Meningen
Hier kun je zien welke berichten evdb27 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
127 Hours (2010)
Ik zat eigenlijk al een tijdje te wachten op deze film omdat ik me nog kon herinneren toen het echte bericht over Aron in de media verscheen in 2003. En ik denk vele met mij. Daarom vind ik het zo raar dat iedereen het heeft over dat je het einde al weet. Het gaat ook niet om het einde maar de weg er naar toe. En die weg vond ik best goed. Je krijgt best een goed idee van wat Aron heeft beleeft. Waarom ik vind dat Danny Boyle het goed gedaan heeft is vanwege de sprekende muziek, leuke montage en creatieve cameraposities (vanuit een Camelbag..).
Daarbij houdt Boyle de sfeer relatief prettig, maar dat komt ook vooral door James Franco.
Het grote risico voor dit soort 'single actor' films is dat het risico loopt dat het gaat vervelen. En deze film verveeld niet. Dat op zich is al knap. De film Phoneboot bijvoorbeeld is ook niet saai maar dat is fictie.
Al met al dus een goede film, maar of het oscarmateriaal is weet ik niet.
9 Rota (2005)
Alternatieve titel: 9th Company
De reden waarom ik 9th Company wilde zien is simpel, deze film was een enorme hit in eigen land (Rusland) en ik hou van het genre. En het bleek een goede keuze te zijn!
Een aantal jongens melden zich in de jaren tachtig bij de Russische krijgsmacht aan om te vechten in Afghanistan. Ze hebben allemaal een verschillende achtergrond maar doen het allemaal uit vaderlandsliefde. Door de zware opleiding ontstaat er een vriendschap tussen de mannen. Als ze uiteindelijk in één van de zwaarste gevechten van de Russisch – Afghaanse oorlog terecht komen blijkt het allemaal iets anders te zijn dan dat ze hadden verwacht en wordt de liefde voor het vaderland op de proef gesteld.
De film lijkt in essentie wel op Full Metal Jacket. Toch weet 9 Rota zich te onderscheiden door de nuchtere en rauwe vertelwijze. Je beleeft het verhaal alsof je er zelf bij bent geweest.
Barney's Version (2010)
Terugkijkend op het leven zullen de meeste mensen hopen dat ze alles er uit gehaald hebben wat er in zit. Barney Panofsky heeft dat wel gedaan, althans, in zijn versie van zijn levensverhaal.
Van zijn eerste kortstondige huwelijk met hippie Clara (Rachelle Lefevre) in het Rome van de jaren 70 naar zijn tweede trophy wife (Minni Driver) uit een rijke joodse familie tot hij Miriam (Rosamund Pike), de liefde van zijn leven, tegen komt. Deze drie vrouwen hebben totaal verschillende karakters maar hebben één ding gemeen: ze zijn alle drie bloedmooi. En dat is toch wel opvallend. Want Barney is the guy you love to hate. Hij is een egocentrische grootverbruiker van alcohol en nicotine, heeft een buikje en is een eikel van een baas (van productiemaatschappij Totally Unnecessary Productions).
Ten slotte is hij ook nog dè verdachte van moord in de onopgeloste verdwijningszaak van zijn beste vriend. Rechercheur O’Hearne heeft er zelfs een boek over geschreven, over zijn kijk op de zaak en Barney.
Zoals Paul Giamatti ook in het Oscar winnende Sideways liet zien vereenzelvigt hij zich met de imperfecte man. Deze imperfectie is wat de film sterk maakt. De verkeerde beslissingen die hij neemt, de menselijke tekortkomingen die hij heeft en de lusten welke hij achterna gaat roepen om herkenning. Niemand is namelijk zonder zonden en daardoor ga je toch om Barney geven. Giamatti heeft voor deze rol zijn tweede Golden Globe gewonnen. Dat is niet geheel onverwachts. Met zijn zeurende, uitgebluste uitstraling en droge humor is de rol van Barney op zijn harige lijf geschreven.
Ook Dustin Hoffman steelt de scènes als nuchtere gepensioneerde politieagent en liefdevolle vader. Een grappig detail is dat Jake Hoffman, de zoon van Dustin, in Barney’s Version zijn kleinzoon speelt.
