• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.885 acteurs
  • 198.951 gebruikers
  • 9.369.699 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten jono als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Chariots of Fire (1981)

Alternatieve titel: De Overwinnaars

In Chariots of Fire volgen we twee atleten, de Schotse Eric Liddell en de Joodse Harold Abrahams, tijdens hun voorbereidingen voor de Olympische Spelen van 1924 in Parijs. De film is nogal traag, wat vreemd is voor een film over hardlopen. Daarnaast vond ik het moeilijk om binding te krijgen met de hoofdpersonages; hun karakters werden wat mij betreft onvoldoende uitgediept. En dan is er nog de irritante synthesizermuziek van Vangelis, die ik absoluut niet vond passen bij een film die zich afspeelt in de jaren twintig.

De film won in 1981 de Oscar voor beste film. Vreemd, want ik vind echt dat er dat jaar veel betere films zijn gemaakt. 3*

Children of the Corn (1984)

Alternatieve titel: De Satanskinderen

Children of the Corn is een Amerikaanse horrorfilm uit 1984. Het scenario is gebaseerd op het gelijknamige korte verhaal van Stephen King uit 1978, uit zijn boek Nightshift. Het was de tweede Stephen King-verfilming die ik deze week zag.

De film opent met een bloederige slachtpartij in een koffiehuis in het plaatsje Gatlin. Alle volwassenen van het dorp komen daarbij op gruwelijke wijze om het leven. Daarna maken we kennis met het jonge liefdeskoppel Burt en Vicky, dat per auto het land doorkruist, en vervolgens verdwaalt tussen de maisvelden. Uiteraard komen ze terecht in Gatlin. Daar bevindt zich inmiddels de griezelige puber Isaac, die de overgebleven kinderen van het dorp als een duivelse voorganger inpalmt. De kinderen zijn van plan om Burt en Vicky te ontvoeren, om ze vervolgens te offeren aan de boze geest van het mais.

Ik zag de film voor het eerst toen ik een jaar of achttien was, en in die tijd vond ik horrorfilms erg interessant. Ik keek uiteraard alle afleveringen van Hammer House of Horror, samen met mijn moeder, die nog steeds een groot liefhebber van het horrorgenre is. Ik inmiddels niet meer; ik schrik niet zo erg meer van een spannende scene, waarschijnlijk ben ik daar te nuchter voor, en bovendien heb ik al meer dan genoeg horrorfilms gezien. Maar vroeger kon ik erg genieten van een bloederige film.

Children of the Corn is een aardige film in het genre, hoewel het nergens echt eng wordt. Er valt wel voldoende te griezelen, en vooral het enge jongetje dat Isaac speelt vind ik erg overtuigend. De film heeft uiteraard een open einde, er zouden dan ook nog een stuk of tig vervolgfilms komen. 3*

Chimps onder Elkaar (1984)

Alternatieve titel: The Family of Chimps

De regisseur Bert Haanstra (1916-1997) is een van de bekendste Nederlandse filmmakers van de vorige eeuw. Zijn bekendste films maakte hij in de jaren ’50 en ’60. Zijn speelfilms zijn best aardig, al zijn ze eigenlijk alleen uit nostalgisch oogpunt interessant om te kijken. Hij maakte ook een aantal prima documentaires zoals Alleman (1963) en De Stem van het Water (1966). In deze documentaires laat Haanstra zien dat hij een scherp oog heeft voor menselijk gedrag, en dat alles begeleid door het geestige commentaar van Simon Carmiggelt.

Chimps onder Elkaar (1984) is een documentaire die nu eens niet het gedrag van mensen, maar dat van dieren laat zien. Chimpansees in dit geval. De film is opgenomen in Burgers Dierenpark in Arnhem en heeft een lengte van slechts 55 minuten. En dat is maar goed ook. We zien spelende apen, drinkende apen, stoeiende apen, parende apen en apen die aan elkaars achterwerk snuffelen. Niet erg interessant allemaal, ik ben immers de uitstekende natuurdocumentaires van de BBC gewend. Daar toont men tenminste dieren in het wild zoals het hoort, in plaats van dieren op een apenrots in de dierentuin. Dit alles wordt ook nog eens voorzien van het gortdroge, humorloze stemgeluid van Bert Haanstra zelf, en we worden getrakteerd op het ene cliché na het andere.

