- Home
- Lord Flashheart
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Lord Flashheart als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Kabhi Alvida Naa Kehna (2006)
Alternatieve titel: Never Say Goodbye
Zeer matige Bollywood film. De score op IMDb is vele malen realistischer; ik had beter daar kunnen kijken alvorens ik deze ging aanschaffen.
De film kan eigenlijk geen moment overtuigen. Het eerste uur bevat bij vlagen nog aardige humoristische stukjes, maar zodra die wegvallen is het over met de pret. Verhaal sleept zich letterlijk voort, slechts onderbroken door ellenlange intermezzo's. Een aantal liedjes zijn best aardig (met name dat Rock 'n Roll ding op dat feest), maar op drama gebied schiet de film echt te kort.
Pas tijdens het laatste half uur krijg je voor het eerst overtuigende emoties te zien, maar daar heb je dan wel 2,5 uur op moeten wachten. Soms maakt het verhaal ook vreemde sprongen, waardoor het nog ongeloofwaardiger wordt. Kortom: een rammelend script, slap acteerwerk en te veel beeldvulling. Magere 2**
Kaboom (2010)
Voor mij ook mijn eerste Araki, want Mysterious Skin heb ik indertijd na een kwartier afgezet; te sloom.
Kaboom is gelukkig een film van een hele andere orde. Misschien dat bepaalde thema's terugkomen, maar daarvoor heb ik geen vergelijkingsmateriaal. In ieder geval is dit een luchtig verhaaltje, lekker absurd en vol erotiek. Het deed me bij vlagen ook denken aan The Rules of Attraction, al is dit vele malen komischer. Vooral de (vaak drugs gerelateerde) hallucinaties van de hoofdpersonen springen eruit.
Waar ik wat minder mee had was het decadente wereldje waarin de hoofdpersonen zich bevinden. Iets teveel perfecte lichamen, al mogen de dames er natuurlijk wezen. De film doet geen enkele poging om geloofwaardige karakters neer te zetten. Verder voelt het einde toch een beetje als een sof; zeker na de sterke opbouw van het mysterie hoopte ik op een betere climax.
Uiteindelijk overheersen de positieve punten, dus een kleine voldoende. 3***
Kaidan (1964)
Alternatieve titel: Kwaidan
Volledig met Wouter eens, dit is wel erg traag. Of misschien zijn vier Japanse volksverhalen op een avond gewoon teveel. Niettemin voor liefhebbers van de huidige j-horror (en Aziatische horror in het algemeen) een must see, als je tenminste benieuwd bent naar de grondslagen van het genre. Kunnen de roots je niets interesseren, dan kan je beter wegblijven, want filmtechnisch is het natuurlijk gedateerd.
Voor mij sprongen de eerste 2 verhalen er duidelijk uit. Het eerste verhaal vormt de basis voor de talrijke grudge films als Ringu, Ju-On en noem ze allemaal maar op. Kruipend zwart haar, een wraakzuchtige geest, sterven van angst; het zit er allemaal al in. Ook grappig om te zien dat zelfs de camerabewegingen later zijn gekopieerd: de geest die in een soort schokkende stop motion op haar slachtoffer afgaat. Tegenwoordig bijna de standaard wijze waarop geesten in films zich voortbewegen, inclusief Hollywood films. Meteen ook het enige deel wat spanning wist op te roepen. 3***
Het tweede deel is gebaseerd op het traditioneel Japanse Yuki-onna verhaal. In hedendaagse horror misschien wat minder bekend, maar thematisch verreweg het interessants. Ook qua sfeer sprong dit deel er bovenuit. De kou en de sneeuw zijn voelbaar, ondanks de studio opnames (overigens een bewuste keuze van de regisseur om een groter sprookjesachtig effect te creëren). Ben dit verhaal eigenlijk maar één keer tegengekomen in een hedendaagse horror: Tales from the Darkside. De setting is hier verplaatst naar New York en de Yuki-onna is vervangen door een soort demon, maar verder volgt het dezelfde lijntjes. 3,5*
Echter vanaf deel 3 volgt de omslag. De regisseur heeft zich in dit deel volledig verloren in allerlei (voor die tijd) technische hoogstandjes. Het gevolg: een eindeloze intro van vecht scenes tegen een bordkartonnen achtergrond, ondersteund door traditioneel Japans gezang over een of andere zeeslag. Even leuk, maar het deed na een tijdje letterlijk pijn aan zowel de ogen als de oren. Eenmaal wanneer het verhaaltje op gang is gekomen wordt het niet veel beter. De toevoeging van slapstick (2 klunzige monniken) pakt behoorlijk verkeerd uit. De climax deed vooral figuurlijk pijn aan de oren, maar kon dit deel absoluut niet meer redden. Saai en eentonig. 1*
Deel 4 tot slot ging eigenlijk helemaal nergens over. Een man werkt in een pakhuis als bewaker en wordt lastig gevallen door geesten. Het enige wat volgt zijn beelden van een steeds idioter wordende bewaker die met zijn zwaard naar lucht hakt (want geesten zijn uiteraard onkwetsbaar, dûh). Flauw en oninteressant. Gelukkig het kortste deel. 0,5*
Uiteindelijk kom ik op een teleurstellende 2** uit, wat ik gezien de eerste 2 delen zeker niet had verwacht.
