- Home
- LuukRamaker
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten LuukRamaker als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mackenna's Gold (1969)
Een film met een bijzonder uitgangspunt, een geweldige soundtrack en inbreng van een aantal bekende namen. Maar toch viel ie me wat tegen en wist ie bij lange na niet de gehele speelduur te boeien. Naast de te lange speelduur, waren het de overbodige vertelstem en slecht uitziende studio-opnames die me erg stoorden. Hoewel dat laatste nog een heel klein beetje kon worden gecompenseerd met de beelden van de instortende canyon tegen het einde (die er in vergelijking met de opnames uit de studio een stuk beter uitzagen), was het eigenlijk enkel Gregory Peck die écht wist te overtuigen en was hij de enige die de film nog - met alle moeite - een beetje heeft kunnen redden.
Major Dundee (1965)
Doorgaans weten cavaleriewesterns als deze lang niet altijd even goed te boeien, maar laat een regiment van de blauwbloezen met een twintigtal zuidelijken optrekken en de aandacht is gauw gewekt. Dat als gevolg van die samenzwering de spanningen af en toe hoog oplopen moge dan ook duidelijk zijn. Hoewel hoofdrolspeler Richard Heston niet altijd een even sympathieke indruk maakt, draagt hij de film wel op zeer sterke wijze. Al is de steun die hij krijgt van de rest van de sterrencast natuurlijk ook niet mis. Bovendien is alles ook nog eens erg mooi in beeld gebracht, waarmee Sam Peckinpah met Major Dundee mijns inziens een van de betere cavaleriewesterns op zijn naam heeft staan.
Man Called Horse, A (1970)
Heel bijzondere film die losjes op een waargebeurd verhaal gebaseerd is. Een heel bijzonder verhaal ook nog eens, maar toch moet de film het daar niet helemaal van hebben. Daarvoor gaat het de hoofdpersoon van de film, het zogenaamde paard, af en toe iets te gemakkelijk af en ontbrak het af en toe iets te veel aan geloofwaardigheid. Wat ik zo bijzonder vond aan de film waren de grote gedeelten waarin niets tot weinig (verstaanbaars) gezegd werd. Ondanks de onduidelijkheden die hieruit voortkomen, weet A Man Called Horse namelijk wel de gehele tijd te boeien en komen de ernst en onwetendheid van de ongelukkige situatie waarin de prima acterende Richard Harris in deze film is terecht gekomen, erg goed naar voren.
Man from Laramie, The (1955)
Anthony Mann en James Stewart hebben, zoals bekend, meerdere malen samen gewerkt aan een aantal westerns. The Man from Laramie is daar een goed voorbeeld van en is mijns inziens ook een van de betere films die er uit die samenwerking is voortgekomen. Manns westerns staan bekend om de rauwe, harde natuur die hij erbij betrekt en hoewel dat op deze film geen doorslaggevende invloed had, is het ook hier geen onbelangrijk onderdeel van de film. Naast een mooi vormgegeven dorpje zijn het onder andere de lange uitgestrekte vlakten en steile rotswanden die voor mooie plaatjes zorgen.
Daarnaast is Stewart (als Will Lockhart) weer eens in een interessante situatie beland waarin zowel hemzelf als de kijker een hoop te wachten staat. Al in het begin blijkt dat hij niet in romantisch, leuk en gezellig dorpje terecht is gekomen met zijn goederen, maar dat er nogal de nodige onrust in de lucht hangt. Familiedrama's, nachtmerries, duistere figuren, er komt van alles voorbij. Vooral Arthur Kennedy is erg sterk als vreemde, goedlachse arbeider die kans ziet een familiebedrijf naar zijn hand te zetten, terwijl hij zich eigenlijk (nog) geen familie mag noemen.
Ook de vrouwen spelen een belangrijke rol, zoals dat in de Mann-westerns die ik gezien heb doorgaans eigenlijk altijd wel het geval was. Ditmaal is het vooral de buurvrouw die naast de familieranch woont, die een belangrijke rol heeft. Aline MacMahon moet het dan misschien niet zo veel van haar schoonheid hebben als Cathy O'Donnell, maar de manier waarop ze dat hier compenseert is geweldig.
