• 18.096 nieuwsartikelen
  • 184.951 films
  • 12.859 series
  • 35.426 seizoenen
  • 653.722 acteurs
  • 201.181 gebruikers
  • 9.522.965 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten mrklm als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Some Kind of Heaven (2020)

The Villages is de tot leven gewekte utopie van een Amerikaans stadje dat inmiddels is uitgestorven, maar waar de 70-plussers die zich hier hebben gevestigd volop genieten van het leven en zich wanen in een paradijs. Met fraai gefilmde, uitgekiende beeldcomposities versterkt Oppenheim aanvankelijk dat geïdealiseerde beeld van The Villages, om het vervolgens op een minder florissante wijze te beleven door ogen van bewoners die ondanks alle luxe en uiterlijke franje aanzienlijk minder genieten van dit paradijs. Dennis Dean is een gelukszoeker die woont in zijn bestelbus en hoopt een leuke, rijke weduwe aan de haak te slaan. Lynn Henry werkt fulltime die verlangt naar de liefde maar zich een buitenbeetje voelt. En Anne Kincer houdt krampachtig vast aan een huwelijk van 47 jaar met Reggie, wiens gedrag echter onberekenbaar, soms ronduit bespottelijk is. Een intrigerend portret van mensen in wat hun laatste jeugd zou moeten zijn, maar erg samenhangend is het niet.

Some Like It Hot (1959)

Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam in Duitsland kwam daarmee een grote emigratiegolf op gang. En omdat zijn opkomst een gevaar betekende voor Europa, was de VS voor vele vluchtelingen de eerste keus qua bestemming. Dit betekende een verrijking voor de filmindustrie in Hollywood, want mensen als Fred Zinneman [From Here To Eternity, High Noon], Otto Preminger [Anatomy Of A Murder, Exodus] en Fritz Lang [Metropolis, Fury] gingen er aan het werk. Deze grote regisseurs bekeken de VS vanuit een heel ander perspectief en dat zorgde voor een ontwikkeling in de filmkunst. Billy Wilder werd in 1906 in Oostenrijk-Hongarije geboren maar vanwege zijn Joodse achtergrond besloot hij in 1932 te vluchten, eerst naar Parijs en een jaar later naar de VS. Hij sprak geen woord Engels maar werkte vanaf 1934 in Hollywood.... als scenarist! Sterker nog: binnen een paar jaar zou Billy Wilder uitgroeien tot één van de meest gerespecteerde scenaristen in Hollywood die zich onder anderen specialiseerde in dialogen vol spitsvondigheden. De combinatie van scherpe dialogen en zijn Europese kijk op de VS gaf hem de mogelijkheid om vanaf 1942 zijn eigen scenario’s te regisseren! Double Indemnity [1944] leverde de film 7 Oscarnominaties op, waaronder twee voor Wilder zelf. Een jaar later had hij succes met The Lost Weekend, de eerste serieuze Hollywoodfilm over alcoholverslaving, waarvoor hij de Oscars voor beste regisseur en beste scenario [samen met Charles Breckett] won. Billy Wilder bleef daarna eigenzinnig in zijn onderwerpkeuze. In 1950 maakte hij Sunset Blvd, een vernietigende satire op de hypocrisie van Hollywood met een cast om je vingers bij af te likken, en in 1959 maakte hij Some Like It Hot, een komedie over twee mannen die door omstandigheden tijdelijk als vrouw door het leven moeten gaan, met seksuele overtonen die in die tijd behoorlijk gewaagd waren.

Wilder had aanvankelijk het team van Bob Hope en Bing Crosby [bekend van hun grappige Road To ...-filmserie] in gedachten en dat is aan de karakteriseringen en de dialogen absoluut te merken. Ik raad je aan om Road To Morocco eens te zien om de vergelijking te kunnen maken. Jack Lemmon genoot, mede dankzij zijn Oscar voor Mister Roberts [1955], al een reputatie als een komisch acteur, maar Tony Curtis was vooral bekend van een combinatie van serieuze rollen en luchtige niemendalletjes die hij maakte met zijn echtgenote Janet Leigh. Curtis was dus een ongebruikelijke en gewaagde keuze voor deze rol, maar de Curtis en Lemmon zijn perfect in hun rollen als contrabassist Jerry [Lemmon] en Joseph [Curtis] die getuige zijn van de beruchte St Valentine’s Day Massacre. Hoewel de verantwoordelijke gangsters hun betrappen, weten ze te ontkomen door zich aan te melden voor een tour door Florida.... in een vrouwenorkest! De twee voelen zich al gauw thuis, maar de problemen ontstaan wanneer Joseph/Josephine valt voor zangeres en ukelelespeelster Sugar Cane [Marilyn Monroe] en wanneer een excentrieke miljonair [Joe E. Brown] Jerry/Daphne probeert te verleiden.