Ik zou bijna zeggen: geef mij een camera en een week in een dierentuin, en ik kom met een interessantere documentaire op de proppen. Jammer, want zoals gezegd heeft Haanstra veel betere films gemaakt, en ik snap dan ook niks van de hoge waardering op deze site. 1*

Christine (1983)

Alternatieve titel: John Carpenter's Christine

Christine is een Amerikaanse actiethriller, gebaseerd op het gelijknamige boek van Stephen King.

De 17-jarige Arnie is een buitenbeentje dat gepest wordt door de andere leerlingen op zijn midddelbare school. Op een dag ontdekt hij een oude auto op een verlaten erf. Hij besluit de auto te kopen en noemt haar Christine. De auto heeft echter een abnormale invloed op hem, hij verandert van een gevoelige nerd in een stoere bink. Hij wordt opstandig tegen zijn ouders en versiert het mooiste meisje van de school. Iedereen die Arnie dwarszit, of die tussen hem en Christine in wil komen, wordt echter genadeloos uit de weg geruimd.

Christine is een aardige Steven King-verfilming, maar niet zo goed als Carrie (1977), The Shining (1980), Misery (1990) of The Shawshank Redemption (1994). Toch is het een film die lekker wegkijkt, en met een lengte van 110 minuten niet te lang. De soundtrack is bovendien goed verzorgd, met prima nummers als 'Bad to the Bone' (George Thorogood & The Destroyers), 'Beast of Burden' (The Rolling Stones) en lekker veel rock 'n roll uit de jaren '50. Aardige film dus, die de tand des tijds redelijk heeft doorstaan. 3,5*

Ciske de Rat (1984)

Ciske de Rat is een Nederlandse film uit 1984, gebaseerd op de boeken 'Ciske de Rat' en 'Ciske Groeit Op' uit de Ciske-trilogie van Piet Bakker. Het boek werd al eens eerder verfilmd in 1955. Tussen de beide films bestaan echter flinke verschillen. Zo speelt de originele film zich af in de jaren '50 en de nieuwe versie tijdens de crisisjaren, en is het perspectief van de film verschoven van Ciskes onderwijzer, in de oude versie gespeeld door Kees Brusse, naar Ciske zelf. Gisteren zag ik de televisieserie die in de jaren '80 werd uitgezonden: zes afleveringen van zo'n 25 minuten, een totale speelduur van zo'n tweeënhalf uur dus.

De hoofdpersoon van de film is de 11-jarige Cis Vrijmoeth (de destijds 14-jarige Danny de Munk), een Amsterdams straatjschoffie dat opgroeit voor galg en rad. Het is in eerste instantie moeilijk om sympathie te krijgen voor de jongen; hij wordt van school gestuurd omdat hij zich daar ernstig misdraagt, hij scheldt zijn moeder (Willeke van Ammelrooy) regelmatig verrot, schoffeert de klanten in het café van zijn moeder en gooit met straatstenen naar de politie tijdens het Jordaanoproer van 1934. Hoe Ciske terechtkwam in Jordaan is me overigens een raadsel, want de film speelt zich af in de Czaar Peterbuurt en van daaruit is het best een aardig stukje lopen naar de Jordaan, maar goed, het is nu eenmaal film.

Gaandeweg blijkt Ciske ook zijn aardige kanten te hebben; hij is stapelgek op zijn vader (Peter Faber), krijgt een leuk vriendinnetje en sluit vriendschap met een ziekelijk jongetje in een rolstoel. Gelukkig zijn er dan ook genoeg mensen die het beste met hem voorhebben: een norse, maar rechtvaardige politierechercheur (Rijk de Gooyer), de sympathieke onderwijzer meester Bruis (Herman van Veen) en de lieve tante Jans, de nieuwe vriendin van Ciskes vader (Linda van Dyck, wat was ze toch ongelooflijk mooi in die tijd). De verstandhouding met zijn moeder wordt echter steeds slechter, vooral wanneer zij een relatie krijgt met de griezelige pooier oom Henri (Willem Nijholt). Uiteindelijk leidt dit tot een dramatische toestand, waarbij Ciske zijn moeder vermoordt met een broodmes. Hij krijgt daarvoor een gevangenisstraf van zes maanden.

