Meningen
Hier kun je zien welke berichten mrklm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Man Who Shook the Hand of Vicente Fernandez, The (2012)
In de laatste film die negentiger Ernest Borgnine maakte voor zijn dood speelt hij de rol van Rex Page, een knorrige voormalige radio-DJ die het nog steeds niet kan verkroppen dat zijn droom om een filmster te worden op het laatste moment aan zijn neus voorbij ging. Zelfs wanneer hij na een beroerte in een verzorgingshuis terecht komt besteedt hij veel van zijn tijd aan het zien en naspelen van de B-western waar hij in gespeeld zou hebben. Wanneer het Latijns-Amerikaanse personeel ontdekt dat Rex ooit de hand heeft geschud van de Mexicaanse zanger Vicente Fernandez, voelt hij zijn status groeien. Dat doet hem besluiten om, net als de cowboy die hij altijd al had willen spelen, de handschoen op te nemen tegen de schurken die het leven van de Latino’s in zijn naaste omgeving zuur maken. Een origineel uitgangspunt dat geknipt is voor Borgnine, die in de jaren ’50 schurkenrollen speelde in westernklassiekers als Johnny Guitar en Jubal. De paarden zijn vervangen door rolstoelen en rollators en dat levert enkele vermakelijke momenten op. Het is zonde dat Petridis in de finale vervalt in stroperig sentiment.
Man Who Sold His Skin, The (2020)
Alternatieve titel: L'Homme Qui Avait Vendu Sa Peau
Sam Ali [Yahya Mahayni] vlucht vanuit Syrië naar Libanon maar kan vervolgens geen kant op, tot hij kennis maakt met Jeffrey Godefroi [Koen de Bouw]. Deze provocerende kunstenaar biedt aan Sams rug om te toveren tot een kunstwerk, zodat hij als erkend kunstwerk mee mag reizen naar tentoonstellingen in het buitenland. Dit levert kunstenaar en kunstobject veel publiciteit op waardoor mensenrechtenorganisaties Godefroi beschuldigen van het exploiteren van vluchtelingen. Sam beseft zich dat de keuze die hij heeft gemaakt niet de vrijheid heeft opgeleverd waar hij op had gehoopt, en verzint een plan om die vrijheid weer terug te krijgen en zich te herenigen met zijn in Syrië achtergebleven geliefde Abeer [Dea Liane]. Ben Hania maakt scherpe observaties over zowel de internationale immigratiepolitiek als de kunstwereld, maar kiest daarvoor te nadrukkelijk voor de botte bijl waardoor hij zijn punten snel maakt en vervolgens worstelt om de boel op gang te houden. Geïnspireerd door het werk van de Belgische kunstenaar Wim Delvoye.
Man Who Stole Banksy, The (2018)
De titel is misleidend, aangezien deze documentaire vooral vragen stelt over de betekenis en waarde van straatkunst en het belang van 'context'. Het is het relaas van ondernemer Maikel Canawaty die een werk van de Britse straatkunstenaar Banksy besluit te verkopen. Daartoe laat hij een 4 ton wegende muur verwijderen en biedt hij het te koop aan bij een veiling. In zijn optiek heeft het kunstwerk, dat bedoeld is om de beruchte muur in Jeruzalem te bekritiseren en de Palestijnen een hart onder de riem te steken, meer waarde als het geld oplevert voor de Palestijnse gemeenschap.
De vragen die Marco Proserpio oproept in deze documentaire zijn relevant, maar de vele mensen die hij de vragen voorlegt geven min of meer hetzelfde antwoord. Daardoor is het voor de kijker al snel duidelijk welke meningen er zijn over dit onderwerp en heeft Proserpio daar weinig aan toe te voegen. In plaats daarvan haalt hij er allerhande zaken bij, waaronder een Banksy-expositie en gesprekken met een willekeur aan betrokkenen, om de tijd te doden. Wie meer wil weten over Banksy kan zich beter wenden tot diens eigen film Exit through the Gift Shop (2010).
