Alternatieve titel: Otto e Mezzo, 29 maart, 10:19 uur
Waw wat een film. Ik wist dat deze een hele grote reputatie heeft. En nu begrijp ik waarom. Al heeft het wel even geduurd vooraleer ik erin kwam. Het heeft een surrealistische kwaliteit - net zoals dat andere meersterwerk La Dolce Vita - dat je als kijker ook moet willen ondergaan. Het heeft geen rechttoe rechtaan narratief maar we kijken mee in de wereld van regisseur Matroianni waarbij niet duidelijk is waar zich de scheidingslijn tussen droom en werkelijkheid bevindt. Het is één lange stream of consciousness.
De film werd gemaakt in 1963 op het moment dat de Italiaanse cinema haar gouden tijdperk beleeft en waarvan Fellini één van de grote voortrekkers was. En hier komt het allemaal samen. De ‘normale gekte’ van het filmmaken … de regisseur (Fellini maakte de film eigenlijk over zichzelf) die god is in de studio … en toch ook heeft af te rekenen met dagdagelijkse problemen en relaties die zijn artistieke ambities doorkruisen.
De film valt op door de aaneenschakeling van indrukwekkende beelden - Fellini had welzeker een groot talent - en de manier waarop de stream of consciousness toch steek houdt. Om te herbekijken. Prachtig ook is de rol van Claudia Cardinale die de 'droomvrouw' speelt van Mastroianni. En hoe die droom aan diggelen valt. Dit is een film die heel hoog in de waarderingslijst van regisseurs staat omdat het een prachtige filmische techniek combineert met een invoelen in het leven van de regisseur.
Deze heb ik bekeken omdat ik de soundtrack van Bruno Nicolai op vinyl in huis heb gehaald. Blijkbaar is dit ook een sleutelfilm voor de ontwikkeling van het Women in Prison genre. Daarvan heb ik in het verleden enkele Ilsa’s gezien. Deze 99 Donne staat nog aan het begin van dit sleazy genre. Het is eigenlijk meer een drama waarbij je wel al het sleazy potentieel ziet met typische lesbische scenes vanuit male gaze standpunt. Het is allemaal heel braaf gebracht weliswaar - al heb ik de (naderhand toegevoegde) hardcore pornoscenes ook wel weer doorgespoeld. Deze waren bestemd om de film in latere jaren opnieuw toonbaar te maken als adult cinema. Maar ze passen op zich helemaal niet in het verhaal en maken de sfeer van de film helemaal kapot terwijl het al niet veel kwaliteiten heeft.
Het narratief is een niemendalletje. De fun gaat vooral om de caminessp die in de hand gewerkt wordt met de semi-artistieke aanpak van Franco: onscherp inzoomen, floue beelden bij momenten … en dan is er nog de prachtige muziek van Nicolai (vriend en medewerker van Morricone ook). Dat maakt het watchable voor mij.
Zoals dikwijls het geval bij dit soort films is de muziek beter dan de film.
Alternatieve titel: A Virgin among the Living Dead, 14 maart, 11:57 uur
De aanleiding om deze te bekijken is de dubbele vinyl “Bruno Nicolai for Jess Franco” die ik in huis heb gehaald. Met vier soundtracks die Nicolai heeft gecomponeerd voor Franco films. De hoes van deze dubbel LP grijpt trouwens terug op de poster die hier te zien is bij de film. Afgaande op het design lijkt de poster van een latere uitgave dan 1973. En het gaat al zeker terug op de versie waarbij Jean Rollin nadien nog zombiescenes heeft toegevoegd aan de film.
De versie die ik zag is dan ook degene met de Rollin zombies. Die zombies zijn compleet overbodig want voegen niets toe. Verder zag ik een sfeerfilmpje. De horror zit niet in wat je ziet op het scherm maar eerder in de suggestie van wat gaande is, de creepy personages, touches of gothic erotica, het kasteel en haar omgeving … Het ontvouwt zich als een koortsdroom waarbij de uitmuntende soundtrack van Nicolai dit ten volle ondersteunt. Op de klankband horen we als vocaliste de iconische Edda Del’Orso die we op talloze (Italiaanse) soundtracks uit die tijd horen en vooral roem verwierf via haar bijdrage aan Morricone soundtracks.
