Meningen
Hier kun je zien welke berichten NYSe als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mad Max (1979)
Een film die voornamelijk na de openingsscène met een enorm potentieel kampt. Maar helaas, het hele geval voelt daarna bijzonder klungelig aan.
De personages naast Max blijken bijzonder oninteressante karikaturen, maar hebben om miraculeuze redenen meer screentijd dan hij. De film weet het eerste uur nog nauwelijks welke kant het op moet gaan en wanneer zich dan eindelijk iets aandient wordt het hele gebeuren in twintig minuten afgeraffeld.
Dat de film ook nog belabberd acteerwerk bevat, bijzonder slecht gemonteerd is, tenenkrommend cheesy scènes met Max als huisvader kent en zichzelf begeleidt met een soundtrack vér over de top maakt het hele geval er niet beter op.
Door de onevenwichtige structuur slaagt de film er nauwelijks in de aandacht vast te houden. Tegen het saaie aan.
Van 1,5 ster naar 3 sterren. Dat maakt van de film voor mij natuurlijk nog altijd geen meesterwerk, maar het is frappant wat een herziening met deze film kan doen.
De soundtrack blijft too much, de scènes buiten de snelweg zijn oersaai en het acteerwerk is nog altijd niet om over naar huis te schrijven, maar na sindsdien The Road Warrior, Thunderdome en het absoluut geniale Fury Road gezien te hebben valt veel van alle overtrokken gekte waar ik me eerst aan stoorde plotseling op zijn plaats. Zeker Hugh Keays-Byrne als The Toecutter en de introductie van The Nightrider waren nu opeens heel prettig om naar te kijken en luisteren.
Het is te merken dat Miller met zijn eerste Mad Max een soort Australische, futuristische western wilde maken: held komt in desolaat landschap oog in oog te staan met slechterik(ken) en zal hem/ze mores leren. Waar Miller de fout ingaat is het uittrekken van een uur om te laten zien hoe slecht te slechterikken zijn zonder Max hier vooralsnog persoonlijk bij te betrekken: ze verkrachten, moorden en plunderen, maar de slachtoffers blijven toevallige voorbijgangers waar zowel het publiek als Max geen relatie mee heeft (kunnen opbouwen). Max positioneert zich tegenover zowel de slachtoffers als tegenover de daders op een puur formeel niveau: als politieagent, waardoor alles nogal afstandelijk blijft.
Pas na dat uur komen Max' vrouw en kind in het geding (met de zeer brute en fatale afloop, waarvoor kudos) waardoor zowel hij als het publiek écht in het verhaal kunnen gaan investeren. Dan is de afrekening misschien wat vluchtig, maar desalniettemin sterk: Max laat zijn wraak niet losvaren op de antagonist maar op een zielige henchman die het allemaal ook niet gewild had. De pay-off wringt, is gewaagd; onze Max is een twijfelachtige antiheld geworden en doet de titel eer aan. Iets dat mij na de eerste kijkbeurt volledig over het hoofd ging.
Waar ik eerder ook niet op gelet heb was Millers beeldregie, die bewonderenswaardig is: een retestrakke cameravoering en regelmatig erg fijne aankleding (al gaat Miller hierna gelukkig wel volledig los en op de post-apocalyptische toer) die hoge ogen gooien wanneer je bedenkt dat alles nog geen half miljoen gekost heeft.
Wie weet wat een tweede herziening gaat doen, maar vooralsnog ben ik benieuwd wat een tweede kijkbeurt voor The Road Warrior betekend.
Mad Max 2 (1981)
Alternatieve titel: Mad Max 2: The Road Warrior
Na de eerste Mad Max waren mijn verwachtingen niet bijzonder hoog gespannen. Gelukkig maar, want daardoor kwam dit vervolg als een zeer aangename verassing aan.