Man Who Watched the Trains Go By, The (1952)
Alternatieve titel: The Paris Express
De onvolprezen Claude Rains is perfect gecast als Kees Popinga, de loyale en nauwkeurige boekhouder van een Gronings familiebedrijf dat onder leiding staat van Julius de Koster Jr [Herbert Lom]. Kees leidt een sober leven met zijn vrouw [Lucie Mannheim] en kinderen en droomt ervan eens een treinreis naar Parijs te maken. Wanneer Kees ontdekt dat zijn baas het bedrijf bankroet heeft laten verklaren en met een flinke koffer met geld naar Parijs wil vluchten, confronteert hij Julius die bij de schermutseling te water raakt en verdrinkt. De hevig geschrokken Kees besluit de koffer mee te nemen en het geld te gebruiken voor de droomreis naar Parijs die hij altijd al heeft willen maken. Maar onderweg loopt hij de Franse agent Lucas [Marius Goring] tegen het lijf, die al een tijdje onderzoek doet naar verduistering bij het bedrijf van De Koster.
Deze verfilming van de gelijknamige roman van Georges Simenon is terecht bekritiseerd vanwege de matige beeldkwaliteit, waarbij de kleuren niet geheel uit de verf (sic!) komen. Dat neemt niet weg dat Rains formidabel is in de hoofdrol en dat Goring prima tegenspel biedt als de charismatische agent die niet voor één gaat te vangen is. De film begint zeer sterk, maar zakt wat in zodra Popinga in Parijs is aangekomen, mede omdat de vrouwenrollen niet geweldig zijn uitgewerkt. Regisseur Harold French maakt wel effectief gebruik van de Parijse locaties.
Man without a Body, The (1957)
Wanneer wetenschapper Karl Brussard [George Coulouris] te horen krijgt dat hij een hersentumor heeft, komt hij op het idee om zijn hoofd hersenen te transplanteren in het hoofd van Nostradamus. Of zoiets. Ik was van tevoren al gewaarschuwd dat deze film erg bizar zou zijn en ik begrijp er eerlijk gezegd nog steeds weinig van. Dat neemt niet weg dat de goedkope sets een voorbode zijn van de hilarische, waanzinnige finale waarin de herrezen Nostradamus de plaatselijke straten onveilig maakt. Het gaat helemaal nergens over, maar deze pulp valt duidelijk in de categorie 'zo slecht dat hij leuk is'. Maar meer dan een halve ster extra is dat natuurlijk niet waard, want van enig vakwerk is hier geen sprake.
Man's Best Friend (1993)
"He is NOT man's best friend", maakt de wanhopige Dr Jarret [Lance Henriksen] duidelijk bij de politie wanneer Max, de hond op wie hij in zijn laboratorium verschillende wetenschappelijke experimenten heeft uitgevoerd, spoorloos blijkt te zijn verdwijnen. Max is 'bevrijd' door onderzoeksjournaliste Lori Tanner [Ally Sheedy, de 'gek' uit The Breakfast Club] die besluit deze intelligente en zich tot dan toe voorbeeldig gedragende hond zelf te verzorgen. Wat ze niet weet is dat Max' meer agressieve karaktertrekjes worden onderdrukt door een verdovend middel. En die verdoving houdt niet eeuwig stand!
Geslaagde combinatie van horror en komedie weet je door sterke montage te doen geloven dat Max werkelijk een superintelligente alleskunner is. Regisseur/scenarist John Lafia maakt spaarzaam maar effectief gebruik van poppen om een aantal schrikmomenten te creëren. Het is bovendien verfrissend om een 'slechterik' te hebben die (ondanks dat Lance Henriksen de rol speelt) feitelijk niet echt slecht is. Er valt ook heel wat te lachen, onder anderen wanneer Max wordt geconfronteerd met een paperboy, een postbode of een tasjesdief. En natuurlijk zijn daar de onvermijdelijke hondenvangers, die vol goede moed op jacht naar hun prooi en uiteraard van een koude kermis thuis komen.
