Herzog heeft voor zijn stelling een welhaast perfect passende case study gevonden - een drievoudige moord waarvan over de schuld van de daders geen twijfel kan bestaan, terwijl van die daders er niettemin toch maar één op Death Row zit. Oh, en fijntjes weggelaten uit het hele verhaal is dat er natuurlijk nog een derde was, en die loopt vrij rond. Fijn hoor, het Amerikaanse rechtssysteem.
De gesprekken tussen Herzog en de omgeving van de daders zijn soms verhelderend, soms ook niet. Het duurt wellicht wel wat langer dan nodig, en dat doet voor mij wel echt af aan de boodschap - een halfuurtje korter was echt beter geweest. Wat voegt het - lange - verhaal van de beul met spijt precies toe, bijvoorbeeld?
Daarnaast is Herzog's gewone aanpak om iedereen met vertrouwen en respect tegemoet te treden zoals altijd erg plezierig, maar de keerzijde daarvan is wel dat de interviews nooit erg scherp worden. Wellicht dat daar in dit geval toch wel wat aanleiding voor was. Als iedereen waarmee je praat je open en bloot zit voor te liegen, waar gaat je gesprek dan tenslotte nog over. Ja, je mag wel wat aan je publiek overlaten, maar in dit geval is het me wat al te gortig.
Een film uit het bekende genre 'mensen waar een steekje bij los zit vinden elkaar' - volgens het aloude gezegde dat op elk potje wel een deksel schroeft. Zelden mooier uitgewerkt als in dit geval, met Jessica Chastain en Peter Sarsgaard als de lijdende voorwerpen - en daarbij dan vooral hoe gemankeerd en menselijk ze die neerzetten. Bijzonder knap hoe de titel van begin tot eind terugkomt, van de eerste ontmoeting tot de laatste scene, van het selectieve geheugen van Sylvia's moeder tot hoe Saul zich precies dat ene noodzakelijke detail weet te herinneren.
Dat het in het echt met Alzheimer toch als regel wat minder romantisch loopt kan je wellicht een geldige kritiek vinden, en misschien is dat ook terecht. Aan de andere kant, als ik terugdenk aan mijn vader - die in het ziekenhuis na zijn oudemannenplasje midden in de nacht wel eens verdwaalde en dan bij een verbaasde en meestal nogal verontwaardigde mevrouw in bed terecht kwam - je weet het niet, he, wat er in zo'n hoofd omgaat. Zoals hij die keer aan mij vroeg 'heb je mijn meisje hier gezien? het is een heel leuke'. Ik heb mijn moeder maar gehaald, maar misschien bedoelde hij toch die ene verpleegster.
De film waar alle Amerikanen over zwijgen - uit schaamte.
Het verhaal van Graham Greene is grondig aangepast - geen intrige meer, geen anti-Amerikanisme meer, maar alleen de exploitatie van het onderdrukte Vietnamese volk. Dat kon toen kennelijk zonder enig probleem wél door de beugel, en het werpt ook een onaangename schaduw vooruit op de Vietnam-oorlog met alle bijkomende collateral damage als het platbombarderen van Cambodja. De huichelachtigheid is tenenkrommend.
In historisch oogpunt wel ietwat interessant - beelden uit Frans Indochina, politie die met Goélettes rondscheurt. Maar daar blijft het wel ietwat bij. De rollen van vooral Audie Murphy zijn tenenkrommend - zowel slecht als te onecht voor woorden. Claude Dauphin die zich er in laat stinken om die inspecteur uit Casablanca over te doen met een erg nep accent. Michael Redgrave die geen idee heeft waar het over gaat, maar dan niet ten dienste van het plot.
De verfilming van 2002 is veel beter, veel meer getrouw aan het boek van Greene en aan de realiteit. Dit misbaksel is vooral een uitwas van het McCartyisme.
Wel een aardig verhaal over de laatste dagen van Sitting Bull. Fraai in technicolor kleuren, met fraaie rollen van een top cast van Chastain tot Hinds, met wat kuch couleur locale in de vorm van Michael Greyeyes. Een Cree, geen Sioux.
Maar toen ik na het wat sentimentele einde nog even wat na dacht te lezen blijkt dat wel echt het minste probleem te zijn, want er klopt maar bitter weinig van het opgeleukte verhaaltje wat de film wil vertellen - of wellicht moet ik iets zeggen als 'op de mouw wil spelden'. Zelfs de naam van de hoofdrolspeelster klopt niet - dat was Caroline, niet Catherine. De constatering van parcivalis hierbovern is daarnaast ook volkomen terecht, het ziet er allemaal wel wat onbezoedeld uit voor wat in feite een concentratiekamp ten tijde van een genocide is. Inderdaad, een boeketreeksverhaaltje - gemengd met een Arendsoogje. Dat er in de VS nogal losjes met de geschiedenis wordt omgesprongen is bekend, maar op dit gebied ook wel echt beneden elk peil. Waarbij ik misschien ook even toevoegen moet dat het misschien niet precies eenvoudig of vanzelfsprekend is om een waarachtige en neutrale behandeling van de geschiedenis te brengen - al was het maar omdat zo ongeveer alle bronnen gekleurd zijn. Maar dat is geen excuus om er dan maar een potje van te maken zoals deze film doet.
En zelfs buiten dat heeft de film toch maar weinig te brengen. In vergelijking met de klassiekers uit het genre - ik noem even een Geronimo: an American Legend (1993), of zelfs The Last of the Mohicans (1992). Vond ik ook niet zo goed, maar wel echt stukken beter dan deze.
Alternatieve titel: The Last Dive, afgelopen zaterdag om 22:58 uur
Het haaiengenre is toch niet zo moeilijk. Blauwe lucht, blauwe zee, wat zongebrande lijven in fraai afkledende bikinis, zwemshorts, glibberige wetsuits. Een mooi goudgeel strandje. Moeilijker moet het toch echt niet zijn. Geen noodzaak aan een kloppend verhaal of dat soort onzin. Voorbeelden te over hoe het moet.
Maar helaas ook voorbeelden te over hoe het niet moet, en daar is deze er maar weer eens een van. Meh, wat een bagger.
Alternatieve titel: The Beautiful Prisoner, afgelopen zaterdag om 22:53 uur
Maffe boel.
Ja, de surrealistische sfeer wordt wel knap neergezet, maar het stemmetje in mijn achterhoofd zeurt dat het ook nauwelijks te onderscheiden is van een standaard overpretentieus werkje van een eerstejaars filmstudent. Ja, de dames zijn mooi, maar we krijgen er ook maar wat teleurstellend weinig van te zien. Vooral Arielle Dombasle is maar heel kort te zien.
Wel een van de mooiste namen van een filmpersonage ooit Sara Zeitgeist.