Grootste pluspunt is dat The Road Warrior de situatie niet meer hoeft te introduceren, waar Mad Max een uur de tijd voor nam waardoor alle vaart uit het verhaal verdween. In het vervolg heeft Miller een consequent hoog tempo gevonden waardoor zo'n beetje alles, van Ginson's performance tot de montage en de muziek, beter tot hun recht komt. Ook van het desolate landschap is dit keer mooi gebruik gemaakt en sommige beelden zijn schitterend.
Verder verkiest Miller vaak de stilte boven de dialoog en worden irritante oneliners gemeden. Gezien het type film was ik me daar dermate van bewust dat ik dit als een pluspunt ervoer.
Kortom: heerlijke B-film.
Mad Max: Fury Road (2015)
Alternatieve titel: Mad Max: Fury Road: Black and Chrome
Wat een psychedelische, enerverende, magistrale en feministische waanzin heeft George Miller weten vast te leggen.
Eén lange achtervolging is zijn Mad Max: Fury Road geworden. En wie uit ervaring denkt te weten dat zoiets na twee uur wel begint te vervelen: zo kan het dus ook.
Gestript van iedere overbodigheid (de voorspelbare en clichématige zijplotjes, explicatie, romantiek en dergelijke zijn er vakkundig uitgebonjourd), en met drie beknopte rustmomenten op de juiste momenten ingezet, weet Miller de aandacht voor de volle 120 minuten vast te houden. Probleemloos. Ook het gebrek aan karakterontwikkeling stoort nergens wanneer het drama en de dreiging tenminste reëel en dichtbij lijkt.
Het is zeldzaam, maar hier hebben we een actiefilm waarop ik eigenlijk weinig kan aanmerken. De makers gaan full throttle en dat werkt (ik bedoel, die gitarist aan zijn elastieken; wie verzint dat nou?). De actie, de aankleding, de make-up, de world building, de soundtrack: alles is nét een tandje gedurfder, origineler, creatiever en gestoorder dan het gros van zijn genregenoten.
'Speed' op speed. Of LSD. Of allebei. Weet ik het.
Magic in the Moonlight (2014)
Een klassiek gevalletje van een komedie waarin alle grappen al in de trailer zaten. Dat is natuurlijk al jammer, maar helemaal treurig is het wanneer diezelfde grappen in de trailer veel beter uit de verf komen.
Dat heeft voornamelijk te maken met het script: hoewel het een charmant gegeven is, valt Allen terug in voorspelbare plotwendingen en dialogen en scènes van het niveau kerstmusical. Een personage wandelt de scène binnen, verteld wat er gebeurt is en/of wat hij of zij (daarbij) voelt en na een kleine conversatie over deze informatie verlaten de acteurs de scène alweer (waarbij er wellicht nog wat pretentieuze name-throwing wordt toegepast). Dat de doorgaans zo fijne acteurs elke overtuiging en chemie met elkaar missen maakt dat het hele verhaal zo triviaal aanvoelt als het maar kan.
De daarnaast afschuwelijke montage en saaie cameravoering maken van deze film een prutswerkje dat door mij zo snel mogelijk weer vergeten zal worden, ware het niet dat het tot nu toe één van de slechtste films is die ik dit jaar gezien heb.
Magnificent Seven, The (1960)
Eigenlijk een heel fantastische western met een goed tempo, fijne opbouw en een paar mooie, archetypische personages. Totdat je erachter komt dat de opbouw allang geen opbouw maar climax en vervolgens afwikkeling is. Nog net geen nachtkaarsje, deze erg mooi geschoten maar toch net iets te kabbelende klassieker.
Man of Steel (2013)
Snyder’s nieuwe miskleun
Tijdens de eerste paar minuten van Man of Steel wordt alles in zulk rap tempo uitgelegd dat ik de neiging had het scherm toe te roepen even te wachten met al die achtervolgingen, gevechten en actiescènes zodat ik die overdaad aan informatie even kon behappen. De uren erna was ik de neiging dingen naar het scherm te roepen nog niet kwijt.