Kal Ho Naa Ho (2003)
Alternatieve titel: Tomorrow May Never Come
Na het teleurstellende Kahbi Alvida naa Kehna was ik een beetje huiverig om weer een Bollywood met een New-Yorker setting te kijken. Maar gelukkig maakt Kal Ho Naa Ho de beloftes redelijk waar.
Opnieuw moest ik in het begin wennen aan die typische Indiase mix van drama, komedie, romantiek en muziek. Vaak is de balans volledig zoek en springt het verhaal van de hak op de tak. Of bestaat de eerste helft van de film puur uit komedie en slaat de tweede helft volledig door naar drama, zoals bij Baghban.
Dit keer echter niets van dit alles. Alle vier de ingrediënten worden goed gedoseerd, en komische en muzikale momenten vallen goed samen met het verhaal. Dus geen rare grappen als je je net hebt voorbereid op een tragische scene, iets waar ik me bij Shahrukh Khan wel eens aan erger.
Want de man speelt als de 'Indiase Roberto Benigni'. En dat kan behoorlijk irritant zijn. Ook nu zijn er genoeg momenten dat het wel wat minder had gemogen, maar verder past het goed bij zijn karakter als barmhartige Samaritaan. Ook Saif Ali Khan en Preity Zinta spelen niet onaardig. Waarbij de laatste het ook gedeeltelijk van haar uiterlijk moet hebben.
Een echte tranentrekker wil ik het niet noemen, daarvoor is de film te luchtig. Maar wel een film met een lach en een traan. 3,5*
Kamisama no Iu Tôri (2014)
Alternatieve titel: As the Gods Will
Ok, die trailer op Dumpert bleek een persiflage te zijn, maar ik heb me desondanks ook met de echte film kostelijk vermaakt. As the Gods Will is een heerlijke bizarre over-the-top mix van genres, dat zichzelf gelukkig niet erg serieus neemt. Het tempo ligt hoog, waardoor het allemaal erg luchtig blijft, vaak tegen het humoristische aan. Er is verder ontzettend veel te zien, zodat de verveling nooit toeslaat. 4****
Kaze no Tani no Naushika (1984)
Alternatieve titel: Nausicaä of the Valley of the Wind
Eerste onvoldoende voor een Ghibli/Miyazaki.
Ik deel grotendeels de kritieken die anderen hier hebben. Nausicaä of the Valley of Wind is een langdradige preek gebleken, waarvan ik de boodschap na een kwartier wel zat was. De personages zijn matig en de animaties (voor een Ghibli), vrij inspiratieloos. Enkel sommige insecten waren mooi vormgegeven, de rest (de giftige jungle, de achtergronden, de vliegtuigen, de mensen zelf) is thans behoorlijk gedateerd.
Grootste probleem is dat alles om prinses Nausicaa draait. Omdat alles aan haar goed is, gaat ze je al gauw tegenstaan. Zij is de enige die met beestjes kan praten, zij is de enige die weet hoe met de natuur om te gaan, zij is de enige die de (juiste) acties onderneemt. De rest van de personages zijn zo passief dat ze er eigenlijk nauwelijks toe doen. De meeste spreken amper meer dan drie zinnen uit. Dan mag je in de Engelse versie nog zo'n top cast hebben met o.a. Patrick Stewart, Uma Thurman, Shia LaBeouf en Mark Hamill, maar wat heb je eraan op deze manier?