Alternatieve titel: Sentimental Value, afgelopen zaterdag om 22:52 uur
Trier maakt in deze film een nogal fatale vergissing door Renate Reinsve te casten - niet alleen omdat ze een aantal scenes niet echt fijn speelt, maar ook omdat dat er samen met de beeldstijl voor zorgt dat je het gevoel krijgt naar het vervolg op Verdens Verste Menneske (2021) te kijken. En nee, dat vind ik geen compliment.
Jammer, want de rest van de cast is echt prima. Ook een Skarsgård die nogal eens op de automatische piloot de kantjes er vanaf loopt lijkt echt zijn best te doen, Elle Fanning speelt beter dan ik eerder gezien heb, en dan de voor mij onbekende Inga Ibsdotter Lilleaas - had haar de rol van Reinsve gegeven en gevraagd of ze misschien een zus heeft.
Met het onderwerp lijkt Trier wat teveel hooi op de vork genomen te hebben, want het lukt niet echt om het idee uit te werken in een film die onderhoudend blijft, met aan de andere kant ook weer teveel gedoe vaarvan niet duidelijk is wat dat bijdraagt. Een beetje hetzelfde als waar Ozon aan lijdt, de ambities zijn hoger dan talent en vaardigheid reiken. Dit soort onderwerp is maar voor heel weinig regisseurs weggelegd, en eigenlijk schiet me daar alleen een Atom Egoyan bij te binnen.
Iedereen heeft waarschijnlijk ooit wel eens een stuk van de achtervolging met de auto's of op het vliegveld gezien. Ook ik had die wel in mijn hoofd, maar of ik de hele film ooit gezien heb? ik durf het niet te zeggen. Nu dus wel, en als ik heel eerlijk ben, wellicht dat ik me over een jaartje of wat weer alleen die scenes zal herinneren.
Toch heeft de film meer, het tijdsbeeld van San Francisco in de jaren-60 is erg fijn om te kijken - maar ook talloze malen in andere films en series te zien, ik noem alleen maar die serie die zelfs die naam draagt. Enerzijds leuk hoe de film zo duidelijk voorbeeld is geweest voor zoveel politiefilms en series, anderzijds jammer dat de beelden daardoor achteraf wel heel erg cliche zijn.
En dan het verhaal. Wellicht maakte dat toen indruk, ik heb er nu wel wat bedenkingen bij. Leuk dat niet alles uitgekauwd wordt, dat dan weer wel.
Wel veel leuke rolletjes van acteurs die later erg beroemd zouden worden maar dat toen nog niet echt waren. Jacqueline Bisset, Robert Duvall. En een nogal vlakke rol van Robert Duvall ook, daar had ook wel wat meer in gezeten.
Het enige wat ik echt geniaal, maar dan ook écht geniaal goed vond was de soundtrack tijdens de achtervolging. Beter dan dat heb ik het geloof ik nog niet gezien, en dat maakt voor mij ook het verschil tussen laat maar en fijn.
Alternatieve titel: Dreams: Sueños, afgelopen zaterdag om 20:05 uur
Dromen.
Jessica Chastain zet weer eens een bijzonder sterke rol neer als de niet bepaald aimabele Jennifer McCarty, een oligarchendochter die van haar vader - rijker in geld dan in menselijke emoties - de opdracht heeft gekregen om iets van een goed doel te doen. Daar tegenover Fernando Rodriguez, een getalenteerde Mexicaanse danser die droomt van een carriere buiten Mexico, en wel een springplank kan gebruiken. Fraai gespeeld door Isaac Hernández - die behalve acteur ook echt danser is, en dat maakt de wat spaarzame scenes waarin hij dat mag laten zien prettig geloofwaardig. Samen maken ze een erg fraai stel, de talrijke erotische scenes doen niet precies pijn aan mijn ogen.
Maar vanzelf zoekt regisseur Franco meer dan wat fraaie plaatjes van een stel vozende blote mensen. Stap voor stap legt hij de onderliggende motieven en persoonlijkheden bloot, en daar komt toch bepaald een minder fraai beeld uit. Meesterlijk gedoseerd komt stukje bij beetje de facade te vallen die verhult wat de American Dream in het echt inhoudt, waar de liefde tussen weldoenster en ontvanger echt uit bestaat. Ontluisterend, maar zeer sterk verteld en gespeeld.
Een clichefeestje dat met alle vier poten over zichzelf struikelt. Iedereen die ooit een huisdier heeft gehad, of een gebroken gezin heeft gehad of meegemaakt kan zich naar aard plezieren of ergeren in deze film, maar wat beklijft is dat er uiteindelijk niets origineels, niets nieuws, niets eigens uit dit stuk Libelleromantiek komt. Ik zie Jelka graag, maar alsjebliefftt in een productie die iets probeert neer te zetten, niet dit stuk draf dat zelfs EJW nog naar beneden haalt - niets negatiefs over zijn talent, maar te veel rollen die er niks mee doen, net als deze.
En dan die arme hond nog. Zo'n film als dit grenst aan dierenmishandeling. Getverdemme, alleen die muziek bij de aftiteling al. Man man man. Soof met een hond. Fuck toch op.
Alternatieve titel: Reedland, afgelopen donderdag om 21:55 uur
Misdaad en schuld, geloof en lust tegen de setting van achterlijke plattelandsdorpen vol getormenteerde zonderlingen, met een vleugje vreemdelingenhaat en EU-xenofobie. Het platteland zoals dat alleen in het hoofd van extreemrechtse randstadbewoners bestaat - en in de wereld van de Nederlandse cinema zo nieuw en zo extreem dat het mij aanleiding geeft er een nieuw woord voor te bedenken: boersploitatie.
De spruitjesmeur van zelfoverschatting ligt als een dikke laag mest over het geheel en vormt een walgelijke en ondoordringbare laag waar klaarblijkelijk ook de regisseur zelf het spoor in bijster geraakt is. Triest, dat ondanks dat we toch al generaties lang de werken van Maarten 't Hart als verplicht leesvoer op alle scholen hebben er nog steeds met grote regelmaat dit soort overtilde werkjes geproduceerd worden over de onverkwikkelijke samenloop van het geloof en kleine gemeenschappen.
Woesj, woesj - een film om zo snel mogelijk weer te vergeten. Beschamend dat Nederland zich kennelijk hiermee internationaal op de kaart denkt te zetten. Doe dan anderhalf uur lang het testbeeld.
Dat slaat dan vanzelf alleen over de hypocriete Amerikaanse preutsheid die als een walmende knoflookmeur over dit late Zalman King jatwerkje ligt. Niet meer goed te begrijpen nu waarom dat genre toch graag bekeken werd indertijd - het zal toch net als met de bladen niet bepaald om het verhaal gegaan zijn.
Milano zit dan ook nog eens net teveel aan de verkeerde kant van kindsterretje. Voor mij werkt het niet, en Jennifer Tilly ook al niet. De naamloze bijrolletjes winnen het met gemak. En dan dat hele vampierenmotiefje nog, wat een misser.
