- Home
- LuukRamaker
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten LuukRamaker als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Genesi: La Creazione e il Diluvio (1994)
Alternatieve titel: The Bible - Genesis: The Creation and the Flood
Dit is hoe dit soort Bijbelpassages verfilmd moeten worden. Ondersteund door prachtig geschoten beelden worden de eerste 9 hoofdstukken van Genesis voorgedragen. Hierbij zijn de makers bijzonder objectief gebleven, waardoor het inhoudelijk gezien allemaal redelijk vrij valt te interpreteren. Je ziet bijvoorbeeld niet exact hoe de wereld van aarde en water werd voorzien, hoe de mensen uit het stof voortkwamen of hoe Kaïn Abel te lijf zou zijn gegaan, maar (ondersteund door wat meer oppervlakkige beelden) worden deze gebeurtenissen wel gemeld en als kijker kun je daar dus nog altijd je eigen beeld bij schetsen. Het enige nadeel is dat er weinig snelheid in zit, maar dat stoorde gelukkig niet dusdanig dat ik er niet van heb kunnen genieten, want de film wist de aandacht wel aardig vast te houden.
Geronimo: An American Legend (1993)
Geronimo: An American Legend is een bijzondere western. En dan niet een met een zogenaamd westernsfeertje. Er wordt geen leuk en spannend sprookje uit het wilde westen verteld, maar er wordt op een realistische manier weergegeven hoe de indianen hun land definitief uit handen moesten geven.
Regisseur Walter Hill is m.i. onpartijdig gebleven. Toch gaat (bij mij) de meeste sympathie uit naar de indianen, want wat zijn ze op een ongelooflijk trieste manier behandeld. Zeer spijtig dat de Amerikanen uiteindelijk d.m.v. loze beloftes Geronimo’s 'opstand' de kop in drukten.
Goede film die de werkelijke verstandhouding tussen de cowboys en indianen goed weergeeft.
“A way of life that endured thousands of years is gone.”
Gettysburg (1993)
De drie dagen durende slag bij Gettysburg was de meest bloederige slag die tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog gevochten is. Duizenden mensen kwamen erbij om het leven. Deze bekende slag verdient dan ook een goede film en als er één film is die allen die er hebben gevochten eer aan doet, is het wel deze. Gettysburg is namelijk een ongelooflijk sterke film die prachtig weergeeft wat er destijds moet hebben plaats gevonden.
Onlangs zag ik Gods and Generals (de later gemaakte voorloper van deze film) en ik kon me moeilijk voorstellen dat ik deze film, die ik daarvoor al een maal gezien had, zoveel beter had beoordeeld dan die film. Nu ik deze film nogmaals bekeken heb kan ik echter alleen maar zeggen dat ik daar nog altijd volledig achter sta. Waar in de zojuist genoemde film meerdere slagvelden aan de orde komen en er daarnaast ook veel bijzaken behandeld worden, richt Gettysburg zich maar op één slagveld en daarnaast enkel op dingen die daarmee te maken hebben. Sommigen zullen zich er aan ergeren dat we hiermee in een mannenwereld zijn beland, maar ik heb me daar niet aan gestoord (en realiseerde het me eigenlijk pas toen ik las dat er in de gehele film maar één maal iets door een vrouw gezegd wordt).
Vier en een half uur waren er nodig om drie dagen van keiharde oorlog te reconstrueren en voor zo een lange film valt het eigenlijk erg mee hoe saai het over het algemeen is. De film bevat weinig dode momenten (tenzij je dat letterlijk neemt natuurlijk) en op elk van de drie dagen is er plek voor meer dan een half uur aan oorlog in optima forma. Vooral voor de spetterende wanhoopspoging van de laatste dag is ruim de tijd genomen en die maakt dan ook veel indruk.