De ruzie en onenigheid zoals die in de film voorkomt, is niet zo simpel als het klinkt. Er is al sprake van een onprettige verstandshouding tussen de burenranches, maar ook binnen de genoemde partijen is niet alles koek en ei. Het interessante daarvan is dat bijna niemand te vertrouwen is en het onduidelijk is of iemand goed is of kwaad in de zin heeft. Uiteindelijk blijkt het antwoord op Lockharts onopgeloste raadsel ook nog eens in de omgeving te vinden en als er dan vervolgens, tegen het einde van de film, nog een aantal (Apache-)indianen ten tonele verschijnen is deze western helemaal compleet.
Man from Music Mountain (1938)
Het verhaal valt te vergelijken met elke andere B-western zoals ze in die tijd gemaakt werden. Er is een probleem en er is maar één iemand (de ster uit het gezelschap) die dit probleem kan oplossen. Gene Autry is ditmaal de grote held en doet dat op zijn eigen vertrouwde wijze. In de slechte tijden zorgt hij samen met zijn muzikale bende voor de nodige vrolijke noot en relativeert hij de boel. Want dat het probleem zal worden opgelost staal bij voorbaat toch al vast.
Man from Snowy River II, The (1988)
Alternatieve titel: Return to Snowy River
Na 6 jaar kwam er een vervolg op het zeer geslaagde The Man from Snowy River en dit vervolg is met net zo veel liefde gemaakt. Liefde voor paarden welteverstaan. Tom Burlinson, die voor zijn rol in de eerste film nog niet zo gek veel met paarden had, zet weer een heel goede rol neer en doet bovendien alle 'stunts' wederom zelf. Sigrid Thornton doet het ook weer prima als zijn vriendin. Het was natuurlijk moeilijk, zo niet onmogelijk, om een goede vervanger van Kirk Douglas te vinden, maar Brian Dennehy doet het zo slecht nog niet. Daarnaast was de basis op zich al weer erg goed, omdat op precies dezelfde locaties als bij de voorganger gefilmd is en dezelfde mooie omgeving (met haar wilde paarden) fraai in beeld wordt gebracht. Een vleugje romantiek hier, een beetje tegenslag daar en een happier end ter afsluiting, maken dit mijns inziens gewoon tot een prima vervolg op wat misschien wel een Australische klassieker mag worden genoemd.
Man from Snowy River, The (1982)
Zoals hier al eerder is gezegd, is The Man from Snowy River bij vlagen mierzoet, en ook de sterk aangezette muziek wil nog wel eens geforceerd overkomen, maar persoonlijk heb ik me daar gelukkig niet bijzonder erg aan gestoord. Sterker nog, ik heb erg genoten van deze bijzondere dramatisch getinte paardenwestern, waarin niet alleen Kirk Douglas uitblinkt in een bijzondere en sterke dubbelrol, maar waarin ook het verliefde jonge koppel heel aardig wordt neergezet door Tom Burlinson en Sigrid Thornton. De grootste kracht van de film is overigens de overweldigend mooie natuur en de prachtige beelden die daar uit zijn voortgekomen.
Man from the Alamo, The (1953)
Mooie Boetticher, met een goeie rol van Glenn Ford.
De beelden van de Alamo zelf zagen er niet al te overtuigend uit, dus het eerste gedeelte kon me eigenlijk niet snel genoeg voorbij gaan. De Slag om de Alamo is later wel op veel mooiere wijze in beeld gebracht. Het tweede gedeelte (en dan heb ik het eigenlijk over het laatste uur) wordt The Man from the Alamo echter wel boeiend en loopt de hele ontsnapping nog uit op een spannend verhaal. Naast Ford doen Julie Adams en Chill Wills het heel aardig en Hugh O'Brian (beter bekend als Wyatt Earp) kreeg zelfs nog een Golden Globe voor zijn bijrol als Lt. Lamar als meest beloftevolle nieuwkomer (volgens mij heeft die zijn belofte later wel ingelost). Het eind dat door velen abrupt wordt bevonden vond ik wel mooi, met een richting de horizon rijdende held en een romance die zich eigenlijk net na de film lijkt te gaan ontpoppen:
"He'll come back Ms. Beth."
- "I hope so, Carlos"
"So do I. For both of us."