Alternatieve titel: Percy vs. Goliath, afgelopen donderdag om 00:09 uur
Percy vs Goliath, Christopher Walken vs Monsanto.
Hoe dat afloopt is natuurlijk bij voorbaat duidelijk, en de film is een gemakkelijke zit om daar te komen - geen millimeter van de straight and narrow, want het Amerikaanse plattelandspubliek moet het ook nog kunnen snappen. Maar een groot gat laat de film wel liggen, want het originele verhaal speelt in de vorige eeuw, en ondertussen heeft Monsanto wel aan het langste eind getrokken. Misschien niet precies met de GMO en roundup-ready crops, maar wel met de corporate grip op rural America. Meer winst voor een paar miljardairs, geen bestaan meer voor boeren.
Waarbij ik dan misschien wel moet uitleggen dat dat woord 'interessant' in het Angelsaksische spraakgebruik niet beslist iets positiefs aanduidt - als je dat op je werk tegenkomt, dan betekent het meestal 'een probleem' of 'iemand waar je met een boog omheen loopt'. Ja, dat heb ik toch een paar keer echt verkeerd zien gaan.
Deze film is beslist, ja, 'interessant'. Aan de ene kant lukt het Vassilopoulos om een vergelijk met de eerdere films van Lanthimos redelijk en zinvol te maken, aan de andere kant is de cinematografie af en toe op een duidelijk hoger plan dan dat, en de integratie met de soundtrack is ook echt serieus fraai gedaan. En dan nog het absurd baanbrekende idee om de hoofdrollen door een echte tweeling te laten spelen, in plaats van wat gemakzuchtig getruc in de techniek. Aan de andere kant is de film narratief zo homeopatisch dat ik er eerlijk gezegd niks van kan maken. Nou gebeurt me dat met Lanthimos ook wel eens, maar toch niet zo overweldigend - niet zo van 'ik miste misschien wat details' of 'ik heb wellicht de boodschap gemist', nee, ik snapte hier dus helemaal niks van.
Is dat slecht? Wellicht, maar er zijn ook andere aspecten die je daar bij zou kunnen benoemen. En dan kom ik weer terug op dat woord 'interessant'. Iets waar veel over gezegd zou kunnen worden - zonder daar direct een waardeoordeel aan te verbinden. In een professionele context is dat slecht, als je er veel over kan zeggen is kost het teveel moeite, teveel tijd. Maar voor een film is dat eerder iets goeds, wellicht.
Rest me nog even aan te halen, het maffe scheve gebouw op iets van twee derde in de film. Als er iemand is die weet wat dat is, waar dat voor is? Ja, het is als een metafoor voor de film zelf - het heeft ongetwijfeld een doel, een dringend nut en een noodzaak, alleen ik kom er niet in de buurt.
Als je de moeite neemt even in de details te duiken, dan blijkt het echte verhaal nog absurder te zijn dan wat de film al laat zien. En ja, daar kan je dan van allerlei dingen over gaan vinden over misdaad en straf, aan de andere kant, had deze man niet gewoon de helpende hand moeten krijgen in plaats van de stok. Wat is het doel van de samenleving, is dat om mensen te straffen voor hun pogingen om geluk te vinden, of om ze daar een beetje bij te helpen? Ja, de Amerikaanse grondwet zegt daar iets over, en die bijbel van al die Evangelicals ook. Daar naar leven blijkt toch een stuk weerbarstiger.
De cast is erg fraai, Tatum past wel goed in zijn rol met zijn wat enge rilblik. Jammer dat Juno Temple een wat klein rolletje heeft, en ook jammer dat Peter Dinklage meespeelt - niet dat hij het slecht doet, verre van - een van zijn betere en meer onbaatzuchtige rollen eigenlijk, maar hij komt gewoon te vaak langs. En ja, ergens doet het wel wat pijn om Kirsten Dunst in zo'n eigenlijk onbetekenende bijrol mee te zien spelen, met haar verlopen Karen-face - maar aan de andere kant hou ik van haar omdat ze dat heeft, en er zichzelf mee blijft. Ouder worden we allemaal, maar niet allemaal met karakter.
Dina Meyer, die we allemaal nog kennen van haar rol als Dizzy Flores in Starship Troopers. Ze is nog net zo mooi als toen, die paar rimpels staan haar goed - beter dan dat ze mij staan. Misschien dat Starship Troopers haar meest succesvolle rol was, maar dan is dit toch haar beste, want als acteur is ze veel meer gegroeid dan je aan voornoemde rimpels kan tellen.
De film is leuk ongebruikelijk, leuk venijnig en ongemanierd - rechtstreeks uit het land van Jerry Springer, zou je haast denken. Maar er zit wel veel meer diepte in, en daarnaast ook nog de auto van mijn oom, al had hij dan een blauwe. Toch op afstand de mooiste BMW ooit. Had het allemaal een tandje harder gemogen? Ja, van mij wel, maar, small victories. Het blijft een film uit het land van de onbegrensde mogelijkheden, dus je moet er niet te veel van verwachten.
De poster zegt eigenlij alles wat er over de film te vertellen is.
Het is beslist wel een onderhoudend dingetje, als je open staat voor het wereldje waar je in meegezogen wordt - snel, elk moment wat anders, en het woord van een lord. Klatergoud alom, net als alle sprekende kleuren. Niks mis mee, want dat maakt het beslist tot erg prettig kijkvoer.
Maar ik heb ook wel wat moeite om er iets meer in te zien dan precies dat - kijkvoer. Het kijkt fijn, het ziet er allemaal uit als een zuurstok op steroids, en dus slecht voor de tandjes. Heb ik iets essentieels in de inhoud gemist? Farrell speelt best ok, misschien zelfs goed, maar bij gebrek aan een duidelijk begrip van wat hij dan precies speelt vind ik het toch een stap te ver om er meteen een bovengemiddelde prestatie in te zien.
Toch een van de meest onderschatte regisseurs, in die zin dat hij af en toe absolute meesterwerken aflevert. En ook dit is er weer een, een scherpe kritiek op de idioterie en verveling van de allerrijksten - die zonder uitzondering beweren 'hard gewerkt te hebben' tegenover de bittere armoede waarin de mensen leven die dat daadwerkelijk gedaan hebben.
Isla Fisher als de trophy wife, Asa Butterfield als de nepo baby, maar Coogan steelt vanzelf de show met zijn misselijkmakende Greedy McCreadie - die model staat voor minstens de helft van 's werelds miljardairs, en niet alleen die die hun fortuin in de fast fashion gemaakt hebben. Very proud of his immigrant roots, om maar de makkelijkste open deur in te trappen, maar aan de andere kant, wie de schoen niet passe. Rijkdom correleert kennelijk recht evenredig met huichelarij, en voor een miljard kan je tot in de zeventiende logarithme huichelen als we het dagelijke nieuws er langs leggen.
