Leviticus 20:13 Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
Aldus luidt een beruchte passage uit het Bijbelboek Leviticus. Het boek waaraan de dramatische horrorfilm van regisseur en schrijver Adrian Chiarella zijn titel ontleent. De bewuste passage dient in de Christelijke kerk als bijbelse rechtvaardiging voor de veroordeling van homoseksuele verlangens zoals de twee jonge hoofdpersonen Niam en Ryan die in de film voor elkaar hebben.
In de fundamentalistische plattelandsgemeente in het Australische Victoria waar Niam en zijn klasgenoot Ryan wonen, worden zij aan een religieus ritueel onderworpen. Een perfide conversietherapie volgens de leer van de fundamentalistische bijbelgemeente. De welhaast duivelse ceremonie zet liefde om in haat en begeerte in geweld. Een tamelijk radicale manier om homoseksuele gevoelens te verdrijven. Leviticus is een horrorfilm en dat betekent uiteraard dat de ceremonie niet goed uitpakt en vervelende gevolgen heeft.
De setting ademt een troosteloze sfeer. Het voelt kil. Het voelt gespannen. Het voelt alsof de gemeenschap op het punt staat in sociaal verval te geraken maar dat uit alle macht probeert te voorkomen door fanatiek het geloof te belijden. In deze deprimerende wereld zoeken de beide jongens houvast in hun genegenheid voor elkaar terwijl de gemeenschap houvast zoekt in benauwende vroomheid. De film schetst het nogal zwart-wit. Logisch, want Chiarella heeft een boodschap voor de kijker. Een terechte boodschap hoor, maar met iets meer nuance verteld, had ik me meer bij het verhaal betrokken gevoeld, vermoed ik.
Chiarella weet wel sfeer te creëren. Uitgestrekte landschappen en duistere ruimtes benadrukken het sociale isolement van de beide jongens. Goed acteerwerk van beiden brengt wanhoop en radeloosheid. De camera volgt de personages gericht en op de voet en ondersteunt daarmee de beklemmende uitzichtloosheid die voor beiden in het verschiet lijkt te liggen. De sonore score versterkt het claustrofobische effect dat de camera genereert. Dat klinkt allemaal tamelijk dramatisch. En dat klopt ook. De film brengt inderdaad vooral drama.
Het bovennatuurlijke aspect is geweld- en moorddadig, maar niet heel spannend. Het dient als symbool voor de agressieve manier waarop religieuze dogma’s het homoseksuele leven binnendringen. Homofobie wordt in Leviticus gepersonifieerd als een agressieve, angstige en bekrompen bruut die de opdracht heeft meegekregen om nietsontziend tegen de homoseksueel op te treden. Ik zei het al: Leviticus is gewoon een drama. Een sfeervol drama waar wat horrorachtige aspecten aan kleven. Een drama ook dat me nooit helemaal in zijn greep kreeg.
In haar derde film confronteert regisseur en schrijver Natalie Erika James (Relic (2020), Apartment 7A (2024)) haar hoofdpersoon Hana met een probleem op het gebied van zelfwaardering. Hana heeft een eetstoornis die in de film nogal stereotiep wordt gepresenteerd als een voorliefde voor zoetigheid, inclusief nachtelijke eetbuien. Die eetstoornis zorgt ervoor dat Hana een stevige vrouw is met de wens om af te vallen om zodoende haar zelfrespect te verhogen.
Er zijn boeiende voorbeelden van dilemma’s aan de hand waarvan je over moraal en ethiek kunt discussiëren. Zou je een mens opofferen om met die actie meerdere mensen te redden? Zou een persoon met opzet schade toebrengen als je de verwachting hebt dat je daarmee een ander mens het leven redt? En natuurlijk is er de prangende vraag of je dode mensen zou verorberen als je daarmee enorm zou afvallen. En dat is dus het dilemma waarmee Hana in Saccharine te kampen heeft.
Aangezien het hier een horrorfilm betreft zet Hana het dilemma om in daadkracht en kan de horror een aanvang nemen. Haar grensoverschrijdende bezigheid wekt de geest van het dode lichaam waarvan zij steeds stukjes afsnijdt en in pilvorm gebruikt. Telkens als Hana honger heeft en zij de speciale vermageringspil inneemt, verschijnt het naakte, dikke lichaam als de boze incarnatie van de food noise die haar overmant. Een naakt rondstampende Godzilla die eerder een lachwekkende dan een beangstigende indruk maakt. En met die constatering lijkt Midori Francis in de rol van Hana het eens te zijn. Ze straalt in ieder geval weinig angst uit bij de confrontaties.
Saccharine is een matige film met slechts een enkele scène die je doet opveren. Een romantisch subplotje is tijdverspilling en Midori Francis heeft een lief gezichtje. Dat is het wel.
Alternatieve titel: 2551.01 - The Kid, 27 september, 21:08 uur
2551.01 is een film die een voortdurende verontrustende sfeer heeft. Een sfeer die uitstraalt dat er op elk ogenblijk iets verschrikkelijks kan gebeuren. Regisseur Norbert Pfaffenbichler weet die verontrustende sfeer vanaf het begin te kweken met een proloog die onder begeleiding van stroboscopische effecten, blauwachtig licht en harde metalmuziek een groep in het wit geklede politieagenten op een groep afstotelijk uitziende figuren laat inbeuken.
Een man met een apenmasker en een neusring redt daarbij een weeskind met een zak over het hoofd en ontworstelt zich aan het strijdgewoel. Met een grote mate van zelfopoffering zorgt hij vanaf dat moment voor het kind. (Zie hier een verwijzing naar de film The Kid (1921) van Charlie Chaplin, zo las ik achteraf). Het verhaal speelt zich vervolgens af in een onderwereld zonder daglicht. Sombere catacomben, drekkige gangen en smerige ruimtes bepalen het beeld. Geen fijne wereld. Behalve de ongelooflijke somberte die er hangt spelen zich in die onderwereld verschrikkelijke dingen af. Pfaffenbichler strooit met wrede en weerzinwekkende taferelen. Zo worden de ogen van mensen eruit gelepeld en in een mixer gegooid en wordt er heerlijke soep geserveerd waarin embryo’s en penissen drijven. Chaplin en zijn kid hadden het zo slecht nog niet.
De claustrofobische wereld wordt tot leven gebracht op prachtig ruisend 16mm-materiaal. Af en toe wat schokkerig en springend naar een 4:3 formaat. Eveneens af en toe wordt gebruik gemaakt van psychedelisch aandoende beelden die behoorlijk hard binnenkomen door het gebruik van kleurenfilters. Dialoog heeft de film niet. Er zijn verontrustende geluidseffecten. Het scheuren van een stukje stof. Een krakend bot. Zompige modder. De achtergrondmuziek versterkt de verontrusting en bestaat voornamelijk uit pianoklanken die af en toe worden afgewisseld met een stukje Industrial-techno of een muziekje dat aan een muziekje bij een historisch computerspelletje doet denken.