Curtis en Monroe konden het niet met elkaar vinden, mede vanwege Marilyns onvoorspelbare gedrag. Ze was al in de periode beland waarin ze vaak uren te laat op de set kwam of simpelweg niet kwam opdagen, veroorzaakt door een enorme onzekerheid die zorgde voor geestelijke en, onvermijdelijk, fysieke klachten die ze vooral met pillen trachtte verhelpen. Monroe had naar verluidt 47 (!) takes nodig om het zinnetje “It’s me, sugar” goed te zeggen en 81 (!!!) takes voor het zinnetje ‘Where’s that Bourbon?” Het is daarom ook niet zo gek dat Curtis over de scènes waarin hij Monroe moest kussen zei dat het was alsof hij Hitler kuste. Het is des te wonderlijker dat deze film bijna 60 jaar later nog steeds hilarisch is. Bovendien speelt Monroe hier de rol die bepalend is voor haar eigen imago: het mooie, naïeve, onschuldige blondje met een hartje van goud en ze is werkelijk perfect, niemand had het beter kunnen doen. En ze zingt bovendien de klassiekers “I Wanna Be Loved By You” en het ontroerende “I’m Through With Love”. De dialoog bevat ontelbare hilarische dubbelzinnigheden, maar de scène waarin Lemmon en Brown samen de tango dansen op de klanken van het beroemde “Hernando’s Hideaway” is mijn persoonlijke hoogtepunt, ook al vanwege de gevolgen van deze dans. Een krankzinnige komedie door een geniale schrijver/regisseur en met een topcast waaronder Marilyn Monroe op haar best. En gezien de omstandigheden mag dat een wonder heten.

Something Borrowed (2011)

Op haar dertigste verjaardag vindt Rachel [Ginnifer Goodwin] de moed om Dex [Colin Egglesfield] te vertellen dat ze als tiener smoorverliefd op hem was. Onder invloed van drank belanden ze samen in bed. Probleem: Dex gaat over twee maanden trouwen. Met Rachels beste vriendin Darcy [Kate Hudson]. Een voorspelbaar verhaal dat nog enigszins wordt gered door de chemie tussen Goodwin en Hudson en de bijrol van John Krasinski als Rachels beste vriend. Egglesfield heeft het charisma van een vergeelde Tom Cruise-poster.

Something in the Dirt (2022)

Opgedragen aan ‘het maken van films met vrienden’ en het was beter geweest als deze film ook alleen beschikbaar hadden gesteld voor vrienden. Benson en Moorhead spelen twee vrienden die een bijzondere vondst doen en die proberen vast te leggen en te verklaren. Een oninteressant, veelal stomvervelend amateuristisch werkje.

Something in the Water (2024)

Lizzie [Lauren Lyle] nodigt haar vijf beste vriendinnen uit voor haar huwelijksfeest. Op de dag voor het huwelijk varen ze met een boot de zee op en dan gaat het mis. Een haai mag weer eens de schurkenrol op zich nemen nadat de dames gekibbeld hebben over oude zaken. Zoveelste rip-off van Jaws (inclusief poster) onderscheidt zich alleen omdat zowel de cast als de crew grotendeels uit vrouwen bestaat. En zo is bewezen dat vrouwen net zo goed zijn in het maken van matige films als mannen. Een conclusie die net zo verrassend is als de film zelf.

Sometimes a Great Notion (1970)

De paperback-versie van Ken Keseys boek, waarop deze film is gebaseerd, bedraagt 736 pagina's. Scenarist John Gay, die eerder o.a. meewerkte aan How the West Was Won (1962) en Mutiny on the Bounty (1962), slaagt er goed in het verhaal in te korten, daarbij geholpen door een ijzersterke cast en prima regie van Paul Newman.