De relatie tussen het hoofdpersonage Clark Kent (een fronsende en starende Henry Cavill) en ieder ander personage (een apathische Russell Crowe, een inspiratieloos slechte Michael Shannon en een verveelde Amy Adams) blijft om te beginnen extreem oppervlakkig, en dit komt vooral doordat de enige scènes in de film die langer duren dan twee minuten actiescènes zijn. Dialogen die cruciaal voor character development moeten zijn (en vol zitten met dit soort ongein: "The world's too big, mom."
"Then make it small.") worden haastig afgerond. We krijgen in sporadische flashbacks te zien hoe Kent senior (Kevin Costner als Kevin Costner) zijn adoptiezoon uitlegt dat die niet van aarde afkomstig is, maar wat dit op emotioneel vlak allemaal teweegbrengt blijft grotendeels achterwege. Als Kent junior op de Noordpool middels een hologram zijn echte vader voor het eerst tegenkomt krijgt hij een samenvatting van het verhaal tot nu toe te horen, zodat hij nu ook eindelijk op de hoogte is van wat het publiek al wist. Een paar minuten later loopt hij in zijn gloednieuwe pak, en gladgeschoren, de ijskou in en kan in mum van tijd probleemloos door de geluidsbarrière vliegen. Zijn vader ziet hij nooit meer. Weer blijven we emotioneel op een veilige afstand. Snyder heeft zich daar in zijn carrière immers nooit aan durven snijden. Interessante bevindingen aangaande Superman’s relatie met zijn vaders en omgeving en het complex dat komt kijken bij zo’n lotsbestemming als het zijne blijft volledig achterwege, waardoor Clark Kent nooit een interessant personage wordt.
Maar het meest wringt deze oppervlakkigheid toch wanneer Loïs Lane in het vizier komt. De hele film lang delen zij en Kent misschien tien minuten screentijd samen; niet heel veel op een film die twee-en-een-half uur aansleept. We wéten dat ze uiteindelijk in elkaars armen terecht zullen komen, maar desalniettemin slaagt Snyder erin ons te verbazen wanneer dat ook daadwerkelijk gebeurd: zelden is een liefdesverhouding zo ongeïnspireerd neergezet.
Voordat het echter zover gekomen is, bestond er bij mij tenminste nog een beetje hoop dat de tweede helft meer te bieden had. Nu al die psychologie van de koude grond aan een einde lijkt te zijn gekomen is de weg vrij gemaakt voor wat spectaculaire actie: de slechte generaal Zod is inmiddels aangekomen en heeft laten zien geen goede bedoelingen te hebben. Kom maar op met de epische gevechten, dan is de avond tenminste niet een gehele mislukking geweest.
Helaas. Er gebeurd zó veel en dit gebeurd allemaal zó snel dat ik moeite had mijn aandacht erbij te houden. Met de ondersteuning van letterlijk oorverdovende geluidseffecten krijgen we de één na de andere volledige destructie van voertuigen, satellieten, wolkenkrabbers en infrastructuur te zien en dit houdt makkelijk een half uur aan. Na vijf minuten had ik het al wel weer gezien en gehoord. Nadat de zoveelste bad guy door een flatgebouw gesmeten wordt begint de film tijdens deze overdaad aan massavernietiging te slepen en te vervelen.
Het maakt van Man of Steel een algehele teleurstelling: de film heeft de emotionele en psychologische diepgang van een roeiboot en de actie uit de tweede helft, die de film nog een beetje had kunnen redden, is gewoonweg overdone. Te weinig of te veel, maar nergens in die 145 minuten is er iets goed gedoseerd.
Meet Joe Black (1998)
Neigt naar schaamteloos sentiment, maar Brest neemt de tijd en dat werkt in het voordeel van de film: rustig voortkabbelend wordt de hele Hollywoodfanfare eromheen wat afgestompt, waardoor de aandacht kan komen te liggen op het sterke acteerwerk (wat is Jeffrey Tambor toch een baas) en het toch wel erg mooie verhaal.
