in de hoofdrol. Dat de plot verder op het tweede plan komt en de achtervolgingsscène in mijn ogen niet zo goed is als z'n reputatie ons wil doen geloven is dan eigenlijk niet meer zo belangrijk.

        Is verder niemand de overeenkomst met Heat opgevallen? Een in zichzelf gekeerde politieman die leeft voor zijn werk (Al Pacino in Heat : "All I am is what I'm going after"), een stad die bijna een extra personage in de cast is, en zelfs een eindscène op de grasvelden langs de startbaan van een vliegveld...

Bullseye! (1990)

100 jaar geleden op TV gezien... goede herinneringen... nu gevonden op DVD en herzien... maar ik had de aangename nasmaak moeten laten rusten, zoals otherfool sinds 2006 hopelijk heeft gedaan. Caine en Moore doen het op zich uitstekend maar zijn eigenlijk te oud om nog zo hip te doen, de humor is plat en richt zich voornamelijk op sexy dames of zeurende echtgenotes, de muziek is gedateerd 90's-trendy en de plot holt zichzelf bijna voorbij. De belabberde 4:3-transfer van Limelights Pictures neem ik niet mee in mijn eindscore. Grappig: Derren Nesbitt, de inspecteur uit het begin die door zijn snor en zijn geprononceerde wangen wel een Thunderbird-gezicht lijkt te hebben, was twee decennia eerder een perfecte nazi in Where eagles dare.

Bunker, The (2001)

Alternatieve titel: The Bunker: The Evil Is Within

Dit zou zomaar een film van Neil Marshall kunnen zijn, een soort mix van Dog soldiers en The descent. Een kleine groep nerveuze macho's in een claustrofobische ruimte, een duister kleurenpalet, (toen nog) onbekende acteurs, een uitgekiend geluidsontwerp, en natuurlijk een labyrintische lokatie met gangen waarin iets huist. Op zich best intrigerend, maar omdat het Nazi's (of in ieder geval Wehrmacht-soldaten) zijn kan het me als kijker eigenlijk niet zoveel schelen wie er wel of niet het loodje legt, en dat niet alle personages even herkenbaar en "onderscheidend" zijn helpt ook niet om enige binding met hen te krijgen. Gedurende de tweede helft van de film gebeurt er bovendien te weinig om het raadsel nog spannend te houden, dus uiteindelijk kan ik hier geen voldoende aan geven, hoewel ik hem nou ook weer niet zó slecht vond als de meeste gebruikers hier (ook al omdat ik me absoluut niet stoor aan Duitsers die Engels spreken).

Buono, il Brutto, il Cattivo, Il (1966)

Alternatieve titel: The Good, the Bad and the Ugly

Met deze kijkbeurt heeft het aantal keren dat ik deze film heb gezien de dubbele cijfers gehaald, maar op de een of andere manier blijft hij nog altijd onvoorstelbaar fris. Doordat ik er zo vertrouwd mee ben vergeet ik nog wel eens te letten op de perfectie van de details: de kleine nuances van decor, kostuums en rekwisieten (misschien niet historisch verantwoord of realistisch maar wel sfeer creërend), het formaat van het canvas culminerend in de loopgraven bij Branston Bridge, de geweldige trucs van het "recyclen" van de gevangene en hoe Tuco aan Blondie's sigaartjes zijn achterstand afmeet, de onvolprezen muziek, de kleine ontroerende momenten (met Pablo, met de kapitein en met de stervende soldaat) en de grotere gruwelijke momenten (het kamporkest, de chaos en de wetteloosheud van de oorlog, de slachting bij de rivier), de perfecte uitkomst van de laatste shoot-out, en de even perfecte "gepaste" oplossing van Blondie (en Leone) voor de slotscène. Bovenal blijft dit de film van Eli Wallach, van wie elk gebaartje, elke gelaatsuitdrukking en elke intonatie precies goed is – en dan de hilarische manier waarop hij bij de grote explosie dekking zoekt… Het zou me niet verbazen als deze film bij mij de twintig kijkbeurten ook nog wel gaat aantikken (als ik tijd van leven heb natuurlijk).