Het verhaal betreft een eigenzinnige familie houthandelaren onder leiding van vader Henry [Henry Fonda] en zoon Hank Stamper [Paul Newman]. In de hilarische opening probeert een vakbondslid de familie over te halen om zich aan te sluiten bij een staking voor betere arbeidsvoorwaarden waarbij alle bedrijven in de omgeving zich hebben aangesloten. De arme man wordt onthaald door de vloekende en tierende Henry die hem met een geweer en granaten zeer hardhandig wegjaagt. Een contract is een contract en de Stampers zullen hun verplichtingen nakomen, ook al betekent dit dat ze daarmee lijnrecht tegenover hun buren komen te staan. Kort na dit incident verschijnt Henry's andere zoon (en Hanks halfbroer) Leeland [Hank Zarazzin] op de stoep. Zijn terugkeer roept niet alleen oude (pijnlijke) herinneringen op, maar maakt ook nieuwe emoties los.

De hele cast levert goed werk af, maar het scenario laat weinig ruimte voor Lee Remick (als Hanks echtgenote) om te schitteren. Er is wel een goede balans tussen drama, sentiment en humor waardoor de film zeer plezierig is om naar te kijken. Newman maakt bovendien uitstekend gebruik van de locaties en toont in detail hoe het houthakken in zijn werk gaat. Het levert enerverende momenten op en versterkt de authenticiteit van een uitstekend drama. De film wordt overigens gestolen door Richard Jaeckel als Hanks goedlachse, maar naïeve jongere broer, vooral in de hartverscheurende finale die gevolgd wordt door een indrukwekkende en fraai gefilmde epiloog die je niet snel zult vergeten.

Sometimes Always Never (2018)

Alan [Bill Nighy] is vervreemd geraakt van zijn zoon Peter [Sam Riley] sinds zijn andere zoon Michael spoorloos is verdwenen. De twee komen samen wanneer ze gevraagd worden om een lichaam te identificeren, maar Alan vermoedt contact te hebben met zijn vermiste zoon middels een Scrabble-app, aangezien een vaste tegenstander dezelfde speelstijl blijkt te hanteren. Een wat zonderlinge combinatie van familiedrama met komedie, maar dat is een kolfje naar de hand voor de voortreffelijke Nighy. Als drama is dit weinig succesvol, maar de geestige ondertoon maakt veel goed. Het bevat bovendien een aantal nuttige tips voor beginnende spelers van Scrabble... of Wordfeud!

Somewhere (2010)

De eerste 20 minuten bestaan uit twee integraal en statische gefilmde paaldansacts van tweelingzusjes en playmates Kristina en Karissa Shannon en de bevestiging dat Elle Fanning geen Sjoukje Dijkstra is. Een routinematige persconferentie later besloot ik de rest van de film op dubbele snelheid af te spelen. Zelfs dan was dit amper uit te zitten. Coppola wil de leegheid van het leven van een acteur op retour [Stephen Dorff] laten zien en ons deelgenoot maken van zijn stierlijke verveling. Daar is ze glansrijk in geslaagd.

Somewhere in Queens (2022)

Portret van een typische Iers-Amerikaanse familie in Queens met als middelpunt het echtpaar Leo [Ray Romano] en Angela Russo [Laurie Metcalf]. Ze zijn aangenaam verrast dat hun in zwijgzame, verlegen zoon Matthew [Jacob Ward] een vlotte vriendin blijkt te hebben en wanneer een talentscout suggereert dat Matthew over voldoende talent als beschikt om met een basketbalbeurs naar een Universiteit te gaan, lijkt alles even de goede kant op te gaan. Uiteraard loopt het anders. Ja, de opzet klinkt naar een clichématige coming-of-agefilm en op het eerste gezicht lijkt dit volstrekt gesneden koek te zijn. Totdat blijkt dat het scenario zich vooral richt op de worsteling van de ouders. En geleidelijk blijken ook al die telgen van de familie veel authentieker te zijn dan je zou verwachten. Een triomf voor alle betrokken, maar vooral voor Romano, die uit de volledige cast voortreffelijk spel weet te halen en me meerdere keren langdurig tot tranen wist te ontroeren. En wat een geniale slotzin!

Somos Lo Que Hay (2010)

Alternatieve titel: We Are What We Are

Mexicaanse horrorthriller over een familie waarvan de vader onverwacht komt te overlijden vlak voor er een kannibalistisch ritueel uitgevoerd dient te worden. Moeder Patricia [Carmen Beato] wacht ongeduldig af terwijl haar kinderen Alfrede [Francisco Barreiro], Julián [Alan Chávez] en Sabina [Paulina Gaitan] letterlijk uitvechten wie nu de verantwoordelijkheid voor de familie en de bijbehorende rituelen op zich mag nemen. Een paar gewelddadige uitbarstingen zijn onvermijdelijk maar ondanks dat we hier te maken hebben met een klassieke horrorthema is helemaal niet zo spannend, schokkend of bloederig. Eerder bizar en dus wat vervreemdend.