Verder een hele serie fraaie cameos en bijrolletjes waarvan het merendeel nogal belangeloos. Ook dat is iets wat Winterbottom op een of andere manier altijd weer voor elkaar krijgt. Kennelijk zijn er nog steeds genoeg mensen te vinden die willen meewerken aan een socialere en eerlijkere maatschappij.
Let vooral ook op de eindgeneriek - en bedenk daarbij dat alle getallen die daar genoemd worden nu nog zeker twee tot tien keer extremer zijn.
En wellicht komt dat vooral door de acteurs, die uit alle macht proberen om iets van dit bij voorbaat kansloze prutswerk te maken - waarbij ik zeggen moet dat de karakters dan op zich wel aardig uitgewerkt zijn. Het is het verhaal dat veel te krampachtig iets probeert te zeggen, en er misschien juist daarom niets van maakt. Sowieso veel te veel hooi op de vork, ambities die niet passen bij het talent of de kunde, maar ook vooral te veel gedoe, teveel verhaallijntjes in een film van een regisseur die er misschien van droomt een Robert Altman te zijn, maar daar gewoon te veel in mist - in talent, in kunde, in budget, wie daar meer inzicht in heeft dan ik mag iets roepen.
Toch is het resultaat wel redelijk ok. Vooral Hannah Hoekstra vond ik leuk, met haar heerlijk eigengereide karakter precies het soort vrouw waar ik altijd vol voor ga - hoewel de ervaring leert dat er moeilijk mee te leven valt. Holly Mae die zowel haar vader als Terence Schreurs bij me oproept - en toch vooral om hun persoonlijkheid. Gijs Scholten van Aschat, die me een keer overtuigt in plaats van me te irriteren.
De beelden vond ik vaak wat te gelikt, de locaties te ver verwijderd van iets echts en herkenbaars. Ook dat is wel een van de makkes van de NL film, de te grote afstand tussen de Bijlmer, Betondorp en Het Gooi. Hoe wil je dat je publiek meeleeft in hoe moeilijk je het hebt, als je in zo'n kasteel woont en in elke scene kleren aanhebt die per item meer kosten dan wat ik in een maand aan eten uitgeef. Ja, het hoort er bij, maar het bewustzijn daar over lijkt te ontbreken.
Alternatieve titel: Wanda's Café, 8 april, 23:19 uur
Marianne Faithfull.
Haar liedjes aan het begin en einde van de film zijn zo ongeveer het enige wat klopt. Als de film niets meer was geweest dan anderhalf uur testbeeld met die liedjes aan begin en eind was het resultaat even zinvol, even geldig, even mooi geweest.
Maar in plaats van een uurtje rustig testbeeld kijken krijg je een rariteitenkabinet, een film die alle kanten uit zwalkt en nergens in de verte het gevoel geeft ergens heen te willen - laat staan daar te komen. Gespeeld door een Kris Kristofferson die ook al geen idee lijkt te hebben waar het heen moet, Keith Carradine die meer tijd bij de grime dan bij het plot doorbracht, Singer die naar de speciale Oscar voor de meest wezenloze rol ooit dingt. Oh, en Genevieve Bujold, die verrassend en eigengereid leuk is - als enige in de hele film eigenlijk.
De eerste film die ik van regisseur Alan Rudolph zie - van de 25 credits die hij kennelijk heeft, of is het een pseudoniem van Alan Smithee. Je zou het haast denken.
Tara is niet gelukkig. Niet met haar man, niet met haar kinderen, niet met haar huis-met-uitbouw, niet met haar dagelijkse sleur, niet met haar leven. En dat heeft ze al zo lang onder de mat proberen te vegen dat er geen goedmaken meer aan is, en de enige uitweg nog een ontsnapping is.
Gemma Arterton speelt dat onvoorstelbaar sterk, zo sterk dat het gewoon onaangenaam is om naar te kijken. Hoe haar onbegrijpende maar voor zijn eigen normen liefhebbende man zich opdringt, hoe haar kinderen het bloed onder haar nagels vandaan zuigen, hoe elk denkbaar pleziertje wat ze vindt haar ontzegd wordt.
Jammer wel dat Dominic Cooper, haar man zo'n onwezenlijke oaf is - dat doet voor mij af aan de kracht van het verhaal. Dat onderdeel, het ligt er gewoon te dik op - voor ons als kijkers. Maar het dient ook om aan te geven dat er een grens overschreden is, en alles wat hij zou kunnen doen niet meer genoeg zal zijn, zoals dat gaat als een relatie eigenlijk al kapot is maar geen van beiden dat besluit nog genomen heeft.
Jammer dat het einde wat nietszeggend blijft. Daar had meer in gezeten voor mijn gevoel. Maar de film gaat daar niet over, het gaat om het spel van Arterton, en dat is gewoon fenomenaal.
Alternatieve titel: Sea of Time, 7 april, 20:25 uur
Er zijn niet zo veel behoorlijke Nederlandse films, maar het kan wel - fijn om dat weer eens meegemaakt te hebben. Ik hoop er altijd op als ik aan een film begin, vaak tegen beter weten in, en het is maar zo heel af en toe dat het dan toch een keer klopt. Zoals nu dus. En dat is dan ondanks dat Scholten van Aschat pere et fils me absoluut niet liggen, en met Elsie de Brauw heb ik ook al weinig - en dat ze nauwelijks geloofwaardig op Sallie Harmsen lijkt is ook al een minpunt.
Toch telt het nog steeds positief op, het verhaal klopt gewoon, hoe zwaar het misschien ook op de hand is, en ondanks dat ik het einde wat aan de gemakzuchtige kant vind. Gelukkig krijgen we niet alle details daar nog van voorgekauwd, hoewel het ook nauwelijks een open einde mag heten.
Een heilig huisje wat het verdient om een paar stevige schoppen te krijgen.
Sowieso zijn de hoofdrollen - inclusief hoe Wood overkomt - veel te oud voor de pubers die ze moeten uitbeelden, en dat werkt gewoon niet - haast lachwekkend als Mineo tegen Dean zegt If only you could've been my dad. Maar wellicht erger, de stijlfiguren van het contrast dat de film probeert op te zetten werken gewoon niet - welke vader noemt zijn dochter Glamour Puss terwijl hij te bang, te preuts is om haar een zoen op de wang te geven. Even absurd al bij de Starkjes thuis, het is gewoon te ver uitvergroot om nog te raken, en dan de hele Chicken Run nog. De kloof tussen de jeugd en hun ouders is diep, maar die tussen de jeugd, de realiteit en de filmmakers is nog veel dieper. Terwijl de prof van het observatorium het toch zo vanzelfsprekend lijkt te begrijpen - en niet zo vreemd, want zo moeilijk is het allemaal nou ook echt weer niet.
