- Home
- sandokan-veld
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten sandokan-veld als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Man Called Otto, A (2022)
Ik was niet superenthousiast, maar wie graag een lekker wegkijkende 'dramady' met hartverwarmende momenten kijkt zit hier wel goed, denk ik.
Al met al is het vooral een sentimentele film met stereotype karakters, een melig sfeertje en een nogal cliché 'brombeer met toch een goed hart'-plotje dat ik al wel vaker heb gezien. De weeïge derde akte duurt ook te lang, waardoor het net is alsof je na een bord tiramisu nog een pot suiker moet leegeten.
Aan de andere kant is het allemaal best aandoenlijk en zijn er aardig wat oprecht grappige momenten. Dik compliment ook voor Mariana Treviño, die Hanks op veel momenten van het scherm speelt en eigenlijk het hart en ziel van de film is.
Man of Steel (2013)
Tijdens de overture op Krypton, en de daarop volgende zoektocht van de buitenaardse jongen naar zijn roots, krijgen we een tikkie teveel cyberbarok en Amerikaans sentiment over ons heen. Ook die over elkaar buitelende flashbacks zijn wat teveel een geforceerde poging om het tempo erin te houden, wat meer ruimte om de jeugd van Clark Kent te laten zien, had de emoties van de film waarschijnlijk beter tot zijn recht doen komen.
Desondanks vond ik het eerste uur oké, en de opzet van de zwervende man die in het reine probeert te komen met zijn eigen superioriteit en eenzaamheid wordt intrigerend en in heldere lijnen neergezet.
Keerpunt in de film is het moment waarop Kal-El zichzelf uitlevert aan Generaal Zod, waarna de film met veel bombarie naar een climax gaat toewerken, maar waar de spanning zou moeten toenemen treedt juist vervlakking op. Dit ballet van zoemende space-apparatuur, brandende straaljagers en tot pulp geslagen wolkenkrabbers hebben we de laatste jaren vaker gezien en weet na vijf minuten nauwelijks meer te boeien.
Misschien is het ook een probleem dat Superman toch een vrij eenzijdig en vlak karakter blijft. Toch lijken Zach Schnyder en zijn ploeg een redelijk beeld te hebben over wat een Superman-film interessant zou kunnen maken. Helaas kunnen ze het echter niet aan de standaard doen ontstijgen. Wellicht komt dat omdat Schnyder op dit moment zo'n beetje de standaard is. Het zou interessanter zijn om te zien wat een minder 'trouw aan de franchise' regisseur zou doen met een icoon als dit.
Manchester by the Sea (2016)
Goede film, maar met de bijna universele waardering had ik toch iets meer verwacht. Affleck doet het prima maar een oscar vind ik wel wat geflatteerd, het is meer het soort rol dat Sean Penn ook graag speelt, twee uur moeilijk kijken en een paar vechtpartijtjes tussendoor.
Uitgangspunt is indrukwekkend, en zorgt voor een paar werkelijk hartverscheurende momenten. Het indrukwekkendste zijn nog wel de dingen die Lonergan niet, of nauwelijks, laat zien. Alle dingen die te moeilijk zijn om hardop te zeggen, de bijna onzichtbare afwijzing die Lee ervaart als hij terugkeert naar zijn oude woonplaats...
Toch bleef ik een beetje achter met het gevoel dat de film baat had gehad bij een half uurtje kortere speelduur, en een wat minder apatische hoofdpersoon. Ik denk ook dat het 'ruwe bolster, blanke pit'-sfeertje dat om deze karakters heen hing mij persoonlijk gewoon wat minder aanspreekt.
Manufacturing Dissent (2007)
Alternatieve titel: Manufacturing Dissent: Uncovering Michael Moore
Kritiek op (de documentaires van) Michael Moore komt normaal gesproken vooral uit de extreemrechtse hoek, dus het zou zeker nuttig kunnen zijn om de pitbull van links Amerika eens kritisch onder de loep te nemen zonder dat er meteen een alcoholisch republikeins takkewijf in beeld komt om te schreeuwen dat Moore een landverrader en een communist is. Ook niet-rednecks kunnen namelijk makkelijk gaan twijfelen aan zijn oprechtheid en objectiviteit, als ze zien hoe pesterig en eenzijdig hij de feiten presenteert, en hoe hij zijn eigen persoon steeds op de voorgrond plaatst. Als Manufacturing Dissent alleen maar een analyse was geweest van de leugens en manipulaties in Moores films, dan was het waarschijnlijk dus een belangrijke en informatieve documentaire geworden. Helaas is dit niet het geval.