Er komen tal van helden voorbij in de vorm van generaals en kolonels. Allemaal worden ze erg goed neergezet. Jeff Daniels is de uitblinker in de rol van kolonel Chamberlain, maar ook Tom Berenger, Martin Sheen en Stephen Lang komen erg sterk over. Daarnaast ziet de rest er ook erg realistisch uit. Zowel de overige acteerprestaties als de aankleding van het geheel zorgen er voor dat je het gevoel hebt dat je er zelf bij bent.
Giant (1956)
Prachtig familie-epos dat zich afspeelt in de tijd waarin het assortiment aan vervoersmiddelen zich langzaam aan het verbreden is. De geweldige openingsscène maakt al meteen op een prachtige manier duidelijk dat het personenvervoer niet per se meer door paarden hoeft te worden verzorgd, maar dat ze enkel nog voor specifieke doeleinden worden aangeschaft. Bij het runnen van een ranch als die van de familie Benedict zijn ze nog onmisbaar en het kopen van een hengst is een zeer serieuze aangelegenheid. Helemaal wanneer je daarbij ook nog eens de liefde van je leven ontmoet, zoals de welgestelde rancheigenaar Jordan Benedict ditmaal overkomt.
Hoe het leven van deze rancher er aan het thuisfront uitziet, wordt vervolgens op een uitgebreide manier getoond. Dikwijls wordt een gevoelige snaar geraakt en zelfs de romantiek wordt niet geromantiseerd. Ook tussen de Texaanse rancher en zijn oosterse vrouw Leslie botst het immers weleens en ook in hun relatie is er weleens sprake van een klein dan wel groot meningsverschil. Deze onenigheden hebben zo nu en dan hun negatieve gevolgen, maar leiden vaak genoeg tot een verbetering in de verstandhouding of een versterking in de familieband.
En dan is het het buitenbeentje James Dean die de show steelt in deze film die zich richt op het leven van de familie Benedict en dat wat zich afspeelt op hun landerijen. Hij weet voor mij alleen al in deze film zijn legendarische status waar te maken als de eens zo teruggetrokken ranchhulp die langzaam uit zijn zelf gegraven put weet te klimmen en daarbij op geheel eigen, stille wijze zijn opgekropte wraakgevoelens met daden in plaats van woorden weet te uiten. En als je in deze film boven de rest van de cast uit steekt, zegt dat heel wat. Zijn tegenspelers zijn namelijk ook stuk voor stuk geweldig. Of het nu gaat om Rock Hudson, Elizabeth Taylor, Dennis Hopper, of om de rest, allemaal zorgen ze ervoor dat het een groot genot is om naar te kijken. Zo baalde ik er zelfs van dat Mercedes McCambridge, die me in Johnny Guitar nog in negatieve zin op de zenuwen werkte, zo’n beperkte rol had.
Al met al was het een behoorlijke zit en bij een meer dan drie uur durende film is het gelukkig niet zo erg als het af en toe een klein beetje inzakt. Het waren dan ook drie welbestede uren waarin ik me meer dan prima heb vermaakt.
Go West (1925)
Het Wilde Westen staat niet echt bekend als een plek waar veel gelachen werd en westerns die voor een combi gaan met het comedy-genre willen nog wel eens mislukken. Zo had ook Buster Keaton het niet makkelijk om meer dan een uur lang grappig te blijven in deze film waarbij hij richting het westen trekt. Eventjes klooien met de koeien, paarden, ezels en zelfs kippen is wel geinig maar dat houdt een keertje op (al was die chaos in dat dorpje tegen het einde dan wel weer erg leuk). Natuurlijk worden er een paar dingen meer aangehaald en volgt de film verder wel een leuke verhaallijn, maar de film is helaas verre van een meesterwerk.
Gods and Generals (2003)
Gods and Generals is net als het ervoor uitgebrachte Gettysburg een zeer interessante en indrukwekkende film. Lt. Gen. Thomas 'Stonewall' Jackson vind ik één van de meest interessante persoonlijkheden uit de Amerikaanse burgeroorlog. Alleen al het feit dat wetenschappers er vandaag de dag vanuit gaan dat hij aan het syndroom van Asperger leed getuigt er al van dat het een heel bijzondere man geweest moet zijn. Hij had, goedgelovig als hij was, totaal geen angst voor de dood en mede hierom bleef hij als een muur overeind staan wanneer de kogels hem om de oren vlogen. Dit laatste leidde dan ook tot zijn bijnaam Stonewall.