Mépris, Le (1963)
Alternatieve titel: Contempt
The wise man does not oppress others with his superiority
Kil, pretentieus drama dat vooral het intellect aanspreekt, maar enige emotie volledig achterwege laat. De film behandeld uiteindelijk twee, niet te onderschatten, thema’s: dat van een uiteenvallend huwelijk en de relatie tussen artistieke en commerciële kunst. Beide elementen worden echter zo vlak uitgewerkt dat ze geen van beiden echt overkomen.
Elke film bevat een aantal lacunes die de kijker dient in te vullen. Dat is niet te voorkomen. Soms ligt het aantal lacunes in een film zelfs dermate hoog dat er veel eigen interpretatie bij moet komen kijken: Bresson is een filmmaker die dit op redelijk meesterlijke wijze weet toe te passen. Noodzakelijk is dan wel de aanwezigheid van aanknopingspunten, wat een uitgangspunt moet vormen waar de kijker iets mee kan. Maar in Le Mépris krijgt het publiek er wel érg weinig toegewezen om te kunnen achterhalen wat de oorzaak van Camille’s plotselinge minachting jegens haar man is. En deze oorzaak is wel degelijk erg belangrijk om interesse te kunnen opbouwen voor de rest van de film: zo zonder blijven alle motivaties van de personages uitermate vaag en wordt het opbrengen van sympathie een lastige opgave. Bovendien vallen de dialogen uiteindelijk net zo vaak in de herhaling als de sentimentele soundtrack, zodat beiden na verloop van tijd vooral beginnen af te stompen.
Het thema rondom het artistieke dilemma blijkt Godard uiteindelijk heel gemakkelijk in twee zinnen duidelijk te kunnen maken: “In deze moderne wereld dienen we te accepteren wat anderen willen. Waarom is geld zo belangrijk geworden in wat we doen, wat we zijn en wat we worden?” De verder overbodige aanloop hier naartoe lijkt voornamelijk als excuus gediend te hebben om Godard’s kennis van Homerus, Dante, Hölderling en Brecht mooi te etaleren.
Le Mépris bevat desalniettemin mooi gestileerd camerawerk en dito kleurgebruik dat altijd een mooi contrast vormt met de losse cinema varité-aanpak in Godard’s zwartwitfilms. Toch mist de film hiermee wel de speelsheid van de meeste andere Nouvelle Vague Godardfilms. Er toch nog even terloops een pistool instoppen (wat meer een grapje naar Godard’s eigen opmerking dat je voor film niet meer dan een vrouw en een pistool nodig hebt lijkt te zijn dan een daadwerkelijke toevoeging aan het verhaal) helpt nergens om de film een vlotter tempo te geven zoals we dat kennen van de meeste Godardfilms. Het dichtst dat Le Mépris hierbij in de buurt komt, is in de komische scènes waar iedere zin tussen de producent en Paul vertaald moet worden door de Italiaanse tolk. Verder lijkt een liefdesdrama niks voor Godard te zijn: traag, kil en vooral gespeend van enige interessante bevindingen.
Metropolis (1927)
Alternatieve titel: The Complete Metropolis
Technisch is Metropolis een absoluut meesterstuk, maar verhalend blijft het toch een beetje drakerig; ik hoopte dat een herziening zou helpen, maar ik blijf moeite hebben met het hele plot rondom Freder (wat toch de hoofdmoot van de film is). Arrogant kereltje met nogal een messiascomplex, en wat doet hij nu eigenlijk? Werkt eens een dagje hard mee en vindt zichzelf een hele peer, faalt vervolgens zijn geliefde te redden, valt in een delirium, en mag dan uiteindelijk het heldhaftige werk van Maria afmaken. En eventjes opdraven om papa op de kerktrappen iets in te fluisteren. De uitstraling van vaatdoek Fröhlich helpt ook nauwelijks: totaal ongeloofwaardige held.