Natuurlijk, een aantal hele en halve onwaarheden die Moore vertelt komen aan bod. De klassieke scene waarin Moore een geweer krijgt als hij een bankrekening afsluit (Bowling for Columbine) komt hier bijvoorbeeld in een totaal ander licht te staan. Maar dat soort momenten zijn helaas te zeldzaam in Manufacturing Dissent.
Te veel tijd in deze (toch al niet heel erg diepgravende) documentaire wordt besteed aan pratende hoofden die ons vertellen dat Moore eigenlijk een onaangenaam mannetje is. Nou en?, denk ik dan, ik hoef toch niet een pilsje te gaan drinken met de man? Bovendien druipt de persoonlijke rancune vaak van deze meningen af, die meestal worden gebezigd door ex-kennissen en rivalen uit Moores journalistieke tijd. Dat maakt hun moddergooien eerder zielig dan interessant.
Het laatste gaat ook zeker op voor wat gek genoeg de hoofdmoot van deze film is: de vergeefse pogingen van de documentairemaakster om een interview met Moore te krijgen waarin ze hem haar kritische vragen kan voorleggen. Ze legt uit dat ze hem eerst vreselijk bewonderde, maar nu begint te twijfelen, en begint vervolgens Moore op verschillende locaties te stalken in een poging om met hem in gesprek te komen. De knipoog naar Moores eigen journalistieke tactieken is hier overduidelijk, maar effectief is het niet. De maakster probeert een hele film op te hangen aan het feit dat Moore niet instemt met een persoonlijk interview (nou en?) en ze probeert de problemen die ze krijgt met Moores beveiliging groter te maken dan ze zijn, op een manier die op de lachspieren werkt. Bovendien praat Moore wel degelijk een paar keer met haar, waarbij hij charmant en beleefd is, en de maakster zich gedraagt als een zenuwachtig schaap dat, in plaats van Moore kritische vragen te stellen over zijn films, maar blijft doordrammen over een interview. Ook dit is eerder zielig dan effectief op wat voor manier dan ook.
Blijft over: twintig minuten interessante info over manipulaties van de waarheid door Michael Moore, en verder een uur lasterpraat en het gezwoeg van twee documentairemakers die Moore (uit rancune?) willen aanvallen met zijn eigen wapens, maar hier grandioos in falen. De invloed die Moore uitoefent op de linkse jeugd in Amerika en elders kan wel degelijk gevaarlijk zijn, en zijn werk verdient daarom een grondige kritische analyse. Deze film is wat dat betreft een gemiste kans van jewelste, en gezien het pathetische gedrag van de hoofdrolspeelster ook nog een pijnlijke oefening in plaatsvervangende schaamte.
Mary and Max (2009)
Zo'n film die je helemaal kijkt met een brok in je keel en een grote grijns op je gezicht.
Zelden een film gezien die zo goed gebruik maakte van banale details. Zoiets als een broodje met een chocoladereep werd verheven tot een symbool voor een hele wereld van gedachtes en gevoelens.
De duistere maar cartoonekse klei-animatie contrasteert nogal fel met het achterliggende (rauw-realistische verhaal), maar op een of andere manier stoort dit nooit.
Ten slotte nog hulde voor het taalgebruik, sommige zinnen van de verteller of uit de brieven zou je echt in willen lijsten, en voor de voice acting van een totaal onbekende, maar volledig overtuigende Hoffman. Wat een acteur is dat toch!
Meesterwerk.
Melancholia (2011)
'Het leven op aarde is slecht. Niemand zal ons missen. Nergens anders in het universum is leven. Ik weet dat, omdat ik dingen weet.'
Bovenstaande parafrase, en het karakter van Justine in de breedte, vatten eigenlijk het oeuvre van Von Trier wel goed samen. Net als Dunst hier, zijn zijn films bij vlagen bloedmooi, maar net zo vaak saai en kil. Intelligent, maar psychologisch beperkt. Getalenteerd, maar te verstrooid om echt een richting te kiezen.
Er is overduidelijk een publiek voor dit soort gezwelg in pessimisme, zelf heb ik bij Justine en Von Trier te vaak gedachtes als: Sta op! Maak een keuze! Stop met zaniken!, om echt te genieten van de films.
Melancholia biedt wel flink wat fraaie plaatjes (die vaak dan wel weer worden gesaboteerd door Von Triers hakkelige montage, een trucje dat hij van mij ondertussen wel heeft doodgebruikt), en als je ziet hoe acteurs in Von Triers films worden uitgedaagd om boven zichzelf uit te stijgen, is het begrijpelijk dat de grootste sterren in de rij staan om zijn nihilisme vorm te geven.
De muziek van Wagner doet me dan weer weinig, maar soit.