Gelukkig is Jackson, die overigens erg sterk wordt neergezet door Stephen Lang, niet de enige waarnaar de aandacht uit gaat. Bij de lange duur die de film heeft zijn de schakelingen tussen hem en andere mensen zeer welkom. Hij is een zeer interessant persoon, maar om tijdens de gehele speelduur alleen hem te volgen is te veel van het goede. Als het alleen om hem (één van de generaals van de Geconfedereerden) zou draaien zou dat bovendien iets weg hebben van partijdigheid, iets dat bij een grootse film als deze natuurlijk ongewenst is. De keuze om bijvoorbeeld ook Lt. Col. Joshua Lawrence Chamberlain (van de Unie) een plek te geven in de film was een heel goede. Zowel voor de onpartijdigheid alsook voor de betere aansluiting met Gettysburg valt zijn inbreng in de film te prijzen. Het is mooi dat Jeff Daniels in beide films die rol op zich nam.
Robert Duvall is als Gen. Robert E. Lee overtuigend als altijd en als één van zijn afstammelingen moet dit een bijzondere rol voor hem zijn geweest. Ook de overige rollen binnen de beide legers en erbuiten worden goed ingevuld. Het oogt allemaal zeer realistisch en dat is erg belangrijk voor de film. Ronald F. Maxwell was uit op een realistische weergave van de door hem gekozen historische gebeurtenissen en mag zich hier in grote lijnen toch wel in geslaagd noemen. Er zijn natuurlijk tal van kleine details die niet overeenkomen met de werkelijkheid, maar in zijn geheel komt de film gewoon erg overtuigend over.
Langdradige en soms wat saaie conversaties worden afgewisseld met lang aanhoudende hoogtepunten in de vorm van veldslagen. De veldslagen zijn over het algemeen mooi vormgegeven en zien er doorgaans erg realistisch uit. Vooral de leegloop van Fredericksburg maakte op mij de nodige indruk. Dat is iets waar ikzelf nooit zo gauw aan gedacht had, maar bij dit soort films natuurlijk niet over het hoofd gezien mag worden. Ook de andere veldslagen, zoals die bij Bull Run en Chancellorsville, zijn mooi gereconstrueerd en zijn mijns inziens van toegevoegde waarde naast geschiedenisboeken.
De slag bij Chancellorsville is de laatste. Tijdens het laatste uur is het wachten op het bekende einde. De dood van General Jackson oogt erg realistisch en maakt, hoewel het niet geheel onverwachts kwam, indruk. Er wordt ruim de tijd genomen om hem langzaam te zien aftakelen. Uiteindelijk blaast hij met zijn laatste adem het verhaaltje uit en komt, naast hem, ook de film aan zijn einde.
Grande Duello, Il (1972)
Alternatieve titel: The Grand Duel
Il Grande Duello is een lekker overdreven en rauwe Europese western die in het begin wel wat wegheeft van Stagecoach en uiteindelijk eindigt met een soort gunfight at the O.K. Corral. Maar goed, dat zijn grote hoofdlijnen die in de sterk aanwezige, dikke laag spaghettisaus nog maar nauwelijks zijn op te merken. Verder is het immers een typische spaghettiwestern die qua setting weliswaar af en toe best wat wegheeft van het Amerikaanse westen maar wel de grillige sfeer heeft die er in het Italiaanse Wilde Westen altijd hangt. Het is voornamelijk de Lee Van Cleef-show want van zijn inmiddels in de vergetelheid geraakte tegenspeler Alberto Dentice moet de film het niet hebben, al had (zoals Brix ook al aangaf) de stoïcijnse Horst Frank eventueel wel wat eerder ten tonele mogen verschijnen om nog wat meer serieuze spanning in de film te brengen. Nu moet de film het naast de koelbloedige Van Cleef (voor)namelijk hebben van rondvliegende kogels en de grauwe sfeer.