Met wat uitzonderingen - vooral rond het planetarium - vind ik de beelden ook vooral matig en technisch onvoldoende. Zelfs in die tijd kon het toch allemaal veel beter, je ziet er haast aan dat de film eerst in zwart-wit en later toch maar in kleur gedraaid is - en dat kennelijk toch niet helemaal begrepen werd. Evenmin kan ik zeggen dat Dean of Wood indruk maken met hun veel te overdreven theatrale spel, alleen Mineo komt er mee weg. Zelfs Corey Allen speelt Dean in de meeste scenes die ze samen hebben gewoon weg.
Het plot heeft ook nogal wat suspension nodig, en dan het dramatische einde nog. Ik begin er maar niet eens over. Nergens in de hele film iets wat ook maar in de verte herkenbaar is, terwijl ik toch uit de generatie heel kort na deze kom, en mijn hele jeugd lang Happy Days gekeken heb. En nog zo'n hopeloos achterhaald tijdsbeeld, de soundtrack die alles van stemmige violen voorziet op een manier die ook toen al enorm cliche was.
Er zijn toch volgens mij echt talloze films uit die periode die het meer verdienen om gezien, herzien of herinnerd te worden dan deze. Deze heeft alleen die scene met de bullets, maar zo goed is die nou eigenlijk ook weer niet.
Alternatieve titel: Operation Leopard, 7 april, 00:57 uur
Jean Seberg.
Nee. ze speelt niet daadwerkelijk mee in deze film, want haar ontijdige dood onder zeer verdachte omstandigheden verhinderde het dat haar scenes afgemaakt konden worden. Die werden uiteindelijk opnieuw gefilmd met Mimsy Farmer, en wellicht verklaart dat haar wat wezenloze optreden en het gebrek aan diepte in de meeste karakters.
Het verhaal heeft verder dan ook de diepgang van de oorlogsboekjes, de boekjes van iets van 50 blaadjes op a6-formaat of zo die je in die tijd voor iets van vijf cent bij de sigarenboer krijgen kon. Wat jammer toch dat ik mijn verzameling daarvan niet bewaard heb, niet dat het iets op zou leveren voor de verkoop maar als tijdsbeeld enorm interessant. Hoe makkelijk we er toen over heen stapten dat de jeugd werd opgevoed met oorlogsmisdaden en erger.
Tegelijkertijd zou de film ook verplicht kijkvoer moeten zijn voor de overal-tegen-mensen, die bij elk bericht over alternatieve energiebronnen beginnen te zaniken over het trieste lot van de mijnwerkertjes in de Congo. Daar had je dus in de jaren-70 al mee moeten beginnen, dat is wel het minste.
Verder is er maar weinig te melden over de film. Een link tussen de regisseur en het ouevre van Schoendoerffer zie ik toch niet zo direct, al is het voor de hand liggend om te denken dat beiden wellicht een wat extremer rechtse politiek zouden kunnen hebben aangehangen. In Frankrijk niet geheel ongebruikelijk, als het over de voormalige kolonieen gaat, en daarmee toch weer subtiel anders dan onze eigen zwarthemden alhier. Wellicht het duidelijkst uitgesproken in de vermaning halverwege in de film Je suis pas Noire, je suis Legionnaire!. Kom daar bij ons eens om.
Wellicht het pardon, wellicht de elegantie, wellicht de zegen, wellicht de genade, de vergiffenis, de vergeving, of zelfs de begenadigde in persona. Sorrentino laat alle aspecten van het woord, het begrip, zelfs het religieuze theorema langskomen.
Helaas wel in een verhaal dat ultiem eigenlijk nergens over gaat, en nauwelijks meer doel lijkt te dienen dan een kapstok voor zijn signature mooifilmerij. Het is fraai, heel fraai, maar ook slecht voor de tanden, en voor Sorrentino ook vooral meer van hetzelfde, een gemakzuchtig voortborduren op wat in zijn eerdere films goed werkte bij de critici, een laffe en zielloze herhaling van zetten.
Ieder ander had ik dat vergeven, en gezegd dat het best wel een ok filmpje was. Maar van Sorrentino verwacht ik meer dan dat, omdat het zo duidelijk is dat hij meer dan wie ook in staat is om de beste film ooit te maken.
Maar dat is deze dus niet. Dit is een film zonder elegantie, zonder zegen, zonder vergiffenis of begenadiging. Deze film is gewoon werk. Ja, werk verdient een prijs, zonder meer. Maar geen hoge.
Clear and straightforward, and plain as the nose on your face!
Als idee - voor die tijd - geniaal. Qua cinematografie - voor die tijd - geniaal. Acteurs, tijdloos geniaal. Vertelling, wellicht wel ok. Vormgeving, tijdloos en geniaal. Toekomstbeeld, beetje simplistisch. Einde, veel te melodramatisch.
Wellicht vooral daardoor dat het moeilijk om nog iets van waardering op te brengen voor wat zo overduidelijk tijdloos en geniaal is. De film gaat daarmee achteraf wel ietwat ten onder aan de creatieve keuzes die indertijd zo geniaal waren, maar nu de film zo tijdloos terugplaatsen in de jaren-70.
Ja, interessant omdat Lucas er deel in had, en even goed ook door Hopper en Duvall. Maar ook meer interessant als tijdsbeeld dan als film op zich, want er zijn ondertussen talloze films in deze richting gemaakt die veel en veel beter, diepzinniger en interessanter uitgewerkt zijn.
Langdradig, saai, voorspelbaar - maar ook gewoon ontspannen vlot vermaak. Het brengt misschien niets nieuws, maar het kijkt wel lekker vlot weg, en Sy en Giraudeau zijn grappig en aanstekelijk. En ja, wat zal ik zeggen, ik heb kennelijk een zwak voor vrouwen met een tuinbroek aan. Niet dat je daar iets in moet zoeken, maar dat geldt voor de hele film ook al.
Het is een open vraag hoeveel er van zijn verhalen overgebleven was als het iemand anders dan Jean Seberg was geweest, om ze in the French style tot leven te brengen.
Je zou oppervlakkig kunnen denken dat dit een betekenisloze en oppervlakkige film is - en misschien is dat ook wel zo. Maar aan de andere kant is deze film meer Andy Warhol dan de Factory ooit was, meer Jacques Tati dan M. Hulot, en meer a bout de souffle dan Godard zelf. En belangrijker dan al dat, Jean Seberg is in deze film op haar allermooist, en om haar oprecht en diep ongelukkig te zien is als nagels op een schoolbord, zo overtuigend speelt ze dat. Is er een actrice die daar ooit in de buurt gekomen is? Na een film of 5, 6, 7 duizend kom ik er echt niet op.