Son Hasat (2023)

Alternatieve titel: The Reeds

Er zijn verdwaalde geesten die dit een slowburner noemen, maar dit soort moraliteitsdrama’s maakten ze meer dan 100 jaar geleden al aan de lopende band in Hollywood en waren toen al oubollig. Ali [Hilmi Ahiska] verzet zich tegen en grootgrondbezitter [Ercan Kesal] die riethandel beheerst in het afgelegen Turkse dorpje waar Ali woont en werkt met zijn echtgenote Aysal [Sevgi Temel] met tragische consequenties die je ruim van tevoren ziet aankomen en die zich ook nog eens twee keer herhalen! Vol onnodige en onnodige langdurige scènes en met een voorspelbare climax die Agacikoglu ook nog eens buiten het zicht van de camera’s laat voltrekken. Het zou goed kunnen dat het de bedoeling was om de kijker 120 minuten lang te vervelen voor het eindshot, een regenachtige variant op een even oubollig cliché. Een totale verspilling van tijd, tenzij je iets zoekt om snel bij in slaap te vallen.

Son of a Gun (2014)

Nadat zijn celmaat [Kazimir Sas] is doodgestoken door de mannen van Dave [Sam Hutchin], sluit JR [BrentonThwaites] een verbond met Brendan Lynch [Ewan McGregor]. Die zorgt dat JR zijn tijd ongedeerd uit kan zitten in ruil voor een gunst. JR gaat werken voor Sam Lennox [Jacek Koman] en krijgt opdracht om Brendan te helpen ontsnappen, zodat hij een goudroof op touw kan zetten. Het toch al lastige parket wordt nog lastiger wanneer JR valt voor Tasha [Alicia Vikander], het liefje van Lennox. Formulematige actiethriller met een ondankbare rol voor Vikander. McGregors sterke vertolking als meedogenloze gangster maakt veel goed.

Son of Monte Cristo, The (1940)

Dit vervolg op The Count of Monte Cristo (1934) moest het helaas doen zonder de medewerking van Robert Donat, die weigerde terug te keren als Edmond Dantes. Daardoor zitten we opgescheept met Louis Hayward die niet beschikt over het charisma en het acteertalent om recht te doen aan deze rol. Hij speelt Edmond Dantes Jr die zich moet voordoen als opportunistische, sullige bankier om het vertrouwen te winnen van de gluiperige Generaal Gurko [George Sanders], die Groothertogin Zona [Joan Bennett] heeft gedwongen de macht aan hem over te dragen en haar wil dwingen met hem te trouwen, zodat hij de rechtmatige heerser van Lichtenburg wordt. Sanders is uitstekend en er zijn een paar aardige duellen, bovendien houdt regisseur Rowland V. Lee er de vaart behoorlijk in. Hayward overtuigt echter niet in een rol die op papier grotendeels een kopie is van The Scarlet Pimpernel (1934). Hayward is helaas geen Howard.

Son Vivant, De (2021)

Alternatieve titel: Peaceful

Toneeldocent Benjamin Boltanski [Benoît Magimel] heeft kanker dat dusdanig ver gevorderd is dat hij niet meer te redden valt. Met zijn goedbedoelende, maar verstikkende moeder [Catherine Deneuve] probeert hij zich voor te bereiden op het onvermijdelijke. In het eerste uur schetst Bercot een ideaalbeeld van het zorgsysteem waarin het verplegend personeel, onder leiding van de oprecht betrokken Dr. Eddé [Gabriel Sara], alle tijd en ruimte nemen om voor hun patiënten zorgen en de moraal hooghouden door samen Lean On Me te zingen. Maar Benjamins dood wordt volledige uitgemolken en Bercot overspoelt je met zoveel visuele clichés dat het einde een enorme opluchting is. En dat is geen aanbeveling.