Man in the Wilderness (1971)
Ik was 'm alweer bijna vergeten, maar ook ik wilde deze graag nog even zien voordat The Revenant hier in de bioscopen verschijnt. Dank voor het herinneren Brix, want deze film is zeker de moeite waard. Richard Harris zet hier een weergaloze rol neer als de voor dood achtergelaten Zachary Bass (Hugh Glass). Dat de man met de harde wetten van de natuur te maken kreeg wordt goed duidelijk. De wildernis wordt niet gelaten voor wat het is en komt erg goed in de film naar voren. Aan de ene kant had er wel wat meer tijd besteed kunnen worden aan de avonturen van Bass en ging er net iets te veel aandacht uit naar zijn collega's. Maar aan de andere kant hielden de schakelingen tussen beide kampen er wel een bepaalde spanning in en wordt er op die manier nog naar een bijzonder einde toegewerkt.
Man of the West (1958)
Man, man, Mann, wat een goede western zeg. Niet alleen de film en het verhaal dat het vertelt zorgen ervoor dat het erg leuk is om naar te kijken, maar ook enkele kleine, opvallende gebeurtenissen die plaatsvinden toverden af en toe een welgemeende glimlach op mijn gezicht. Zo maakt Gary Cooper hier als Link Jones voor het eerst kennis met een trein en neemt ie zijn neef een maal op een prachtige manier te grazen. Kleine dingetjes die deze toch wel serieuze western net even iets luchtiger maken.
Het begin is al meteen hoopgevend. Op de een of andere manier spat de kwaliteit er al vanaf op het moment dat Cooper een vertrekstadje binnenrijdt. Hij stalt zijn paard en koopt een treinkaartje omdat hij waarschijnlijk van iemand gehoord heeft dat dat treinreizen het nieuwe paardrijden is. Hij stapt vervolgens de trein in en gaat met dit vooruitstrevende vervoersmiddel zowaar een beetje terug in de tijd. Geconfronteerd met zijn jeugdzonden moet hij vervolgens met twee medepassagiers zien te overleven tussen enkele van zijn kwaadaardige familieleden en de bijbehorende bendeleden die hem het licht in de ogen nog niet lijken te gunnen.
Ongewapend en voortdurend in de gaten gehouden moet Link Jones, de (Gentle)man of the West, zichzelf en de treinreizigers die hij pas net heeft leren kennen uit het criminele circuit waarin ze terecht zijn gekomen, zien te redden. Dit moet hij zien klaar te spelen tijdens een tocht door de Anthony Mann welbekende natuur, naar een dorpje waar zich een met groot geld gevulde bank zou bevinden. De bezeten bendeleider en Links oom Dock Tobin, die geweldig wordt neergezet door Lee J. Cobb, heeft hiervoor een zaligmakend plannetje uitgedacht dat er voor zal moeten zorgen dat ze zich het geld kunnen toe-eigenen en hij glundert al bij de gedachte aan zijn toekomstige bezittingen. Naast zijn oom heeft de beschermheer Link ook te maken met twee van zijn neven en twee andere bendeleden.
Ook de twee verdwaalde treinreizigers spelen een belangrijke rol. Wanneer ze er niet waren geweest, waren sommige dingen in ieder geval wel iets anders gelopen. Arthur O'Connell heeft een rol als de onwetende Sam Beasley, die waarschijnlijk vanuit het oosten is komen aanwaaien en Julie London moet als de zinggrage Billie Ellis voor de romantiek zorgen. De manier waarop dat laatste is uitgewerkt is origineel en interessant.
Wat er ten einde van de film in het dorpje afspeelt, loopt niet meer geheel volgens plan en dat leidt tot een zinderende confrontatie tussen Link (Cooper) en zijn familieleden. De manier waarop dit plaatsvindt en het verloop ervan zorgen er uiteindelijk voor dat deze vrij unieke western weergaloos eindigt.
Man Who Shot Liberty Valance, The (1962)
John Wayne, James Stewart en Lee Marvin samen in een door John Ford geregisseerde western. Dat moest haast wel leiden tot een grote klassieker en met The Man Who Shot Liberty Valance werd dan ook een onvergetelijke film afgeleverd. De hele tijd voel je dat je naar een meesterwerk zit te kijken. Werkelijk elke scene heeft een achterliggende gedachte en de film blijft voortdurend interessant.