De film is gebaseerd op het boek van de Joods Canadese schrijver Mordecai Richler. Het Joods Canadese aspect is dan ook niet over het hoofd te zien. Richard J. Lewis (vooral bekend van diverse series) heeft er een veelzijdige film van gemaakt. Barney’s Version is de memoires van een Joodse producent, een liefdes drama, een romcom en een verhaal over een onopgeloste verdwijning. Ondanks dat dit geijkte ingrediënten zijn voor de grote massa is dit geen standaard Hollywood product geworden. De Indies hebben het alleenrecht op de 'gewone mens' verloren. De film laat de toenemende vertroebeling zien in het onderscheid tussen goed en slecht. Tussen liefde en haat, alles en niets. Of zoals Miriam wijselijk tegen Barney zegt: “Life is not everything, it’s in the little things”.
Blue Valentine (2010)
Vele films zijn er gemaakt over het ontstaan en het einde van een relatie maar niet veel films slagen er in om het contrast tussen deze twee zó realistisch weer te geven. Blue Valentine richt zich vooral op de laatste stuiptrekkingen van een relatie welke passioneel en met de beste intenties begonnen is maar waar alleen intenties niet genoeg blijken te zijn.
Dean en Cindy Pereira vormen met hun dochtertje Frankie een doorsnee Amerikaans gezinnetje. Toen ze elkaar leerden kennen was het liefde op het eerste gezicht. Dean, afkomstig uit een gebroken gezin, school niet afgemaakt, een levensgenieter en een romanticus. Cindy komt uit een disfunctioneel gezin, wil arts worden en zorgt voor haar oma. Dean en Cindy geven elkaar de liefde en zorg welke ze beide zo hebben gemist. Maar dit wordt al vrij snel flink op de proef gesteld als ze beide een ingrijpende keuze moeten maken.
Na een aantal jaar blijkt Dean een liefdevolle gezinsman te zijn met een weinig inspirerend baantje als schilder om zoveel mogelijk bij z'n gezin te kunnen zijn en ’s ochtends met een biertje te kunnen beginnen. Cindy is een hardwerkende verpleegster met een groot verantwoordelijkheidsbesef. Beide doen hun best maar in de jaren dat de relatie duurt komen de tekortkomingen welke zij mee hebben gekregen uit de opvoeding meer en meer bloot te liggen.
De kracht van Blue Valentine is dat het niet mooier wordt gemaakt dan dat het is. De liefde, het verdriet en vooral de onmacht wordt prachtig gespeeld door Ryan Gosling en Michelle Williams. De herkenbaarheid die dit oproept zorgt voor een geweldige impact. Deze herkenbaarheid wordt versterkt door de tijdsgeest van nu. Het groeiende aantal scheidingen en de kinderen die daar de dupe van zijn. Maar ook de keuzes tussen werk en gezin en de frictie die daarbij kan ontstaan.
Waar een film als The Seven Year Itch (’55) de komische benadering zoekt of Revolutionary Road (‘08) de wat dramatische, laten beiden films niet alleen zien dat het vasthouden van de verliefdheid geen sinecure is en het voorkomen of doorbreken van de sleur niet vanzelf gaat maar ook dat deze onderwerpen niet alleen gelden voor de huidige generatie. Derek Cainfrance laat in zijn twee film met tijdsprongen heen en terug niet te veel en niet te weinig zien. Hiermee slaagt hij er in om de toeschouwer een meevoeler te laten zijn.