Ik weet nog dat ik Danny de Munk destijds maar een irritant, over het paard getild ventje vond dat veel te veel media-aandacht kreeg. Ik was (en ben) ook maar een jaartje ouder dan hem, en kon daarom weinig waardering voor hem opbrengen. Maar gisteren viel het me ineens op dat hij eigenlijk wel heel goed acteert voor zo'n jong kereltje: Danny ís gewoon Ciske. En hoewel de film inmiddels behoorlijk verouderd is kijkt hij best lekker weg, en heb ik me tweeënhalf uur lang eigenlijk nergens zitten vervelen. Het is stiekem ook een soort jeugdsentiment, al vond ik er vroeger dus eigenlijk weinig aan. Ik wilde de film in eerste instantie dan ook vier sterren geven, maar daar gaat uiteindelijk een halfje vanaf vanwege het geforceerde, onwaarschijnlijke happy end. 3,5*

Conan the Barbarian (1982)

Alternatieve titel: Conan, Koning der Barbaren

Gisteren vond ik het weer eens tijd voor een ouderwetse cultfilm. Het werd Conan the Barbarian, de film waarmee Arnold Schwarzenegger in 1982 doorbrak als acteur.

Het verhaal heeft niet veel om het lijf: als kind is Conan getuige van de vernietiging van zijn geboortedorp en de moord op zijn ouders. Zelf wordt hij als slaaf weggevoerd, groeit op tot grote, gespierde man en gaat de rest van de film op zoek naar de moordenaars.

Indertijd was de film een groot kassucces; hij bracht maar liefst 68 miljoen dollar op aan de box office, voor die tijd een enorm bedrag. De film moet het voornamelijk hebben van groteske, gewelddadige actiescènes en dat is eigenlijk niet mijn kopje thee. Daarnaast moet ik het eigenlijk ook niet zo hebben van dergelijke fantasyfilms. 2*

Cotton Club, The (1984)

Alternatieve titel: The Cotton Club Encore

De Amerikaanse filmmaker Francis Ford Coppola (1939) is verantwoordelijk voor een aantal meesterwerken. Bekend zijn uiteraard zijn Godfather-trilogie, de fenomenale anti-oorlogsfilm Apocalypse Now (1979) en de cultklassieker The Conversation (1974). Hij heeft echter ook een aantal van Hollywoods grootste flops op zijn naam staan, zoals het misbaksel Peggy Sue Got Married (1986) en het ronduit afschuwelijke Jack (1996). Ook de film The Cotton Club uit 1984 mag tot die laatste categorie worden gerekend. De film speelt zich af in Harlem, in en rond de bekende Cotton Club tijdens de drooglegging in de jaren ‘20. De hoofdrollen worden vertolkt door Richard Gere, Diane Lane en Gregory Hines. En ook de toen nog redelijk onbekende Nicolas Cage speelt een klein rolletje als maffioso. Hij is overigens een oomzegger van Francis Ford Coppola, maar dat even terzijde.

Het verhaal draait om de perikelen van muzikant Dixie Dwyer (Richard Gere), die bugel speelt in de Big Band van de Cotton Club. Hij wordt verliefd op het liefje van de maffiabaas, krijgt het aan de stok met gangsters en belandt uiteindelijk in Hollywood voor een succesvolle filmcarrière. Wanneer hij enkele jaren later weer terugkeert in Harlem belandt hij middenin een schietpartij, waarbij veel gangsters het leven laten. Zoiets dus.

Het geweld doet erg cartoonesque aan, dat komt waarschijnlijk omdat de hoofdrollen feitelijk bordkartonnen personages zijn, een soort karikaturen dus. Erg veel sympathie krijg je niet voor ze; het laat je eigenlijk koud wat er met ze gebeurt. En dan is er nog de muziek. Hoewel ik absoluut geen hekel heb aan jazzmuziek is deze wel erg overvloedig in de film aanwezig, en op een gegeven moment wordt al dat getoeter wel erg vermoeiend. Maar vooral het vele getapdans in de film wordt na verloop van tijd erg irritant.

Een tegenvaller dus, al moet ik zeggen dat de film er verder wel mooi uitziet. Er is veel aandacht besteed aan de details, de cinematografie is dan ook dik in orde. Dat dan weer wel. Maar verder pakte de film me dus niet. 2,5*