Pfaffenbichler werkt niet met schokeffecten, maar verontrust met visuele beschouwingen, met de kille geluidseffecten en met het uiterlijk en het laaghartige gedrag van de figuren die in de onderwereld vertoeven. Een zeer opvallend aspect aan die figuren is namelijk dat zij geen eigen gezicht hebben. Iedereen draagt een masker. De film presenteert een gemaskeerd bal met de meest uiteenlopende maskers. Een aap, een harlekijn, een kerstman en allerhande monsters. Het is alsof de plaatselijke carnavalswinkel door Pfaffenbichler werd geplunderd.
Zoals de titel al doet vermoeden, is dit slechts het eerste deel. Een tweede en derde deel bestaan ook. Hoewel 2551.01 op zich een fascinerende film is, laat ik de overige delen aan mij voorbij gaan. In nog meer van hetzelfde heb ik geen trek. Fascinerende film, maar ook een film die heel afstandelijk bleef. Knap gemaakt, maar te techno, te kil, zonder aansprekend verhaal en zonder aansprekende personages. Hij kroop simpelweg niet onder mijn huid.
Baby Blue handelt over een groep jongeren die een vodcast over een seriemoordenaar maken. Een gevaarlijk streven zo laat de film zien.
Baby Blue is geen slasher, Die verwachtte ik wel te zien. Baby Blue haalt de mosterd meer bij het bovennatuurlijke. Een vloek en een video. Het is niet moeilijk te achterhalen waar de inspiratie vandaan komt. The Ring lijkt het voorbeeld te zijn geweest. Die film wordt zelfs nog bij naam genoemd. In Baby Blue stikt het van de clichés en de zoektocht naar antwoorden verloopt volgens de gebruikelijke stappen.
Gelukkig zijn er aspecten aan Baby Blue die de film van gelijksoortige werkjes onderscheidt. Zo laat regisseur en schrijver Adam Mason de seriemoordenaar in enkele fraaie scènes verschijnen en interacteren met de personages. Ook het laatste deel waarin plotseling andere zaken en andere personages worden toegevoegd en de gebeurtenissen op bizarre wijze escaleren, maakt indruk. Mij werd overigens niet duidelijk of het de bedoeling van Mason was om hier de serieuze of de komische snaar te raken. Grotesk is het in ieder geval.
Baby Blue is dan wel geen slasher maar bevat voldoende weerzinwekkende momenten om zeker als horror te worden geclassificeerd. Leuk dus. Leuk is ook de goede score en leuk is ook de zelfspot van de seriemoordenaar die zich daarmee niet als doorsnee presenteert. Hoewel de clichés over het scherm denderen, vindt Mason ook kans om daartussenin wat eigenzinnigheid te poneren. Ik waardeer dat.
Alternatieve titel: Terror of the Snake Woman, 27 september, 02:54 uur
The Snake Woman is een Britse film die uit hetzelfde tijdperk afkomstig is als de producties van Hammer Films Production. Films die je duidelijk in de jaren 60 kunt plaatsen. Had ik op voorhand niet geweten dat The Snake Woman uit 1961 stamt, dan zou ik de oorsprong van de film ergens in de jaren 40 hebben geschat. De film is een brave film en vertelt een verhaaltje dat verteld bij een sfeervol nachtelijk kampvuur waarschijnlijk enige indruk achterlaat. Het is een verhaal dat vertelt van een oude vloek en eerder een charmant folkloristisch verhaal is dan een angstaanjagend horrorverhaal.
De film duurt amper 70 minuten en voltrekt zich niet in een hoog tempo. Gedurende die 70 minuten werd ik niet echt meegesleept. Verveeld heb ik me echter ook niet. Zo maakt de proloog die de geboorte van The Snake Woman uit de doeken doet en het begin van een plaatselijke legende aankondigt, wel enige indruk. Er volgen nog enkele aardige scènes die steeds net op tijd daar zijn om algehele geestelijke afwezigheid te voorkomen.
De personages zijn niet meer dan doelgerichte sjablonen. Het script concentreert zich op het raadsel van de slangenvrouw en de personages dienen slechts om dat mysterie op te helderen. Ze doen geen andere dingen dan zich op het mysterie concentreren. In de film zie je dus geen romantiek, geen melodramatische taferelen en geen verstrooiend zijplotje. De film biedt niets dat afleidt van de leidraad. Het verhaal vertelt weinig meer dan nodig is.
Met een klein budget is het logisch dat de film niet bolstaat van de spectaculaire effecten. Hoe begrijpelijk ook, de film had hier en daar best een leuk effectje kunnen gebruiken. Bij de transfomaties bijvoorbeeld. De verandering van slangenvrouw in slang is niet zichtbaar. Zo zie je een slang. Zo zie je een vrouw. En vice versa natuurlijk. Als de slangenvrouw ten tonele verschijnt, ziet ze eruit als ieder mens. Ze doet niets gruwelijks. Ze staat gewoon ergens op de hei en staart met grote ogen naar iets wat op dat moment haar aandacht trekt. Ik werd er niet warm of koud van. Het zijn de hoogtepunten van de film, die verder nauwelijks spectaculaire scènes in huis heeft.
The Snake Woman is een film die waarschijnlijk geen blijvende herinnering zal zijn. Een andere film van regisseur Furie is dat overigens wel. Een aantal jaren later regisseerde hij het spectaculaire en spannende The Entity (1982). The Snake Woman heeft niets dat aan die fantastische film doet denken.
Alternatieve titel: At the Place of Ghosts, 27 september, 01:16 uur
Een traumatisch verleden is in de huidige horrorwereld een dankbare aanleiding om met de personages duistere afgronden te bezoeken. In “At The Place of Ghosts” worden twee broers gedwongen om een queeste te ondernemen om eindelijk van de trauma’s uit hun verleden verlost te kunnen worden.
Regisseur en schrijver Bretten Hannam neemt behoorlijk wat tijd voordat hij onthult wat er bij beide broers precies speelt. Duidelijk is in ieder geval dat het om een gebeurtenis uit het verleden gaat. Om iemand of iets dat het nog steeds op de twee gemunt heeft. Het horrorelement blijft bij de uitwerking van dat gegeven binnen de perken. Er komen weliswaar wat creepy momenten voorbij en er heerst een dreigende sfeer, maar de nadruk ligt in deze film niet op de horror.
En dat is teleurstellend want de titulaire geesten in combinatie met het horrorlabel wekken de verwachting dat je naar een klassiek spookverhaal gaat kijken. Een spookverhaal vertelt Hannam echter niet. Althans bijna niet. De film is veelmeer een drama dat laat zien hoe twee mensen worden achtervolgd door hun verleden. Een drama met horrorelementen dat twee broers naar innerlijke afgronden stuurt teneinde emotioneel verlossing te vinden. Erg origineel klinkt dat niet en dat is de film in de basis ook niet, hoewel de ontknoping wel verrassend is.