Son-Mother (2019)

Alternatieve titel: Pesar-Madar

Leila [Raha Kohdayari] is een Iraanse weduwe met twee kinderen wiens baan op het spel staat omdat ze regelmatig thuis moet blijven om voor haar jongste te zorgen. Wanneer de fabriek besluit alleen nog maar ‘gezinshoofden’ in dienst te houden, komt Laila voor een moeilijke keuze te staan. Buschauffeur Kazem [Reza Behbudi] dingt al enige tijd naar haar hand, op voorwaarde dat hij niet voor Leila’s oudste zoon Amir [Mahan Nasiri] hoeft te zorgen. Bibi [Maryam Boubani] denkt een oplossing te hebben waarmee Leila haar baan kan houden en na een maand weer herenigd kan worden met haar zoon, maar het loopt anders. De eerste helft (Son) schetst Leila’s dilemma en maakt duidelijk hoe en waarom ze tot een besluit komt. Het tweede deel (Mother) toont de gevolgen van dat besluit voor Amir. Geeft inzicht in de traditionele sociale structuren die nog steeds domineren in Iran, alsmede wat de impact is van de internationele economische sancties tegen het land, maar de centrale personages zijn weinig toegankelijk.

Son, The (2022)

De opvolger van (maar geen vervolg op) The Father richt zich op Peter [Hugh Jackman], een hardwerkende, succesvolle zakenman die kort na de geboorte van zijn tweede zoon een noodkreet ontvangt van zijn ex-vrouw Kate [Laura Dern]. Hun tienerzoon Nicholas [Zen McGrath] blijkt al weken niet meer op school te zijn geweest en het lukt haar niet om hem tot rede te brengen. Wanneer Nicholas aangeeft dat hij denkt gelukkig te worden als hij bij zijn vader woont, kan Peter het niet over zijn hart krijgen om zijn zoon af te wijzen, hoe lastig dat ook is voor Peters huidige echtgenote Beth [Vanessa Kirby] en de zoon waar zij pas van is bevallen. Peters worsteling met zijn tienerzoon roept tevens herinneringen op aan de moeizame relatie die hij als tiener had met zijn eigen vader [Anthony Hopkins]. Zeller telefoneert nadrukkelijk hoe dit af zal lopen en hoewel ouders zich best wel eens blind kunnen staren op de tekortkomingen hun kinderen is het moeilijk om begrip te hebben voor de besluiten die ze nemen. Goed geacteerd, maar het scenario (net als The Father gebaseerd op Zellers eigenlijk toneelstuk) is niet overtuigend genoeg.

Song for Marion (2012)

Alternatieve titel: Unfinished Song

In de wetenschap dat ze niet lang meer te leven heeft, vindt Marion [Vanessa Redgrave] vreugde door te zingen in een seniorenkoor dat onderleiding staat van Elizabeth [Gemma Arterton]. Echtgenoot Arthur [Terence Stamp] worstelt ondertussen met de gedachte dat hij gefaald heeft als echtgenoot en als vader van James [Christopher Eccleston] met wie hij al jaren een moeizame relatie heeft. Na Marions onvermijdelijke overlijden vindt Arthur dankzij Elizabeth en het koor een manier om zijn frustratie, verdriet, maar vooral zijn liefde voor Marion uit te drukken. Tranentrekker is soms schaamteloos sentimenteel en de repetities van het koor zijn soms wel erg jolig, maar als puntje bij paaltje komt, zorgt de voortreffelijke cast (inclusief de ontwapenende Orla Hill als kleindochter Jennifer) voor een flinke brok in de keel. De vertolking van het liedje waar de titel naar verwijst, is een absolute hartenbreker.

Song of Love (1947)

Katherine Hepburn schittert in deze muzikale traktatie voor liefhebbers van het werk van Robert Schumann, Fransz Liszt en Johannes Brahms. De film opent met een pianoconcert van Clara Schumann [Hepburn], een veelgeprezen pianiste die een belangrijke rol speelde in de carrière van haar echtgenoot [Paul Henreid]. Een andere sleutelfiguur was Fransz Liszt [Henry Daniell], een vriend van de Schumanns die Roberts composities speelde tijdens zijn optredens.

Op een dag verschijnt de jonge, ambitieuze Johannes Brahms [Robert Walker] voor de deur in de hoop dat Robert hem kan helpen zich verder te ontwikkelen als pianist en componist. De Schumanns besluiten Johannes in huis te nemen en hij weet snel de harten te veroveren van Robert en Clara's kinderen. De vriendschap komt echter in gevaar wanneer hij verliefd wordt op Clara.