Manager, De (2026)
Bakers kreeg toestemming om managers frontaal te filmen tijdens formele gesprekken met werknemers over hun functioneren. Ook filmde ze managerstrainingen over gespreksvoering en trainingsgesprekken, waarbij zowel de instructeur als de manager het verloop van het gesprek evalueert. Bakers koos voor variatie in werkterrein en toont aan dat zo’n gesprek veelal volgens een vast, nauwkeurig uitgedacht stappenplan verloopt. Onderhoudend, regelmatig zelfs amusant, ook al bevestigt het voornamelijk wat de meesten wel weten.
Manas (2024)
De 13-jarige Marcielle [Jamilli Corréa] woont met haar ouders op Marajó Island, een Braziliaans riviereiland gelegen in de Amazone-rivier met een streng Christelijke gemeenschap en een gebrek aan toekomstperspectief. Nu ze in haar puberteit is beland, ontdekt ze de schaduwkanten van het patriarchaat waarin ze is opgegroeid en zoekt ze naar steun om daaraan te ontsnappen. Een controversieel thema dat Brennand op een respectvolle manier behandelt. Sterk spel ook van Correa, maar Brennand had dit iets mogen inkorten.
Manbiki Kazoku (2018)
Alternatieve titel: Shoplifters
Alles wijst erop dat de mensen die samenwonen onder auspiriën van 'grootmoeder' Hatsue [Kirin Kiki] onderdeel uitmaken van een familie, maar dat hangt af van je definitie van 'familie'. Osamu [Lily Franky] heeft de jonge Shota [Jyo Kairi] de kneepjes van het winkeldiefstalvak geleerd en samen gebruiken ze hun kennis om de familie in hun onderhoud te voorzien, ook al heeft Hatsue een aardig inkomen. Wanneer Osamu en Shota een verwaarloosd meisje [Miyu Sasaki] op het balkon van een appartement zien en diens ruziënde ouders horen zeggen dat ze wilden dat ze nooit geboren was, besluiten ze haar op te nemen in hun familie.
Sentimentaliteit ligt constant op de loer in een vaak hartverwarmend en ontroerend verhaal, maar Hirokazu Koreeda weet die val keer op keer te vermijden. Geen strijkers, geen dramatische camerabewegingen, geen pogingen om je als kijker te manipuleren. Koreeda gebruikt een onopvallende stijl, simpelweg door de juiste shots te kiezen. Een shot van de onrustige voeten van het meisje wanneer haar haar wordt geknipt is ongebruikelijk, maar op de één of andere manier past het gewoon. Het gebrek aan opsmuk, alsmede het goed geconstrueerde verhaal waarin we langzaam de achtergronden van de individuele karakters ontdekken, maakt dit tot een bijzonder aangename ervaring van een regisseur die uitnodigt tot het ontdekken van eerder werk.
Manchester by the Sea (2016)
Kenneth Lonergan levert een meesterwerk af, vooral door een voortreffelijk scenario dat erin slaagt zowel hartverscheurend als humoristisch te zijn en alle acteurs de ruimte geeft om te schitteren. Ook lof voor de non-lineaire structuur van de film: we zien in de eerste twee scènes de 'oude' Lee Chandler, die de grootste lol heeft met zijn broer en [vooral] zijn neefje en vervolgens de afstandelijke, uitgebluste Lee die een weinig verheffend leven leidt als klusjesman in Boston. We krijgen niet alleen te zien wat er gebeurt wanneer Kyle hoort dat zijn broer is overleden en dat hij aangewezen is als voogd van zijn neef Patrick [Lucas Hedges], maar in flashbacks ontdekken we ook waardoor Casey zo is veranderd en waarom hij absoluut niet in Manchester wil wonen.
Michelle Williams, als Lees ex-vrouw, maakt opnieuw grote indruk in slechts enkele scènes, waarvan de laatste de meeste indruk achterlaat. Xe grootste openbaring is echter de 20-jarige Lucas Hedges, die zich niet alleen met verve staande houdt naast de ijzersterke Affleck, maar die uitblinkt in de bij vlagen hilarische scènes waarin ze over van alles en niets kissebissen. Lonergan, Williams, Affleck, en Hedges verdienen het overladen te worden met prijzen. Let ook op het effectieve gebruik van klassieke muziek in enkele scènes die veelzeggend zijn zonder dat er woorden aan te pas komen. De beste film van 2016!