Boondock Saints II: All Saints Day, The (2009)
Ik had er zin in, The Boondock Saints II: All saints day. Het eerste deel was voor mij namelijk een leuke ervaring, met een superrol van Willem Dafoe. Maar bij dit tweede deel deed ik iets wat ik maar zelden doe, ik zette de film na een goed half uur af. Wat een teleurstelling was deze film zeg! Volgens mijn eigen principes kun je pas iets zinnigs zeggen over een film als je hem helemaal hebt gezien, maar voor deze keer maak ik daar graag een uitzondering op. Allereerst vond ik dat het veel te lang duurde voordat de film op gang komt. Een film als deze kijk je voor de actie, en die blijft opvallend lang achterwege. Ten tweede had ik op iets nieuws gehoopt maar van wat ik ervan gezien heb was het vooral veel van hetzelfde. Dit allemaal is nog tot daar aan toe maar wat voor mij echt de druppel was, was het vreselijk slechte acteerwerk. De drie rechercheurs Duffy, Dolly en Greenly zijn niet om aan te zien, het lijkt wel of de acteurs maar wat doen en dat de regisseur er zelf ook niet weet wat hij wil. En dan Julie Benz. In Dexter vond ik haar prima in haar rol maar hier maakt ze een complete karikatuur van zichzelf. ‘Overacting’, ‘clichés’ en ‘belachelijk‘ waren woorden die door mijn hoofd schoten toen ik haar in beeld kreeg. Was Willem Dafoe (of een andere sterke acteur) the missing link in deze film? Mijn conclusie, het leek wel een goedkope B-film waar ik mijn tijd niet verder aan wilde verspillen.
Hierna heb ik Transporter III maar opgezet. Begon meteen volop met actie, Jason Statham in de rol die op zijn lijf geschreven staat als chauffeur Frank Martin en goeie bij-rollen van Robert Knepper en onze eigen Jeroen Krabbé. Nog steeds geen kunstwerk maar wel een verademing vergeleken met BDSII.
Brooklyn's Finest (2009)
Mijn verwachtingen waren hoog gespannen nadat ik een paar jaar geleden had genoten van een geweldige Denzel Washington in Training Day door deze Antoine Fuqua. Het verhaal gaat wederom over agenten die de beroepsethiek niet zo serieus meer nemen. Dit verhaal volgt drie agenten, die elk op hun eigen manier op de grens balanceren tussen het goede en het kwade. Op zich geen onbekend thema (zoals in het geweldige Serpico ‘73, Bad Lieutenant ’92, Narc ’02, The Departed ’06 en recentelijk het mindere Righteous Kill ’08 of de populaire serie The Shield, enz. enz.)
Brooklyn’s finest schijnt geen nieuw licht op dit thema. Alles in deze film hebben we al een keer ergens anders gezien. Het realisme is af en toe ver te zoeken en soms zelfs voorspelbaar. Maar dit betekend niet dat de film slecht is. Het is geen meesterwerk en ook niet de spannendste film ooit maar hij vermaakt wel. Al is de film vooral somber, de rollen worden over het algemeen goed neergezet. Zelfs Richard Gere, waar ik normaliter zwaar allergisch voor ben, stoort me niet in deze film.
Leuk dus om een keer te kijken maar het zal bij één keer blijven en waarschijnlijk zal Brooklyn’s Finest mij niet al te lang bij blijven.
Elephant (2003)
In zijn tiende film laat Gus van Sant een doorsnee dagje zien op een doorsnee Amerikaanse middelbare school. Met lange, langzame shots wordt de alledaagsheid benadrukt. De kijker wordt voorgesteld aan verschillende tieners door hun namen als een soort hoofdstuk aanduiding in beeld te brengen. Door deze alledaagsheid zien we in feite niets bijzonders, roddelen, sporten, afspraakjes maken. Met andere woorden, hetgeen wat scholieren bezig houdt. Van één persoon krijgen we meer te zien. We zien Alex in zijn doorsnee huis getalenteerd piano spelen, een beetje gamen en tv kijken met z’n vriend Eric. Maar dan wordt er een pakketje bezorgd met een zeer onheilspellende inhoud.
Doordat Van Sant de kijker met deze lange shots achter de tieners aan laat sjokken krijg je een beetje het gevoel naar een soort videogame te kijken zonder zelf te spelen. En dat is ook meteen het probleem van Elephant. Je weet dat er iets moet gaan gebeuren. Er moet een punt gemaakt worden, het moet ergens toe leiden. Door de flinke dosis alledaagsheid zit je er als het ware op te wachten. Een overweldigende climax. Een verhelderende ontknoping. Maar als dit punt dan eindelijk komt laat het een onbevredigend gevoel achter. Dit heeft verschillende redenen.