Voor zo'n menselijk verhaal blijven alle personages daarnaast ook veel te veel archetypen. Alleen Fredersen Sr. weet te boeien, maar dat komt meer door het genuanceerde spel van een sterke Abel dan door het script van Von Harbou en Lang. Helm is vooral indrukwekkend als Maschinenmensch, en Klein-Rogge en Rasp doen zoals altijd voortreffelijk dienst als slechterikken. Maar ze hebben allemaal nogal wat te verbloemen met hun acteerwerk.
Uiteindelijk kan ik me nog best vinden in de kritiek van weleer, dat de film onder die waanzinnige en briljante vormgeving (want man, wat is het ontwerp geweldig, en de montage en het camerawerk subliem) toch bijzonder weinig inhoud waarborgt, behalve een ietwat naïef en weeïg plotje. Als ik dan één van de sciencefictionfilms van Lang moet kiezen, dan toch absoluut het veel coolere Frau im Mond van twee jaar later.
Mexican, The (2001)
Vrolijke film die de humor uitstekend doseert in een extreem simpel verhaal.
Pitt schiet af en toe een beetje door in zijn rol als kluns maar levert ook genoeg te lachen op (zoals het vluchtige moment op het vliegveld waar hij van een pen een versnellingspook maakt).
Roberts zet een degelijke rol neer en is kibbelend naast Pitt op haar best. Dat deze scènes slechts sporadisch aanwezig zijn is misschien een teleurstelling voor veel kijkers, maar zorgt er wel voor dat ze niet snel vervelen.
De echte ster van de film is natuurlijk James Gandolfini, die zijn prekende monologen over de liefde over weet te brengen zonder dat het irritant wordt. Zijn overschakeling naar gevoelige relatie-expert maakt van hem het meest interessante personage en levert ook de leukste scènes op.
Het tempo is goed en de, voor het genre, lange speelduur stoort nergens. Aanzetten, kop leeg en genieten.
Michael Kohlhaas (2013)
Alternatieve titel: Age of Uprising: The Legend of Michael Kohlhaas
Nauwelijks iets toe te voegen aan Verhoeven's stukje. Stoorde me daarentegen niet echt aan de gebrekkige informatievoorziening rond tijds- en plaatsbepaling: met een Franstalige bewerking van een Duitse roman, met o.a. Zwitserse en Deense acteurs die afwisselend Frans en Duits spreken is het volgens mij nooit de bedoeling geweest een volledig natuurgetrouwe weergave van de geschiedenis te geven.
De sfeer is erg sterk, het verhaal intens tragisch en de fotografie van het landschap en de schitterende karakterkoppen zijn fantastisch. Net als de soundtrack overigens: de 17e eeuwse muziek voegt al veel toe, maar het is daar bovenop mooi hoe sfeerbepalend de geluiden in de film wel niet zijn. Zwermende vliegen en loeiende wind zijn soms oorverdovend en voeren de bovenhand in de naargeestigheid.
Het wisselvallige tempo maakt het daarentegen inderdaad af en toe wel pittig, maar gelukkig is er die laatste scène... godsamme, die laatste scène, met dat boekdelen sprekende hoofd van Mikkelsen, die hele film toch zeker wel indrukwekkend maakt.
Mississippi Burning (1988)
Ik moet zeggen dat ik de film helemaal niet zo zwart/wit vond als velen suggereren. Ik zag de cynische rol van Hackman als een nuancerende, iemand die de problemen erkent maar het ziet als een proces dat hoort bij het opgroeien van de mens. Zijn taak is het vinden van drie vermiste jongens, niet het oprollen van de Klan en het beëindigen van segregatie en racisme in het Zuiden. Zijn sarcastische sneer naar Ward toe is tekenend: "Don't you have the whole world to save?"