In visueel opzicht een mooi werk. Wanneer Hannam de kijker meeneemt naar de bossen alwaar de queeste plaatsvindt, is dat zeer genietbaar. Afwisselend rustiek en dreigend. Door een paar merkwaardige ontmoetingen en een enkele flashback steekt er ook nog wat mysterie op. Uiteindelijk is “At The Place of Ghosts” geen bloedstollende film, maar een sfeervol drama met wat verontrustende momenten, met mooie beelden en met een spannend slot.
Drie tieners die samen de punkband Analog Dogs vormen ondernemen en roadtrip naar Los Angeles in de veronderstelling daar in het voorprogramma van de band Green Day te mogen optreden.
De roadtrip levert een aardige film op die echter niets oorspronkelijks weet te melden. Als je een paar roadmovie-komedies hebt gezien, kun je het verloop in grote lijnen en soms zelfs behoorlijk specifiek, voorspellen. Onderweg volgen pech, ruzie, gein en bizarre ontmoetingen elkaar in rap tempo op. Ook de romantiek ontbreekt niet en het einde is ondanks alle tegenspoed natuurlijk happy. De kijker die hoopt op een verhaal dat niet de zoveelste variant is van een coming of age-roadtrip zal teleurgesteld zijn.
Hoewel de band Green Day de producent van de film is, creatieve inbreng heeft gehad en ook actief aan de film deelneemt, is Nimrod geen klassieke fanfilm. De participatie van de band is bescheiden. Pas aan het eind van de film komt de band uitvoerig aan bod tijdens een liveoptreden. Ik ken de band niet echt goed, maar kon de muziek wel appreciëren. Dat gold ook voor de algemene filmscore die behalve werk van Green Day ander stevig punkwerk van mij onbekende bandjes bevat.
Nimrods is een roadmovie met een verhaal dat geen enkel genre-element overslaat. Een leuk maar weinig verrassend verhaal dat wordt gedragen door een prima acteurstrio. Ondanks het punktintje is de film wel wat aan de brave kant. Van mij had het scherper, vileiner en anarchistischer gemogen.
Een film van regisseur en schrijver David Robert Mitchell die mij met It Follows (2014) en Under the Silver Lake (2018) veel plezier bezorgde. Met The End of Oak Street lukt hem dat in mindere mate. The End of Oak Street is geen bijzonder boeiende film. Geen film die iets eigens heeft. Er is niets waaraan je de hand van Mitchell zou kunnen herkennen. In tegenstelling tot ander werk van Mitchell is The End of Oak Street een ordinaire mainstreamfilm. Dat wil niet zeggen dat de film daarom slecht is. Dat wil alleen zeggen dat het een film is die op een breed publiek en puur op amusement is gericht.
Het uitgangspunt van de film klinkt trouwens best aangenaam. Over een treffen tussen mensen van nu en dinosauriërs. Weliswaar niet iets dat niet al eerder in een film langskwam, maar dat er dinosauriërs opduiken in een woonwijk in de jaren 80 klinkt in ieder geval spannend. De uitwerking van dit spannende gegeven valt nogal tegen. De kijker ziet gedurende anderhalf uur hoe dinosauriërs door een woonwijk stampen en hoe rennende mensen hun best doen om niet te worden opgegeten. Meer is het niet.
Op den duur wekken die repeterende taferelen wat milde irritatie op. Heel spannend wordt het niet. Heel verrassend is het ook niet. Geen idee in hoeverre de geldschieter die met een behoorlijk budget over de brug kwam, de bepalende factor in het brave en clichématige aanzien van de film is geweest. Gezien het saaie resultaat lijkt het me sterk dat Mitchell de vrije creatieve teugel heeft gehad. Ik hoop dat Mitchell voor zijn volgende film zijn creatieve zelf weer weet te vinden en weet door te drukken.
Het kijken naar The End of Oak street levert niet alleen kommer en kwel op. De film heeft ook sterke punten. De film heeft vaart en er gebeurt voldoende om te voorkomen dat de verveling intreedt. De weergave van de jaren 80 is een leuke en sfeervolle bijkomstigheid. Visueel biedt de film aardige opnamen van prehistorische beestjes. En tot slot is daar de cast die met prima acteerwerk je soms laat vergeten hoe plat de personages zijn vormgegeven en hoe weinig enerverend de film is.
The End of Oak street is geen slechte film. The End of Oak Otreet is gewoon de zoveelste film met een groot budget die je probeert te overdonderen met spanning en sensatie maar niets oorspronkelijks herbergt en in feite niet voor veel opwinding verantwoordelijk is.
Film die zich afspeelt in een samenleving waarin het voor ongehuwde mensen verboden is om seks te hebben. Niet helemaal verboden, want een keer per jaar mogen de ongehuwden helemaal los gaan. Een even origineel als belachelijk gegeven. Ook een gegeven zonder veel meerwaarde want de film ontpopt zich als een simpele klassieke romantische komedie, die de gebaande paden volgt van de gemiddelde romantische komedie.
Juist omdat de uitgangssituatie nogal belachelijk klinkt, verwachtte ik dat er met de merkwaardige wet die seks tussen ongehuwden verbiedt, flink de spot zou worden gedreven. Onderdrukking, inbreuk op de vrije wil of een autoritaire staat zijn toch elementen waar je op het humoristische vlak iets mee kan. Nee dus. Regisseur Will Gluck (Friends with Benefits (2011), Easy A (2010)) schetst op oppervlakkige wijze de uitgangssituatie en besteedt er inhoudelijk verder amper nog enige aandacht aan. Will Gluck wil de kijker niet vermoeien met scherpte en diepzinnigheid maar regisseert liever een simpele romantische komedie. En dat is hem uitstekend gelukt.
Erg grappig zijn de gebeurtenissen niet. Erg voorspelbaar is de verhaallijn wel. De personages Owen (Callum Turner) en Allie (Monica Barbaro) zijn beiden ongehuwd en komen elkaar in de bewuste nacht meerdere keren tegen. De doorgewinterde romantische komedie-kijker weet dan al waar de reeks kansloze ontmoetingen uiteindelijk in uit gaat monden. One Night Only biedt geen verrassend verloop en de interacties tussen beiden leveren niet echt hele grappige gebeurtenissen op. Toch kijkt de film niet onprettig weg. Vooral dankzij de beide hoofdrollen die amusant zijn ingevuld. En dankzij een paar amusante bijrollen. En tot slot is er nog de setting in New York als aangename achtergrond bij het verhaal.
Alternatieve titel: Let It Rock, 14 september, 02:26 uur
Het is leuker om iets te schrijven over de perikelen rond het productieproces van de film dan over de film zelf. Laat ik dus maar met de perikelen beginnen. De productie werd geteisterd door catastrofes. Regisseur en schrijver Roland Klick werd allereerst geconfronteerd met een afhakende producer die geld had toegezegd om een sterrenbezetting met onder andere Dennis Hopper en Jane Birkin aan te trekken. Weg grote sterrencast maar met hulp van andere geldschieters resteerde net genoeg geld voor Hopper en de prijzige Birkin. Toen ook een Duitse producent het niet meer zag zitten, was er alleen voldoende geld over om Dennis Hopper te casten voor de hoofdrol. Voor de andere rollen werd een beroep gedaan op de leden van een of ander toneelgezelschap van het Amerikaanse leger.
