Deze documentaire werd heruitgezonden op Canvas naar aanleiding van de honderdste verjaardag van Bobbejaan Schoepen (°1925 dus) die in 2010 overleed. Bobbejaan Schoepen is een legendarisch figuur in de showbusiness, circuswereld, muziekwereld, entertainmentsector die in de tweede helft van de 20e eeuw verschillende generaties overspande. Met zijn muzikale carrière had hij in de jaren ‘50 succes als jodelende fluiter over de hele wereld tot in de Grand Ole Opry - het mekka van de country music - in Nashville toe. Nadien werd hij dan een begrip met zijn razend populaire pretpark Bobbejaanland dat nog steeds onder die naam bestaat.
De documentaire zoomt in op de laatste momenten van Bobbejaan Schoepen. We zien hem liggen op zijn bed, min of meer zijn sterfbed. We zien hem nog met zijn laatste krachtinspanning optreden vanuit een rolstoel met Lichtjes van de Schelde. Het deed me denken aan het laatste optreden van Johnny Cash in 2007 die het ook - afgetakeld - vanuit een rolstoel deed. Die aangrijpende momenten waarin Bobbejaan ook rumineert over zijn verleden en wat anders had kunnen zijn - zijn muzikale carrière die hij on hold zette om zijn pretpark uit te bouwen - met de successen die hij gekend heeft. Zijn pretpark dat hem ook wel uitperste als een citroen met tot zes optredens per dag voor een enthousiast publiek.
Uit de archiefbeelden komt hij naar voren als een excentrieke - gehuld in kleding van de legendarische Nudie Cohn - energieke en steeds vriendelijke entertainer. Een man van duizend talenten die moest kiezen welk talent hij het meest wilde uitspelen.
Het is een heel beklijvende en confronterende documentaire omdat het ook confronteert met onze eigen eindigheid. Verder licht het slechts een tipje op van het rijk gevulde leven van Bobbejaan Schoepen. Het leven van deze man is zodanig interessant geweest dat een biopic méér dan op zijn plaats zou zijn.
Alternatieve titel: De Nacht van de Levende Doden, 8 mei 2025, 08:01 uur
Als liefhebber van vinyl soundtracks heb ik de Phantasm soundtrack van Waxwork Records (uitgebracht in 2024) in huis gehaald. De meest uitgebreide release ooit als triple album met prachtig artwork en een booklet. De kleur van het vinyl is de kleur van de metalen bal. De klaphoes is min of meer een collage van scenes uit de film. Beluister de muziek en bekijk de hoes om het opnieuw te beleven. Ook de labels van de platen zelf bevatten leuke details die verwijzen naar bepaalde scenes (de afgehakte vinger, het vliegende ding).
De film had ik nog niet gezien dus dat moest dan eerst nog maar eens gebeuren. Hij heeft een bepaalde reputatie - voor sommigen een cultfilm - wat ook verklaart waarom de soundtrack zo’n behandeling krijgt bij Waxwork Records. Voor mij kan hij echter zeker niet tippen aan de grote horror classics van de seventies. Qua sfeer en (gebrek aan) samenhang doet hij me meer denken aan een Lucio Fulci light dan aan de Amerikaanse film. Het is zeker en vast entertainend en het straalt charme uit, maar spannend wordt het nauwelijks. Daarvoor komt het allemaal wat vergezocht over.
De muziek klinkt als een kruising tussen Goblin en Carpenter. Fijn zo. Ben zeer tevreden met mijn vinyl aankoop van een soundtrack die veruit de film overstijgt. Soms kan dat gebeuren. De muziek is zeer bepalend voor de sfeer en trekt mijn waardering van de film zeker nog een stukje omhoog.
Deze heb ik bekeken bij een vader-dochters momentje. Dat was meteen het beste van de film die ik zelf maar middelmatig vind. Nog net voldoende entertainend maar niet om naar huis over te schrijven. Ik heb het origineel gezien en dan heb ik eigenlijk geen zin in dit soort behandeling van het King verhaal. De finale beviel me maar matig. Als je een typische zombiefilm wil maken, doet het dan ook maar blijf met je fikken van het King verhaal. Los daarvan vond ik het einde dan weer cool.