Dat Hackman's rol een voorborduursel is op zijn Popeye Doyle maakt nauwelijks uit. Zijn interactie met de rest van de cast is subliem, net zoals diezelfde rest van de cast sterke rollen neerzet. De noodzakelijke stiekeme affaire die vaker als subplot wordt toegevoegd in dit soort films, kwam eens een keer niet opgedrongen over.
De opbouw is fantastisch en subtiel, met een simpele en dreigende soundtrack van Trevor Jones die de haren in de nek overeind doen staan.
Maar dan, Willem Dafoe met de volgende regels: "Anyone's guilty who lets these things happens and pretends like it isn't. No, he was guilty all right. Just as guilty as the fanatics who pulled the trigger. Maybe we all are." Jammer dat de filmmakers ervan uitgingen dat de boodschap van de film voor het publiek uitgespeld moest worden voordat ze het onder hun neus duwden. Was totaal niet nodig geweest. Het einde, met blanken en zwarten die samen aan het zingen zijn, is ook nogal in-your-face moralisme.
Het doet af aan de grimmige sfeer die de film neerzet: een realistisch beeld van een wereld die bestaan heeft en nog altijd bestaat.
Môme, La (2007)
Alternatieve titel: La Vie en Rose
Aangrijpende film over het dramatische en korte leven van de beste zangeres, die Frankrijk ooit heeft voortgebracht. Onwaarschijnlijk sterke rol van Marion Cotillard. Zij speelt niet Édith Piaf, nee, ze is Piaf! Bovendien zingt Cotillard zo goed, dat de chansons nauwelijks van de originele uitvoeringen te onderscheiden zijn. Zeldzaam goed.
Stiekem zijn de nummers nagesynchroniseerd, maar desalniettemin speelt Cotillard inderdaad fenomenaal.
De film haalt helaas niet het onderste uit de pan door te veel te willen vertellen. Enerzijds is dit logisch, omdat Piaf's leven simpelweg een aaneenschakeling van ellende was. Anderzijds vormt ieder fragment op zichzelf al materiaal voor een hele film. Door te snel heen en weer te willen schakelen tussen deze onderdelen wordt de film wat rommelig, wat afleidt van het drama. De prachtige (onderbelichte) beelden maken veel goed, maar de film wordt helaas nét geen meesterwerk.
Dan is er natuurlijk wel de scène waarin Piaf wakker wordt naast haar geliefde Marcel, waarna ze erachter komt dat hij vlak daarvoor overleden is. Eén wervelende take en een hartverscheurende acteerprestatie maken van de scène eigenlijk al genoeg reden om de film te zien.
Monsieur Hire (1989)
Leconte laat de kijker veel gissen: naar het antwoord op de vraag of Hire schuldig is; naar de ware gevoelens van Alice en naar de gebeurtenissen omtrent de moord. Maar ook naar de betekenis van beelden. Monsieur Hire bestaat uit secondenlange shots waar het lastig te bepalen is waar een personage zich bevindt, wie naar wie kijkt en wat hij of zij precies uitvoert. Het is zoals Alexander Sokurov het zei: "Pas wanneer het beeld complex is, dwing je de kijker ook daadwerkelijk te kijken." Heb dan ook gefascineerd naar Monsieur Hire gekeken. Zelden een verhaal zich zo kalm, zo sfeervol zien ontvouwen.
Monsters (2010)
Naar aanleiding van Edwards aankomende Godzillaflick eens opgezet. Zo kan het dus ook, met een budget van nog geen half miljoen dollar.
Mooi om te zien, zo'n ingetogen filmpje over twee doodnormale mensen die de grens over moeten. Geen groots overlevingsdrama, geen keiharde actie, maar simpelweg een kleinschalig drama over een voettocht van enkele dagen. Waarin weinig wordt aangedikt en veel aandacht is besteed aan de personages die mede dankzij de prima acteurs de sympathie van de kijker weten te winnen.
Klasse. Kan niet wachten tot volgend jaar.