Aangezien Hopper een cocaïneverslaving had, werden de opnamen behoorlijk vertraagd. Hopper was niet in staat om meer dan twee uur per dag geconcentreerd te acteren. Veel scènes moesten daarom worden uitgesmeerd over meerdere dagen. Soms lukte het ook dan niet om scènes volledig volgens het scenario af te ronden. In een later stadium zijn nog scènes toegevoegd. las ik. Waarschijnlijk met de bedoeling om dat nieuwe materiaal tussen allerlei onsamenhangende brokjes fillm te plaatsen en er alsnog een coherent geheel van te maken. Niet geheel geslaagd, wat mij betreft.
White Star is een chaotische film en een intens aanwezige Hopper maakt een beangstigend manische indruk. De handcamera weet de intense Hopper goed te vangen. De camera dicht op het strijdgewoel. Dicht op de actie. Dicht op de huid. Iets meer afstand tot Hopper had ik op prijs gesteld. Hopper met zijn halflange haren de ene keer vettig naar achteren gekamd en de andere keer in plukken voor zijn gezicht hangend. Hij rookt de ene sigaret na de andere. De sigaret soms tussen zijn tanden geklemd terwijl hij praat. Hij gebaart heftig, friemelt aan van alles, schreeuwt, snauwt vloekt en raast door de film. Hopper in de manische overdrive. Dat is even indrukwekkend maar niet een hele film lang. Het wordt een zich herhalend kunstje en dat kijkt op den duur verrekte vermoeiend.
Omdat Hopper maar twee uur per dag zinnig kon acteren, bevat de film wat tussendoortjes in de vorm van statistische shots van de stad Berlijn waar de film zich afspeelt. Berlijn in de ochtendmist. Een vervallen gebouw. Een kind dat met zijn hond langs de Berlijnse muur loopt. Mensen op een brug. Een metrostation. Het zijn prettige sfeerbeelden. Ze zeiden me meer dan de rest van de film.
Verhalen verteld vanuit het perspectief van een oude boom die midden in een botanische tuin staat. Het begint allemaal met een close-up van een merkwaardig object waaruit (weergegeven in time lapse) een stengel groeit die uit de grond schiet en zich tot een plant ontwikkelt. Een plant die een boom wordt. De boom die het rustige middelpunt is van drie verhalen die zich los van elkaar en over een tijdspanne van ruim een eeuw afspelen maar zich thematisch laten samenvoegen.
Aan een Duitse universiteit begint Grete in 1908 als eerste vrouw die aan deze onderwijsinstelling is toegelaten aan de studie plantkunde en ontwikkelt een fascinatie voor een ginkgoboom in de botanische tuin. In de jaren 70 ontwikkelt de student Hannes die uit een dorp afkomstig is en op de campus een verloren indruk maakt, eenzelfde fascinatie voor de boom. En in het jaar 2020 raakt de Chinese neurowetenschappen Tony in de ban van de boom en vult de leegte van de lockdown met een experiment op de ginkgoboom.
De drie personages hebben niet alleen hun fascinatie voor de boom en hun algemene interesse in planten gemeen, maar delen ook een gevoel van eenzaamheid en een schijnbaar onoverbrugbare afstand tot hun omgeving. Grete is de enige vrouw aan de universiteit en zij moet aan hogere morele en vakmatige eisen voldoen dan haar mannelijke medestudenten. Hannes kan zich niet echt aanpassen aan de liberale en rebelse sfeer die in de jaren 70 aan de universiteit heerst. En de Chinese Tony wordt als vreemdeling door zijn nieuwe omgeving met argwaan bekeken, vindt geen aansluiting en raakt door de lockdown verder geïsoleerd.
Ze vinden troost in de aanwezigheid van planten. Gedreven door hun wetenschappelijk interesse en aangemoedigd door hun isolement ontdekken ze dat planten zeer individualistisch ingestelde en ook zeer gevoelige wezens zijn. Die constaring is een gevolg van proefnemingen, ontdekkingen en waarnemingen. Een proces dat in een zeer rustig tempo voorbijglijdt. Visueel en dramaturgisch baart de film weinig opzien. Sfeer is er wel. De beeldtaal is ingetogen en poëtisch en nodigt uit tot contemplatie.
Voor sommige kijkers zal het trage tempo waarin alle gebeurtenissen zich voltrekken een beproeving voor hun geduld zijn. Anderen zullen hun geest heerlijk filosofisch kunnen laten dobberen in de serene atmosfeer die de film creëert. Zo zou je kunnen dobberen over de verschillen tussen mensen en niet-menselijke wezens. Of je kunt dobberen over de schijnbaar onoverbrugbare verschillen die bestaan tussen mensen onderling. Of dobber erover hoe in tegenstelling daarmee de kloof tussen mens en niet-menselijk levend wezen gemakkelijk valt te overbruggen. Of dobber over iets anders dat binnendrijft.
De film verkent met behulp van lange shots de bijzondere band die de personages hebben met hun plantaardige omgeving. Eerder schreef ik dat de film visueel weinig opzien baart. In sensationeel opzicht is dat ook het geval. Wel bijzonder is de keuze van de regisseur Ildikó Enyed om de drie verhalen die zich in drie tijdvakken afspelen in verschillende formats weer te geven. 35 mm en zwart-wit voor de vroegste periode. Een korrelig 16 mm formaat dat soms doet denken aan filmpjes gemaakt met een ouderwetse handcamera voor de dartele jaren 70. En digitaal camerawerk voor de killere hedendaagse tijd. Passende keuzes die aan de verschillende verhaallijnen een sfeervolle meerwaarde geven.
Stille Freunde drijft verhaaltechnisch en acteertechnisch op minimalisme. Weinig verhalende inhoud. Weinig innerlijke investering in de personages. Weinig uitbundigheid bij de acteurs. Wel een bijzondere sfeer. Serene rust. Het tempo traag. Een lange film. Ook dat nog. Een beproeving voor mijn geduld was de film niet. De film bleef blijvend intrigeren. De sereniteit, de lyrische accenten en de intense gedrevenheid van de personages grepen me. Het einde kwam sneller dan op voorhand verwacht. Het was fijn om mee te gaan in de transcendente beschouwingen van de regisseur over onzichtbare banden tussen tijden, plaatsen en drie personages die overeenkomstig gefascineerd raakten.
Film die zich afspeelt in het idyllische kustgebied Cornwall in het Zuiden van Engeland. Het prachtige landschap dient als achtergrond bij een drama dat zich bezighoudt met de gevoelswereld van de twee jeugdige hoofdpersonages Evie en Adam. Beiden missen hun vader en kampen met gevoelens die diep begraven liggen en die door een pijnlijk proces aan de oppervlakte komen.
Als symbool voor dat proces fungeert een verlaten mijn die door de twee wordt verkend. Een mijn waar vreemde geluiden zijn te horen. De film roept op die manier een mysterieuze en wat onheilspellende sfeer op die regisseur en schrijver Lucy Cohen gebruikt om gevoelsmatig te accentueren dat het verleden nog steeds invloed heeft zelfs als het begraven ligt. Zelfs als niemand het er over heeft.