Mandela: Long Walk to Freedom (2013)
Idris Elba en Naomie Harris zijn perfect als Nelson en Winnie Mandela in deze prachtig gefilmde, eerbiedige verfilming van Nelson Mandela’s autobiografie. William Nicholsons scenario laat in een rap tempo de belangrijkste momenten en personen uit Mandela’s persoonlijke gschiedenis en dat van Zuid-Afrika voorbijkomen. Een toespraakje hier, een aanslagje daar, een incidentje hier , een quootje daar en het resultaat is deze oogstrelende, oppervlakkige biopic. Nelson Mandela overleed een paar dagen na de wereldpremière op 95-jarige leeftijd.
Mandingo (1975)
Voordat Roots de nationale discussie over het slavernijverleden in de VS op scherp zou zetten, waagde Dino De Laurentiis zich aan dit controversiële, niet helemaal geslaagde, maar bijzonder onderhoudende historische drama dat afrekent met het Hollywood-romantisering van de slavernij in films als Gone With The Wind. Wat deze film zo uniek maakt is de terloopsheid waarmee de slaveneigenaren hun menselijk vee behandelen. De minachting voor de slaven is zelden zo treffend neergezet als in 'Mandingo'. James Mason is de ziekelijke patriarch die een negerjongen sommeert om als zijn voetenbankje te dienen, Perry King de zoon die wel weet hij hoe hij een 'zwarte meid' moet beminnen, maar niet hoe hij dat moet doen bij een blanke vrouw. Susan George is Kings hitsige nicht en aanstaande bruid, wiens jaloezie ten opzichte van de slavin met wie haar aanstaande regelmatig van bil gaat ertoe leidt dat ze zelf haar seksuele heil zoekt bij Mede [Ken Norton], een slaaf die getraind wordt voor gevechten tot de dood.
De onevenwichtigheid zit 'm vooral in Susan Georges wat hysterische vertolking, die meer de indruk wekt dat we met een farce te maken hebben en daarmee afbreuk doet aan de meer serieuze aspecten aan het verhaal. Er is veel bruut geweld en een flinke hoeveelheid naakt, wat veel critici deed besluiten om dit te bestempelen als cynische exploitatie. Je kunt ook zeggen dat dit een rigoureus authentieke voorstelling is van de manier waarop slaven werden behandeld. Ik zou zeggen: oordeel zelf!
Mandy (2018)
Visueel verbluffend en voorzien van een aangename hoeveelheid bloedvergieten en aanverwante gruwelijkheden. Maar áls er een verhaal is, dan moet zich dat volledig voltrokken hebben tijdens een tukje van tien minuten dat ik me meende te kunnen permitteren. Ik had niet de indruk dat ik iets had gemist in deze stijloefening waarin de ondersteunende cast vooral heel angstaanjagend uit de ogen kijkt en probeert te voorkomen dat Nicholas Cage met de titel 'meest overdreven vertolking in deze film' aan de haal gaat. Er is niet mis met twee mensen die elkaar met een kettingzaag te lijf gaan, zeker niet in een horrorfilm, maar het was leuk geweest als er wat meer diepgang was geweest. Veel stijl, nauwelijks inhoud.
Manglehorn (2014)
Het is een beetje treurig om twee twee topacteurs te zien in zo'n stroperige, langdradige film. Al Pacino speelt de titelrol, een sleutelmaker die denkt dat hij zijn enige kans op ware liefde lang geleden heeft verspild en zwelgt in zelfmedelijden. Wanneer een bankmedewerker [Holly Hunter] interesse in hem toont, moeten er de nodige (clichématige) obstakels worden overwonnen voordat er überhaupt een kans is dat de twee bij elkaar komen.
David Gordon Green probeert het gebrek aan diepgang te compenseren met wat visuele zeggingskracht, maar gebakken lucht met een mooi kleurtje is nog steeds gebakken lucht. De monotone monologen van Pacino beginnen ook al snel te vervelen.
