Meningen
Hier kun je zien welke berichten Prudh als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kage Gari (1972)
Alternatieve titel: Shadow Hunters
Geinige B-chanbara in jaren '70-stijl. Drie onverslaanbare samurai waarvan één een pornosnor heeft hakken talloze ninja's aan mootjes. Natuurlijk bestrijden ze daarmee ook de corrupte overheid. De muziek en geluidseffecten van Kage Gari vallen nog het meeste op. Vooral door de slechtheid ervan. De muziek zou bijvoorbeeld ook passen onder een film als Deepthroat. Cheesy maar leuk. Verder worden hoofden afgehakt en vloeit robijnrood bloed rijkelijk. Het spuit ook. Dat gaat soms gecombineerd met wat exploitatieve scènes en goede make-upeffecten van scherpe dingen (denk aan zwaard) die mensen spiesen. Het wordt echter niet zo cool als een Hanzo the Razor, want daar zijn de drie samurai niet bijzonder genoeg voor. Niettemin is de film op zichzelf goed te versmaden. Doet soms zelfs een beetje als een western aan, misschien doordat de hoofdpersonen veel op een paard rijden door woeste landschappen. Er zou in ieder geval een prima westernremake van gemaakt kunnen worden. Incluis exploitatieve scènes.
Kage Gari: Hoero Taihô (1972)
Alternatieve titel: Shadow Hunters 2: Echo of Destiny
Dit deel gaat min of meer verder waar het vorige eindigde. Het is duidelijk dat er een reeks in het verschiet lag, maar ik denk dat wegens gebrek aan succes louter twee delen van Kage Gari gemaakt zijn. Op zich wel jammer, want beide delen zijn goed te versmaden. Lekker exploitatief, zeker in Echo of Destiny. Er zitten in deze film meer borsten, meer bloed en meer ninja's. Zelfs nog een tragisch stukje, ook al duurt dat niet lang. Verder moet dit vooral niet te serieus genomen worden. De pornosnorsamurai is nog iets grappiger in dit deel, met zijn seksverslaving. De andere twee Shadow Hunters zijn wat vlak als personage. Het trio is daarom lang niet zo cool als vergelijkbare zwaardvechters met Wakayama en Katsu op de eerste plaats (in ieder geval in de jaren zeventig), maar niettemin hakken ze samen een leuk eind weg. Voor liefhebbers van cheesy chanbara zijn Kage Gari 1 en 2 zeker aan te raden. Ik had overigens wel het idee dat er iets minder gore in deze film zat, zoals bamboedoorkliefde hoofden. Drukt de pret niet.
Kaubôi Bibappu: Tengoku no Tobira (2001)
Alternatieve titel: Cowboy Bebop: The Movie
Ik verwachtte eigenlijk maar bar weinig van deze film (wat wil je met zo'n titel?), maar werd aangenaam verrast. Met name de muzikale intermezzo's zijn op zijn minst puik te noemen, vooral dat lekkere jazzy nummertje! Qua animatie kwamen er verder toffe sfeerplaatjes van de stad voorbij, die meestal weinig met plotontwikkeling van doen hadden. Wel mooi om te zien.
Een lange episode uit de serie werd hierboven geschreven. Ik ken de serie niet, maar gelukkig is het Internet groot. Maar eens op zoek gaan dan. En voor nu? Zal ik 3,5 of 4 sterren geven?
Kaze no Tani no Naushika (1984)
Alternatieve titel: Nausicaä of the Valley of the Wind
Miyazaki's wonderlijke wereld. Eindelijk alle films van hem gezien, en tot mijn grote vreugde is een van de leukere Miyazakis tot het laatst overgebleven. Kaze no Tani no Naushika is wederom een uitmuntende anime, die nogal paralel loopt aan Mononoke-Hime. In verhouding tot die film heeft Naushika behalve thematische raakvlakken ook een sterk gelijkende verhaallijn. Deze film is alleen een stuk beter.