Synchroon lopend met de spannende ontdekkingstochten in de mijn leren Evie en Adam zichzelf en hun gevoelens beter kennen. Gevoelens die te maken hebben met problemen van alledaagse aard en vooral zijn terug te voeren op stilzwijgend rouwen en een verstoorde verhouding tussen generaties die maakt dat de moeders van Evie en Adam geen besef hebben wat er werkelijk in hun kinderen omgaat. De kinderen zijn volwassener dan de moeders denken. Botsingen kunnen niet uitblijven en die leiden tot enkele emotionele scènes.
Edge of Summer is overigens geen film waarbij je voortdurend naar je zakdoek grijpt om je tranen te drogen. De film is wars van sentiment en hanteert een rauwe en directe stijl die maakt dat emotionele scènes oprecht binnenkomen. Een uitstekende cast laat zien hoe ongestructureerd, verschrikkelijk maar ook helend die botsingen kunnen zijn.
En Regisseur Cohen laat met Edge of Summer zien dat ze het onderlinge onbegrip en de onderlinge frustraties tussen de personages verbaal en beeldend overtuigend en geloofwaardig weet te ensceneren. Aan het eind van de film zijn niet alle vragen beantwoord, maar zijn er voldoende aanknopingspunten om je eigen antwoorden te bedenken. De beslissing om niet alles haarfijn uit te leggen sluit goed aan bij de realiteitszin van de film. Het voelt passend en goed. Fijne film.
Alternatieve titel: A Real Young Lady, 10 september, 01:19 uur
Met haar regiedebuut "Une Vraie Jeune Fille” verfilmde de Franse schrijfster Catherine Breillat in 1976 haar eigen roman. De film gold echter als pornografisch en werd verboden. Pas na ruim 20 jaar werd de film voor het eerste vertoond. Gelijk maar met de deur in huis vallen dan. Une Vraie Jeune Fille is ondanks een paar expliciete scènes geen pornografische film. Een erotische film dan misschien? Nee, denk het niet. De film lijkt niet gemaakt te zijn om te prikkelen. Bezien vanuit vrouwelijk perspectief lijkt de film een serieuze blik te willen werpen op de bewustwording en de omgang met vrouwelijke seksualiteit.
Als aanschouwelijk model voor dit proces dient het puberende meisje Alice. Een stout meisje. De film geeft haar seksuele bewustwording op een tamelijk provocerende manier weer. De kijker wordt getrakteerd op een onverbloemde weergave van de confrontatie van pubermeisje Alice met haar veranderende lichaam en haar onstuimige gevoelswereld. De weergave kwam op mij nogal overdreven over. Maar goed, wat weet ik er ook van. Ik ben geen puberend meisje en ben dat ook nooit geweest. Het stoute jonge meisje gaat in ieder geval flink tekeer. Zo steekt Alice aan de eettafel een lepel in haar vagina, kotst ze zichzelf heerlijk onder in bed, speelt ze met een regenworm in de buurt van haar geslachtsdeel en duwt ze (alsof het niks is) en passant een fles in haar achterwerk. Het is heerlijke cinema.
Er is gelukkig tijd om even bij te komen van zoveel fysieke actie want gedurende grote delen van de film wordt aandacht besteed aan de verwijdering die er is tussen Alice en haar ouders. Niet gek als de moeder een hysterische indruk maakt en de vader autoritair en saai is. Geen vrolijk huishouden. Aan de eettafel heerst dan ook een ijzige stilte die de afstand die de gezinsleden tot elkaar hebben goed illustreert. Geen wonder dus dat Alice zich aan de eettafel nogal opgelaten voelt en zich eventjes heimelijk speels terugtrekt met een lepel.
Haar recalcitrante gedrag is heel begrijpelijk, maar ik betwijfelde sterk of het seksuele aspect van haar gedrag representatief is voor puberende meisjes. Op het moment dat Alice veren in haar kont steekt en kakelend uitroept dat ze een kippetje is, twijfelde ik niet meer. En zo slaagde Breillat er niet in om mij te laten sympathiseren met het verwarde en emotioneel gekwelde tienermeisje. Haar gevoelsleven, haar dagdromen en haar actiescènes deden me maar weinig.
Hoe uit het einde van een levensfase een nieuw begin wordt geboren. Een nieuw begin voor de bijna continu rokende Taisto die in de gelegenheid wordt gesteld afstand te nemen van een leven van monotonie, gebrek aan perspectief en vernedering. Een odyssee naar het zuiden van Finland moet hem dat nieuwe leven brengen. Niet zelden kijkt Taisto gezeten in zijn witte cabriolet met een holle blik en een brandende sigaret tussen de vingers in de camera. Alsof hij er zelf niet in gelooft. De kijker doet dat ook niet. Die heeft bij de eerste aanblik van de hoofdpersoon het hoofd al in den schoot gelegd.
Het is de tragische humor die zo typerend aanwezig is in de werken van regisseur en schrijver Ari Kaurismäki. Geen enkele inspanning van de personages resulteert erin het kwaad af te wenden. Lijden is onontkoombaar. Kaurismäki laat zijn personages flink lijden. Niemand krijgt iets cadeau. Dat is de bittere essentie in de manier waarop Kaurismäki het leven schildert. Het is tevens de reden waarom de kloof tussen individuen bestaat. Een ieder moet zich een weg vechten uit hetgeen dat hem belemmert om te zijn en te doen zoals hij wil. Het leven is een strijdtoneel.
De verhalen van Kaurismäki vertellen van de gewone Finse man. De gewone Finse man die in Kaurismäki's films duidelijke overeenkomsten hebben maar die zich tevens van elkaar onderscheiden met hun eigenheid. De personages in de films zijn onderscheidend genoeg om elk een eigen uniek verhaal te beleven. Ariel is het verslag van de beleving van een man die een nieuw leven begint. Het verhaal volgt de neergang, de herrijzenis en ook de stagnatie die wederom een neergang inluidt. Enzovoort. Het verhaal van een man die niet opgeeft ondanks dat hij eerst alles moet verliezen voordat hij ook maar iets wint. Zonder verlies is er geen kans op geluk, lijkt de film te willen zeggen.
Die filosofie is goed voor vele onwaarschijnlijke en bizarre gebeurtenissen. Het abstracte, het surrealistische en het absurde in de Finse samenleving wordt geprojecteerd op het personage Taisto die daardoor overigens altijd een personage blijft waarin je je moeilijk kunt verplaatsen. Tragisch, ongrijpbaar en onwezenlijk. Precies zoals we dat van Kaurismäki zijn gewend.
Neill Blomkamp, de regisseur van District 9 (2009) en Chappie (2015), richtte in 2016 zijn eigen productiestudio met de naam Oats Studios op. Zijn voornaamste reden om die stap te nemen was om onafhankelijk te kunnen werken. Hij voelde zich wat beperkst in zijn creativiteit omdat de grotere filmstudio’s niet bereid bleken om inhoudelijk of visueel te experimenteren. Onder zijn eigen verantwoordelijkheid maakte hij een aantal korte films, waarvan Rakka er een is.