Grapes of Wrath, The (1940)
Bijzonder familiedrama, gebaseerd op een boek dat de ervaringen van de Grote Depressie beschrijft. En waarom die periode een "depressie" wordt genoemd, wordt uit The Grapes of Wrath wel duidelijk. Zo'n abrupte verdrijving als onder andere de familie Joad in deze film moet doorstaan, moet immers een depressieve uitwerking hebben gehad. En het is John Ford behoorlijk goed gelukt deze deerniswekkende belevenissen op een mooie maar toch ook vrij sombere manier in beeld te brengen. Wat hierbij erg meehielp is dat ie voor de familie precies de goede acteurs/actrices lijkt te hebben gevonden. Met name Henry Fonda, John Carradine en Jane Darwell blinken uit in deze goede klassieker.
Great Escape, The (1963)
Bijzondere oorlogsfilm, waarbij het eigenlijk heel knap is hoe John Sturges het voor mekaar heeft gekregen om een heel luchtige sfeer te creëren, maar tegelijkertijd genoeg spanning in de film wist te houden om het een en ander nog een beetje interessant te houden. Het zijn de kenmerkende en steeds weer terugkomende deuntjes die voor beide van die grote pluspunten zorgen. Waar deze enerzijds wat spanning met zich meebrengen, weten ze anderzijds behoorlijk te relativeren. Dat werkte voor mij, waardoor ik erg heb kunnen genieten van de avonturen van deze POW's. Mede omdat een keur aan bekende acteurs deze krijgsgevangenen neerzetten en ze er hier en daar hun eigen draai aan weten mee te geven, weet The Great Escape van begin tot eind erg goed te vermaken.
Great Northfield Minnesota Raid, The (1972)
The Great Northfield Minnesota Raid heeft alleen maar de titel nodig om interesse te wekken en met een toelichting van het verhaal en het aantrekkelijke rijtje namen van de personen die erin meespeelden, deed de film me al helemaal bijna watertanden. Robert Duvall in de rol van Jesse James en Cliff Robertson als Cole Younger. Dan kan het haast niet mislopen, zou je zeggen. Nu is de film ook niet helemaal mislukt en doet iedereen het naar behoren, maar een erg sterke film was het helaas niet.
Het grootste probleem was dat het niet boeide. Waar het door kwam is me eigenlijk een raadsel maar ik kon mijn aandacht er maar moeilijk bijhouden. Het ontbrak aan spanning doordat het verhaal wat magertjes was. Het was duidelijk welke kant het op zou gaan en waar de film zou eindigen. De vraag was alleen hoe het afliep (hoe waarheidsgetrouw de film zou zijn) en wat er tot die tijd zou gebeuren. Als die laatste vraag dan vervolgens niet van zo’n heel uitgebreid antwoord wordt voorzien, is het smachten naar het einde.
In de film is geprobeerd de ware gebeurtenissen zo correct mogelijk weer te geven en dat is dan ook meteen het grootste pluspunt van de film. Wat niet uit de film naar voren komt, wordt er wel voor- of achteraf bij verteld, waardoor het historisch gezien zeker interessant was. Dat niet alles letterlijk uit de geschiedenisboeken kan worden gehaald zorgt ervoor dat er wat ruimte is voor aardige dialogen, die af en toe zelfs een goede grap bevatten.
De rollen werden goed ingevuld en mede daarom is het nog best uit te houden tot het lang verwachte einde. Duvall zet een goede Jesse James neer, R. G. Armstrong heeft een aardige rol, Robertson steelt de show en het werd voor mij ook maar weer eens duidelijk dat Matt Clark niet voor niets een van mijn favoriete bijrolacteurs is. Toch konden ze er niet voor zorgen dat deze film boven de middelmaat uitstijgt, want daarvoor gebeurde er simpelweg te weinig.