Maniac (1934)
Alternatieve titel: Sex Maniac
Absoluut een gevalletje 'zo slecht dat hij leuk is'. Ultragoedkope horroronzin over doorgedraaide wetenschapper doctor Meirschulz [Horace B Carpenter] die een zijn assistent Don Maxwell [Bill Woods] vraagt om zichzelf dood te schieten zodat de goede dokter hem weer tot leven kan wekken met het kloppende hart dat hij in zijn lab (lees: kelder) bewaart. Maar Don besluit de zaken op een andere manier aan te pakken.
Carpenters groteske acteerwerk (inclusief nimmer aflatend maniakaal gelach) is ronduit hilarisch en in een waanzinnige variant op de transformatiescène uit Dr Jekyll en Mr Hyde door Woods er nog een schepje bovenop. Een hond en een kat gaan elkaar te lijf, Woods eet het hoog van een kat op en er is een volstrekt onzinnige scène waarin een aantal jonge (en schaars geklede) dames hun ontbrekende acteertalenten tentoon mogen stellen ter vulling van de beperkte speeltijd. Om even onduidelijke redenen wordt de film enkele keren onderbroken door een wetenschappelijke uitleg (?!) van de psychologie van de 'maniak', voorzien van een romantisch muziekje dat abrupt wordt afgekapt in deze technische puinhoop. Hilarisch slecht, dus een must voor liefhebbers van de wansmaak.
Maniac (1980)
Een horrorfilm uit 1980 met deze naam, het kan niet anders of het behoort tot de beruchte stroom aan zogeheten video-nasties: extreem gewelddadige, goedkoop gemaakt horrorfilms die vooral gemaakt werden voor de toen opkomende videomarkt. Maniac valt inderdaad in die verguisde categorie en is dan ook geen meesterwerk te noemen. Ondanks dat dit een goedkope productie is en de film zich grotendeels zonder al teveel suspense van het ene naar het andere slachtoffer hobbelt, is deze film toch de moeite waard voor genrefans. Dat komt door de knappe vertolking van Joe Spinell als de moordenaar, die ondanks de waanzin van zijn Maniac toch enige menselijkheid weet te over te brengen. De muzikale score van Jay Chattaway is typerend voor het tijdperk, maar toch vaak behoorlijk effectief. Daarom is deze film nooit saai en toch prima uit te zitten. Een goede introductie in video-nasty-genre.
Maniac (2012)
n deze remake van de roemruchte video-nasty uit 1980 - geproduceerd door William Lustig, die het origineel regisseerde - is regisseur Franck Khalfoun de uitdaging aan gegaan om de film volledig [op één sleutelshot na] te filmen vanuit het perspectief van seriemoordenaar Frank [Elijah Wood, die wel regelmatig in spiegels en reflecties te zien is.] Wood is niet de meest logische keuze om een seriemoordenaar te spelen, maar juist door zijn jongensachtige uiterlijk en zijn expressieve ogen, slaagt hij er wel in om de extreme emotionele verwarring van zijn karakter over te brengen. Het scenario gaat bovendien dieper in op de trauma's die Franks gedrag ten dele verklaren. Het feit dat deze film er in slaagt om sympathie op te wekken voor deze moordenaar, maakt duidelijk dat dit een geslaagde, interessante horrorfilm is die op alle fronten het origineel de baas is.
Manifesto (2015)
De extra halve ster is voor de visuele inventiviteit van Rosefeldt, want op dat punt is deze film ronduit indrukwekkend. 'Manifesto' zegt niet origineel te willen zijn, hetgeen Rosefeldt onderstreept in een sequentie met de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odissey. 'Manifesto' had het in zich om een magistrale visuele intellectuele ervaring te worden. Helaas trekt Blanchett haar smoel (als karakter of als voice-over) steeds open en ruïneert de film met een stortvloed aan filosofische one-liners afgewisseld met eindeloze metaforische herhalingen zoals in de tenenkrommende scène waarin Blanchett (als moeder van 3 kinderen) voorafgaand aan het diner een onuitstaanbaar en verschrikkelijk lang gebed uitspreekt. Dan blijkt één van de kinderen aan tafel met mij mee te gapen en ik koesterde even de hoop dat de man des huizes haar op lompe wijze de mond zou snoeren... maar helaas, het gezever duurt maar en duurt maar. De scène waarin Blanchett (als lerares) een groep basisschoolkinderen instructie geeft voor ze aan een 'kunstwerk' beginnen beklijft het meest, vooral wanneer ze rondloopt en 'opbouwende kritiek' geeft, maar niet geheel onverwacht eindigt ook die sequentie weer met een hoop onzin. Zelden deed een filmmaker zo zijn best om controversieel te zijn, zelden was het resultaat zo sneu als dit. Want als Blanchett gewoon haar mond had gehouden, waren haar vertolkingen niet zo karikaturaal en had dit een indrukwekkend visueel essay kunnen zijn (denk Koyaanisqatsi) dat mensen wél zou raken en zou aanzetten tot nadenken. 'Manifesto' zette mij helaas aan tot gapen en eindeloos op mijn horloge kijken. Zo blijkt maar weer: het gebruiken van vele dure woorden over kunst kan ook nietszeggend zijn... dada!