Ford heeft met deze film een verhaal gecreëerd waarbij Wayne, Stewart en Marvin alle drie een rol hebben die hen op het lijf is geschreven. Wayne is de typische ingeburgerde westerling met het nodige gevoel voor humor. Lee Marvin speelt de gewelddadige, ruwe Liberty Valance zoals alleen hij dat kan. En Stewart is de wettelijk bevoegde en ietwat onzeker ogende oosterling die het dorpje wel even tot bedaren denkt te kunnen brengen. Deze drie persoonlijkheden zitten ook nog eens in een prachtig verhaal verwerkt. Valance zet de boel op stelten en de grote heren van de stad kunnen en willen er niets aan doen. De Marshal (Andy Devine), de dokter (Ken Murray) en de hoofdredacteur van de plaatselijke krant (Edmond O'Brien) zijn de vooraanstaande personen in het dorp, maar houden wel van een drankje en komen niet altijd even snugger over. Dat laatste komt in het begin misschien wat lachwekkend (in negatieve zin) over, maar persoonlijk vind ik het wel wat hebben. Wat in ieder geval wel duidelijk wordt is dat het niet van hen moet komen als het gaat om het inrekenen van Liberty Valance. Dan zou het eerder moeten komen van Tom Doniphon (Wayne) en zijn vriend Pompey (Woody Strode), maar ook zij passen wel op. Stoddard (Stewart) begrijpt hier maar niets van en wil op zijn eigen manier een einde maken aan alle onrust.
Wat dan volgt is een memorabele shoot-out, waarvan te verwachten valt hoe die zal aflopen. De titel van de film is dan waargemaakt en er volgt nog zo'n halfuur waarin duidelijk wordt hoe het Stoddard is vergaan in het verdere leven. Zo lijkt het althans. Maar het blijkt ineens heel anders in elkaar te zitten dan het in eerste instantie leek. Prachtig vond ik dat. Helemaal omdat ik het, toen ik de film voor het eerst zag, totaal niet aan zag komen. Het kwam voor mij heel onverwachts, terwijl ik bij herziening zag dat ik het eigenlijk wel door had kunnen hebben. Doniphon wordt natuurlijk niet voor niets straalbezopen en steekt ook niet zomaar zijn huis in brand. Hij had zojuist het leven van zijn vriend gered en die was opeens de held van het dorp. Hij had ook wel direct kunnen zeggen hoe het in mekaar stak, maar dan had niemand hem geloofd. Hij had het wel even gehad met die laffe wetsdienaar die ineens de grote meneer was. Het mooie van dit alles is dat niet alleen de kijkers van de film, maar ook de dorpsbewoners in de film, op het verkeerde been zijn gezet en die onverwachte wending in het verhaal was voor mij zo verrassend dat ik aan mezelf begon te twijfelen. Had ik wel opgelet? Heb ik wel goed zitten kijken?
Daarbij komt nog de fijne sfeer die door de hele film hangt. Het verhaal in de film mag dan genialer zijn dan die van de gemiddelde western, maar de sfeer in de film lijdt daar niet onder. Alles vindt plaats in een typisch westerndorpje dat bewoond wordt door een aantal prachtige personages en er gebeurd van alles. Verder zijn het begin en het eind een aangename toevoeging. Zowel het begin als het einde staat los van het verhaal op zich, maar toch maken ze de film compleet. Oude vrienden worden herenigd en zien elkaar weer in een tijd waarin alles is veranderd. En met het einde van Doniphons leven is uiteindelijk ook de film ten einde.
Man with the Gun (1955)
Alternatieve titel: Deadly Peacemaker
Aardige jaren vijftigwestern met een mooie rol van Robert Mitchum. Naast Mitchum zijn er een aantal meer bekende gezichten te zien en het acteerwerk is daarmee prima, hoewel nergens echt hoogstaand. Het gebruik van zwart-wit pakt niet helemaal goed uit. In Technicolor zou de film er waarschijnlijk een stuk sfeervoller hebben uitgezien. Verder is het niet altijd even makkelijk de aandacht er bij te houden en is er door de vele dialogen op enkele momenten na vrij weinig interessants gaande. Toch steekt Man with the Gun in de basis nog dermate goed in mekaar dat het de middelmaat eigenlijk niet heeft hoeven te ontstijgen om prima te vermaken.
Man without a Star (1955)
Zeer vermakelijk en tegelijk erg sfeervolle cowboywestern. Man without a Star is erg mooi geschoten en de Technicolor-kleuren voelen vertrouwd. De film is een beetje komisch van toon en dat werkte dit keer prima voor mij. Grappen zijn leuk in plaats van schijtlollig en Kirk Douglas steelt de show. De vernieuwing van het Wilde Westen staat centraal en de invloed van het oosten is goed zichtbaar. Een prachtige scène is bijvoorbeeld die waarin Douglas een make-up tafel inspecteert in een vrouwenslaapkamer, nadat ie zich al buitengewoon verbaasde over de aanwezigheid van een badkamer in dezelfde pasgebouwde woning.