Burke and Hare (2010)

Alternatieve titel: Burke & Hare

Ziet er prachtig uit, iedereen doet z'n best, veel talent in hoofd- en bijrollen aanwezig en Isla Fisher is een wonderschone verschijning, maar op de een of andere manier wordt de film nergens zo komisch of zo macaber als ik hoopte, ondanks de aanwezigheid van favoriet Simon Pegg. Het redelijk verrassend einde levert de film nog een extra half sterretje op.

Burn after Reading (2008)

Grappig dat de gebroeders Coen de twee films waar ze de meeste lof (en in totaal zes Oscars) mee oogstten allebei lieten volgen door films die minder gelauwerd werden maar eigenlijk net zo interessant waren. Na Fargo kwam The big Lebowski, en naar verluidt begrijpen de broers zelf niet helemaal waarom die film zo'n enorm cultsucces is geworden. En het contrast tussen No country for old men en Burn after reading zou niet groter hebben kunnen zijn, want terwijl de eerste een strak geschreven en geregisseerde (zij het uiteindelijk enigszins nihilistische of misschien zelfs absurdistische) thriller is, zou ik niet weten hoe ik Burn after reading moest beschrijven.

        Gelukkig zouden de personages dat zelf ook niet kunnen, want ik geloof niet dat ook maar één van hen precies weet hoe de diverse vorken in de stelen zitten. Maar wat deze film voor mij naast de even gecompliceerde als uiteindelijk doelloze plot de moeite waard maakt zijn de geweldig geschreven rollen en de al even geweldige vertolkingen; Brad Pitt krijgt misschien de meeste aandacht vanwege zijn leeghoofdige fitnessfreak, maar eigenlijk speelt iedereen geweldig. John Malkovich mag heel gecontroleerd totaal compleet losgaan, maar heeft daarnaast ook een korte maar ontroerende scène met zijn afgetakelde vader, en tegenover de tragikomische situatie van Frances McDormand staat de nog veel hulpelozere Richard Jenkins. En dan die citaten die regelmatig ongevraagd mijn hoofd komen binnenzeilen: "I think that's the shit, man!", "I have gone just about as far as I can with this body", "We just don't give that out at Hardbodies" en "What kind of Mickey Mouse embassy are you running anyway?"

        En dan te bedenken dat ik mijn persoonlijke favorieten nog niet eens genoemd heb: dat zijn de twee scènes waarin de aarzelende David Rasche een onderhoud heeft met J.K. Simmons die juist zo graag knopen wil doorhakken. Ach, het is allemaal geweldig, hoe iedereen als een rat op LSD in zijn eigen doolhof rondrent. Eén van de grappigste, of misschien beter gezegd gééstigste films die ik ooit heb gezien. Blij te merken dat het feit dat het niet na te vertellen plot niet in de weg heeft gestaan van mooi commercieel succes (budget $37m, opbrengst $163m volgens wikipedia), hoewel de namen van George Clooney en Brad Pitt daar vermoedelijk voor een belangrijk deel tussen hebben gezeten.

Business of Strangers, The (2001)

Boeiende film, hoewel de eerste helft (het psychologische gedeelte) spannender is dan het enigszins onwerkelijke viltstiftgedeelte en een climax met echte tanden ontbreekt. Uitstekend spel van alle drie de leads. Vage echo's van de suggesties en double-twists van David Mamet, maar ook van Rob Lowe's verzinsels in Bad influence. Net als in The night listener, een latere film van deze regisseur, is niet alles wat het lijkt.