Wat in Monoke-Hime het bedreigde bos is, is hierin juist het dreigende bos. Giftig, met insectoïde defensiesysteem. Daar hadden wat mij betreft wel wat meer scènes in mogen plaats vinden. Er had best een aantal vliegtuigscènes overgeslagen kunnen worden om daarvoor wat screentime in te ruimen.
De score is een van de betere op Hisaishi's conto. En dat komt met name door het al eerder aangehaalde la la la deuntje
Betoverend!
Verder weer erg leuke creaturen: het trouwe en aandoenlijke beestje Teto, de struisvogelachtige lastdieren van Lord Yupa en de Ohmu en andere bosinsecten doen je vergeten dat het allemaal op aarde afspeelt. Dat het geheel met moraal is doorspekt is verder prima, het levert de basis voor een heerlijk fantasievolle film. 4*
Nog maar 10 stemmen voor een bescheiden top 250 plaats overigens.
Ken Ki (1965)
Alternatieve titel: Sword Devil
Niet al te best deze chanbara. Raizô Ichikawa ten spijt is dit maar een ongeloofwaardig broddelwerkje geworden. Ten eerste rent Dog Boy daadwerkelijk zo hard als een paard en ten tweede leert hij een onverslaanbare zwaardtechniek door simpelweg te kijken naar hoe een ronin oefent in de bossen. Ineens valt het kwartje en voila: een volleerd zwaardvechter is geboren. Zo heb ik ook leren auto rijden. Ik keek gewoon naar hoe mijn vader het deed. Op mijn vijfde was er al geen kind meer aan, ging ik gewoon even boodschappen doen een dorp verderop hoor. Ik kan plottechnisch redelijk wat zwakheden aan en van een B-film verwacht ik natuurlijk ook weinig, maar Ken Ki neemt een loopje met mijn acceptatiegrens. De gevechten zijn gelukkig wel een stuk beter, met een heerlijk eindgevecht als kers op de muffe taart. Het is ook dan pas dat de titel van de film eer aan gedaan wordt. Jammer genoeg is Ichikawa op vroege leeftijd gestorven, want hij zelf heeft wel charisma voor wat beter hack and slash werk. Daar valt dit alleen niet onder. Doe mij Lone Wolf and Cub maar (zelfde regisseur), die straalt een pak meer coolness uit!
Khon Fai Bin (2006)
Alternatieve titel: Dynamite Warrior
Ik vond het echt hoogstvermakelijk hoor. Lekkere nonsens western met idiote personages en prima actie. Lekker Thaiboksen in een westernsetting. Dat slo mo kon ik me echt niet aan ergeren. Geen hoogvlieger, maar leuk kijkvoer.
Kikujirô no Natsu (1999)
Alternatieve titel: Kikujiro
Aangenaam, warm filmpje voor tussendoor. Heerlijke afwisseling van de doorsnee meuk waarmee we van alle kanten bekogeld worden. Kitano acteert droogkomisch als de onuitstaanbare en onvolwassen Kikujiro. En toch krijg je op de een of andere manier geen medelijden met Masao wanneer zijn reisbegeleider keer op keer in de problemem komt met zijn onnavolgbare gedrag. Het tweede deel, het kampeergedeelte met de hilarische biker boys en de reizende hippie, is een kroon op de film. Hisaishi's muziek vond ik jammer genoeg wat eentonig, maar wel mooi. 3,5* voor mijn eerste Kitano.
Killing Fields, The (1984)
Alternatieve titel: Velden des Doods
Het eerste deel van The Killing Fields viel me redelijk tegen. Een egoïstische journalist die onbekommerd langs gruwelijkheden loopt om goed verslag te leggen van een oorlog: hoofdpersoon Sydney blijkt een naar mannetje. Als in Cambodja de poep dan daadwerkelijk de ventilator raakt wordt de ellende me wat opgedrongen. Iets teveel shots van kleine, huilende kindertjes die temidden van de oorlogschaos om hun moeder roepen. Makkelijk scoren met aangelengd sentiment.