Douglas is goed, maar ook Richard Boone zie ik graag zoals hier in deze film. Min of meer in een schurkenrol dus en niet zoals bijvoorbeeld in Have Gun - Will Travel als de goedheid zelve. Een klein minpuntje is dat Douglas uiteindelijk bijtend als winnende uit de strijd (met Boone) moet komen, maar goed, die kleine teleurstelling heeft mede dankzij (de titelsong van) Frankie Laine niet zo'n hele grote invloed op de vermakelijkheid van deze sterke western.
Matterhorn (2013)
Na het zien van de trailer, het lezen van enkele positieve reacties en de daaropvolgende (wellicht ietwat te hoge) verwachtingen is deze film me behoorlijk tegen gevallen. En dat terwijl het niet eens zo heel erg slecht was. Je moet er van houden, maar aan mij zijn dit soort films niet besteed.
Matterhorn verteld een interessant verhaal en dat is dan ook meteen het grote pluspunt van de film. Fred, die niet meer weet wat-ie met zijn leven moet na alles wat hij heeft meegemaakt, maakt kennis met een verwarde man die geen nee kan zeggen. Hun relatie komt moeizaam op gang, maar wanneer ze eenmaal een klik hebben gaat het snel. In een mum van tijd treden ze samen op en het duurt vervolgens niet eens zo heel lang meer voordat ze getrouwd zijn.
Hoewel er genoeg gebeurt, is de film wat aan de trage kant. Dat was voor mij het grootste probleem. Ik kon m’n aandacht er niet de hele tijd volledig bij houden en het puntje van m’n stoel heeft wel eens erger onder mijn gewicht geleden dan afgelopen zaterdag. Doordat de film zo traag was ging ik me ook steeds meer aan andere (kleine) dinge ergeren. De kerk(gemeenschap) bijvoorbeeld. De drukbezochte kerk had welgeteld één lege plek voor eventuele gasten en die plek was precies naast onze Fred. Als er dan vervolgens een gast in de kerk komt wordt hij als het ware met de nek aangekeken, terwijl de gemiddelde kerk hem op z’n minst met open armen ontvangen had.
Het komediegedeelte is ook volledig langs me heen gegaan. Dat Fred de man voortdurend de gek aan steekt, daar zie ik de lol niet van in. De film kan daarnaast nog enkele bijzondere, vergezochte elementen bevatten, maar dat zorgt er voor mij niet voor dat dit een topfilm is.
“Ja, meneer.”
Misfits, The (1961)
Alternatieve titel: De Ontwrichten
Marilyn Monroe is beeldschoon, maar kwam in deze film helaas nogal onnozel en kinderlijk op me over. Dit was pas de tweede film die ik van haar zag en ook Clark Gable had ik nog niet vaak eerder aan het werk gezien. Bij de laatste kan ik me vooralsnog echter wat minder goed voorstellen wat men in hem ziet/zag. Het kan aan zijn rollen liggen maar zowel in Gone with the Wind als hier in The Misfits kwam ie op mij niet bepaald sympathiek over en was ie voor mij niet bepaald de uitblinker. Ik was in elk geval maar wat blij met de rollen van Eli Wallach en Montgomery Clift, want die weten er nog wel wat aardigs van te maken.
Missing, The (2003)
The Missing is een avonturenwestern waarbij al meteen vanaf het begin een soort spanning voelbaar is. Eerst is het de wat ongelukkige wederkomst van de verindiaanste weggelopen (groot)vader die een wat geheimzinnig sfeertje aan de film geeft, en even later wordt het almaar spannender en mysterieuzer als één van de dochters ineens blijkt te zijn verdwenen.
Waar de grootvader zich aanvankelijk met zijn familie wil herenigen en deze hereniging in eerste instantie nogal moeilijk verloopt, zorgt de vermissing er voor dat deze ineens een nieuwe kans krijgt. Hij kan zijn dochter immers helpen bij het zoeken naar zijn kleindochter en laat deze kans niet liggen. Zijn multiculturele achtergrond zorgt er voor dat hun zoektocht er een stuk makkelijker op wordt en ook de medische vaardigheden van zijn dochter komen hen meer dan eens goed van pas. Toch zijn ze verre van onoverwinnelijk en hangt er voortdurend een bepaalde dreiging in de lucht.