Goed gecast en uitstekend geacteerd romantisch biografisch drama bevat veel muzikale intermezzo's en hoewel Hepburn, Henreid en Daniell duidelijk niet zélf spelen, overtuigen ze meer dan de meeste collega's in die tijd. Interessant is tevens de manier waarop regisseur Clarence Brown je als kijker deelgenoot maakt van de toenemende psychische problemen van Robert Schumann, maar het zijn vooral de scènes met Hepburn en Walker die de meeste indruk maken. De scène waarin Walker aankondigt dat hij de familie moet verlaten is cinema op zijn allerbest. Een genot voor fans van de acteurs, maar ook voor de liefhebbers van de betreffende componisten. Fans van Liszt dienen echter te weten dat die aardig wat kritiek voor de kiezen krijgt, maar hij wordt niet voor niks gespeeld door de ondergewaardeerde maar niet te evenaren Henry Daniell.

Song of the Sea (2014)

Alternatieve titel: Het Lied van de Zee

Vuurtorenwachter Conor [Brendan Gleeson] verliest zijn echtgenote [Lisa Hannigan] bij de geboorte van dochter Saoirse [Lucy O’Connell]. Zijn zoon Ben [David Rawle] reageert zijn verbittering over de dood van zijn moeder af op zijn zusje. Wanneer Saoirse bijna verdrinkt besluit oma [Fionnula Flanagan] dat kinderen beter af zijn op het vaste land. Daar maken Ben en Saoirse kennis met drie Deenashees (een soort elfjes) die Saoirse beschouwen als hun grote verlosser. Uiterst ontroerend en fantasierijk vormgegeven mythologisch verhaal de kracht en waarde van herinneringen, met een schitterende soundtrack vol Ierse folkinvloeden. Behandeld zware thema’s op een manier die ook toegankelijk is voor jeugdige kijkers – zonder neerbuigend te worden.

Song One (2014)

Franny [Anne Hathaway] heeft het contact met haar familie al enige tijd verbroken. Ze keert terug wanneer haar moeder [Mary Steenburgen] haar laat weten dat Franny’s broer Henry [Ben Rosenfield] in coma ligt. Franny probeert iets van de band met haar muzikaal begaafde broer terug te winnen door de plekken te bezoeken waar hij volgens zijn dagboek graag kwam. Daarbij komt ze de populaire singer/songwriter James Forester [Johnny Flynn], van wie Henry een groot fan is, tegen. Stemmig drama vol melancholieke, vaak deprimerende liedjes die wat teveel op elkaar lijken maar in ieder geval een poging doen om de speelduur te rechtvaardigen. Meer een karakterstudie dan een goed verhaal, maar dat is nog steeds geen aanbeveling. Steenburgen slaagt er zo nu en dan in om de malaise te doorbreken met enkele luchtige momenten maar de getalenteerde Hathaway en Flynn verdienen een veel beter vehikel dan dit.

Song Sung Blue (2025)

Mike [Hugh Jackman] kan van zijn schnabbels als muzikale imitator de huur niet meer betalen. De ommekeer in zijn leven komt in de vorm van collega Claire [Kate Hudson], die hem aanspoort om zich te richten op een Neil Diamond-tribute. Geholpen door collega’s uit het muzikale circuit (waaronder een hilarische Jim Belushi) maken ze snel naam als ‘Lightning & Thunder’. Tot een tragedie hun levens lijkt te verwoesten. Gezien de grote hoeveelheid muzikale optredens hangt je waardering voor een aanzienlijk deel af van je waardering voor Neil Diamond, maar Jackman en Hudson (zelden beter) storten zich vol overgave op hun rol in deze oppervlakkige, maar onderhoudende biografie. Ella Anderson maakt indruk als Claires dochter.

Song to Song (2017)

Navelstaarderige ijdeltuiterij van het meest onuitstaanbare soort. Vier yuppen doen alleen maar leuke dingen, maar klagen toch dat ze een heel zwaar leven hebben. Stuk voor stuk zijn ze alleen maar met zichzelf bezig en kramen ze in tergend langzame, eindeloos slome gedachtenstromen alleen maar onzin uit. Iggy Pop, Red Hot Chili Peppers en Val Kilmer hebben volstrekt nutteloze cameo's en hoewel Patti Smith een iets minder zinloze bijdrage levert, kan ik ook haar verschijning geen zegening noemen. De enige zegening is het moment dat de aftiteling verdwijnt en je jezelf een flink compliment mag geven dat je deze onzin hebt uitgezeten. Denk aan het liedje "Ik heb een heel zwaar leven" van Brigitte Kaandorp, maar dan 129 minuten en zonder enige humor of ironie. Geloof me, dit is een zware zit.