Jammer dat het verhaal zo sentimenteel en leeg is, je vraagt je af wat er van gemaakt had kunnen worden als het ergens over gegaan was. Maar ook Irvin Shaw zal nooit in zijn stoutste dromen verwacht hebben dat iemand als Seberg zijn verhaaltjes zou spelen. Alsof je tien jaar lang elke keer de loterij wint, zoiets moet dat voor hem geweest zijn.
Een nogal verrassende film als je er zonder voorbereiding in duikt - ik had deze nog op mijn lijstje staan omdat Gene Hackman er in meedoet, maar wist er verder niets van. Dan is de opening best vreemd, met de talking heads krijg je het gevoel dat je naar een documentaire of een making-of zit te kijken - ik heb toch een paar keer gecheckt of ik wel de goede film te pakken had.
Wat zich ontspint is een bijzonder interessant verhaal. John Reed was bij de Russische revolutie, schreef daar het boek "Tien dagen die de wereld deden wankelen" over. Dat hij een veelbewogen leven geleid heeft is bepaald een understatement, en de film laat dan ook nog alleen een bepaalde periode zien. Meesterlijk gespeeld door Beatty, die zichzelf uitstekend regisseert, en daarnaast fraai en emotioneel tegenspel van Keaton die volgens mij in deze film haar sterkste rol ooit neerzet. Voor Gene Hackman hoef je aan de andere kant niet echt te kijken, die is maar een paar tellen in beeld en heeft voor zijn doen een matig rolletje dat weinig toevoegt.
Qua verhaal is het enorm boeiend, en het zet ook beslist aan om veel meer te willen weten over John Reed - er zijn toch niet veel Amerikanen die het tot op een Russische postzegel geschopt hebben - als het uberhaupt al iemand anders gelukt is. Het boek wat ik al noemde schuift meteen bovenop mijn leeslijstje. Hoeveel de film precies aan zijn verhaal opgeleukt heeft is een open vraag, ik zag in ieder geval bij een vluchtige blik op de wikipedia dat de eindscene licht aangepast lijkt.
De keuze van Beatty om steeds intermezzos in te lassen met de talking heads is een erg in het oog springende en, hoe zeg ik dat, 'interessante' keuze. Het voegt beslist iets toe aan het totaal dat je weet dat de mensen die je ziet spreken Reed tijdens de gebeurtenissen in het verhaal hebben meegemaakt - of zelfs daarvoor al; maar door de beeldstijl komt het over alsof je naar een eigentijdse documentaire zit te kijken, en overbrugt daarmee moeiteloos de ruim honderd jaar die er ondertussen verstreken zijn. Aan de andere kant leidt het ook enorm af. Toch, het is super knap en gedurfd van Beatty om dat zo te doen, en het heeft hem kennelijk - en ongetwijfeld - enorm veel inzet en tijd gekost om het voor elkaar te krijgen. Het geeft een indruk van de passie die hij bij dit onderwerp gevoeld moet hebben, en ook dat aspect straalt af op het gehalte aan epic-ness dat de film in zich heeft, ademt en kraakt.
De epische speelduur van dik drie uur die ik in twee of drie sessies dacht te verdelen was in een oogwenk voorbij. Sterker, ik kijk er naar uit om van de week meteen nog maar eens te kijken. Zo'n film is dit.
Ik heb zeer gezegend leven, ik ken de manosphere alleen uit het gemengde nieuws, en van Louis Theroux had ik eigenlijk ook nog nooit gehoord. Dat geeft me wel de - aan de reacties hier te oordelen - nogal unieke kans om deze doc zonder vooringenomen mening te zien. Iets wat kennelijk nauwelijks iemand lukt.
Vanaf het begin is duidelijk dat alle geïnterviewden druipen van de huichelachtigheid. Sowieso iedereen die over gekleurde pillen begint is al bij voorbaat af vanzelf, maar het is toch wel wat wonderlijk om te oreren over 'het systeem' terwijl je hele bestaansrecht afhankelijk is van de algoritmes van social media.
Maar nog triester wordt het als het gaat over het persoonlijke vlak en relaties. De oudtestamentische spreuken en gezegdes waren nog nooit zo makkelijk van toepassing. Fraai dat Theroux het voor elkaar krijgt om de zoveelste generieke loser met zijn moeder te confronteren, en dan blijft er helemaal niks over dan een zielig hoopje. De glorieuze hoop van de manosphere blijkt hard onder de duim te zitten van zijn mammie.
Wat Theroux wellicht fout doet is dat hij te subtiel is om aan de slachtoffers van de manosphere duidelijk te maken dat ze precies dat zijn - slachtoffer. Sukkels die in het zoveelste piramidespel getuind zijn, jaren van hun leven kwijtraken met zinloos gepruts waar alleen iemand anders iets mee opschiet - en dan ook nog een enorm kwalijk iemand. Maar ja, wat moet je anders. Als je het deze mensen recht voor hun raap zegt kom je ook nergens. Tenminste, dat is de gangbare theorie.
Maar heeft iemand het ooit wel eens geprobeerd, gewoon recht voor de raap en op z'n Rotterdams. Misschien moeten we het gewoon eens proberen. Die manosphere, s..ter toch op alsjeblieft. Als je daar in mee gaat ben je gewoon een sukkel, een loser, dan spugen je moeder en je oma op je. Ga op de grote vaart, maak iets van je leven, of maak jezelf van kant, mij om het even. Maar verspil je tijd - en die van ons - niet aan dit soort nonsens.
Onsamenhangend en doelloos. Kan er echt geen behoorlijke verhaallijn in ontdekken, en de logica is helemaal zoek. Waar zijn Blofeld of Spectre als je ze nodig hebt.
Plus:
leuke openingsscene
mooi liedje van Madonna
Rosamund Pike
Min:
Brosnan
Lelijke auto en suffe gadgets
En dan nog dat gedoe met die "laser". Hebben ze Austin Powers dan niet gezien, denk ik dan.
Het idee is goed, de uitwerking nogal marginaal. Als je dit soort film maakt, een spelletje met het genre en de eerdere serieuzere films, dan moet je ook echt over de top gaan, niet dit half-half gedoe wat er uiteindelijk van komt. Want doe je dat, dan blijft er alleen iets middelmatigs over dat overmatig ruikt naar gemiste kansen.
Van Raimi verwacht je dan toch meer dan dit. Ja, zuiver op het regievak. de cast is goed en levert fraai werk, de beelden zijn mooi, de timing is ok, de verplichte momenten en verrassingen komen allemaal langs. Het is alleen dat de vonk ontbreekt, de inspiratie die het verschil is tussen op maandagochtend naar je werk gaan terwijl je al denkt aan de vrijmibo of er iets van maken. En wellicht had voor deze film nog iets meer nodig geweest dan dat. Een vonk, een idee. Iets in de richting van de aap die aan het einde al uit de mouw komt, maar dan beter.