Manitou, The (1978)
Tony Curtis en Susan Strasberg doen hun uiterste best om nog enige geloofwaardigheid te geven aan deze stompzinnige horrorfilm. Hoewel de epiloog verwijst naar een incident in Japan waarbij een foetus op iemands rug groeide, is dit nonsens van de bovenste plank. Karen Tandy [Susan Strasberg] bezoekt het ziekenhuis met een enorme knobbel op haar rug. Het blijkt niet alleen een foetus te zijn, maar de reïncarnatie van een medicijnman die 400 jaar geleden stierf. Enter nep-helderziende Harry Erskine [Tony Curtis] en John Singing Rock [Michael Ansara] die het gaan opnemen tegen de machtige magiër met behulp van een andere Manitou.
Wellicht valt hier aanvankelijk de lol nog wel van in te zien, maar wie nog niet is afgehaakt tegen de tijd dat de finale zich aandient, zal toch minimaal moeten grinniken wanneer de Manitou of Machines zich aandient in een spectaculair bedoeld, maar totaal niet overtuigend slot.
Mank (2020)
Het is ironisch dat een film over één van de beste scenarioschrijvers uit Hollywoods gouden eeuw ten onder gaat aan een rommelig, episodisch scenario waar vaak geen touw aan vast te knopen valt, ook als je de vele namen van Hollywoodnamen uit de jaren '30 wél kent. Fincher is uitsluitend bezig de boel fraai in beeld te brengen en allerlei visuele verwijzingen - voornamelijk naar Citizen Kane - in de film te stoppen en de cinematografie van Erik Messerschmidt is dan ook het beste aan de film.
Herman Mankiewicz [Gary Oldman] krijgt van Orson Welles [Tom Burke] de opdracht om binnen 60 dagen het scenario te schrijven voor zijn nieuwste film. Daarvoor put Mankiewicz uit zijn ervaringen als tafelgast van William Randolph Hearst [Charles Dance] en zijn gesprekken met diens muze Marion Davies [Amanda Seyfried]. Mankiewicz komt over als een zelfingenomen, cynische dronkelap en de vele verwarrende flashbacks tonen aan dat hij altijd zo is geweest. Er is bijzonder veel dialoog maar van enige diepgang of karakterontwikkeling is geen sprake. Dat maakt dit tot een vervelende, bijzonder lange zit die zich op geen enkele wijze kan of mag meten met Citizen Kane. Alhoewel, die film is óók praterig, episodisch en behoorlijk saai.
Mannen van Mars (2018)
Drie vrienden van in de 40 gaan samen naar een reünie van de school die ze 25 jaar geleden verlieten. Ze maken er een weekend van met een verblijf in Huis Ter Duin en komen tot de conclusie dat het leven niet gebracht heeft wat ze ervan hoopten. Een veelvuldig gebruikt excuus voor een komedie, maar er is een grote mate van authenticiteit in de vriendschap tussen de mannen. Hoewel de hoofdpersonen regelmatig in netelige (en soms smakeloze) situaties terecht komen, vervalt Somers nooit in goedkoop effectbejag en zijn er meer dan genoeg oprecht grappige momenten, waaronder een cameo van Ruud Gullit.