Songcatcher (2000)

Aan het begin van de 20e eeuw neemt de eigenzinnige Lily [Janet McTeer] ontslag wanneer een verwachte promotie aan haar neus voorbij gaat, in haar ogen omdat ze een vrouw is. Ze brengt een bezoek aan haar jongere zus Elna [Jane Adams] die een school heeft opgericht voor de kinderen in de Appalachian Mountains in Virginia. Lily kijkt aanvankelijk neer op de ongepolijste en ongeschoolde plaatselijke bewoners, totdat ze kennis maakt met hun muzikale traditie. Lily vindt een goudmijn aan traditionele, oorspronkelijke Europese volksliedjes en is vastbesloten om deze liedjes zowel op schrift als op plaat vast te leggen. Maar haar ambities worden gedwarsboomd door Tom Bledso [Aidan Quinn], een plaatselijke bewoner die inziet dat Lily de bewoners uitbuit. Bovendien probeert Earl Gidden [David Patrick Kelly] de bewoners hun land af te troggelen zodat het gebied kan worden geïndustrialiseerd.

Een authentiek aanvoelende productie die interessante vragen oproept, maar daar wat lang in blijft hangen. McTeer is goed in de hoofdrol en Kelly en Pat Carroll blinken uit in de ondersteunende cast, maar het zijn vooral de vertolkingen van de volksliedjes die het meest beklijven. In dat opzicht roept het herinneringen op aan de Oscarwinnende documentaire Harlan County, U.S.A. (1976) waarin dezelfde soort muziek een sleutelrol speelt in de geschiedschrijving van de strijd van mijnwerkers tegen de vakbond.

Songs My Brothers Taught Me (2015)

Zhao’s speelfilmdebuut werpt een blik op de cultuur van de Amerikaans-Indiaanse bewoners van The Pine Ridge Reservation. Centraal staan Jashuan [Jashaun St. John] en broer Johnny [John Reddy] en de gevolgen van de dood van hun vader op hun toekomstverwachtingen. De bijrollen zijn bezet door mensen die zichzelf spelen in dit stemmige drama met prachtige beelden van het reservaat en een hoopvol einde. Wat ontbreekt is een charismatische, professionele acteur om de zaak drijvende te houden. Een interessante voorbode op Nomadland, waarvoor Zhao in 2021 de Oscars voor beste film en beste regie in ontvangst moest nemen.

Sonic the Hedgehog (2020)

Alternatieve titel: Sonic

Jim Carrey speelt zijn schurkenrol met de voet lichtjes op het rempedaal, waardoor de kleurrijke - maar vooral megalomane - Ivo Robotnik de held van dit verhaal nooit overschaduwd en regelmatig de lachers op zijn hand krijgt. Aangezien San Francisco deels in puin wordt gelegd onderstreept het slot weliswaar van een gebrek aan logica die echter te vergeven is in deze pretentieloze, maar onderhoudende SF-komedie met een charismatische stemvertolking van Ben Schwartz als Sonic en een scenario dat de juiste balans houdt tussen actie, komedie en boodschappen over het belang van vriendschap en familie. Verwacht niet al teveel diepgang, maar dit is prima vermaak voor het hele gezin.

En op een persoonlijke noot: de SEGA-promo bracht herinneringen terug aan gouden gamemomenten voor deze veertiger!

Sonic the Hedgehog 2 (2022)

Dr. Robotnik [Jim Carrey] ontsnapt en gaat met de hulp van de getergde Hedgehog Knuckles [Idris Elba] op zoek naar een op Aarde begraven diamant waarmee Robotnik alleen met zijn gedachten alles kan maken wat hij wil. Sonic [Ben Schwartz] krijgt van Longclaw [Donna Jay Fulks] opdracht om de diamant op te sporen voor het te laat is. Daarbij krijgt hij hulp van de vriendelijke, maar niet bepaald heldhaftige Tails [Colleen O’Shaughnessey]. Een zwak verhaal dat als excuus dient voor meer wisselvallige grappen, een hoop CGI-geweld en de energieke schtick van Jim Carrey. Meer van hetzelfde wat dit maakt tot een typische sequel in de matige zin des woords.