Sydney blijft de hele film een egoïstische, weinig inventieve lafaard, zijn tolk en hulpje blijkt de ware held. Pas op het moment dat de Khmer Rouge Pran in handen krijgt begint de film beter te worden. Bijzonder schrijnend moment wanneer de overige journalisten zijn paspoort onsuccesvol vervalsen, zodat hij niet geëvacueerd kan worden maar naar een strafkamp wordt gebracht. Sentiment zonder verdunningsmiddel dit keer...
Gelukkig blijft de focus daarna meer op Pran, die uitermate sterk vertolkt wordt door Ngor. Zijn lot is een stuk interessanter dan dat van zijn 'baas'. Hierdoor had de film van mij nog best een uur langer mogen duren, er was genoeg ruimte voor geweest. Maar dan zonder die hinderlijke muziek die bij tijd en wijlen mijn oren deed jeuken... Om kriegel van te worden! (Wat dat ook moge zijn).
Ik vond Empire of the Sun overigens sterk lijken op The Killing Fields (2 x Malkovich!), en zelfs een tikkeltje beter. Voor deze film zijn 3 sterren voldoende. 3*
King of Fighters, The (2010)
Sjezus, soms kan een slechte film best leuk zijn, maar dat is hier absoluut niet het geval. Heb voor het eerst sinds lange tijd een kijkbeurt voortijdig afgebroken. Geen enkel shot in deze film is recht, waardoor je steeds je hoofd schuin moet houden voor het juiste perspectief. Ik weet niet of het ene been van de cinematograaf korter is dan de ander, maar recht filmen is blijkbaar nogal moeilijk voor hem. Verder is het kutverhaal in al dit soort films kut, maar dat geeft niet. De uitwerking ervan is daarentegen zo amateuristisch dat het nogal moeizaam wordt. Guttegut wat een slechte cast bijvoorbeeld, enorm bedroevend allemaal. Het script helpt ze ook niet erg mee. Maggie Q is de enige die haar teksten nog een beetje geloofwaardig weet op te lezen van de autocue. Ray Park kan maar beter achter een masker blijven acteren zoals in X-Men, Star Wars I, Sleepy Hollow en G.I. Joe... Zodra hij echt tekst moet overdragen wordt het moeilijk. Verder is een halfbloed Japanner zodra hij opgroeit ineens gewoon blank? Mensen van de casting, even opletten de volgende keer? De vorige film van Chan vond ik nog behapbaar, als period piece. Hoe hij heeft kunnen afglijden naar deze drilpudding vol ellende is mij onbekend, maar ik vind het wel sneu voor voor hem.
King of Kong, The (2007)
Alternatieve titel: The King of Kong: A Fistful of Quarters
Desalniettemin een tamelijk zinloze opmerking, toch?
Deze documentaire is echter verre van zinloos. In díe zin dat hij erg vermakelijk is. Zo is het aan de ene kant gniffelen om de wereldkampioen van King Kong: Billy Mitchel. Als onvervalste egotripper met clichématig gamersuiterlijk wordt hij op handen en voeten gedragen door een selecte groep hardcore arcade gamers. Dit zijn zonder uitzondering nerds, maar wel erg fanatieke. Mitchell zelf krijgt overigens alvast een stem voor
eikel van het jaar.
Aan de andere kant leef je enorm mee met de runner up van King Kong: Steve Wiebe. Zijn eenzijdige strijd, het vechten tegen een valsspelende bierkaai, is zowel frustrerend om te volgen als ook erg vermakelijk. Elke poging tot het zetten van een wereldrecord lijkt hem te worden ontzegd. Plaatsvervangend onbegrip tegenover de bizarre besluitvorming van de gamersbond, Twin Galaxies, zal menig kijker besluipen als een jakhals in een veld vol lammetjes. De dicipelen van Mitchel gunnen Wiebe klaarblijkelijk geen enkele kans tot het behalen en behouden van het hoogste aantal punten van het ogenschijnlijk simpele spelletje. Maar de centrale figuur Wiebe blijkt digitaal springen over rollende tonnetjes wel boven zijn kinderen te verkiezen, minpuntje. Dit neemt de compassie voor de beste man echter niet weg! Verder werkt de opzet van de film enorm goed. Menigeen zal Mitchel graag het onderspit zien delven, maar het blijft spannend tot het allerlaatste moment.