Ten eerste ga je door de lange shots twijfelen aan de relevantie van waar je naar kijkt. De personen welke worden voorgesteld blijken niet per definitie belangrijk te zijn voor het verhaal. En doordat er slechts één dag uit het leven van de tieners te zien is blijven vele vragen onbeantwoord.
Dit zou op zich geen probleem hoeven te zijn, het kan je tot denken zetten en het laat ruimte voor een eigen interpretatie. Dat je blijft zitten met de waarom vraag lijkt zelfs één van de bedoelingen die Gus van Sant voor ogen had. Het is waarschijnlijk de meest gestelde vraag na een incident zoals te zien is in Elephant. Het is dan ook niet zo zeer de waarom vraag die blijft hangen maar vooral de waarom zo vraag. De volstrekte gewetenloosheid, het volledige gebrek aan ratio en empathie bij Alex en Eric roept vragen op. Er is zelfs geen genot of een teken van voldoening te zien. Door Alex wordt nog even laconiek gezegd dat ze vooral plezier moeten maken voordat ze hun gruwelijke plan gaan uitvoeren. Het zijn deze dingen die de climax erg ongeloofwaardig maken. Het is wederom alsof je naar een videogame aan het kijken bent, Alex en Eric gedragen zich wel als zodanig, compleet emotieloos en gezegend met stalen zenuwen.
Elephant probeert aan te tonen dat de alledaagsheid de olifant onzichtbaar kan maken. Maar het is het alledaagse niveau van de film die Elephant op den duur onzichtbaar maakt.
Fighter, The (2010)
Wat alleen een filmtitel al kan doen. Het kan een verwachting creëren (eindelijk het leven van Muhammad Ali in Ali ‘01), intrigeren (Million Dollar Baby ‘04), vragen oproepen (wat is een Cinderella Man ’05?) of simpelweg duidelijk maken waar de film over gaat. Dat Rocky ‘76 over Rocky Balboa gaat weet iedereen. Weinig mensen zullen verrast zijn als blijkt dat The Boxer ’97 over een bokser gaat. En waar zou The Wrestler ‘08 over gaan? Het is evident dat voor The Fighter het zelfde geldt. Niet bepaald een creatief hoogtepunt dus. Helaas geldt hetzelfde voor de film.
Stratenmaker Mickey Ward (Wahlberg) is een gedreven bokser. Hij staat echter zijn hele leven al in de schaduw van zijn broer, Dickey (Bale). Dickey is The Pride of Lowell omdat hij ooit van de beroemde Sugar Ray Leonard heeft gewonnen. Dickey traint Mickey maar Dickey is in de loop der jaren een crackjunk geworden. Moeder Alice (Leo) is de manager van haar zoon. Maar moeder is dominant en manipulatief. Door de slechte invloed die beiden, onbedoeld, op Mickey hebben dreigt zijn sportcarrière al vroegtijdig te stagneren. Dit leidt onvermijdelijk tot de vraag of Mickey kiest voor boksen of zijn familie?
Het sociologische aspect van de film geeft deze vraag potentie. De familie komt uit een sociaal zwak milieu waarbij men zich niet snel tegen een moeder of broer keert. Alice staat duidelijk aan het hoofd van de familie, de kinderen spreken haar aan met haar voornaam. Ook de oeverloze tolerantie naar de labiele broer is sprekend. De film is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. De echte Mickey heeft dus waarschijnlijk ook met deze vraag gevochten, dat geeft het verhaal wat meer kracht.
Amerikanen zijn dol op sportfilms. Het is echt gebeurd en betreft een individu of groep welke eerst door een dal moet om de top te bereiken. Dit staat symbool voor de Frontiergeest waar ze in de USA zo trots op zijn. Ondanks grote tegenslagen werd het wilde westen toch overwonnen.
Helaas laat regisseur David Russel veel mogelijkheden liggen om de film meer diepgang en authenticiteit te geven. Geen scherpe dialogen of iconische vechtscènes. Het keerpunt in Mickey’s leven (lees film) komt vooral door zijn nieuwe vriendin (Adams) en het feit dat z’n broer de gevangenis in moet. Dus ook geen diepgaande zelfinzichten. Maar wat de film vooral de KO bezorgt is de grote mate van voorspelbaarheid. Het plat gebaande pad wordt trouw gevolgd.