Men Who Stare at Goats, The (2009)
Het gelijknamige boek van Jon Ronson heb ik een paar jaar geleden gelezen. Het betreft een non-fictieboek over pogingen van het Amerikaanse leger om een unit van paranormale soldaten op te zetten. Vrij leuk boek, over de invloed van de hippiecultuur, het vietnamtrauma en koude oorlog-paranoia op de Amerikaanse militaire bevelhebbers.
De film betreft een gedramatiseerde versie van het boek: hoewel de New World Army en de mannen die staren naar geiten echt hebben bestaan, heeft het verhaal van Bob Wilson niets te maken met dat van Ronson, die nooit is gescheiden of om die reden naar Irak is vertrokken. Het verzonnen plot zit desondanks aardig in elkaar, en met de leuke weetjes uit het boek en de fantastische cast zou hier een erg leuke film van gemaakt kunnen zijn.
Het probleem zit in de scenes zelf, die chaotisch en halfhartig uitgewerkt zijn. Gevaar wordt niet gevoeld, de humor kietelt niet en de achterliggende ideeën worden niet goed uitgediept. Je kunt het geen moment serieus nemen en er ook niet echt om lachen. Dan is het aan de acteurs om de aandacht nog enigszins vast te houden, en dat lukt wel een beetje, vooral Kevin Spacey is weer eens erg leuk. Al met al is het echter bijna verbazingwekkend dat met dit materiaal niet iets overtuigenders kon worden gemaakt.
Micmacs à Tire-larigot (2009)
Alternatieve titel: Micmacs
Jean-Pierre Jeunet heeft een zeer herkenbare stijl. Dat is een kwaliteit, want bij hoeveel regisseurs weet je na tien seconden al precies naar wiens film je zit te kijken? Het is echter ook een gebrek, want veel mensen hebben Amelie al gezien, of Delicatessen, en Micmacs doet ongeveer hetzelfde, zonder dat niveau te halen. Maar fuck it: liever een standaard Jeunet-film dan 99% van de grote hoop: Het is grappig, het is lief, het ziet er mooi uit en het prikkelt de fantasie. Het moralistische gehalte had wel wat lager mogen liggen, maar als je dan toch gaat preken, is de wapenhandel niet eens zo'n slecht doelwit. Al met al een prima film voor de fans van Franse arthouse-humor in zijn algemeenheid, en de films van Jeunet in het bijzonder.
Midnight Special (2016)
Mooi gefilmd, maar ondanks alle omineuze dialogen en aanzwellende synthesizers, had ik toch al snel door dat ik eigenlijk naar een heel generiek sf-plotje zat te kijken. Eigenlijk een heel goed geacteerde, vrij langdradige aflevering van 'Supernatural', of iets dergelijks, inclusief de matige special effects.
Dat acteren is wel echt een pluspunt hier, trouwens, ook van dat jongetje. Het goed laten acteren van kinderen is wel een kwaliteit van Nichols. Het meest was ik echter onder de indruk van Edgerton, die verbazingwekkend veel emotioneel gewicht meegeeft aan wat eigenlijk een heel vlak, eendimensionaal karakter is.
Al met al best vermakelijk, maar een beetje te mager voor een echte duim omhoog.
Milk (2008)
Nogal belangrijke film, in zoverre dat als er heldenfilms gemaakt worden over mensen die ontspoorde jongeren op het juiste pad krijgen door basketbal met ze te gaan spelen (of zoiets), dan moet er zeker een film zijn over Harvey Milk.
Hierin zit ook de grote zwakheid van de film, het is niet (uitsluitend) de bedoeling een kritisch of kunstzinnig portret te maken, maar ook om de man te eren en zijn leven als inspirerend neer te zetten. Dit levert een aantal sentimentele momenten op waaraan vooral Hollywoodhaters zich zullen storen, en god weet wat er allemaal met de mantel der liefde is bedekt om Milk sympathiek te laten blijven.
Desondanks weet de film zich aan de middelmaat te ontworstelen door knappe regie van Van Sant, en een goede cast, waarbij vooral Penn indruk maakt door bijna helemaal in de rol te verdwijnen, geen makkie voor een zeer bekende acteur die je in het echte leven niet bepaald flamboyant kan noemen.
Ook is het verhaal van dusdanig historisch belang, dat het vreemd is dat Milks naam niet bekender is. Des te meer reden om deze film toe te juichen dus.
Moon (2009)
Zeer krappe voldoende. Het idee is leuk, maar tussen dat en de uiteindelijke film stijgt alleen het acteerwerk van Sam Rockwell boven de middelmaat uit.