Voor mij was het de eerste Franco en dit soort werk ligt wel in mijn straatje. Met de kanttekening dat de aanwezigheid van de excellente soundtrack wel een voorwaarde is om dit goed te kunnen smaken. Neem de soundtrack weg en het wordt een saai allegaartje, maar dat geldt voor minstens 95 % van de films.
Sleazy Europese thriller die duidelijk internationale ambities heeft met een internationale cast en exotische locaties (Zwitserland, Pakistan). Het is de gelegenheid om Jean Seberg (op dat moment partner van de regisseur) aan het werk te zien naast James Mason. De film heeft een ingewikkelde plot. De noir en James Bond invloeden zijn duidelijk. Maar dan heeft het toch ook nog een psychedelisch kantje - past wel bij het heroïne thema - met enkele scenes die je moet zien om te geloven. We zien hier blues legende Memphis Slim aan het werk aan de piano omringd door naakte dames en porno/drugsdealers. Ook de bombastische massaslachting aan het eind moet je zien om te geloven. Heerlijk over the top. Dat maakt dat deze films sowieso boven het pak uitsteekt.
De regisseur maakte twee versie van deze film: eentje met naaktscenes en eentje met netjes geklede acteurs (voor respectievelijk ‘gereformeerd’ en ‘katholiek’ publiek). Zelf heb ik de naaktere versie bekeken, hoewel ik van huisuit katholiek ben opgevoed .
Ook nog te vermelden waard is de geweldige soundtrack van Berto Pisano en Jacques Chaumont in de stijl van die tijd met swingende ritmes, fuzzy gitaren, verleidelijke vocals e.d.m.
Hammer goes Hong Kong. Wat betekent dat de Britse acteurs een Chinese look wordt aangemeten. Inclusief Christopher Lee waarvan ik eerlijk gezegd eerst niet doorhad dat hij ook meedeed. Dus op dat vlak was de make up wel geslaagd. Verder een verhaal waarin volgens moderne opvattingen nogal wat stereotypen aan te pas komen. Reden dat deze film weinig kans maakt om ooit nog publiekelijk vertoond te worden.
Qua filmervaring zelf vond ik het maar een mager beestje. Het allegaartje van min of meer Chinees uitziende acteurs met typisch Brits accent ondergroef voor mij een beetje de geloofwaardigheid van een film die anderzijds wel sterk inzette op de Oosterse setting (en gefilmd in de Bray Studios). Het theatergevoel overheerste waardoor ik er nooit inkwam. De muziek van James Bernard beviel me nog wel.
Goed om een keer te gezien te hebben (als historisch curiosum) en daarmee is de bladzijde gelukkig omgeslagen.
Eén langgerekte stijloefening in het giallo genre. Grandioze cinema drijft op een heel aantal factoren waaronder dosering in het camerawerk. In deze Amer ligt de nadruk echter volledig op de visuals. Dosering is niet aan de orde. Alle truken uit het giallo genre worden 90 minuten lang in vol register getoond. In normale giallo’s zorgen de visuals voor emotionele pieken/suspense, hier leidt het enkel tot een soort vlakte. Ook motieven van scheermesjes, insecten, dode dieren, leren handschoen, het passeert hier allemaal als eerbetoon aan het genre, echter zonder diepgang. Ook omdat het narratief zich voornamelijk afspeelt in het hoofd van het hoofdpersonage is het moeilijk om in de film te raken.