Alternatieve titel: Number 17, 8 mei 2025, 07:56 uur
Herziening omdat ik nu eenmaal bezig ben alle Hitchcocks te (her)zien.
De eerste keer beviel hij me maar matig. Deze keer heel wat beter. Het eerste deel van deze korte feature is een soort mystery in an old dark house. Het doet denken aan de Universal movies van de jaren ‘30 en aan de originals van het Duitse expressionisme (waar Hitchcock ook nog het vak geleerd had). Lage cameraposities waardoor de trappartijen uitvergroot worden. Schaduwen. Expressieve close-ups in de montage. Bij de opening lijkt het wel een silent movie. Een volle 5 m wordt er geen woord gesproken door de personages. Hitchcock had op dat moment ook al een carrière achter de rug in de silents.
In elk geval kent de film een sfeervolle start en die blijft aanhouden met het vreemde volk dat binnenvalt en waarbij er gegoocheld wordt met identiteiten (toch ook typisch voor Hitchcock). De plot blijkt te draaien om een partij gestolen juwelen en de actie verplaatst zich naar een spectaculaire trein- en busrace. Ik lees in het boek Hitchcock British Films van Maurice Yacowar dat Hitchcock het er allemaal dik oplegt. De verwikkelingen en dialogen vormen inderdaad bijna een parodie op het misdaadgenre, tongue in cheek zo je wil. Daar kan ik me wel in vinden. Niettemin vind ik de suspense wél tastbaar en straalt de film een grote charme uit waarvoor ik bij mijn eerste watch ongevoelig was gebleven. Als ik hem ooit terug bekijk dan zou ik toch wel een geremasterde versie willen zien ipv de afgetakelde print op mijn dvd. Very charming movie! Hier voeg ik een volle ster toe.
Genietbare golden oldie. Clark Gable, Claudette Colbert en Frank Capra in één film. En dat het spettert. Leuke gags, leuke screwball, vlot tempo. Het idee van de drukke nieuwsredactie dat toch een dingetje was in veel jaren ‘30 films. Het geeft in die vroege films altijd een vibe van moderniteit en urgentie als je persmuskieten ziet ratelen op hun kantoor. Film heeft ook een creatieve eindscene. Het is een pre-code movie dus het zal allemaal nog wel wat stouter zijn dan wat erna kwam. Deze zou ik wel eens willen herzien in een geremasterde versie.
Alternatieve titel: De 39 Voetstappen, 3 mei 2025, 10:56 uur
Vierde watch intussen. Deze keer omdat ik met een collega heb afgesproken alle Hitchcocks te (her)bekijken. Dit is zeker één van de betere uit de Britse periode van Hitchcock. Robert Donat doet het perfect als leading man in een film die een combinatie is van thriller, comedy en screwball.
De openingsscene focust op de voeten van Robert Donat die zich verplaatst naar een music hall. Die focus op de voeten van het hoofdpersonage zien we nadien ook terug bij Strangers on a Train die ik toevallig onmiddellijk hierna bekeken heb.
De openingsscène is al onmiddellijk amusant en suspenseful tegelijk en nadien zal het niet meer stoppen. Het evolueert naar een spy movie/road travel. In de Schotse hooglanden ontmoeten we onder meer nog John Laurie, voor sommigen onder ons onsterfelijk voor zijn rol in de Britse comedy Dad’s Army. Met Dad’s Army in gedachten komt hij zeker grappig over al is dat hier niet de bedoeling. Wel intentioneel grappig en geslaagd is het screwball stukje wanneer Robert op de vlucht slaat geketend aan Madeleine Caroll. Het waren gewoon andere (film)tijden en toen was het heel normaal om verschillende genres in één film te steken die bekeken moest kunnen bekeken worden door een publiek van 7 tot 77. En Hitchcock was er een meester in onder meer dankzij zijn aangeboren gevoel voor humor.