Naast de voortdurend aanwezige spanning, moet de film het voornamelijk van het acteren hebben. Het is met name Jenna Boyd die hier op negen- of tienjarige leeftijd een erg sterke indruk weet te maken. Ze doet zeker niet onder voor Cate Blanchett en de altijd stoïcijnse Tommy Lee Jones, die eveneens geweldig zijn. De onmenselijke indiaanse deserteurs die de vrouwen ontvoerden zijn overtuigend angstaanjagend. Eric Schweig voorop. Dat de vermiste dochter en haar lotgenoten in een benauwende situatie terecht zijn gekomen, komt hierdoor erg goed naar voren.
Na bijna twee uur lang naar een af en toe wat traag verlopende achtervolging te hebben gekeken, valt het einde niet tegen. Hoewel het duidelijk is wat er te gebeuren staat, is de manier waarop de film eindigt alleraardigst en kent deze een spectaculair slot waarbij actie en emotie op een mooie manier worden gecombineerd.
Missouri Breaks, The (1976)
Who is Thomas Jefferson?
- Guy back east.
Ik vond deze western zo gek nog niet. Nou ja, gek is misschien hier niet het goede woord, want de wat absurde rol van Marlon Brando is geen onbelangrijke, maar de film is verre van slecht. Wel moest ik wat wennen aan Robert E. Lee Clayton (Brando). Zowel zijn persoonlijkheid als zijn naam deden mij eerst even de wenkbrauwen fronsen, maar na verloop van tijd kon ik wel genieten van zijn eigenzinnige karakter en zijn wat vreemde manier van handelen.
Naast Marlon Brando had ik ook Jack Nicholson nog niet eerder in een western gezien, maar dat hij een waardige tegenspeler is moge duidelijk zijn. Als Tom Logan, de leider van een groepje veedieven, maakt hij de nodige indruk. Zo ook op Jane Braxton (Kathleen Lloyd), waarmee hij een speciale band krijgt. Een band die zorgt voor de nodige spanningen in de film omdat haar familie het eigenlijk nogal te verduren heeft onder Logan's daden. Reden genoeg om een zogenaamde 'regulator', de zojuist genoemde heer Clayton, in te schakelen. Hij moet maar even regelen dat er eind komt aan alle ontstane onenigheid.
Hierop volgt een klopjacht die uitmondt in een interessante confrontatie tegen het einde. Een confrontatie die mijns inziens op iets te veel rolletjes verloopt. De man die eerst zo onschendbaar was en zeer deskundig te werk ging, wordt ineens heel makkelijk voor de gek gehouden. Hij verliest zijn onoverwinnelijkheid zo snel dat van geloofwaardigheid nog weinig sprake is. Zo weinig dat de nog resterende confrontatie helemaal vreemd en ongeloofwaardig is.
De film mag dan The Missouri Breaks heten maar de mooie uitgestrekte vlakten van Montana, waar de film feitelijk is opgenomen, stelen de show. De aandacht die besteed is aan de mooie plaatjes mist zijn uitwerking niet en het resultaat mag er wezen. Samen met de goeie rollen van Brando en Nicholson zorgt dat ervoor dat het beste leuk is om naar te kijken, al is de film voor de rest niet bepaald memorabel.
Montana Kid, The (1931)
Best een aardige B-western die voor een keertje op zich wel leuk is en wel aardig wegkijkt omdat ie niet te lang is, maar tegelijkertijd niet zo heel bijzonder is omdat er in de korte speelduur nou ook weer niet zo gek veel spetterends en boeiends gebeurt. Toch sta ik er van te kijken hoe goed dit soort films eigenlijk in mekaar steken. De zwart-wit beelden en de geluidsopnames brengen een ouderwetse maar heel fijne sfeer met zich mee en het is verbazingwekkend dat dit soort oude B-westerns daardoor eigenlijk een stuk leuker zijn om naar te kijken dan de gemiddelde western die er vandaag de dag wordt gemaakt. The Montana Kid mag dan verre van bijzonder zijn en het verhaaltje is dan misschien wat magertjes, maar het westernsfeertje is prima en de goedlachse Bill Cody heeft een leuke rol.