Aan de acteerprestaties ligt het niet. Bale en Leo hebben de Oscar terecht gewonnen. Ook Adams is overtuigend als de nieuwe vriendin van Mickey. Wel jammer dat de derde coöperatie tussen Wahlberg en Russel niet zijn vruchten afwerpt. Wahlberg blijft op safe spelen en is duidelijk niet op zijn best.
Beiden maken de film de 13e in een dozijn.
Zouden Wahlberg en Russel tijdens de Oscars nog aan bokser Terry Maloy hebben gedacht toen hij zei: “I coulda had class. I coulda been a contender.”? (On the waterfront ’54)
Generation Kill (2008)
Pas geleden heb ik deze serie gezien die ik zo fantastisch vond dat ik hem iedereen wil aanraden. Generation Kill is een zevendelige serie van HBO welke een journalist (van Rolling Stone magazine) volgt welke embedded is in een compagnie Amerikaanse Mariniers tijdens de invasie van Irak in 2003.
De serie weet heel realistisch weer te geven wat voor verschillende indrukken de invasie op deze Mariniers heeft en hoe ze onderling met elkaar omgaan (buitengewoon grappig zijn de gesprekken tussen sergeant ‘Iceman’ en zijn radioman/chauffeur korporaal Ray). Maar ook wat de gevolgen kunnen zijn van goed en slecht leiderschap.
Zonder valse emoties of platte sensatie voor te schotelen weet Generation Kill je vanaf het begin tot het einde te fascineren.
Overigens ben ik van mening dat deze serie je waarschijnlijk meer aan zal spreken als je een militaire achtergrond hebt (gehad), al is het alleen maar vanwege de vele militaire afkortingen die worden gebruikt. Dat maakt het daarentegen wel een stuk realistischer dan de vele uit-de-heup-schietende oorlogsfilms die er in omloop zijn.
Een leuk detail is dat, ondanks de Mariniers een echte mannenwereld is, vier van de zeven afleveringen zijn geregisseerd door de vrouw Susanna White welke dit zeer vakkundig heeft gedaan.
Helaasheid der Dingen, De (2009)
Alternatieve titel: The Misfortunates
Aan sommige boeken kom je niet toe maar wil je toch wel 'meemaken'. De Helaasheid der Dingen was zo'n boek voor mij en gelukkig werd er een, naar verluid, goede film van gemaakt.
De film draait om Gunther, een 13 jarig jongetje dat opgroeid met zijn vader en drie ooms in het huisje van zijn oma. De volwassen mannen zitten daar allemaal omdat ze alcohol-, relatie- en/of gedragsproblemen hebben. De kleine Gunther ziet het allemaal aan, ondergaat het en besluit op een dag om het heft in eigen handen te nemen en voor zichzelf te kiezen.
De film is rauw en eerlijk. De troosteloosheid van het huisje, het dorp, de relaties en de toekomst druipt van het scherm af. Ondanks de nodige galgenhumor is het dan ook geen Feel good film.
De film krijgt van mij drie sterren, maar dit is meer vanwege het neerslachtige gevoel wat het achter laat dan de kwaliteit van het verhaal. Met andere woorden, een goede film maar ik hoef hem zeker niet nog een keer te zien.
Hurt Locker, The (2008)
Op een één of andere manier had ik bij deze film een soort filmhuisfilm verwacht, ik weet zelf eigenlijk ook niet waarom, maar dat was het iig niet. Net zoals ik niet weet waarom ik zolang heb gewacht voordat ik deze film ging kijken. Ik heb een zwak voor dit genre. Daarbij weet ik nog dat deze film volgens mij 6 Oscars had gewonnen waaronder Best Director voor Kathryn Bigalow (ipv haar ex James Cameron voor Avatar).
De film blijkt te gaan over een bomb squad bestaande uit drie soldaten welke in Irak elke keer op moeten draven als er explosieven gevonden worden. Elke opdracht kan de laatste zijn.