Met Rakka leidt Blomkamp de kijker naar een dystopische toekomst waarin de aarde door hagedisachtige aliens is veroverd. De mens is bijna uitgeroeid en het aanzicht van de aarde is behoorlijk veranderd. Kleine groepjes overlevenden houden moedig stand. De kijker wordt zonder enige introductie midden in die wereld gedropt en verlaat die wereld na 20 minuten even abrupt. Dat plotse afscheid voelt ietwat onbevredigend. Duiding komt van een voice-over en ook laten sommige personages iets los over de situatie in de wereld. Zo is het mogelijk om gebeurtenissen in een enigszins begrijpelijke context te plaatsen.
De wereld en de gebeurtenissen worden rauw en zonder opvallend kleurgebruik gepresenteerd. De apocalyptische beelden zien er onaantrekkelijk maar fraai uit. Prima sfx. Prima aliens. Rakka is een spannende film. Visueel interessant. En inhoudelijk valt er ook nog wel het een en ander te overpeinzen. Metaforisch, symbolisch. De film nodigt uit tot interpretatie. En dat allemaal in 20 minuten tijd. Rakka is knap gemaakt en een bijzonder aangenaam zitje.
De onbevangen Elliot (Cooper Hoffman) krijgt een baan bij de provocerende kunstenares Erika Tracy (Olivia Wilde) en wordt een wereld ingetrokken vol seks, obsessies, machtspelletjes, geheimzinnigheid en gewetenloosheid. Het verhaal speelt zich af te midden van kunstzinnige decors en maakt met het aansnijden van thema’s als identiteit, materialisme, seks en moraal een pretentieuze indruk. Met behulp van de gekunstelde enscenering houdt de film die illusie een tijdje levend maar al vrij snel blijkt het accent veel meer op uiterlijkheden dan op inhoudelijkheden te liggen.
De film is een komisch commentaar op de veranderende seksuele moraal, op de elitaire wereld van de schone kunsten en op de hang naar kicks. Het zijn in de film de instrumenten die de identiteit van iemand bepalen. Ik verwachtte een behoorlijk subversieve film maar eigenlijk is "I Want Your Sex" een ontnuchterend brave parodie op de popcultuur. De film volgt Elliot die in een pornografisch getinte fantasiewereld terechtkomt. Een wereld van rollenspellen. De belachelijke capriolen die worden uitgehaald zijn niet bijzonder erotisch en staan bovendien veraf van uitgebalanceerde morele en sociologische observaties.
I Want Your Seks is een platte sekskomedie. Seks wordt gepresenteerd als een groteske vorm van gymnastiek. Waarschijnlijk met de intentie om taboedoorbrekende en rebelse signalen af te geven. Niet geslaagd, wat mij betreft. Over het algemeen is de film niet grappig, plat, oppervlakkig en beweegt zich daarmee op verre afstand van wat je mag verwachten van een scherpe satire. Erg teleurstellend. Het fraaie kleurrijke setdesign, een enkele oprecht grappige scène en het aardige acteerwerk maken iets goed.
Alternatieve titel: The Rise and Fall of Little Voice, 7 september, 01:09 uur
Hevig rouwend om haar vader verdiept de stille en verlegen Laura (Jane Horrocks) zich in de platencollectie van haar vader. In de muziek van Shirley Bassey, Marlene Dietrich en andere grootheden vindt ze troost. Met een krachtige en mooie stem zingt ze de nummers mee. Behalve troost biedt haar luide gezang ander soelaas. De muziek overstemt de luidruchtige uitspattingen van haar moeder Mari (Brenda Blethyn) die elke avond in dronken toestand een andere man mee naar huis neemt. Een daarvan is de dubieuze talentenscout Ray Say (Michael Caine) die Laura hoort zingen en weet dat hij een goudmijntje heeft ontdekt.
Little Voice is gebaseerd op een musical en werd tot een film bewerkt door regisseur en schrijver Mark Herman. Hij heeft er een film van gemaakt die met gebruikmaking van de tegenstellingen tussen de personages ontroering en hilariteit teweeg brengt. In de film moet het stille, het zachte, het tedere zich handhaven tegenover het grove en het ordinaire. Voor het tedere aandeel is Horrocks (samen met een wat timide bijrol van Ewan McGregor) verantwoordelijk. De tegenstellingen worden door Blethyn en Caine vertolkt. Het acteerwerk is krachtig en overtuigend. Ik had meteen een hekel aan moeder Mari en scout Ray Say.
Muziek speelt een grote rol. Het repertoire sprak me niet erg aan, maar ik kan niet ontkennen dat de nummers die Laura ten gehore brengt door een bijzonder goede stem worden gezongen. Was wel benieuwd wie de zangeres zou zijn. Na afloop van de film las ik dat Jane Horrocks niets playbackte maar alle nummers zelf heeft ingezongen. Erg knap.
Verhalend stelt het allemaal niet veel voor. De film speelt met de contrasten tussen de personages en haalt daar de emotie uit. De personages maken de film. Het verloop van het verhaal is vrij voorspelbaar en maakt weinig indruk. Het zijn de personages die het hem doen. Stuk voor stuk indrukwekkend. Zo indrukwekkend dat ik maar weinig last had van het gezang en de dramaturgische platitudes.
De film die een adaptie is van de gelijknamige roman van Steve Mosby, ziet af van experimenten en geforceerde originaliteit en vertrouwt volledig op zijn veelzijdige verhaal en op zijn gerenommeerde cast. In de sfeervolle en spannende film van regisseur James Ashcroft (Coming Home in the Dark (2021), The Rule of Jenny Pen (2024)) maken Robert de Niro, Michelle Monaghan en Adam Scott jacht op een seriemoordenaar die in een stereotiep stadje in New Jersey huishoudt.
In de film speelt het thema vader-zoon een belangrijke rol. Het thema verleent de film wat voor de hand liggende psychologische ‘diepte’, die niet erg indrukwekkend wordt uitgewerkt maar wel een relationeel fundament neerlegt waardoor de kijker de personages leert kennen en met hen kan sympathiseren tijdens de jacht op de seriemoordenaar. Een fijne traditionele seriemoordenaar trouwens oftewel een heerlijke charismatische manipulatieve psychopaat zoals je die met name in soortgelijke film uit de jaren 90 tegenkomt.
De eerste twintig minuten van de film zijn wat haperend. De film komt moeizaam op gang. Zodra een gebeurtenis een race tegen de klok in gang zet, is dat moeizame euvel verholpen. Ook de sfeer profiteert van de gangmakende gebeurtenis. De accenten liggen opeens op somber, grijs, regenachtig, onheilspellend, duister. Een uitstekende sfeer om een kat-en-muisspel met een gevaarlijke psychopaat te spelen.