Als je niet vertrouwd bent met giallo’s, heeft het verder geen enkele zin dit visuele eerbetoon te bekijken. Als je er wel mee vertrouwd bent, is het een flashy tussendoortje. Niet te bekijken als een normale giallo. Wel een deconstructie van het genre. In feite een opgekuiste versie want het bevat bijvoorbeeld geen disfunctioneel naakt (zoals één van de users hier opmerkte). En tussendoor hoor je Nicolai, Morricone en Cipriani - drie iconische componisten van het genre - op de soundtrack, evenmin zonder dat het veel bijdraagt aan een versplinterd geheel.
Je krijgt er het gevoel bij dat de makers zich enorm vermaakt hebben met deze stijloefening. Maar ze brengen niet veel over.
Alternatieve titel: Dr. Jekyll and Mr. Hyde, 11 maart, 10:36 uur
Deze Hammer versie van het gekende verhaal pakt het een beetje anders aan. Anders dan in het origineel is de slechterik een knappe jongeman en de goeie een sociaal incompetente binnenvetter. Da’s eigenlijk een interessante aanpak die vertrekt vanuit de psychologische aanname dat het kwade aantrekkelijk en verleidelijk moet zijn.
De film heeft indertijd gefaald aan de kassa. De Amerikaanse verdeler vond het moreel niet verantwoord om hem in de USA uit te brengen en in de UK deed het op zich ook al niet veel. Niettemin vind ik het zelf zeker geen slechte film. Net zoals vele Hammer stalgenoten speelt het zich af in het Victoriaanse tijdperk en wordt dat hier kleurrijk weergegeven met de gekende productiedesign. Christopher Lee icoon is aanwezig, niet in de hoofdrol, maar speelt de rol van de corrupte en corrumperende vriend van Jekyll/Hyde.
Regisseur van dienst Terence Fisher was niet heel enthousiast om deze film te maken, onder meer omdat er geen sympathieke karakters in zaten. Over dat laatste heeft hij wel een punt. Anderzijds vind ik dat de film daarmee ook een dubbele laag heeft. De echtgenote van Jekyll/Hyde en haar minnaar zijn - vanuit de Victoriaanse morele visie - ook te beschouwen als ‘verdorven’, alleen zetten ze een masker op. Hypocrisie. Terwijl de ‘verdorvenheid’ van Hyde een meer expressieve versie is van het dagdagelijkse ‘kwaad’.
Geen echte topper maar toch valt er genoeg aan te beleven en met een verzorgde productie erbij is het wel genieten van het Victoriaanse tijdperk.
Alternatieve titel: The Big Gundown, 11 maart, 10:34 uur
De muziek hiervan ken ik al een jaar of dertig dankzij het album “The Morricone Anthology” dat ik toen heel regelmatig beluisterde. Om nu ook de beelden en film erbij te hebben, is een aparte ervaring.
Klassieke Italiaanse western met grootse gebaren, landschappen en muziek. Love it. Lee Van Cleef is de charismatische revolverheld waarvan je je afvraagt waarom hij het allemaal doet. Ook een film die gebaat is bij het grote scherm om het allemaal nog meer tot zijn recht te laten komen. Minder gekend dan de Leone films en daarom goed dat ik deze nu ook gezien heb. Past helemaal in dat rijtje.
De sociale strijd tussen arbeiders en de werkgevers wordt hier teruggebracht tot de strijd/interactie tussen Romy Schneider (als leidster van het proletariaat) en Ugo Tognazzi (als fabrieksdirecteur met arbeiderroots). Op dat vlak ontbreekt het aan realisme wat zo’n staking en overleg arbeiders - werkgevers werkelijke inhoudt. De vakbond komt er ook al niet aan te pas. Wel zien we een meer symbolische insteek van een bloedmooie gepassioneerde arbeidersvrouw die een gesettelde fabrieksdirecteur aan het wankelen brengt. Dat wordt onderstreept door de prachtige score van Ennio Morricone.
De film heeft uiteindelijk een cynische ondertoon en einde. Wanneer blijkt dat de humanitaire inspanningen van Tognazzi niet in dank worden afgenomen door zijn collega-industriëlen. Hij wordt vermoord waarbij niet expliciet duidelijk wordt gemaakt wie de opdrachtgevers zijn. Maar het laat zich raden dat het gaat om een opdracht van de elite. Wie niet in de pas loopt van de elite moet het met de dood bekopen.