Sonic the Hedgehog 3 (2024)

Na 50 jaar opsluiting ontsnapt Shadow [Keanu Reeves], het evenbeeld van Sonic [Ben Schwartz] uit een geheime gevangenis. Hij Shadows over zoveel kracht dat Sonic niet genoeg heeft aan de hulp van Knuckles [Idris Elba] en Tails [Colleen O’Shaugnessey] om de verwoesting van de planeet te voorkomen. Het team sluit een verbond met aartsvijand Ivo Robotnik [Jim Carrey], maar die heeft vanzelfsprekend wat onaangename verrassingen in petto. Afwisselend saai en dodelijk vermoeiend, met flauwe humor, bekkentrekkerij en een mix van vrolijke kleurtjes en herrie in een opmerkelijk naargeestige en gewelddadige actiekomedie. Net als Jim Carrey heeft dit zijn langste tijd gehad … Zou je zeggen, want halverwege de aftiteling is er (helaas) een opzet voor nog een zinloos vervolg.

Sonja: The White Swan (2018)

Alternatieve titel: Sonja on Ice

Sonja Henie is één van de vergeten filmsterren van The Great Depression. Het vrouwelijke antwoord op Johnny Weissmüller, die andere Olympische Kampioen die een filmster werd, had lak aan het imago van 'brave, maagdelijke blondine' die Hollywood haar wilde opleggen en feestte, zoop en vrijde er lustig op los. Maar een feministische film valt dit amper te noemen, vooral door de oppervlakkige karakteriseringen. Ine Marie Wilmann zet Sonja Henie neer als een even zelfbewuste als zelfingenomen diva die enerzijds haar mannetje staat in een door mannen gedomineerde wereld, maar daar anderzijds haar relaties en haar realiteitszin verliest. Het scenario van Mette M. Bølstad en Andreas Markusson is rommelig en de reconstructies van filmscènes weinig zinvol aangezien die bepaald niet in het collectieve geheugen gegrift zijn. Van een festival der herkenning is hier geen sprake en aangezien je je als kijker nauwelijks kunt identificeren met deze filmster slaagt regisseur Anne Sewitsky er niet in je aandacht vast te houden. Niet echt een film voor feministen dus, maar ook niet voor filmliefhebbers in het algemeen, helaas.

Sonny Boy (2011)

Nederland verkwanselt haar reputatie op het gebied van historische drama’s met deze beschamende biografie van Waldemar Nods [Sergio Hasselbaink], een intelligente en avontuurlijke Surinaamse jongen die in 1921 de oversteek maakt naar Nederland om daar te studeren. Hij ontmoet Rika [Ricky Koole] die vastzit in een ongelukkig huwelijk met de strenggelovige Willem [Marcel Hensema] die vreemdgaat met het dienstmeisje. Waldemar en Rika beginnen een affaire en krijgen een zoon die ze vernoemen naar een liedje dat Al Jolson (in blackface) zong in The Jazz Singer. Het is zo smakeloos en oppervlakkig als een doktersromannetje, zo en het wordt nog erger wanneer de Tweede Wereldoorlog begint. De reconstructie van De Bezetting is een lachertje, maar het meest onbedoeld hilarisch is de ontknoping waarin twee Duitse kindsoldaten (met een duidelijk Nederlands accent) een rol spelen. Scenario, regie en (op een enkele uitzondering na) het acteerwerk zijn van een bedenkelijk peil.

Soof (2013)

Beginnende veertigers Soof [Loes Visschedijk] en Kasper [Fedja van Huêt] zijn getrouwd en hebben drie kinderen. Kasper werkt fulltime en Soof combineert de dagelijkse zorg voor recalcitrante tienerdochter Sascha [Lobke De Boer] en energieke tweelingzoons Dies [Nick Schoemaker] en Bing [Brent Schoenaker] met cateringwerkzaamheden. Plotseling kondigt Kasper aan dat hij een sabbatical heeft genomen. Zo kan hij meer tijd doorbrengen met zijn kinderen en Soof de tijd, de ruimte en de hulp geven om een deel van hun voormalige boerderij om te bouwen tot een restaurant. Klinkt goed, maar het lijkt de barsten in het huwelijk alleen maar te vergroten. Losjes gebaseerd op de maandelijkse columns die Sylvia Witteman schreef voor het tijdschrift Linda. Marjolein Beumer ziet toe op het vrouwelijke perspectief en zorgt voor mooie ondersteunende rollen, vooral voor De Boer, Anneke Blok (als Soofs moeder) en Maryam Hassouni (als Soofs scherpe en spitsvondige collega) zonder de mannen te reduceren tot karikatuur. Marjolein Beumer heeft een klein rolletje als arts en zus Antoinette ziet erop toe dat Soof (ook dankzij de voortreffelijke Visschedijk) zelfs op de meest gênante momenten haar waardigheid behoudt. Het shot van Soof in bad is even hilarisch als onvergetelijk. Vervolg: Soof 2.