En dat laatste is meteen het eerste minpuntje aan de film. Er zijn heel wat films gemaakt waar militairen gevolgd worden in een oorlog en heel vaak gaat het over wat deze mannen, vooral psychisch, doormaken voor, tijdens en na elke opdracht. Elke opdracht kan namelijk de laatste zijn. Dit zorgt er ook voor dat de film in merkbare pieken en dalen aan je voorbij gaat. Soms zit je op het puntje van je stoel en soms merk je dat het wel iets sneller had gemogen.
Het tweede puntje is dat dit (weer) een film is waar het Amerikaans patriottisme vanaf druipt. Bijna alle Amerikanen zijn in deze film zijn sympathiek, zelfverzekerd, bikkels, super professioneel en nergens bang voor. Zelfs beter dan een groep Engelse special forces… Achteraf gezien is dit best jammer omdat dat het ten koste gaat van het realisme. En dan heb ik het niet eens over alle ongeloofwaardige, typisch Amerikaanse John Wayne acties welke elkaar om de haverklap opvolgen. Ze doen allerlei acties met z’n drieën zonder dit te melden aan een hoger echelon. Het is niet echt aannemelijk dat een bomb squad net zo makkelijk een sniperteam kan vormen (dit is ook een specialisatie). Ze hoeven in de hele film geen enkele keer verantwoording af te leggen aan een meerdere. Enz. enz.
Dat gezegd hebbende blijft er best een aardige film over. De actiemomenten zijn wat mij betreft mooi weergegeven en het verhaal kijkt prima weg. Daarbij vond ik, de voor mij nog niet zo bekende, Jeremy Renner wel prettig om naar te kijken, hij zet z’n rol goed neer. Maar The Hurt Locker is geen zes Oscars waard. De serie Generation Kill en de film Jarhead geven wat dat betreft een realistischer beeld over de oorlog in Irak dan deze film.
De conclusie is een prima oorlogsfilm over een afdeling van defensie waar wel wat meer aandacht voor mag zijn. Maar hij mag iets korter en wat dichter bij de realiteit.
Kick-Ass (2010)
Eindelijk weer een verfrissende film. Een origineel verhaal wat mij betreft.
Een gewone jongen, beetje een nerd, wil graag een super held worden maar hij heeft natuurlijk geen superkrachten. Dit levert hilarische situaties op. Voor de duidelijkheid, dit is dus geen superhelden film, de eerste helft althans. Grappige rol van Nicolas Cage en Mark Strong in een rol die op zijn lijf geschreven staat (zie ook Sherlock Holmes 2009). Natuurlijk zit er een hoop onzin en geweld in de film, maar gek genoeg ga je er eerder van lachen dan aan ergeren.
De gemiddelde filmliefhebber zal er een hoop verwijzingen naar andere films in zien. Het meest fantastisch vind ik de muziek als Hit Girl het appartementencomplex van Frank inloopt…
Dus voor wat humor, mooie beelden en een portie bruut geweld: kijk deze film.
Ben benieuwd of Kick-Ass II net zo leuk wordt, maar ik ga ook die zeker kijken.
Lebanon (2009)
Alternatieve titel: Levanon
Lebanon stond al een tijdje op mijn watchlist. Ten eerste omdat de film lovende kritieken kreeg, ten tweede omdat ik een fascinatie heb voor dit genre en ten derde omdat het verhaal op een bijzondere manier wordt verteld. De film gaat namelijk over de bemanning van een tank tijdens de oorlog in Libanon en 1982. Het bijzondere is dat de camera tijdens de gehele film de tank niet verlaat. Je ziet vier mannen in de benauwde, muffe en smerige tankcabine en de stank kun je bijna ruiken. Het enige wat de kijker van de buitenwereld ziet is wat deze mannen kunnen zien namelijk de beperkte blik door het vizier van de tank. De tankbemanning gaan allemaal door een emotionele achtbaan door wat ze door dat vizier zien, de onbekendheid van de missie, onderlinge irritatie, enzovoorts.
Mede door deze laatste punten maakt deze oorlogsfilm meer een anti-oorlogsfilm. Zinloosheid, bruutheid en machteloosheid druipen van het scherm af.