Mannenkoor Karrespoor: Meer Ku'j d'r Niet van Maek'n (2026)
In 1990 kwam een groep vrienden in café De Karre in het Overijsselse Tuk op het idee om voor de grap een liedje op te nemen. Het leek hen mooi om eens in een studio te staan en om hun eigen single op de jukebox in het café te kunnen laten afspelen. Totaal onverwacht werd ‘Mooi Man’ een enorme hit en een lijflied voor de boerengemeenschap. 35 jaar later besluit de vriendengroep van weleer een nieuwe single op te nemen. Ondanks dat ze veel bier dronken, zijn ze altijd erg nuchter gebleven. Afgezien van de herinneringen aan de twee overleden leden van de groep is dit wars van sentiment en vooral een portret van een groep waarvoor de vriendschap vanzelfsprekend prioriteit kreeg boven commercieel succes of financieel gewin.
Mannenmaker, De (2024)
Anne [Katja Schuurman] is de ‘mannenmaker’ uit de titel die het tot haar missie heeft gemaakt om sullige mannen te helpen om echte mannen te worden, onder anderen door ze te leren hoe ze zich moeten kleden en hoe ze haar moeten bevredigen. Om niet vast te raken in een serieuze relatie maakt ze het altijd binnen zes maanden uit. 25 jaar na haar eerste project laat ze haar oog vallen op nummer 30 Luuk [Leo Alkemade], maar dit project verloopt niet volgens plan. De altijd in rood geklede Schuurman is erg goed in de hoofdrol en heeft een prettige chemie van Eva van de Wijdeven als haar vriendin. Er is een amusante karaokescène, maar Aattache zet bijna alle mannen neer als irritante of aanstootgevende karikaturen en de kinderen zijn helemaal een aanfluiting. Jammer dat Schuurman het nodig vond om hier aan mee te werken, ook al komt zij hier nog redelijk ongeschonden uit.
Mannequin (1987)
Frank Capra had hier ongetwijfeld een mooie fantasie van weten te maken. Het basisidee is zo slecht nog niet, maar regisseur en co-scenarist Michael Gottlieb omlijstte het verhaal van een jonge ontwerper van mannequins die verliefd wordt op zijn eigen creatie wanneer die tot leven komt met ronduit irritante ondersteunde personages. James Spader zal met weinig trots terugkijken op zijn rol als een bestuurslid van het warenhuis waar Jonathan [Andrew McCarthy] 's nachts met hulp van zijn tot leven komende mannequin [Kim Catrall] dagelijks de etalages voorziet van een nieuw ontwerp. Meshach Taylor schmiert er net zo ernstig op los als de irritante Hollywood, Jonathans verwijfde en overdadig kleurrijke collega. En G.W. Bailey doet een nog minder subtiele variant op Captain Harris uit Police Academy. De spaarzame amusante momenten komen wanneer McCarthy en Catrall niet gehinderd worden door andere karakters, waarbij videoclip-montage op "Do You Dream About Me?" van Alisha het leukste moment is. Verder is dit nauwelijks te pruimen.
Mannequin: On the Move (1991)
Alternatieve titel: Mannequin 2: On the Move
William Ragsdale is geen Andrew McCarthy en hoewel Meshach Taylor opnieuw de irritante Hollywood mag spelen, is dit meer een abominabele recycle-poging dan een sequel. Jason Williamson [William Ragsdale] is een medewerker in een warenhuis die een mannequin [Kristy Swanson] redt van de verdrinkingsdood (!) en prompt verliefd op haar wordt. Er lopen nog wat Chippendales-achtige gastjes rond met een Duits accent die proberen de boel op te leuken, maar dit is simpelweg niet om aan te zien. Waardeloos.
Manny & Lo (1996)
De elfjarige Amanda/Manny [Scarlet Johansson] reist al geruime tijd met haar zwangere, zestienjarige zus Laurel/Lo [Aleksa Palladino] door Amerika om te voorkomen dat ze in een weeshuis of een pleeggezin terecht komt. Om te voorkomen dat Lo in een ziekenhuis moet bevallen, ontvoeren de zusjes Elaine [Mary Kay Place], een winkelbediende die alles over baby's lijkt te weten. Maar omdat de bevalling nog wel even op zich laat wachten, blijft het drietal langer bij elkaar dan de bedoeling was en ontstaat er een ongemakkelijke band tussen hen.
