Meningen
Hier kun je zien welke berichten BobdH als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Paths of Glory (1957)
Interessante vroege film van Kubrick, waarin hij zijn later zo kenmerkende stijl nog niet gevonden heeft. Wel leuk om te zien hoe hij af en toe experimenteert met tracking shots door de loopgraven, maar grotendeels is hij op dit vlak nog zoekende.
Paths of Glory is niettemin een film die het primair van het verhaal moet hebben, waar Kubrick al wel in te herkennen is; de absurditeit van oorlog wordt (zeker voor die tijd) verfrissend open neergezet, wat ongetwijfeld de reden is waarom werd gekozen voor de eerste wereldoorlog, gezien hij zo vlak na die tweede geschoten is. Ook de arrogantie van de hogere generalen, die vanuit hun luxueuze kasteel 'het wel eventjes beter weten' dan de soldaten die daadwerkelijk in de loopgraven hun leven wagen, wordt treffend neergezet.
Niettemin wordt de film onderuit gehaald door slecht acteerwerk, juist in de cruciale laatste scènes, en een misplaatst over-sentimentele slotscène. Emotioneel kon ik dan ook niet meeleven en werd het geheel wat afstandelijk. Als zowat de laatste Kubrick die ik nog moest zien, wel uiteraard zeer interessant. 3*
Paul (2011)
Na Shaun of the Dead en Hot Fuzz lag het sci-fi genre voor de hand om op de hak te worden genomen, en met Paul kwijten de heren Pegg en Frost zich er heel aardig vanaf. Met name knipogend naar Steven Spielberg (die tevens opdraaft in een zeer kleine cameo), tonen ze via E.T. en Close Encounters duidelijk liefde voor het genre wat zich uit in subtiele en minder subtiele, geslaagde en minder geslaagde grappen.
Al met al prima geeky fun en beter dan verwacht. Greg Mottola (Superbad, Adventureland) blijkt een bekwaam opvolger van Edgar Wright, al houdt hij het allemaal wat milder en braver dan zijn voorganger. Of zou dat komen door het gekozen genre, dat van nature al wat minder hardcore is dan de horror of actiefilm?
Playtime (1967)
Alternatieve titel: Play Time
Met vrijwel geen dialogen, vrijwel geen muziek, bijna uitsluitend wide shots en vrijwel geen close-ups, maar wel veel lange shots vol mensenmassa's die allemaal hun eigen ding doen, is PlayTime een meesterwerk van choreografie en minutieus uitgepland filmmaken.
Met PlayTime toont Jacques Tati een bewust afstandelijke kijk op een futuristische samenleving waarin de oude wereld volledig plaats heeft moeten maken voor grijze eenheidsworst. Met een licht satirische toon wisselen tragikomische taferelen elkaar gedurende 2 uur af, zonder dat hier enig verhaal verteld wordt. Ga hier dan ook niet naar zoeken, maar laat de beelden aan je voorbij trekken, is het advies.
Het ene moment zorgt deze afstandelijke blik voor prachtige momenten (bijvoorbeeld wanneer de camera op straat staat en we in hetzelfde shot bij 4 identieke appartementen naar binnen kijken), het andere moment zorgt het er ook voor dat je als kijker weinig betrokken wordt bij het hele gebeuren. Daarnaast wordt het nergens echt grappig, waardoor je alleen maar licht geamuseerd, maar altijd in bewondering, de film aan je voorbij kunt laten trekken.
Wel zit PlayTime vol met sterke vondsten, die lang niet allemaal grappig (bedoeld) zijn, maar wel een sterke boodschap uitdragen van een maatschappij die alleen maar verward of gefrustreerd raakt door de 'vooruitgang'. Doordat deze vondsten lang niet altijd centraal staan in het beeld, wordt de kijker geacht er zelf naar te zoeken. Het levert een mooi en uniek zoekplaatje op, die helaas (nog) niet het verwachte verpletterende effect heeft. Misschien nog even verder zoeken...
Precious (2009)
Alternatieve titel: Precious (Base on Nol by Saf) (Based on the Novel 'Push' by Sapphire)
Rechttoe-rechtaan drama over de achterstandswijk Harlem en Precious, een meisje dat voor het ongeluk geboren lijkt. Hoewel het drama er dik bovenop ligt en het geheel volledig gemaakt is volgens de richtlijnen van de 'waargebeurde film', zijn de acteerprestaties bijzonder sterk (met name Mo'nique imponeert) en blijft sentiment beperkt tot een minimum.