Great Train Robbery, The (1903)
De begrippen 'Country' & 'Western' zijn al lange tijd niet meer per definitie samengesmolten, laat staan onafscheidelijk, maar ze staan nog wel voor de twee genres die ik als mijn favoriete beschouw; de eerste als het gaat om muziek, de tweede voor wat betreft beeld en geschrift. Het lijkt me geen vreemde wens bij je favoriete genres op de hoogte zijn van het beste wat daarbinnen te vinden valt. Op gebied van film streef ik er daarom naar de 100 beste westernfilms eens goed te (her)bekijken. Western Writers of America heeft hiervoor een mooie geschikte lijst samengesteld en vandaag staat nummer 100 daaruit in de spotlight.
#100 - Edwin S. Porter - The Great Train Robbery (1903) - 8,1/10,0
De regisseur
De op 21 april 1870 te Connellsville, Pennsylvania geboren Edwin Stanton Porter zal niet van kinds af aan gedroomd hebben van het maken van films. Daar zal voor de doorsnee persoon die in de jaren 70 van de negentiende eeuw opgroeide namelijk nogal wat inbeeldingsvermogen aan te pas moeten zijn gekomen. In plaats daarvan was hij na zijn schooltijd onder andere actief als schilder en telegraafbediende, voor hij bij de marine als elektricien aan het werk ging. Min of meer per toeval kwam hij op den duur terecht in de filmwereld, die nog in de prille beginfase was en waarin dus een hoop viel te ontdekken.
De eerste twee decennia van de vorige eeuw vormden een periode waarin Porter verscheidene (korte) films creëerde en met de wereld deelde. Dit was met wisselend succes en zijn nalatenschap staat in zijn geheel niet per se hoog aangeschreven anno nu, maar hij ging wel de geschiedenisboeken in als degene die het westerngenre een soort definitieve doorbraak bezorgde binnen de filmwereld en de rijke historie van dat filmgenre inleidde. Hij was niet de eerste die een film in die setting liet afspelen, maar wel degene die de (tot op de dag van vandaag) populairste western uit die beginperiode op zijn naam heeft staan. Op het moment van zijn sterven, in 1941, hadden vele filmmakers zijn voorbeeld gevolgd en hun film in eenzelfde setting laten afspelen. Nadien zouden nog vele anderen dat blijven doen.
De film
In december van het jaar 1903 maakte de wereld kennis met een korte film genaamd 'The Great Train Robbery'. De titel zou bezoekers ietwat bekend in de oren hebben kunnen klinken, want dit filmische kunstwerkje was gebaseerd op een toneelstuk dat dezelfde naam droeg en enkele jaren ervoor, in 1896, in Chicago in première was gegaan. Het script dat daaraan ten grondslag lag was afkomstig van Scott Marble, die evenals Porter uit Pennsylvania afkomstig was en eveneens met diverse andere werken enige bekendheid had verworven.
De twaalf minuten durende film werd door Porter gemaakt in dienst van de in New York gevestigde Edison Manufacturing Company. Belangrijke bijdragen werden daarbij geleverd door bijvoorbeeld J. Blair Smith, die dienstdeed als een van de camerabedienden, en uiteraard door de acteurs, waarvan vooral Justus D. Barnes, Walter Cameron en G. M. Anderson het noemen waard zijn. Van laatstgenoemde wordt vermoed dat hij zich ook veel bezighield met de enscenering en daarmee assisteerde op de set. Het filmen vond plaats op verschillende locaties in november 1903, waarna de film slechts een maand later in première ging.
Het verhaal
Enkele bandieten die erop uit zijn een trein te overvallen, brengen een duidelijk van te voren bedacht plan ten uitvoer en leggen een telegraafbediende het zwijgen op voor ze de arriverende trein daadwerkelijk binnentreden. Wanneer de stoomtrein gestopt is om de watervoorraad aan te vullen, klimmen de vier kwaadwilligen aan boord, waar ze vlug de postbewaker om weten te leggen, een kist uit de ruimte tot ontploffing brengen en de beoogde buit meegrissen uit de betreffende ruimte. De trein, die ondertussen weer op gang is gekomen, wordt vervolgens door de onder schot gehouden machinist tot stilstand gebracht, maar niet voordat de kolenschepper onschadelijk is gemaakt en van de trein is geworpen.