De resterende tijd vliegt voorbij. In die resterende tijd ontpopt de film zich tot een traditionele thriller die niet uitblinkt in originaliteit en ook nauwelijks in onverwachte gebeurtenissen. Desondanks is de verhaallijn boeiend, zijn de personages intrigerend genoeg en is er de uitstekende benauwende atmosfeer. En tot slot zij nog vermeld dat de paar optredens van Michael Keaton absoluut noemenswaardig en sfeerverhogend zijn.
Miranda: You don't take anything seriously do you? You think the world is just here for your amusement!
Charlie: But look at the world…
Miranda: I do. But unlike you I have to live in it!
De jonge Miranda (Evan Rachel Wood) heeft het niet gemakkelijk. Haar moeder uit beeld. Haar vader in een psychiatrische kliniek. Toch heeft ze haar leven goed op orde. Als haar licht psychotische vader Charlie (Michael Douglas) na twee jaar uit de kliniek wordt ontslagen, wordt haar leven echter een stuk minder controleerbaar.
King of California heeft een rustige opbouw en zuigt de kijker langzaam en subtiel de film in. Het samenspel tussen Wood en Douglas werkt aanstekelijk en voor je het weet bevind je je midden in hun kleine familiewereld. Een wereld waarin de vader waanzinnige ideeën en acties heeft en Miranda alles in het werk stelt om te zorgen dat de dingen niet uit de hand lopen en de schade beperkt blijft. De interactie tussen Charlie die een ongedwongen levensvreugde uitdraagt en een kinderlijk enthousiasme tentoonspreidt en zijn bedachtzamere en soms wanhopige dochter levert prachtige scènes op. Ontroerend, hilarisch, luchtig, spannend.
Regisseur Mike Chaill die ook het script schreef, vertrouwt in zijn eerste speelfilm op de dynamiek tussen de beide hoofdrolspelers. Zowel Douglas als Wood brengen hun personage met geweldig acteerwerk tot leven. Dat doen beiden in een prachtig verhaal dat heerlijk grillig meandert. Een verhaal dat met veel humor vertelt van saamhorigheid, vertrouwen, geloven in dromen en de moed om jezelf te zijn. Misschien klinkt dat wat zoetjes, maar dat is de film zeker niet. King of California is een zeer vermakelijke tragikomedie met een verhaal dat subtiel laveert tussen de waanzin van het dagelijks leven en de waanzin die het gevolg is van de acties van vader Charlie. Heerlijke film.
Niet bijster origineel. In The Runner moet een vrouw (Gal Gadot) veel rennen om haar kind uit gevangenschap te kunnen verlossen. Ze rent omdat ze haar missie binnen een bepaalde tijd moet voltooien. Onderweg gebeuren wat verwachte dingen en wordt in de tijd tussen de gebeurtenissen haar verleden in flitsjes uit de doeken gedaan. Zal tijdvulling zijn, want heel relevant is dat verleden verder niet. Ach, laat ik het maar gewoon benoemen: de film stelt niet veel voor.
The Runner is een actiethriller, die niet spannend is. Bijna alle situaties die zich voordoen zijn voorspelbaar. Dat geldt zelfs voor de plotwending aan het einde. Er gebeurt eigenlijk maar zelden iets waarvan je opveert. Ook de maatschappijkritische noot die de film voorspelbaar en onnodig kraakt is voor de hand liggend. In de film is de smartphone voor de rennende vrouw een belangrijk communicatiemiddel en na een voorspelbare gebeurtenis komt vervolgens heel even de onafscheidelijke band tussen mens en smartphone aan de orde. In plaats van de kijker hiermee te vervelen, leek het plaatsen van een spannende scène mij gepaster.
Het kijken naar de film valt desondanks mee. Dat wordt met name veroorzaakt door het snelle tempo. Dat tempo verhult enigszins dat het verhaal niet spannend is, de rennende hoofdpersoon niet interessant is, de antagonist erg stereotiep en niet dreigend is en dat het allemaal niet veel voorstelt.
Een Amerikaanse piloot stort neer in de Sovjet Unie en moet door vijandig gebied zijn weg naar de vrijheid zoeken. De film laat een gedesillusioneerde en bijzonder getalenteerde Rus de Amerikaan helpen om aan de nare Sovjet autoriteiten te ontsnappen. Mayday is een simpele actiekomedie met een prominente bezetting. Ryan Reynolds en Kenneth Branagh in een film die zich ten tijde van de koude oorlog afspeelt. Dat roept wat nostalgische gevoelens op. Dat Mayday een leuk ouderwets buddyconcept volgt, helpt daarbij.
Want heel pretentieus is de film niet. De film slaat geen originele wegen in en doet gewoon denken aan een willekeurige buddymovie uit de jaren 80. Dat de film zich in 1987 afspeelt en het tijdsbeeld overtuigend is, maakt die associatie wel erg gemakkelijk. Het verhaal volgt een beproefd en vertrouwd concept. Een contrasterend duo dat een gevaarlijke missie onderneemt en dat doet in een sfeer van lichtzinnigheid. Mayday voert het concept goed uit. Reynolds en Branagh vormen een leuk dynamisch duo dat zich met geweld en humor een weg baant door de wildernis van de Sovjet Unie terwijl de vijand hen steeds dicht op de hielen zit.
De film heeft geen grote verhalende ambities en behandelt geen serieuze thema’s. Mayday is puur gericht op amusement. De film heeft een mooie setting, prima actie, leuke humor en een duo dat met hun lichtzinnige acties de film van een levendige sfeer voorziet. Mayday is een prima actiekomedie.
Gigantic is een kleine film. Een romantische komedie met een verhaallijn die niet heel opzienbarend is. Een jongeman die verliefd wordt op een meisje en onderweg wat strubbelingen tegenkomt. Dat klinkt als een ordinaire romantische komedie. De film heeft echter meer te bieden dan de niet opzienbarend klinkende verhaallijn impliceert.
Gigantic is geen kitscherige film. De film sluit meer aan bij de realiteit dan de gemiddelde romantische komedie. De film is opener en ongedwongener. Gigantic richt zich meer op de personages dan op gebeurtenissen. De personages zijn zowel interessant als excentriek. Niemand vervult een stereotiepe rol. Bijna elk personage wijkt af van de maatschappelijke norm. Dat geldt voor de hoofdrollen van Paul Dano en Zooey Deschanel alsmede voor de bijrollen die onder andere door John Goodman en Zach Galifianakis worden verzorgd.
Gigantic is een wat vreemde eend in de wereld van de romantische komedies. Hoe verder je in de film komt hoe minder de romantiek een rol speelt en hoe meer de tragiek erin sluipt. Ik zou Gigantic dan ook niet als een vrolijke en zorgeloze komedie willen betitelen. Er zijn zeker momenten in de film die op de lachspieren werken, maar er zijn veel meer momenten die gericht zijn op het drama dat de personages omringt. Soms gaat het drama gepaard met humor. Echter lang niet altijd.