Een ander sterk punt zijn de scènes waarin Precious ontsnapt aan de werkelijkheid via haar dagdromen en ideaalbeelden (een slanke, blanke vrouw), waardoor we een glimp krijgen van de onderdrukte jongevrouw achter het trieste uiterlijk. De boodschap ligt er dik bovenop, maar met de vele onderdrukte vrouwen van deze wereld, is het er een van belang.
Princess and the Frog, The (2009)
Alternatieve titel: De Prinses en de Kikker
The Princess and the Frog is een film waarbij alle elementen prachtig op hun plek vallen, maar uiteindelijk niet het warme gevoel van plezier weet op te wekken waar de Pixar films, maar gek genoeg ook Tangled even later wel in slagen. Niettemin is Princess een ontegenzeggelijke stap voorwaarts ten opzichte van Musker en Clements' vorige, Treasure Planet.
Het leuke aan The Princess and the Frog is hoe het originele sprookje zo mooi past binnen de New Orleans setting. Zo is voodoo een natuurlijke verklaring voor het hele kikkerworden, is dat kikkerzijn weer een fraaie metafoor voor de accepteer-jezelf boodschap waar o.a. de mensen-met-een-donkere-huid mee worstel(d)en, en kleedt de jazzmuziek maar ook de op Aaron Douglas geïnspireerde animatie (let op de tekenstijl tijdens I'm Almost There) het geheel prachtig af.
Het probleem zit 'm dan ook meer in de details van het verhaalvertellen. Op cruciale momenten ligt het tempo te hoog (de uitdieping met Tiana's vader), terwijl andere segmenten in de Bayou weinig toevoegen aan het geheel. Dit, samen met een soms te luchtige sfeer, zorgen ervoor dat het emotionele gewicht achterblijft, wat later bij Tangled wel prima in balans is.
En dat is toch jammer, want The Princess and the Frog is juist naar voren gezet als de ambassadeur van het 2D tekenwerk, dat steeds verder verdrongen wordt door CGI. Laten we hopen dat Disney het er toch nog een keer op waagt, want na de vaak luie karakteranimatie in films als Hercules en Atlantis, heeft Disney zich op dit vlak weer volledig hervat. Het zorgt er in ieder geval voor dat er met deze film voldoende te genieten valt.
Public Enemies (2009)
De 'rise and fall' van een gangster kennen we tegenwoordig wel, waardoor Mann het leven van John Dillinger liever vangt in een karakterstudie. Middels diverse scènes voert de regisseur deze legendarische gangster op als een relatief betrouwbare, ja zelfs lieve man, over wie dan ook gezegd wordt dat hij zijn gehele carrière nooit een moord gepleegd heeft.
Door de conventies precies om te draaien (we volgen grotendeels Dillinger, met slechts een handvol scènes vanaf de andere kant van de wet) creëert Mann automatisch meer sympathie voor John(ny), terwijl de momenten dat we de FBI zien doorlopen zijn van corruptie en incompetent machtsvertoon. Maar, guess what? Ook dat kennen we tegenwoordig wel, zelfs ingezet in de moderne misdaadfilm door zijn eigen Heat.
Mann moest dus verwoed naar iets anders grijpen om fris over te komen, wat de digitale camera werd. Sporadisch verleent dit de film een nieuwe sfeer, maar nog vaker zorgt het voor een lelijke, ja zelfs amateuristische aanblik dat in sterk contrast staat tot deze period piece. Ondertussen is het onvergeeflijk dat hij de carrière van meestercomponist Elliot Goldenthal weer tot leven wekt door hem te vragen The Thin Red Line dunnetjes over te doen.
Audiovisueel een 'mixed bag' dus, en ook Depp doet het niet meer dan aardig; waar hij uitblinkt in bizarre karakters zit er weinig vernieuwing in zijn goede, maar verveelde spel van 'echte' mensen. Wat niet wegneemt dat het de perfecte man voor de rol is, want zijn zeldzaam gevaarlijke charisma is precies wat het personage nodig heeft. Het komt allemaal uit op een zeer krappe voldoende. 2.5*