Visueel en narrratief zit het allemaal prima. Deze zou ik toch ooit eens willen zien in een versie met opgekuist beeld ipv de ongeremasterde dvd waar ik het nu mee doe.
Een Britse classic die het blijft verdienen om gezien te worden.
Alternatieve titel: De Maniak, 3 mei 2025, 10:54 uur
Wekelijks spreek ik met een collega af welke Hitchcock we (her)bekijken. Deze keer was het de beurt aan de treinreizigers. Intussen de derde keer dat ik hem zie. En het blijft een fascinerende watch. Farley Granger en Robert Walker vormen een perfecte match in hun tweestrijd. Robert Walker zet voor mijn part één van de beste en meest onvergetelijke psychopaten neer. Hij komt realistisch over, net zoals een echte narcist zich gedraagt en denkt. Farley Granger is ook heel goed.
Het is naar een verhaal van Patricia Highsmith en met een scenario geschreven door Raymond Chandler. Beiden zijn zwaargewichten in het Amerikaanse thriller / hard boiled detective genre van de 20e eeuw. Zalige combinatie dus en het werkt gelukkig helemaal.
Visueel opent de film met de befaamde voetenscenes. Toevallig heb ik voorafgaand nog 39 Steps herbekeken uit de Britse perdiode van Hitch en ook daar opent de film met de voeten van het hoofdpersonage. Smooth! De openingen van Hitch zijn altijd wel om van te smullen alsof hij dan zijn meteen zijn signatuur wil zetten (en gelijk had hij). Verder werd ik opnieuw helemaal gezogen in het zorgvuldig in scene gezet verhaal. Onvergetelijk highlight is de moordscene waar we het zien gebeuren in de reflectie van de bril van het slachtoffer. Brilliant Hitchcock.
De scène op de draaimolen. Het valt me nu wel op dat die gefilmd is met een trager tempo en dat het dan versneld wordt afgedraaid. Je ziet het aan bepaalde sequenties. Bv. de oude man die opkrabbelt om aan de knoppen te draaien komt ineens onmenselijk snel overeind. En er is nog zo’n stukje. Gebeurt allemaal in een fractie en zijn schoonheidsfoutjes die ik dan toch maar vermeld omdat het mij nu opvalt.
Het verhaal zelf is prima uitgewerkt - heb geen idee of er stukken verwijderd zijn omwille van censuur - en bevat de typische balans tussen suspense en humor die Hitchcock eigen is. Met een schattige bijrol van Patricia Hitchcock die onder andere voor comic relief zorgt. De typische Hitchcock thema’s komen ook langs: zoon-moederrelatie, onterecht beschuldigde man.
In zijn geheel genomen is dit voor mij zeker één van de allerbeste Hitchcocks.
Herziening van lang geleden. Dit blijft een geweldige film van begin tot eind. Prachtig uitgewerkte driehoeksrelatie. Anne Bancroft vind ik hier subliem. Dustin Hoffmann doet het ook prima net als Katharine Ross. Het verhaal wordt smooth - in de goeie betekenis - verteld en dat is toch zeker ook te danken aan de regiekwaliteiten van Mike Nichols die zich het jaar voordien al helemaal op de kaart had gezet met die andere classic Who’s afraid of Virginia Woolf. Mike Nichols doet echt leuke dingen met de camera en de manier waarop hij scenes laat overvloeien in mekaar.
De toon van de film is spot on met zijn mix van drama en comedy. De muziek van Simon & Garfunkel is terecht iconisch te noemen.
Alternatieve titel: Gekkenwerk, 3 mei 2025, 10:49 uur
Topfilm haha. Ik herinner het me nog toen hij uitkwam. En dan vooral de scene waarin Kelly LeBrock voor het eerst haar opwachting maakt, dat maakte enorme indruk op mijn piepjonge ik. Echt een typische eighties teeny fun movie met leuke humor en toch ook weer enkele spectaculaire actiescenes (met de motorbende). Blij deze herzien te hebben. Ook de soundtrack verdient een vermelding met de typische energieke vibe van toen.