Morte a Venezia (1971)
Alternatieve titel: Death in Venice
De tweede Visconti die ik met mijn vader ben gaan kijken. Na het loodzware Rocco e i suoi fratelli uit 1960 is nu Morte a Venezia aan de beurt. Mijn vaders lievelingsfilm waar ik, na eindeloos aandringen van zijn kant en eindelijk de novelle van Mann gelezen te hebben, samen met hem voor ben gaan zitten.
Hoewel de film, zeker in de eerste helft, enorm traag is, weet de film met enge precisie de sfeer van Der Tot in Venedig te vangen: Venetië is niet de romantische vakantieoord zoals we het meestal te zien krijgen, maar een troosteloze, broeierige, zinkende stad.
Bogarde weet met zijn droeve hondenogen van het personage Von Aschenbach een intrieste kunstenaar te maken en Björn Andrésen blijft de hele film lang een bijzonder verleidelijk kind. Knap om dat hoog te houden (silence, you dirty minds) zonder dat het irritant wordt.
Het camerawerk was vaak wonderschoon, soms ergerlijk met de eeuwige zooms. De schitterende symfonieën van Mahler maakten dat gelukkig goed.
Mud (2012)
"You know that guy?" vraagt Neckbone aan zijn vriend als ze een lange man bij hun boot zien staan.
"Never seen him before in my life," antwoord Ellis.
En inderdaad is Matthew McConaughey als Mud vrijwel onherkenbaar. Smerig, vuig en lichtelijk gestoord staat hij mijlenver weg af van de gladde mooiboys die hij doorgaans gespeeld heeft. Dat hij halverwege toch weer zijn shirt uitdoet doet daar weinig aan af.
Maar de film wordt gedragen door Tye Sheridan, die een sterke rol neerzet als de jonge Ellis, wiens ouders op het punt staan te scheiden. Hij zet al zijn hoop op het romantische verhaal achter de mysterieuze Mud. Die heeft een man vermoord om zijn geliefde Juniper te beschermen, en wordt nu achterna gezeten door de politie en premiejagers terwijl hij zich schuilhoudt op een eiland in de Mississippi en op zijn Juniper wacht, om met haar te vluchten naar andere oorden.
Het is die onweerstaanbare Americana-romantiek van het verhaal dat je aanvankelijk de film in meesleurt en het begrijpelijk maakt dat de twee jongens de mysterieuze en charismatische outlaw helpen met zijn ontsnapping.
Het is dan ook verassend dat de film halverwege plotseling een cynischer weg inslaat: in een enkele monoloog van de oude peetvader van Mud (weergaloos gespeeld door Sam Shepard), misschien wel de sterkste scène van de film, wordt de hele romantiek rondom Mud tot gort geslagen. Ellis leert dat de liefde hard en vernietigend kan zijn. De avonturenfilm veranderd in een onmiskenbaar coming-of-age, en Jeff Nichols hanteert deze transformatie op knappe wijze.
Life's a bitch. Sterk.
Munich (2005)
Al meteen in de openingsscène bewijst Spielberg zich weer als een regisseur met een gave voor suspense. Wat misschien nog wel bewonderenswaardiger is, is dat hij dit de resterende twee en een half uur redelijk stabiel vol weet te houden, voornamelijk met behulp van het camerawerk van Janusz Kamiński, dat in beweging, hoeken en belichting doet denken aan de sfeervolle thrillers uit de jaren '70.
Af en toe verzand de film in de herkenbare clichés, zoals de vrijscène aan het eind en het gewriemel van Avner aan zijn trouwring wat het tempo er flink uithaalt en van de lengte van de film opeens een blok aan het been dreigt te maken. Gelukkig zijn er daarentegen genoeg scènes tegenover te plaatsen die het waard zijn de aandacht bij te houden. Heel erg tragisch wil het daarentegen ondanks de pretenties niet worden en dit is dan toch wel een minpunt.