Deshalve een dikke 3,5 ster!
Kingdom of Heaven (2005)
Goh, wat een tegenvaller, deze film. Ik heb gister de Director's Cut gekeken en heb me verbaast om het slappe clichématige verhaal dat zich liet vullen met bordkartonnen personages. Orlando Bloom als onverschrokken redder van het Midden Oosten? Deze talent- en charismaloze zak aardappelen is misschien leuk als eyecandy voor de dames en hij ging ook nog aardig als fragiel elfje, maar welke randedebiel haalt het in zijn hoofd om hem wéér in een epos te laten meespelen? Als ridder? In de hoofdrol nog wel?
Verder duurde het mij allemaal veel te lang. Irritant politiek gekibbel dat uiterst voorspelbaar was. Een paar fijne knokkerijen had voor wat meer actie in het nu zo slappe plot gezorgd. In verhouding tot Gladiator is KoH veel minder spannend en geloofwaardig. De enige echt goede scène was de belegering van Jeruzalem. Pas daar leek het alsof Scott weer zin kreeg in de film. De rest.. tja, erg jammer. 2* is meer dan genoeg
Komodo vs. Cobra (2005)
Alternatieve titel: Komodo vs. King Cobra
Leuk stukje tekst hierboven. Het weerhoud me ervan een halve ster te geven (de wetenschap dat Wynorski met volle overtuiging en volledig bewust van zichzelf dergelijke rotzooi maakt, waardeer ik wel).
Koyaanisqatsi (1982)
Alternatieve titel: Koyaanisqatsi: Life Out of Balance
Bij vlagen erg mooie beelden, maar verder een saai geheel. Overigens maar een klein deel van de wereld dat we weergegeven zien (met name de Amerikaanse urbanisatie), zodat ik de kritiek van Reggio nogal eenzijdig vind overkomen. Ik vond die drukke mensenmassa's trouwens wel gezellig over komen 
Kozure Ôkami: Jigoku e Ikuzo! Daigorô (1974)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: White Heaven in Hell
Inderdaad een tegenvallend einde van de reeks. De grote vijand, degene die verantwoordelijk is voor al het bloedvergieten, degene die Itto geen moment rust geeft, ontsnapt gewoon! Retsudo Yagyu overleeft, maar misschien heeft de held altijd wel een aartsvijand nodig... toch zou ik nog wel een deel zeven willen zien. Ik denk dat Wakayama echter niet echt te porren is voor een vervolg, aangezien hij al een tijdje dood is
Verder is de clan van de bastaardzoon van Retsudo één van de coolste uit de reeks, vooral door de drie geestsamurai die Ogami Itto vrij letterlijk op de voet volgen... Ook Retsudo's dochter is erg tof, met haar messenact.
Het eindgevecht belooft ten slotte een enorm spektakel te worden, maar is helaas een sof. De kinderwagen blijft maar kogels uitspuwen zonder dat hij herladen hoeft te worden. Dat gaat er bij mij niet in. Ik kijk toch naar een chanbara? Zwaardactie wil ik zien! Dat de kinderwagen ook dienst doet als slee is dan wel weer super!
Ook van mij maar een beoordelingsrijtje:
1. deel 4: Lone Wolf And Cub: Baby Cart In Peril
2. deel 2: Lone Wolf And Cub: Baby Cart At The River Styx
3. deel 3: Lone Wolf And Cub: Baby Cart To Hades
4. deel 1: Lone Wolf And Cub: Sword Of Vengeance
5. deel 6: Lone Wolf And Cub: White Heaven In Hell
6. deel 5: Lone Wolf And Cub: Baby Cart In The Land Of Demons
Kozure Ôkami: Ko wo Kashi Ude Kashi Tsukamatsuru (1972)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance
Lone Wolf and Cub, wat een fantastische chanbarareeks zeg. De immer coole Wakayama hakt bergen mootjes als Ogami Itto. De serie heeft eigenlijk weinig om handen, maar wat een hoop lol levert het op. Veel bloedfontijnen, grappige subplotjes, een übercool hoofdpersonage en losse ledematen.