Competent drama over een koppel dat ten ondergaat aan alcoholmisbruik. Het is gebaseerd op een theaterstuk dus het draait voornamelijk om dialoog. Ik kan mij voorstellen dat de film in die tijd een blikopener was en aanleiding gaf tot maatschappelijke discussie. En blijkbaar heeft het sowieso impact gehad op de manier waarop Blake Edwards en Jack Lemon nadien in hun leven met alcohol zouden omgaan. Ook de inbreng van de rol van de AA heeft bijgedragen aan een verder begrip en integratie van deze organisatie in de samenleving. Allemaal sociaal verantwoord en functioneel dus.
De film zelf had voor mij echter wat te lijden onder de langdradigheid, al snap ik wel dat ze een proces willen weergeven van “aan en van de fles”. Gelukkig zien we wel geloofwaardige acteerprestaties - daarmee staan en vallen dit soort films. Ook heeft het een passend ambigu einde. Om te vermijden dat de studio alsnog een ander “publieksvriendelijker” einde zou eisen, trok Jack Lemon hierna naar Europa waar hij “onbereikbaar” was. Goed gedaan, Jack.
Intussen is de film ook officieel tot erfgoed verklaard bij de National Film Registry van de USA. Begrijpelijk want dit gaat heel wat verder dan het doordeweekse drama en werd gemaakt door een stel topvaklui.
Val Kilmer neemt de fakkel over als The Bat en hij doet dat goed. Verder sluit dit aan bij de vorige delen qua sfeer: gothic, schaduwrijk. Ook expressionistische camerastandpunten al kan ik me niet herinneren of die ook aanwezig waren in de vorige delen. Net zoals de vorige delen heeft het ook een emotionele diepgang die aansluit bij de leefwereld van tienjarigen, de subplotjes rond de getraumatiseerde protagonisten ten spijt. Dat is ook helemaal niet erg aangezien het doel is een leuke simpele actiefilm - weliswaar met groot budget - om het publiek te vermaken. De origines van Batman gaan evenzeer terug op comics die evenzeer op de jeugd gericht waren. Wat voor mij deze Batman Forever beter maakt dan de voorgangers is dan toch de flinke injectie met humor dankzij de aanwezigheid van Jim Carrey. Zonder hem was het zeker een eind saaier geweest.
En nu we het over Carrey hebben als man van de “riddles”. Het grootste raadsel van de film is voor mij het feit dat Nicole Kidman niet aan de stem herkent dat Bruce Wayne en Bat één een dezelfde persoon zijn. Dit allergrootste raadsel wordt niet opgelost. Niettemin een vermakelijke kijkbeurt.
Deze stond al heel lang op mijn radar omdat ik de prachtige muziek van Morricone erbij al lang geleden heb leren kennen. Nu dan eindelijk gezien. De film gaf mij een warm gevoel. Een mooie waarschijnlijk geromantiseerde weergave van wat cinema midden 20e eeuw betekende in een afgelegen Siciliaans dorpje. Het was de verzamelplaats van het dorp met armen op het gelijkvloers en de rijke klasse zat op de bovenverdieping. De pastoor die via previews de films censureert - blijkbaar was dat effectief de praktijk in die tijd. Cinema Paradiso geeft de dualiteit weer van de geïdealiseerde filmwereld waarin het publiek even aan de werkelijkheid kan ontsnappen en dan is er nog de rauwe werkelijkheid zelf. De harde jeugd van Toto met een vader die nooit meer zal thuiskomen, zijn mentor Alfredo die zijn gezondheid verliest terwijl hij zijn beroep van filmoperator uitoefent, de onbereikbare liefde van Toto …
Dit alles wordt met veel liefde in beeld gebracht en verteld. Je krijgt sympathie voor élk personage in de film.