In haar eerste hoofdrol zet de piepjonge Johansson een bijzonder volwassen vertolking neer die perfect het contrast tussen de wat meer bedachtzame Manny en haar wat impulsieve oudere zus accentueert. Toch komt deze film vooral tot leven wanneer Place in beeld verschijnt. Vanaf dat moment zit deze film - met een hele aardige score van John Lurie - vol met verrassende, afwisselend ontroerende en droogkomische momenten die dit de moeite van het bekijken meer dan waard maken.
Manor, The (2021)
Na een paar incidenten laat Judith Albright [Barbara Hershey] zich overhalen tot een medisch onderzoek. Daaruit blijkt dat ze in een vroeg stadium van Alzheimer verkeert. Met enige tegenzin laat Judith zich opnemen in een verzorgingshuis waar ze al snel het gevoel heeft dat er iets niet pluis is. Vanwege haar Alzheimer neemt niemand haar serieus en begint Judith te twijfelen of ze zich niets inbeeldt. Ze vindt steun van enkele medebewoners die zorgen voor wat afleiding, maar Judith blijft geloven de bizarre dingen die ze ziet. De enige die haar zou kunnen helpen is haar kleinzoon Josh [Nicholas Alexander], maar die heeft strikte instructies gekregen om niets te geloven wat zijn oma zegt. Hershey verleent waardigheid aan wat zonder haar waarschijnlijk een volledig te verwaarlozen pulpfilm was geweest. Dat maakt dit zeker geen hoogvlieger, maar biedt wel het zoveelste bewijs talent en ervaring ook na het 70e levensjaar goud waard kunnen zijn.
Mantagheye Bohrani (2023)
Alternatieve titel: Critical Zone
Amir [Saba Bagheri] is een dwalende, eenzame ziel in Teheran. Als hij thuis is praat hij tegen zijn hond, zijn routeplanner vertelt hem hoe hij met zijn ‘taxi’ drugs kan afleveren bij zijn klanten. Altijd eenrichtingsverkeer dus. Behalve met de passagiers, met wie hij al hasj rokend krampachtig probeert een persoonlijk gesprek te voeren. Hypnotiserende tragikomedie met een tour de force van Bagheri, maar het absolute hoogtepunt is de rit met zijn leverancier [Maryam Sadeghian], een stewardess die onder invloed van cocaïne (ook bijna letterlijk) volledig uit haar dak gaat. Wrang komisch drama met een intelligente ontleding van de Iraanse maatschappij, vooral met betrekking tot de rol van vrouwen. Jafar Pahani’s Taxi Teheran meets Martin Scorceses Bringing Out The Dead.
Manxman, The (1929)
Het ontbreekt aan humor in dit onvervalste melodrama dat zich afspeelt op de Isle of Man maar gebruik maakt van locaties in Cornwall. Vriendelijke reus Carl Brisson is de naïeve visser Pete die zich heeft verloofd met barmeisje Kate [Anny Ondra] en zijn beste vriend Philip [Malcolm Keen] vraagt een oogje in het zeil (!) te houden terwijl hij lange tijd op zee verblijft. Een onvervalste liefdesdriehoek met soapachtige taferelen is het resultaat. Prachtig gefilmd, maar het is een niet al te interessant verhaal.
Many Rivers to Cross (1955)
Eleanor Parker blaast deze komisch bedoelde western wat leven in, maar Robert Taylor stelt teleur in een film die probeerde het succes van Seven Brides For Seven Brothers te herhalen, maar nog niet in de schaduw kan staan van dat meesterwerk. Het gekibbel tussen een traditionele pelsjager en de eigenzinnige, jonge vrouw die vastbesloten is zijn hart veroveren, levert slechts sporadisch leuke momenten op maar het gebrek aan chemie tussen de twee hoofdrolspelers en het gevoel dat je het allemaal al eens hebt gezien (in betere films) doen de film de das om.