De passagierswagons worden losgekoppeld en de inzittenden komen onder dwang naar buiten. Terwijl door de overvallers waardevolle spullen bij elkaar worden vergaard wordt een vluchtende man neergeschoten en hij wordt met de anderen achtergelaten als de vier er met de locomotief vandoor gaan om verderop, met de door hen in het bos opgestelde paarden, hun weg te vervolgen. De telegraafbediende weet ondertussen, vlak voor hij buiten bewustzijn raakt, een signaal door te geven aan de lokale wetsdienaren, die daarmee een feest waarop ze verbleven verstoord zien worden en de achtervolging inzetten. De voortvluchtigen worden al snel overmeesterd en de buit wordt uiteindelijk teruggewonnen. Hoewel de gewelddadige dieven ogenschijnlijk zijn omgekomen en niet langer een bedreiging vormen, wordt tot slot toch nog een beeld getoond van een hen. Hij doorbreekt de vierde wand en lost enkele schoten richting het publiek.
De beelden
Het is niet moeilijk voor te stellen dat een publiek dat vooral toneel of gefilmde toneelbeelden gewend was, opschrok van de meer dan levensgrote fictieve bandiet die recht de camera inkeek en zijn pistool afvuurde in de richting van de kijker. Dat beeld komt bovendien op een onverwachts moment, net nadat alles goed lijkt te zijn afgelopen, en heeft daarom verhaaltechnisch ook een nogal verrassend effect. Het aangezicht zelf spreekt echter al boekdelen: de stoere besnorde man is met zijn donkere ogen de verpersoonlijking van het kwaad dat in de rest van de film centraal heeft gestaan en laat zich nog een laatste maal van zijn meest duistere kant zien.
De scenes die aan de befaamde slotseconden voorafgingen zijn ook niet onverdienstelijk. Elk beeld spreekt voor zich en waar het bijna geen moment zo kaal is als het op een toneelpodium soms kan zijn, wordt ook nooit te veel in beeld gebracht dat van de hoofdverhaallijn kan afleiden. Er zijn geen teksten nodig om de voortgang van het korte lineaire verhaal te kunnen begrijpen, dus zonder tussentitels en dialogen is alles prima te volgen. Zowel interieur als exterieur zijn daarbij optimaal vormgegeven.
De conclusie
Het is en blijft lastig bepaalde kunstwerken op waarde te schatten als er wat de betreffende kunstvorm betreft een hoop technologische ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en het verplaatsen in een andere tijdsgeest is niet voor iedereen weggelegd, maar het loont af en toe om er toch een poging toe te doen. Het lijkt me anno 2025 niet langer een haalbaar streven optimaal van deze korte film te genieten en de bewondering zal bij ons als eenentwintigste-eeuwsen waarschijnlijk niet half zo groot zijn als toeschouwers van enkele generaties geleden, maar toch is er (vooral) dat tijdloze verhalende aspect dat me er zelfs nu nog met erg veel plezier naar heeft doen kijken.
Grey Fox, The (1982)
Heel aardige western met een sterk spelende Richard Farnsworth. De prima sfeerbeelden van de omgeving, de aardige muziek en de goede cast maken het zeer aangenaam om naar te kijken. Dat deze film zo geweldig populair is begrijp ik echter niet helemaal. Het feit dat de film moeilijk verkrijgbaar is, zorgt natuurlijk voor een wat geheimzinnige status, maar dat wil nog niet zeggen dat deze film het waard is om de hemel in te worden geprezen. Persoonlijk heb ik me wel degelijk prima vermaakt, maar door de veelbelovende kritieken waren mijn verwachtingen wellicht wat te hoog. Desondanks was het interessant om deze biografische western, over een mij aanvankelijk onbekende westernbandiet, eens te zien.