Blijkt wederom dat een low-budgetfilm ook een kwaliteitsfilm kan zijn met goed presterende acteurs.
De film oogt zeer realistisch, geeft een goed beeld van het tankleven (in die tijd) en blijft van het begin tot het einde boeien maar na anderhalf uur ben je toch blij dat je de tank mag verlaten.
Lincoln Lawyer, The (2011)
Prima film. Beetje te gladjes. Eigenlijk gaat het Matthew goed af allemaal, te goed. Dus echt spannend wordt het niet. Ik moest ook af en toe denken aan Fracture. Alleen die vond ik beter voor zover je ze kan vergelijken.
Machete (2010)
Een ware ode aan het B-film genre (oftewel Grindhouse). Dat betekend dus over the top acteren, veel actie, een dun verhaal en vooral overdreven veel en bloedig geweld. Machete heeft dat allemaal inclusief de clichés van dommige bad guys, rauwe good guys en veel sexy vrouwen. Als je niet van deze dingen houdt moet je deze film dus vooral niet gaan kijken. De onbekendheid van dit soort films (of de bedoeling ervan) is goed terug te zien in de grote verschillen tussen diverse recensies. Maar ook in de bioscoop waar de helft kostelijk zat te lachen terwijl de andere helft hoofdschuddend zat te denken aan het geld wat ze zojuist verspild hadden aan een kaartje.
Toen Quintin Tarantino en Robert Rodriguez het nodig vonden om de goedkope film uit de ranzige bioscoopjes uit de jaren 70 terug onder de aandacht te brengen besloten ze om elk een film te maken en deze uit te brengen als één project onder de naam Grindhouse. Om beide films (Deathproof (Tarantino) en Planet Terror (Rodriguez)) compleet te maken werden ze aan elkaar ‘gelijmd’ met trailers van films die niet bestaan. Zo dus ook de trailer van Machete. Maar deze trailer viel zo in de smaak bij het publiek dat Rodriguez besloot er een film van te maken.
Ik neem aan dat de meeste filmliefhebbers bovenstaande wel weten. Als je Planet Terror gezien hebt weet je ook wat voor onzin je kan verwachten in Machete.
Natuurlijk moet het thema van vluchtelingen, mensenhandel en misbruik van illegale Mexicanen serieus genomen worden. Maar de gemiddelde B-film gaat over grootschalige drugshandel, prostitutie, vergaande corruptie of andere ellende en daar hoor je nooit iemand over, het hoort erbij.
Robert DeNiro heeft zichtbaar plezier in zijn rol als The Senator. Hij heeft in de laatste jaren wel laten zien dat hij zich niet altijd even serieus neemt en past daarom wel goed in deze film. Want als er één ding is wat je niet moet doen aan Grindhouse films is ze serieus nemen.
Red Dog (2011)
Het leukste aan deze film vond ik de muziek.
Maar als je echter een voorspelbaar verhaal vol clichés wil zien mag je deze niet missen. Het is natuurlijk een familiefilm, dan mogen de karakters iets te mooi zijn, de grapjes te netjes en uiteindelijk gezellig samen zingen in de kroeg. Maar dan verwacht ik dat het gecompenseerd wordt met wat spanning en emotie. Helaas blijft deze film zo plat als een dubbeltje. Vergelijkbare films als Hachi ('09) en Eight Below ('06), beide gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarbij honden de hoofdrol spelen, scoren wat mij betreft beter.
Robin Hood (2010)
Ja het is een blockbuster voor de massa. Met alle ingrediënten zoals een populaire regisseur, een paar A-acteurs, een peperdure productie en een script dat niet echt verassend is. Maar dit alles is ook aan de film te zien. Prachtige plaatjes, goede actie en de bekende romantiek. Daarbij is het best interessant om het verhaal vóór het verhaal te zien. En natuurlijk komt er nog een vervolg, ook daar zal ik graag naar gaan kijken. Het verhaal verveelde me geen seconde.
