Heb Manhattan nu voor een derde keer gezien en 'k blijf het één van Allens beste vinden, hoewel de magie van de eerste kijkbeurt toch 'n beetje weg is.
Het typische neurotische Allen-hoofdpersonage is ook hier in volle glorie aanwezig en houdt een beetje het midden tussen zelfspot en pretentie, iets dat formidabel werkt bij mij. Hoewel Woody Allens films vaak gezien worden als intelligente cinema, is de humor op zich dikwijls redelijk "flauw" maar 'k moet er toch geweldig om lachen. De hele set-up van Manhattan is voor mij maar een kapstok om een heerlijk personage aan op te hangen.
Verder zijn zowel de cinematografie als de soundtrack redelijk sfeervol, hoewel ik daar duidelijk minder lyrisch over ben dan velen hier. De beelden vind ik niet bijzonder genoeg en de jazz niet subtiel genoeg, maar binnen het oeuvre van de New Yorker behoort Manhattan op dat vlak wel duidelijk tot de betere.
Niet meer de torenhoge score die ik hier na een eerste visie zou aan verbonden hebben, maar toch nog een overtuigende 4*.
Misschien wel m'n favoriete Woody Allen-film, hoewel Manhattan en Stardust Memories dicht in de buurt komen.
Het overheerlijke neurotische hoofdpersonage is weer van de partij onder de noemer Alvy Singer, de absolute hoofdattractie van deze oscarwinnaar. In tegenstelling tot veel fans kan Annie me minder bekoren, aangezien de charme van Diane Keaton me nooit helemaal duidelijk is geweest.
Maar da's uiteindelijk ook allemaal niet zo belangrijk aangezien Allen zelf in bloedvorm verkeert en alles en iedereen van 't scherm speelt. Zijn hilarische blik (Alvy die naast Annies lichtjes psychopatische broer zit in de auto ) wordt gekoppeld aan schitterende dialogen (om binnen het voorbeeld te blijven:
Duane: Can I confess something? I tell you this as an artist, I think you'll understand. Sometimes when I'm driving... on the road at night... I see two headlights coming toward me. Fast. I have this sudden impulse to turn the wheel quickly, head-on into the oncoming car. I can anticipate the explosion. The sound of shattering glass. The... flames rising out of the flowing gasoline.
Alvy Singer: Right. Well, I have to - I have to go now, Duane, because I'm due back on the planet Earth.)
Diezelfde sillyness zie je bijvoorbeeld in de scène waarin Allen het gevecht aangaat met twee aartsgevaarlijke spinnen. Naast de zogezegde "intellectuele" dialogen (valt best mee vind ik) bevat Annie Hall ook een soort slapstick en die combinatie is geweldig geestig.
Geen spervuur aan dijenkletsers maar gewoon een zeer onderhoudende prent met een aantal hilarische grappen en een ontroerend slot.
Broeierig caleidoscopisch portret van LA begin jaren negentig dat ook bij een tweede visie vlot overeind blijft.
Niet alleen de soundtrack is jazzy, het ritme van Short Cuts is dat evenzeer: soms lijkt het alsof er maar wat geïmproviseerd wordt zonder dat er eigenlijk iets gebeurt en toch weet het geheel serieus te overtuigen. Door dat ritme en de vele mini-relaasjes vliégt Altmans magnum opus voorbij en zou je de speelduur achteraf nooit op drie uur schatten.
Daar komt nog eens bij dat de Amerikaanse (en dat zie je er ook wel aan) regisseur z'n film doorspekt met humor, waardoor Short Cuts nog toegankelijker wordt en nergens gaat aanslepen.
Net als HarmJanStegenga ben ik een groot fanaat van mozaïekfilms en dus ben ik bijzonder laaiend over deze "sfeercinema", hoewel ik Any Way The Wind Blows (zwaar gebaseerd op Altman) nog een stuk "moodier" en daarom nog wat beter vind.