Dit deel is nog even inkomen; het verhaal moet nog even op gang komen. Desalniettemin een leuke introductie van Ogami, Daigoro en jawel, de kinderwagen! Die is fenomenaal, daar had ik als peuter ook wel in willen zitten. Verder moest ik even wennen aan het gebrek van een tastbaar einde, maar door de bocht genomen is dit topvermaak.
Kozure Ôkami: Meifumadô (1973)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart in the Land of Demons
Mee eens dat dit deel iets minder was dan de eerste vier. Ogami Itto is blijkbaar weer volledig hersteld na het eindgevecht van deel vier, terwijl hij daar nogal shishkebab werd. Verder is het begin wel cool, met de vijf krijgers die hij eerst moet verslaan om zodoende een hoofdopdracht te krijgen. Daarna kakt het verhaal wat in, om pas tegen het einde weer echt op gang te komen.
Het subplot met Daigoro en de zakkenrolster was wel erg cool. Het mist weliswaar wat geweld, maar Daigoro blijft één van de coolste filmkindjes die ik ken. Een geinig stoïcijns kereltje. Ook erg geestig als hij een leeftijdsgenootje tegenkomt en daartegen wat gekke bekken trekt van een afstandje.
Prima film, maar niet de beste uit de serie.
Kozure Ôkami: Oya no Kokoro Ko no Kokoro (1972)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart in Peril
Wat een geweldige opening kent deel vier. In het eerste shot zien we een close up van Kintaro getattoeerd op een vrouwenborst, die deel uit blijkt te maken van een bevallige en vooral topless dame. Met een paar ferme uithalen snijdt ze wat tegenstanders open, waardoor het bloed op haar boezem spettert. Kintaro blijft lachen, ik ook.
De tofste rol is in dit deel misschien wel voor Daigoro, die eventjes zijn vader uit het oog verliest. Natuurlijik vindt een Yagyu strijder hem, maar Daigoro laat zich niet van zijn stuk brengen.
Ben het verder allerminst eens met het bericht hierboven. Deel vier is prima geschoten, of doet in ieder geval niet onder aan de voorgaande delen. Sterker, ik vind Baby Cart in Peril tot zover misschien nog wel de beste, qua sfeer en agressiviteit. Vooral dat stukje in een tempel waar Itto een mannetje of twaalf in stukjes chopt is heerlijk bloedig. Als er dan ook nog een übercool jaren 70 deuntje wordt ingezet is de pret compleet.
Daarnaast krijgt zelfs Itto een wat menselijker karakter, hoewel hij natuurlijk wel een uiterst koele kikker blijft die volgens zijn eigen regels leeft. Coole eindscène ook, Itto mag zelfs even met Retsudo vechten. Die is nog best sterk voor een oude knar
. Wel één minpunt: Na het eindgevecht is Itto meermaals neergestoken, er steekt zelfs een zwaard uit zijn lijf. Dat hij het overleeft is zelfs in deze reeks een beetje ongeloofwaardig. Ik zal het maar door de vingers zien.
Kozure Ôkami: Sanzu no Kawa no Ubaguruma (1972)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart at the River Styx
Al vanaf de meesterlijke opening van Babycart at Sanzu River wordt duidelijk dat het toch al zeer vermakelijke deel één overtroffen gaat worden.
Twee samurai vallen Lone Wolf and Cub aan op een verlaten brug. Met precisie plant Itto zijn zwaard door de hoed van de eerste, zijn hoofd op centimeters na rakend. De rekel tracht het wapen nog tegen te houden, tevergeefs: zijn schedel wordt gespleten. Zijn metgezel spring over de schouders van zijn stervende kompaan en haalt uit, natuurlijk om halverwege zijn vlucht ook neergesabelt te worden. Op zijn sterfbed stamelt de eerste samurai nog de onheilspellende tekst: "Wij Yagyu zijn over het gehele land verspreid: nergens zul je veillig zijn!" En hopla: een uiterst vette jaren 70 tune begeleid de aantiteling, de belofte van veel bloedvergieten is gemaakt.