Het is dus een goeie film al vind ik wel dat hij héél véél gelauwerd is wanneer ik de erelijst overloop. Misschien komt dat omdat de jury’s niet konden weerstaan aan het thema dat bulkt van filmgeschiedenis op en naast het scherm. Voor mij is het zeker geen ‘absoluut meesterwerk’ want daarvoor ontbreekt het aan iets extra. Maar wel is het voor mij een geslaagde, warme, nostalgische film.
Billy Wilder heb ik altijd een topper gevonden en deze film uit zijn wat latere periode bevestigt het weer. Deze topklucht speelt zich af in Berlijn tegen de achtergrond - of voorgrond - van de Koude Oorlog. Het is volgestouwd met geestigheden die spelen met de politieke gevoeligheden van toen. De commies zijn de uilskuikens van dienst. En dan wordt er verder ook cynisch gespeeld met het feit dat heel wat Duitsers een (verborgen) nazi-verleden meezeulen. Je voelt aan alles dat de oorlog nog niet heel ver achter de rug ligt bij het maken van deze film. Een deel van Oost-Berlijn ligt ook nog in puin.
Het is geen toeval dat nu net Wilder deze film heeft gemaakt (en geschreven en geproduced). Hij was zelf in de jaren ‘30 als Jood nazi-Duitsland ontvlucht en was dus de geknipte persoon om dit te maken met zijn talent voor comedy en drama. De film heeft echte een waanzinnig tempo van opeenvolgende gebeurtenissen, gags en oneliners. James Cagney schittert in de hoofdrol als manager van de Coca Cola - afdeling (Amerikaanser kan het ook weer niet) in Berlijn. Ik kende hem enkel van boevenrollen maar dit soort comedy ging hem dus ook perfect af.
De film is zodanig verbonden aan de politieke situatie van toen dat hij uiteraard helemaal gedateerd is. Maar dat is helemaal niet erg zolang je als kijker wel de historische context goed mee hebt.
Alternatieve titel: Memories of Murder, 2 maart, 10:16 uur
Geweldige politiefilm die drijft op mysterie, frustratie en zwarte humor. Het deed me wel wat denken aan films à la Zodiac maar dan met meer zwarte humor. Onoplosbare moorden die het leven beheersen van de rechercheurs. De rechercheurs hebben - zoals dat gaat - erg uiteenlopende karakters wat natuurlijk bijdraagt aan het entertainment. Het open einde is ook weer frustrerend en een gepaste afsluiter.
Indagine Su un Cittadino Al di Sopra di Ogni Sospetto (1970) 4,5
Alternatieve titel: Investigation of a Citizen above Suspicion, 2 maart, 10:09 uur
Bijzondere politie/misdaadfilm. Het was alsof ik naar een film van Luis Bunuel keek die een vlijmscherpe satire maakt van een ongewoon moordverhaal. Niet toevallig eindigt de film met een citaat van Kafka. In die sfeer zit het ook helemaal. Het is een moordverhaal maar in feite staat de corruptie en hypocrisie van de heersende klasse en haar gewapende arm (de politie) centraal. Vooral ook moet de film gezien worden in de historische context waarin hij gemaakt is: post mei ‘68 waarbij de studentenrevolte nog vers in het geheugen ligt. De film is ook - achteraf gezien - een profetische vooruitblik op het komende woelige Italiaanse decennium dat opgeschrikt zou worden door talloze bomaanslagen.
Ik had me niet vooraf ingelezen waardoor het pas gaandeweg begon te dagen naar wat voor een surrealistisch tafereel ik aan het kijken was. Het hoofdpersonage is grotesk in zijn (morele) tekortkomingen maar blijkt volledig ingedekt door een incompetente omgeving van jaknikkers die haar eigen incompetentie koste wat kost wil verbergen om de rangen gesloten te houden en zelf niet in het vizier te komen. Of is het maar een droom van het hoofdpersonage? Op dat vlak heeft de film een open einde. Alsof de makers aan de kijker nog de mogelijkheid tot een meer rechtvaardige realiteit willen openhouden.