Gunfight at Dodge City, The (1959)
Mooie sfeervolle western, die gedragen wordt door niemand minder dan Joel McCrea. Een overtuigende rol van hem zorgt er, samen met de goede setting en zijn prima medespelers, voor dat The Gunfight at Dodge City erg vermakelijk is om naar te kijken. Als de harde Bat Masterson is McCrea in bijna alles het tegenovergestelde van zijn broer Ed (die door Harry Lauter wordt neergezet), waarmee hij nogal een vreemde vervanger van hem is. Het is interessant om te zien hoe zijn omgeving hierop reageert en hoe hij daar zelf mee omgaat. Daarbij wordt hem op een harde manier duidelijk dat er een verschil kan zijn tussen oude en nieuwe vrienden en raakt hij tegelijkertijd op leuke wijze tussen twee vrouwen verzeild.
Gunfight, A (1971)
Alternatieve titel: Gunfight
Een film die een aardig bedacht verhaaltje heeft en waarbij de spanning leuk wordt opgebouwd richting het einde, maar de film neemt wel een behoorlijk risicootje door alles op het eindduel te richten, waardoor A Gunfight uiteindelijk wat tegenvalt. De karakters worden wel op een leuke manier neergezet en de manier waarop ze tegenover elkaar komen te staan is aardig uitgewerkt, maar omdat de confrontatie tussen Kirk Douglas en Johnny Cash een redelijk teleurstellende afloop kent is hun verstandhouding helaas niet genoeg om deze film echt goed te dragen.
Gunfighter, The (1950)
The Gunfighter is een erg goeie film die binnen het westerngenre vermoedelijk tot Peck's besten behoord. In de prachtige rol van Jimmy Ringo (ongetwijfeld gebaseerd op Johnny Ringo) is hij zeer overtuigend. En dat terwijl de rol niet op het lijf van een gentleman als Peck geschreven lijkt.
Al vanaf het begin hangt er een bepaalde spanning in de lucht. Je voelt de tijd langzaam doortikken en dat zorgt voor een zeer aangename spanningsopbouw richting het komende einde. Wat dat betreft doet de film denken aan High Noon en 3:10 to Yuma die later met hetzelfde effect de gewenste successen hebben geboekt.
Nadeel van die geweldige spanningsopbouw was dat ik iets meer van het einde verwacht had. Het was ineens erg snel afgelopen. Voor ik het wist kreeg Ringo de kogel en begon de aftiteling. Maar goed, dat doet verder niets af aan het zeer vermakelijke eerste uur.
Gunman's Walk (1958)
Alternatieve titel: De Weg van het Geweld
Natuurlijk is het een geweldige Van Heflin die er voor moet zorgen dat Gunman's Walk een beetje uit te zitten is, maar dat doet hij wel met verve en volle overtuiging. Ditmaal is hij als rancher vele malen succesvoller dan in Shane en 3:10 to Yuma waardoor hij eenzelfde rol nu heel anders invult. Belangrijk is de band met zijn beide zonen. Zowel tussen hen tweeën als tussen hen en de vader loopt de relatie niet altijd even lekker waardoor ze allen steeds verder van elkaar verwijderd raken. Dat kan uiteraard niet tot het einde zo blijven, dus wordt er tegen het einde nog een aardige draai aan gegeven die deze western het kijken meer dan waard maakt en in de bioscoopzalen destijds volgens mij wel een aantal keren een aardig applausje teweeg moet hebben gebracht. Het is vooral de combinatie van een vrolijke noot, die met een hoop buldergelach wordt bewerkstelligt, en een serieuze toon, die zich voordoet wanneer er met luid geschiet moord en doodslag wordt gepleegd, die er voor zorgt dat het best een complete film is die goed blijft boeien van begin tot eind. Op mij had deze film dan ook zeker geen slaapverwekkende indruk.