Die belofte wordt natuurlijk ingewilligd. Wederom kunnen we bergen losse stukjes en liters robijnrood bloed verwachten. Heerlijk! De kinderwagen pakt bovendien nog toffer uit in dit tweede deel (letterlijik) en Daigoro ontpopt zich als een tof kereltje. Zo zouden alle filmkinderen moeten zijn. Verder is er zelfs nog ruimte voor spaarzame momenten van rust. Mooi. Leuk detail trouwens: de overduidelijke plakbaard en -wenkbrouwen van Retsudo Yagyu!
Kozure Ôkami: Shinikazeni Mukau Ubaguruma (1972)
Alternatieve titel: Lone Wolf and Cub: Baby Cart to Hades
Lang leve bordkarton. Het tweedeminsionale karakter van Itto is vlijmscherp, zo blijkt ook in dit deel. En natuurlijk hoeft er in een reeks als deze weinig uitgediept te worden: het hoofdpersonage is immers een huurmoordenaar met één resterend levensdoel: wraak nemen op de moordenaars van zijn vrouw. Verder beschermt hij wat zwakke luitjes tegen rechtlijnige snoodaards, steekt hij voor vijfhonderd goudstukken zijn zwaard door een aangewezen doelwit en redt hij zijn eigen en Daigoro's vege lijf tegen de constante aanvallen van de Yagyu clan. Resultaat: bloed. Fonkelend bloed dat uit open wonden spuit.
De kinderwagen kent wederom een aantal nieuwe trucs (bommen!) en Itto moet het zelfs opnemen tegen een heel leger aan tegenstanders. Natuurlijk schuwt hij geen enkele vorm van geweld. Leuk derde deel!
Kung Fu (2004)
Alternatieve titel: Kung Fu Hustle
Veel te flauw om echt grappig te zijn. De actie is wel aardig, maar lang niet altijd. Ondanks dat al dit geneuzel als grote berg onzin bedoeld is hield ik er vaak een yeah right-gevoel aan over. Visueel gelukkig wel leuk, behalve dan die afschuwelijke CGI.
Kurenai no Buta (1992)
Alternatieve titel: Porco Rosso
Heerlijke film.. nog een paar en dan heb ik eindelijk alle Miyazaki's gezien. Ik vind dit toch wel een van de betere. Alles klopt wel aan de film: het afwisselen van mooie kalme momenten (zoals de thuisbasis van Porco), toffe gevechtscenes, grappige momenten, ontroerende... (de vliegtuigen die opstijgen naar de hemel zijn echt fantastisch).
De personages zijn stuk voor stuk goed uitgewerkt: de charismatische Marco, de aandoenlijke Fio, charmante Gina, opgeblazen Curtis.... Wat ik overigens een beetje flauw vind is het bekritiseren van Miyazaki omdat er geen gebruikelijke magie in zit. Alsof hij dat verplicht is aan zijn fans ofzo? Buitendat zit de magie hem in het weergeven van zijn zelf geschapen wereld, in dit geval de echte wereld (met als uitzondering de biggenmans dan
). Anyway, 4 sterren lijkt mij wel op zijn plaats.
Kyûketsu Shôjo tai Shôjo Furanken (2009)
Alternatieve titel: Vampire Girl vs. Frankenstein Girl
Een pak minder dan TGP. Die SFX zijn hier gewoon te lelijk en worden teveel ingezet. Voor zover ik het me correct herinner zijn de make-upeffecten van TGP een stuk indrukwekkender dan die in deze film. In de voorganger zitten sowieso veel meer briljante creaturen. Alsof hier ineens maar de helft budget voor was. Verder draait dit meer om flauwe onzin dan om bizarre splatteronzin. Ik mis de scherpte van TGP. De onderliggende maatschappijkritiek is in beide films nagenoeg hetzelfde (die wristcutters
) maar ook wat flauwer. Ik heb wel heel hard gelachen om die zogenaamde negerinnenchicks (weet even de naam van de hype niet meer). Maar niet zo hard dat ik erg veel punten kan uitdelen. Te flauw, te langdradig en te lelijk.