Ik denk dat ik alle films omtrent deze legende wel gezien heb en allemaal hebben ze wel wat. Prince of thieves ’91 was vermakelijk en tot dan toe best origineel. Men in tights ‘93 was wat mij betreft een geslaagde parodie. En zelfs de tekenfilm Robin Hood ‘73 van Walt Disney vond ik destijds erg leuk. Deze nieuwe film, Robin Hood is mooi gemaakt en is duidelijk met de tijd meegegaan.
Salt (2010)
Het is lastig om als filmliefhebber geheel onbevangen een film te gaan kijken omdat je overal wel wat hoort of ziet. En hoe ‘groter’ de film, hoe meer aandacht er voor is. Zo ook voor Salt en derhalve waren mijn verwachtingen hoog gespannen. “Goede actie” en “Angelina doet het goed” hoorde ik vaak. Mijn conclusie is dat ik me hier graag bij aansluit.
Het verhaal is niet bijster origineel maar het bleef me wel regelmatig verrassen. De film geeft wat het beloofd: spionage thriller met veel actie. En voor een rol die eigenlijk voor Tom Cruise was bedoeld lijkt Angelina Jolie wel de eerste keus, na haar sprongen in Tomb Raider, de ‘funny fights’ in Mr. & Mrs. Smith en de onzin van Wanted weten we dat ze d’r mannetje wel kan staan en niet bang is haar handen vies te maken. Het enige wat ik een beetje jammer vind is dat ze in deze film maar één emotie op d’r gezicht weet te toveren. Maar daar zal het de film niet naar zijn…
Ten slotte nog dit: goede rol van Liev Schreiber en de film heeft een prettig tempo. Als je door de clichés heen kan kijken en de vele ongeloofwaardige momenten kan accepteren als een vast onderdeel in dit soort films kan Salt een prettige ervaring zijn.
Scaphandre et le Papillon, Le (2007)
Alternatieve titel: The Diving Bell and the Butterfly
De film viel me wat tegen. Hij raakte me niet op een manier zoals ik het stiekem had verwacht. Voor een waargebeurd verhaal vond ik hem zelfs af en toe een beetje saai. Hierdoor merkte ik dat ik niet echt meeleefde met Bauby. Tevens viel het me op dat deze man bijna continue omringd was met prachtige vrouwen. Ondanks dat dit in het echt misschien ook wel zo geweest zou zijn kwam het een beetje "filmset-achtig" over.
Het punt is ook dat ik me afvraag of dit een boekverfilming is of een film over de totstandkoming van het boek. Het zou niets uit moeten maken maar ik heb het idee dat ik nog steeds niet weet wat er allemaal in het boek staat.
De meest voor de hand liggende vergelijking is voor mij Mar Adentro. Die film pakte me echter op en nam me mee waar Le Scaphandre me liet liggen.....
Switch, The (2010)
Typisch zo'n film als deze, na de eerste twee minuten weet je precies hoe de film af gaat lopen en toch kijken de meeste hem af. Alle standaard ingrediënten zaten er wel in: twee bekende romcom acteurs, zoetige filmposter, beetje standaard verhaal en een leuk kindje erbij werkt ook altijd. En natuurlijk een grappige beste vriend van hem (Jeff Goldblum) en een rare beste vriendin voor haar (Juliette Lewis). Het is natuurlijk naïef om iets verrassends te verwachten maar het werkt wel vaak in het voordeel van dit soort films, dat kan het verschil maken tussen een romcom die je meteen weer vergeet of eentje waar je nog even over na kan/wil praten. Een onverwachte Switch in het plot zat er helaas niet in. De conclusie is dat je eigenlijk precies krijgt wat de meeste regisseurs van dit genre er van maken. Ook deze film zal geen genre klassieker worden zoals bijvoorbeeld When Harry met Sally ‘89 of Groundhog day ‘93 want de volgende dag was ik The Switch eigenlijk alweer vergeten.
Het is overigens fascinerend om te zien hoe iemand als Goldblum met een geweldige rol in The Fly en Lewis met een geweldige rol in Natural born killers, Kalifornia en From dusk till dawn uiteindelijk terecht komen in de bij-rollen van dit soort films.
Temple Grandin (2010)
Waargebeurd verhaal over een opmerkelijke vrouw. Erg mooie film die blijft boeien tot het eind.