Na afloop constateer ik gekeken te hebben naar een solide film met fraaie excentrieke personages die elk met hun eigen wensen, problemen en beperkingen aan het worstelen zijn. De diverse worstelingen worden niet erg diepzinnig onderzocht en uitgespit waardoor de dramatische impact gering is. De impact gaan net ver genoeg om je tijdens de film betrokken te voelen. Niet ver genoeg om er na afloop nog veel denkwerk aan te besteden.
De sabbat is een wekelijkse Joodse viering die meestal met familie wordt gevierd. Een sabbatdiner is onderdeel van de viering en in Bad Shabbos komt een familie samen voor het diner. Door een onverwachte gebeurtenis en het bezoek van aangetrouwde Katholieke verwanten, verloopt het diner niet in alle rust.
Regisseur Daniel Robbins maakt van dit gegeven een film met fijne en zwarte humor. De grapdichtheid is hoog. Bad Shabbos haalt zijn humor uit onderling relationeel ongemak, de laconieke omgang met de regels rondom Sabbat, de botsing der culturen en uiteraard uit de onverwachte gebeurtenis. Leuke personages geven het geheel vorm. De eigenschappen van de personages verschillen en zijn behoorlijk uitvergroot. De diversiteit zorgt voor grappige contrasten, onderling onbegrip en hectische taferelen.
De film speelt zich grotendeels af in een appartement en heeft een toneelachtige uitstraling. Veel gesproken woord dus. Geen zorg want de dialogen zijn scherp, ironisch en worden bijna onophoudelijk op de kijker afgevuurd. Een uitstekende cast brengt het scenario tot leven. De cast harmonieert goed en veroorzaakt een prettige dynamiek. Bad Shabbos is een aangename en grappige film die je op de koop toe ook nog wat van de Joodse cultuur bijbrengt.
Over een monsterlijke octopus die in een fjord huist. In oude filmfragmenten die aan het begin van de film zijn te zien, vertellen mensen al over een groot beest dat in het fjord zou leven. Het grote weekdier waart daar dus al langer rond en is vermoedelijk al flink op leeftijd. Terug in het heden zorgt technisch gerommel van een visbedrijf voor onrust in de wateren en de opgeschrikte octopus roert zich. Wakker geschud staat het beest klaar om stevig tekeer tegaan. Het klinkt niet erg origineel, maar met wat leuke actiescènes en wat bloed hier en daar, kan de herrijzenis van het monster best een leuke film opleveren.
De herrijzenis levert echter geen leuke film op want na de introductie gebeurt er vrij weinig. Het is dat je weet dat er een octopus op de loer ligt, maar de film laat het je niet voelen. Onderhuidse spanning bezit de film niet. Een dreigende sfeer ontbreekt. Bovendien duurt het wel erg lang voordat de kijker een glimp van het beest opvangt. Tot die tijd moeten we ons vermaken met het leren kennen van de personages die binnen een clichématig ingevulde verhaallijn wat worstelen met probleempjes en amper enige indruk maken.
Het laatste halve uur van de film is aardig. Er is wat actie en het grote gevaarte is wat prominenter aanwezig. Heel spannend wordt het echter niet, maar de film heeft tenminste wat vaart gekregen, er verschijnen wat andere vraatzuchtige zeediertjes en er vallen wat slachtoffers. Op het scherm is zowaar opwinding zichtbaar. Het laatste halve uur voorkomt niet dat de film opeens geen teleurstellende monsterfilm meer is, maar voorkomt wel dat je je catatonische staat, waarin je al een uur lang bent weggezakt, kunt verlaten. Daar is het wel mee gezegd. Kraken is echt een matige monsterfilm.
It Ends is een hele fijne mysteriefilm over vier bevriende twintigers die tezamen in een auto op een schijnbaar oneindig doorlopende weg terechtkomen. Een fascinerende uitgangssituatie, een fascinerend verloop en een goed acterende cast zorgen voor een bijzonder vermakelijke film. De oneindige reis is behalve mysterieus ook grappig en werpt en passant issues op over individualiteit, levensontwikkeling en de zin van het alles.
In beginsel lijkt de merkwaardige roadtrip een horrorscenario te volgen. En hoewel de film een waar horrorscenario beschrijft en hier en daar wat horrorachtige gebeurtenissen plaatsvinden, concentreert het verhaal zich vooral op de vier protagonisten. Op hun reacties, hun onderlinge dynamiek en spanning en hun emotionele ontwikkeling tijdens de roadtrip.
En die focus functioneert goed. Voor een groot deel is dat toe te schrijven aan de cast die op een paar uitzonderingen na, bijna de gehele film in beeld is. Prima sturing dus van regisseur en schrijver Alexander Ullom die met It Ends zijn speelfilmdebuut maakt. De acteurs slagen erin een complexe groepsdynamiek tot stand te brengen die boeiend is. Opmerkelijk, omdat een achtergrondverhaal bij de personages ontbreekt. De kijker stapt er blanco in en wordt niet gedirigeerd door flashbacks en dergelijke. De kijker haalt zijn emotionele binding puur uit het gedrag van de personages zoals ze dat tijdens de trip laten zien. .
It Ends is mysterieus en spannend. Prima vermaak dus. Daarnaast is het ook leuk om een beetje na te denken over de betekenis van de oneindige weg. Maar ook zonder je bezig te houden met een metaforische duiding is It Ends gewoon een erg fijne film.
Gezien de enorme hoeveelheid films waarin de mens wordt belaagd door een haai of meerdere haaien, is het als filmmaker moeilijk om nog met iets te komen dat je als origineel kunt beschouwen. In Deep Water is niets origineel. Sterker nog. De film lijkt bijzonder veel op het twee jaar eerder verschenen No Way Up (2024). Het is dan ook heel merkwaardig dat een hele ploeg schrijvers zich met het script heeft beziggehouden. Er werden zelfs twee schrijvers ingehuurd om de Chinese personages te voorzien van tekst en subplot. De Chinese inbreng is niet gering. Dat is goed verklaarbaar omdat de film zoals meer films van regisseur Renny Harlin voor een groot deel met Chinees geld werd gefinancierd.
Die hoeveelheid schrijvers heeft niet kunnen voorkomen dat het verhaal van clichés aan elkaar hangt en de personages fantasieloze stereotypen vertegenwoordigen. Dat gebeurt competent want de film slaagt er ondanks de zwart-wit tekening redelijk goed in om empathie bij de kijker los te weken. Deep Water is dan ook een competent gemaakte clichéfilm. Het tempo is goed. De aanvallen van de haaien zijn niet slecht en de tijd tussen twee aanvallen is niet erg lang. Over het geheel genomen zijn ook de actiescènes waarin een haai geen rol speelt, heel behoorlijk geënsceneerd. Je hoeft je niet te vervelen.
Neemt niet weg dat de film niets biedt dat origineel is. De vergelijking met de film No Way Up die ook al geen erg originele film is, bleef zich maar opdringen. In die film leidt een vergelijkbare ramp tot een vergelijkbaar gevecht om te overleven. Sommige gebeurtenissen in Deep Water zijn zelfs bijna een-op-een gekopieerd. Deep Water is vermakelijke rommel en een competent gekopieerde film, zou je kunnen zeggen.