Butler, The (2013)

Alternatieve titel: Lee Daniels' The Butler

Een misschien niet opzienbarende of vernieuwende maar wel sluwe en handige invalshoek, om de gedienstigheid van de butler in het centrum van de macht te contrasteren met het activisme van zijn zoon die vanaf de basis de samenleving probeert te veranderen. Mooi ook hoe enerzijds wordt gesteld dat elke "nobele neger" helpt om het beeld dat blanken van zwarten hebben positief bij te stellen, terwijl anderzijds de zoon uiteindelijk eveneens in de hogere regionen van de Amerikaanse politiek terecht komt – dat houdt de film toch genuanceerder en gelaagder dan je zou kunnen vrezen. Prachtige rollen van Whitaker en Winfrey, iets teveel bekende gezichten (begrijpelijke hulptroepen om de film commercieel te houden, maar die extreem kleine rolletjes van bijvoorbeeld Alex Pettyfer, Mariah Carey, Vanessa Redgrave en Jane Fonda leiden eigenlijk alleen maar af), een erg grappige scène wanneer Cecil voor de tweede maal om loonsverhoging komt vragen, en een ontroerend slot.

Butterfly Effect, The (2004)

Intrigerend uitgangspunt, zeer goed uitgewerkt, met veel donkere en onaangename scènes die natuurlijk ook wel nodig waren om Evan steeds maar een reden te geven om terug te willen gaan en de dingen recht te zetten, met de bekende gevolgen. Ook mooi van de filmmakers die ze niet naar een geforceerd happy-end grijpen (althans in de versie die ik heb gezien). Aan Ashton Kutcher heb ik me nergens gestoord (integendeel zelfs) en aan de rest van de cast al evenmin. Leuk dat er zo'n onvoorspelbare en bepaald niet vrolijk stemmende film met een Hollywood-mainstream-acteur (èn executive-producer) kan worden gemaakt, en dat hij ook nog succesvol aan de box-office blijkt te zijn. Aan de beide vervolgen heb ik me nooit gewaagd.

By Candlelight (1933)

Luchtiger dan luchtig, maar met heel veel plezier en nog meer charme gemaakt. Een perfecte mix van comedy of errors, comedy of manners en romkom, met in de regisseursstoel iemand wiens reputatie anno nu berust op klassieke Universal-horrors als Frankenstein en The old dark house in plaats van gebruikelijke verdachten als Ernst Lubitsch of Rouben Mamoulian. Evenmin zou ik Paul Lukas (voor mij nog altijd een fraaie dubbelzinnige figuur in The lady vanishes) verwachten in de rol van Josef, maar dat hij voor de mooie Elissa Landi valt verbaast me dan weer niets, en Nils Asther is een zeer overtuigende prins. Mooie kleine visuele grapjes, bijvoorbeeld wanneer twee personages ruziënd achter een groepje bomen langslopen om er even later flirtend weer achter vandaan te komen. Het enige raadsel is waarom de hoofdpersonen Josef en Marie heten, maar daar hoef ik geloof ik niet veel achter te zoeken. Erg leuke komedie, momenteel op YouTube te zien.

Byzantium (2012)

Wat is dat toch met vampieren? Ik vind ze niet sexy, ze zijn niet bijzonder fotogeniek en hun eeuwig-leven-problematiek is onderhand ook wel bekend, maar ze duiken toch met grote regelmaat op in de bioscoop, net als zombies. De meeste vampierfilms laten me totaal koud, maar gelukkig verschijnt er af en toe een Let the right one in om duidelijk te maken dat er zelfs op de meest platgetreden paden nog wel iets nieuws te verzinnen is. Zo goed als díé film is Byzantium niet, maar er wordt in ieder geval uitstekend in geacteerd, het verhaal is niet erg voorspelbaar, de fotografie is regelmatig oogstrelend, en na afloop vroeg ik me warempel af hoe het met de beide heldinnen verder zou gaan. Toch wel een erg geslaagde film dus, die mijn aandacht de volle speelduur lang vasthield.