Maar dat is er allemaal niet echt, en wat overblijft is wel ok maar ook teleurstellend, en morgen alweer vergeten. Daar maak je toch geen film voor, als je Raimi heet?
Planète B schetst een niet al te vrolijk beeld van de nabije toekomst, met een simpel maar wel origineel en goed uitgewerkt concept. Erg fraai in beeld gebracht, en voor dit soort film wellicht de beste cast die La France kan ophoesten. Souheila Yacoub die een Cesar-nominatie in de wacht sleept en La Ex als boegbeeld, wat wil je nog meer. Thema's als vrijheid van demonstratie, onderdrukking door repressieve regimes, het kon allemaal niet actueler.
En toch krijgt de film geen aandacht. Zelfs in Frankrijk zijn er nauwelijks recensies, en hier - een film met Adele Exarchopoulos die al ruim een jaar uit is, waar ik dan het eerste woord over schrijven mag, het moet toch niet gekker worden. Onbegrijpelijk vooral ook.
Ik vond het in ieder geval een topfilm - fraai gebruik gemaakt van de beschikbare middelen, mooie beelden, prima vormgeving, een sterke en beklemmende sfeer en een verhaal wat gewoon klopt. En genoeg om over na te denken.
Tot dat moment is de film wel wat oorverdovend traag, veel te onderkoeld en te flets - zelfs van beeld eigenlijk. Het is zoals altijd een genot om Wasikowska te zien spelen, en wat een fraaie rol zet ze ook nu weer neer, en wat neemt ze Hopper en Kase daar in mee. Maar het blijft aan de andere kant ook wel een wat al te zwaarmoedig verhaal met net wat te weinig lach en veel te weinig lichtpuntjes. Maar, zoals ik al zei, het einde maakt een hoop goed. Subtiel, onderkoeld zoals de hele film, maar op dat moment past het wèl.
Enerzijds een heerlijk absurd verhaal - precies aan de goede kant van de balans geloofwaardig/ongeloofwaardig. En het is ook vooral een erg sympathiek verhaal eigenlijk. Anderzijds gaat het eigenlijk nergens over - iemand op imdb schrijft de vraag of het script door een beta versie van een llm geschreven is, en daar is beslist wel iets van aan. Toch, Hivon en Perabo zijn grappig samen, en daar dobbert de film vrolijk op voort. Jammer dat het idyllische beeld van de poster niet erg terugkomt, dat voelt toch een beetje als bedrog.
Merv is leuk. De doggie yoga is leuk - je zal daar toch les in mogen geven, en dan een hele studio vol mensen en honden laten opzitten en pootjes geven.
Maar Deschanel is niet leuk, en heeft weer het aura van de zinloze vrouwelijke hond dat ze sinds 500 Days of Summer meedraagt, net als een echte ex die alleen al door haar aanwezigheid elk denkbaar pleziertje doodslaat, als een permanente donkere wolk die elk straaltje zonlicht opslorpt. Je zou haast denken dat het enorm, geniaal knap gespeeld is, maar ik ben bang dat het haar gewoon natuurlijk afgaat zo overtuigend als het is.
Cox doet zijn best, maar het is alsof hij aan een enorm dood paard loopt te trekken, en het stemmetje in mijn achterhoofd blijft dingen schreeuwen als dat er zo veel wél leuke vrouwen zijn, en dat hij zijn tijd niet aan dit paard moet verspillen. Iemand die wel iets wil. En dan het overdramatische aap uit de mouw moment ook nog, meh wat een wrakhout.
Visueel erg fraai - en niet alleen omdat de plaats van handeling grotendeels in of omstreeks een van de meest gezegende plaatsen op aarde is, gewoon een feest van herkenning voor mij - ja, ik ben daar geweest, en ja, het is daar precies zoals je in de film ziet, ergens tussen hardvochtig, passioneel en moeizaam, maar altijd met mooi licht en vaak een blauwe hemel. Maar de beelden zijn dus soms gewoon echt volstrekt geniaal, erg, erg mooi - National Geographic mooi. Jammer wel dat het verhaal wat zwak is en ook niet echt goed uit de verf komt.
Maar er rest nog genoeg, met een overmaat aan blauwe hemel, de witte paarden en de zwarte stieren. Nouja, koeien. Ook dat is wel een wat moeilijk punt in het verhaal eigenlijk, hoe het meiske dan ineens een vechtstier wordt, met alle gedoe over woke van vandaag de dag ontbreekt daar toch iets. Toch, Oulaya Amamra speelt erg fijn, en of ze zelf voor de stieren uitrent of daar nou iets aan getruct is of niet, ze is gewoon stoer. Oh, en de soundtrack. Het is hem niet geloof ik, maar je zou haast denken dat je Manitas zelf hoort.
Het idee was in de planningsfase vast best grappig.
Maar het komt er gewoon echt niet uit. Echt niet, niet half, niet niet helemaal, maar gewoon echt helemaal niet. En het is al best een aangever als de beste grappen in een half beeld side by side naast de titelrol langskomen.
En nu ik daar toch al over begin, als je tijdens de titelrol nog iets te vertellen over hebt, dan klopt je film dus gewoon niet. Voel je die neiging toch bij je opkomen, maak je film dan niet af, maar monster aan op de grote vaart of zo, dan zie je nog wat van de wereld, en dan heeft de rest van de mensheid geen last van je. Met dank aan mijn leraar op de HTS ooit, die dat als openingsspeech voor de les op dinsdagochtend had, vijfentwintig weken lang. Van de dertig in de klas, ik ben de tel kwijt hoeveel er bij de buren van de zeevaartschool terecht gekomen zijn. En of ze misschien beter af zijn dan ik. Alleen daarom is dit al een enorm slechte film. Kom op, Frost, zoek je maatje weer op en doe iets leuks, in plaats van dit stuk bagger.
Het blijft toch een tijdje raadselachtig wat er nou aan de hand is, en eens dat duidelijk begint te worden wordt het nog gewoon echt spannend ook. Jammer dat het einde niet met wat meer beheersing komt, het is me nu echt wat te sentimenteel en te gladjes.
Super leuk wel om Thompson in zo'n rol te zien, iets wat je meer van een Frances McDormand zou verwachten. Gaat haar prima af, daar niet van, en ze krijgt fraai tegenspel van Judy Greer.
Over het plot moet je achteraf misschien maar beter niet te veel nadenken, daar wordt het niet beter van. Spannend is het wel, echt goed is dan weer wat anders.
In de glorietijd van de WWF woonde ik op een studentenflat, en ja, dat kwam af en toe wel eens langs op de communale televisie in de gedeelde keuken. Hulk Hogan is me ook wel bijgebleven daarvan, de familie Von Ehrich niet. Indertijd drongen dit soort shows naar de aandacht van de kijker, samen met andere tijdgebonden vermaak zoals Jerry Springer, Married with Children en MTV - en de Teleac-cursus 'Begraven en begraven worden'. Maar keken we er ook echt naar, interesseerde het iemand wat er op het scherm was - of ging het er meer om met wie je voor het scherm zat.