Zwakke dialogen, een saaie plotstructuur, matige decorontwerpen en een haperende spanningsboog zitten het resultaat in de weg. Zodra het mysterie duidelijk wordt, wordt de film niet echt meer spannend tot aan het wat voor de hand liggende einde.
Een intelligente computer die communiceert met emoticons en de stem van Kevin Spacey is dan wel weer geinig.
Conclusie na anderhalf uur: aardige thriller, waar met iets meer creativiteit een sterke thriller van had kunnen worden gemaakt.
Moonlight (2016)
Ik was voorzichtig in mijn enthousiasme, gezien de hype, en de logische backlash daar weer op, maar ik heb erg genoten van Moonlight.
Berry Jenkins bewerkte voor de film het (nooit gepubliceerde) toneelstuk In Moonlight Black Boys Look Blue van Tarell Alvin McCraney. We volgen hoofdpersoon Chiron als kind, puber en volwassene. Een gevoelige jongen zonder vaderfiguur, en een drugsverslaafde moeder.
Alleen in het derde deel voelt het soms alsof je naar een verfilmd toneelstuk zit te kijken. Dat was dan meteen mijn minst favoriete deel (in tegenstelling tot veel meningen die ik hier lees). Prachtig om te zien hoe de muur die Chiron om zichzelf had gebouwd langzaam afbrokkelt, maar het voelde ook een beetje te tam, te netjes afgerond. Na het explosieve einde van het tweede deel verwachtte ik eigenlijk wel wat meer conflict.
Ondanks de veelbesproken Oscar-tweestrijd met La La Land, is deze film meer een natuurlijke concurrent van Manchester By The Sea, ook een film die de worsteling portretteert van een zwijgzame, getraumatiseerde hoofdpersoon. Ik vond het lastig argumenten te bedenken waarom die laatste film minder indruk op me maakte, behalve dat de thematiek me minder aansprak, en Moonlight een minder vervelend hoofdpersonage heeft.
Toch denk ik niet alleen dat het mijn persoonlijke smaak is. Al met al vind ik Moonlight ook gewoon een stuk beter geacteerd, geregisseerd en in elkaar gezet. De manier waarop Jenkins gebruik maakt van kleur, camerabeweging, beeldovergang en muziek, maar ook op de juiste momenten versobert en kalm registreert, bracht me echt naar het Miami van de jaren tachtig en in de belevingswereld van de zwijgzame Chiron. Dat had ik toch minder met Manchester, of de meeste andere 'kleine drama's' die ik de laatste jaren zag.
Je kunt je afvragen of de Oscars hun eigen relevantie niet ondergraven door hun belangrijkste prijs wederom aan een kleine film als dit te geven, terwijl het grote publiek die films links laat liggen ten faveure van in capes geklede fotomodellen die stralen uit hun kont schieten. Hoe dan ook hebben ze mijn goedkeuring voor de keuze voor Moonlight. Kunnen ze weer opgelucht adem halen bij de Academy, hahaha.
Most Wanted Man, A (2014)
Het ontgaat me een beetje waarom je in een serieuze film de Duitsers zou laten spelen door Amerikanen die met een Duits accent praten. Willem Dafoe zou dan nog als geknipt voor zijn rol kunnen worden gezien, al heb ik sinds 'The Grand Budapest Hotel' moeite om de man te zien zonder in giechelen uit te barsten. Maar dat terzijde.
Het kiezen voor Amerikanen zorgt er in ieder geval voor dat PS Hoffman een fraaie laatste hoofdrol neer kan zetten. Zijn vertolking van de melancholische, kettingrokende spion Gunther maakt nog maar eens duidelijk wat voor talent in februari van ons is heengegaan. Sowieso zit het allemaal wel snor met de acteerprestaties, en Corbijns portret van Hamburg, schakelend van de meest groezelige kroegen naar de meest protserige banken, is ook een duidelijke kracht van deze film.
Blijft wel het feit dat ik twee uur nogal een lange zit vond. Ondanks alle gevaar en paranoia werd ik nou niet bepaald meegesleept door de verwikkelingen. Lastig te zeggen hoe dat komt in een film die eigenlijk alles goed doet. Ik vermoed dat Corbijn toch wat meer een filmer dan een verteller is. Ook blijkt het moeilijk mij te boeien met dit soort verfilmingen van spionagethrillers. Ik kan me er eigenlijk geen enkele voor de geest halen uit de laatste aantal jaar die me tot groot enthousiasme wist te bewegen. In dat rijtje ('Syriana' 'Tinker Tailor Soldier Spy') was dit dan nog wel een leuke, wat waarschijnlijk ook wil zeggen dat het mijn genre niet zo is.