Monte Walsh (1970)
Mooie film over een man die in een interessante situatie is beland. Hij moet immers in een tijd waarin het westen zijn wildheid verliest zijn leven veranderen. Dat is althans hoe de meeste mensen in zijn omgeving er naar kijken. Hijzelf denkt er anders over en moet er niet aan denken om een ander leven te leiden.
Het is vooral aan Lee Marvin en Jack Palance te danken dat dit zo'n goede film is geworden. Ze zetten beiden een prachtige rol neer en doen dat allebei op fantastische wijze. Marvin zorgde er voor dat ik van begin tot eind met Walsh meeleefde.
Voortdurend zien we de twijfel bij Monte Walsh. Moet hij nu ook ander werk gaan zoeken en een ander leven beginnen of is er een mogelijkheid bij het oude te blijven. Zijn voorkeur gaat uit naar dat laatste. Hierbij is het perfecte westernsfeertje gecreëerd dat er voor zorgt dat het moraal van het verhaal goed duidelijk wordt. De muziek zorgt voor een ouderwetse sfeer dat verwijst naar het oude en wilde westen en de nostalgie druipt er vanaf.
Monte Walsh (2003)
Prachtige western. De samenwerking tussen Simon Wincer en Tom Selleck is er een die mij wel kan bekoren. Jammer dat ze maar drie keer hebben samengewerkt, maar anderzijds mooi dat ze ook zelf doorhadden wat voor een moois ze samen maakten. Tom Selleck heeft hier weer een erg mooie rol in een van Wincer’s (beste) westerns.
Normaal gesproken vind ik het woord remake mooier dan het hele idee erachter, maar in dit geval ben ik blij dat er een poging gewaagd is. Deze versie van Monte Walsh weet namelijk de voorgaande versie te overtreffen. In de film uit 1970 was het Lee Marvin die er voor zorgde dat ik met Monte Walsh meeleefde, maar Tom Selleck zorgde er voor dat ik ook meeleefde met alles en iedereen in zijn omgeving. Ik had het gevoel dat ik er midden in zat. Zo werd bijvoorbeeld veel duidelijker hoe goed de relatie is tussen Walsh en zijn vriendin en wordt ook duidelijk hoe sterk de band was tussen Monte en zijn vriend Shorty, waardoor het einde (van Shorty’s leven) veel meer indruk maakt.
De sfeer die in deze western aanwezig is, is fenomenaal. Ik vind het altijd wel fijn als er een zogenaamde westernsfeer aanwezig is, maar in dit geval levert het een wel erg grote bijdrage aan het succes van de film. Zoals ik al zei had ik het idee dat ik er midden in zat en dat was voornamelijk te danken aan de sfeer die werd gecreëerd. Ook de omgeving is prachtig en dat zorgt er voor dat er geen tekort is aan mooie plaatjes.
Veel scenes komen rechtstreeks uit het origineel en dat is niet meer dan logisch, maar de scenes die er in deze versie aan toegevoegd zijn, zijn van toegevoegde waarde. De laatste tien minuten zijn een prachtige toevoeging aan een evenzo prachtige, nostalgische western. Het eind maakt nog net even meer duidelijk hoe serieus de situatie daadwerkelijk was.
Mulholland Dr. (2001)
Alternatieve titel: Mulholland Drive
Ja, de genialiteit was hier en daar wel voelbaar, maar mijn type film is het helaas niet. Bij dit soort mysterieuze films heb ik nog wel eens het idee gedurende het kijken met een puzzel bezig te zijn, maar in dit geval betrof het een puzzel waarbij ik van te voren niet goed op de doos had gekeken. Toen tegen het einde de puzzelstukjes op hun plaats begonnen te vallen, bleek het - bij wijze van spreken - om een abstract schilderij te gaan, waardoor ik dus niet bepaald met een voldaan gevoel achter bleef. Heb nog gekeken of een nachtje erover slapen wonderen deed, maar waar het gisteren na het zien van de film wat bleef duizelen rondom de inhoud en betekenis van de film, kan ik daar nu nog altijd niet zo heel veel mee. Toch was, zoals ik al zei, wel voelbaar hoe geniaal deze film bij vlagen is en kan ik moeilijk ontkennen dat Mulholland Dr. een erg bijzondere film is. Hij zal dan ook nog wel even in mijn gedachten blijven ronddwarrelen de komende dagen.