Het enige blijvende wat er voor mij van de WWF over gebleven is is de geniale Motorhead track The Game, wellicht hun beste liedje ooit, ver voorbij Ace of Spades, Overkill, Killed by Death of Orgasmatron. Maar er blijkt dus een hele wereld achter schuil gegaan hebben, achter de WWF bedoel ik, een wereld aan detail waar ik tot deze film geen weet van had. En wellicht nog steeds niet, want de film blinkt uit in het vermijden van echte diepgang - begrijpelijk omdat er zo veel halfgare details te vertellen zijn over deze familie, irritant omdat het vooral overkomt alsof er om de hete brij heengedraaid wordt. Maar ja, met zo veel drama, wat moet je daar mee, en als je hoofdrol nog leeft ook nog eens.
Maar met alle begrip voor dat soort beperkingen, en met alle erkenning voor de acteerprestaties, de knappe beelden, de vertelkunst inclusief de kunst van het weglaten - er zijn eigenlijk maar twee momenten dat de film echt werkt voor mij. Het eerste is als Lily James zich aandient met de insteek om daar een tot de dood ons scheidje van te maken, en misschien ook de uitleg in dat gesprekje over hoe de WWF eigenlijk werkt. Het andere is als Laurel Sprengelmeyer haar liedje zingt bij de titelrollen - en zoals dat wel vaker gaat, staat precies dat dus weer niet op de cd van de soundtrack. Even fout als dat de credits grotendeels naar haar man gaan, maar het is niet zijn stem die er iets van maakt.
De rest is gewoon vulling. Maar daar krijg je geen punten voor, en wie ooit naar de WWF gekeken heeft zou dat moeten snappen.
The United Society of Believers in Christ's Second Appearing, ook wel bekend als The Shakers. Een van de meest intrigerende religieuze groeperingen - of mag ik het een sekte noemen - die ik eigenlijk alleen ken vanwege het erg fraaie, minimalistische maar super-functionele design van hun meubels en interieur. Geniaal in eenvoud, perfect in uitvoering en bruikbaarheid. Twee, driehonderd jaar voor Ikea, hetzelfde basisidee qua functionaliteit en eenvoud, maar origineler, beter en mooier. Zo ongeveer het mooiste wat je maken kan als hobby-meubelmaker, maar ook veel, veel moeilijker en uitdagender want het vereist serieus vakmanschap en beheersing van de technieken op een niveau dat haast vergeten lijkt.
Een film over het ontstaan van die beweging was dus verplichte kost voor me, en ik was ook enorm benieuwd naar de achtergrond van de stroming en wat precies allemaal de drijvende invloed van dat design was. Helaas komt het daarbij niet veel verder dan wat cliche-plaatjes van de Shaker stoelen die aan de wand hangen - meh, dat wist ik vanzelf al wel zo'n beetje.
Amanda Seyfried zet aan de andere kant wel een perfecte Ann Lee neer - of ze werkelijk zo was is voer voor ellenlange discussies waarin ik graag alleen zou luisteren, want ik weet er gewoon te weinig van, en de enige vraag in mijn hoofd is of er wel iets van historische verantwoording is voor de Ann Lee die we te zien krijgen buiten de overbekende weetjes. Net als met de zang van de Shakers - ging dat zo, of toch anders. Geluidsfragmenten uit die tijd zijn er vanzelf niet, dus het moet allemaal uit beschrijvingen en van horen zeggen komen, en dan lijkt me de ietwat musical-achtige benadering die we hier te zien krijgen toch wat twijfelachtig - zeker als je er iets als de Sacred Harp tegen af zet lijkt het allemaal wat te hedendaags en te frivool. Maar zoals ik al zei, ik ben toch niet bepaald een expert.
Wat wel duidelijk is is hoe fraai twijfelend, zoekend en lijdend Seyfried de twijfelende, zoekende en lijdende Ann Lee speelt. Daarin, en ook in de sfeer in de hele film is duidelijk de parallel met de eerdere films van het duo Fastvold/Corbet te zien. Erg sterk, en erg toepasselijk voor het onderwerp. Het klopt in dat opzicht gewoon helemaal, en in de uitvoering is er mits je in de uitleg mee wilt geen speld tussen te krijgen.
Daarmee precies wat ik graag zie in een film, iets wat vrij onbekend is verteld en uitgelicht op een manier die iets toevoegt aan de wellicht ontbrekende historische feiten - of het begrip daarvan. Jammer dat er nauwelijks iets uitkomt van de meubels en de design filosofie daar achter, daar had je volgens mij toch minstens genoeg materiaal in kunnen vinden voor twintig films en even zoveel Oscars. Maar een fraaie film met een enorm sterke rol van Seyfried is ook prima.
Ik dacht bij deze film een gevat citaat te plaatsen, in cursiefjes zoals dat dan hoort. Maar er komen in het laatste kwartiertje zoveel voor de hand liggende quotes langs dat ik gewoon niet meer weet welke ik dan zou moeten kiezen.
Different things happen to different people?
Never said no to anyone in my life?
How can she go to Virginia?
No better medicine than lying in your mama's bed?
No, I can't go with you?
No, I'm going to?
En dan vanzelf ook nog een liedje van Kim Carnes met haar doorgezopen stem en iets over een hart dat een home moet hebben. Ja, het is een onvolmaakte film, met een veel te sentimenteel en flauw plot, maar ja, Lori Singer speelt er in, en dat maakt een heleboel goed, en dat is dan niet alleen maar het idee dat er vijf mensen voor een jaar of wat hun brood hebben verdiend aan dat big hair kapsel van onze Lori, en daarmee voor de eeuwigheid worden geëerd in de credits voor 'hair'. Ja, zo veel big hair krijg je niet zomaar in beeld.
Toch is er meer, want Lori's enorme blauwe ogen komen ook regelmatig in beeld. Nogal gratuit, eigenlijk, want het plot doet er nauwelijks iets mee, hoe mooi ze eigenlijk is. Het verhaal gaat eigenlijk meer over de mannen, en hun nogal manosphere gedrag. Gelukkig krijgen ze daar dan nog net wel hun verdiende loon voor, maar het doet op geen enkele manier recht aan Lori.
Toch een van de meest veelbelovende actrices uit die tijd die het achteraf niet echt gemaakt heeft. En waarom precies? Als je die ogen in die paar gelukte shots in deze film ziet, dan snap je dat niet. Zelfs als ze actrice niet meer talent dan de strijkplank gehad had, dan nog zouden de regisseurs in de rij moeten hebben staan. Voor dat ene beeld van die ogen desnoods.
Serieus, was er dan niemand die daar een film mee kon maken. Toen niet, en kennelijk nu nog niet.