Een zware onvoldoende vind ik het niet, daarvoor is de dystopische toekomst op zich best leuk bedacht, maar de manier waarop het ecologische thema gebracht wordt, gaat vervelen. 2,5*
Kaze Tachinu (2013)
Alternatieve titel: The Wind Rises
Beter dan Miyazaki's fantasy werk
Uitgezonderd Totoro en Mononoke scoort geen enkele film bij mij boven de 3,5*. Om de een of andere reden wil het me gewoon niet ontroeren. Mooie, maar lege fantasie beelden en slecht uitgewerkte personages zijn het grootste probleem. Daarnaast zijn de verhaallijnen ook niet altijd even interessant. The Wind Rises daarentegen is een interessante semi biopic, bevat goede personages en bevat slechts weinig fantasy. Waarom kon deze regisseur niet eerder van dit soort volwassen animatiefilms maken?
In een rustig tempo vertelt de film over de jonge jaren van vliegtuigontwerper Jiro Horikoshi. Veel elementen zijn fictief, zoals de liefdesaffaire, maar het past goed in het verhaal. Andere elementen, zijn pacifistische gevoelens, zijn wel degelijk op waarheid gebaseerd. Middels een aantal droomsequenties verbeeldt Miyazaki die laatste. Hierdoor krijgt de film een filosofisch tintje mee, al gaat het niet heel diep verder, mooi is het wel.
Al met al een goede afsluiter van zijn oeuvre. 4****
Kes (1969)
Mooie registratie van een opgroeiende jongen in een troosteloos Engels mijnstadje.
Kes is een beetje de voorloper van Billy Elliot (beide hoofdpersonen heten toevallig ook Billy), al is die laatste film meer gedramatiseerd en optimistischer van aard. Kes daarentegen is vrij minimalistisch van opzet: het camerawerk is eenvoudig (hier en daar op het slordige af), de soundtrack bestaat uit een steeds terugkerend fluitthema en de acteurs zijn soms duidelijk gewoon van straat geplukt. Dit alles zorgt echter wel voor een verhoogd gevoel van realisme, af en toe bijna documentaire-achtig.
Wat ook voor deze film pleit is de authenticiteit: de film is daadwerkelijk geschoten in de jaren '60. Anders dan veel navolgers (waaronder Billy Elliot) zijn de omstandigheden niet geënsceneerd. Het trieste mijnstadje is echt, de meeste acteurs zijn echt (inclusief het platte accent) en ook de situaties op school waren in die tijd realiteit (slaan e.d.). Misschien moeilijk voor te stellen in het Nederland van anno 2011, maar minder dan een halve eeuw geleden had je in Engeland nog misstanden waar we nu landen als bv. China om bekritiseren.
Dan het verhaal. Zoals al eerder gezegd voelt de film wat aan als een documentaire. Veel scenes zijn registraties uit het leven van Billy. Enig plot of verhaallijn valt er niet direct in te ontdekken. Geleidelijk krijgt de kijker een beeld van Billy's troosteloze leven en zie je hoe hij voor het eerst gelukkig wordt met de valk Kes. Daar ligt ook de focus van de film: de relatie tussen Billy en Kes en de positieve invloed die de vogel heeft op zijn levenshouding. Veel meer gebeurt er eigenlijk niet. Echt intens wordt de film nergens, zelfs niet tijdens de climax. Het kon mij daarom ook niet echt ontroeren, zoals ik dat bij soortgelijke coming of age films weleens heb.
Desalniettemin leuk om een keer gezien te hebben. Goede 3,5*.
Khakee (2004)
Standaard actiethriller, die niet beter of slechter is dan een Jean Claude Van Damme of een Steven Seagal. Nergens hoogstaand, maar de film voldoet aan de verwachtingen. 3***
Kick-Ass 2 (2013)
Kick-Ass 2 geeft antwoord op de vraag: Wat gebeurde er ná "en ze leefden nog lang en gelukkig?". Niet zoveel interessants blijkt na het zien van deze film.
Hit Girl en Kick-Ass gaan over tot de orde van de dag, waarbij de eerste haar schoolcarrière oppakt en de tweede zich bij een team van misdaadbestrijders voegt. Mindy krijgt te maken met de gebruikelijke high school perikelen en heeft moeite om zich aan te passen. Dave wil "iets goeds" voor de mensheid betekenen en filosofeert over de rol van superhelden in de samenleving. Beide plots kunnen amper boeien.
Na een tijdje ontvouwt zich een derde plot in de film: de pogingen van Red Mist aka The Motherf*cker om wraak te nemen op Kick-Ass. Erg grappig wil dit echter ook niet worden. Net als bij de superhelden worden bij de superschurken een hele reeks nieuwe personages geïntroduceerd waar eigenlijks niets mee wordt gedaan. Alleen Kolonel Stars and Stripes (Jim Carrey als superheld) en Mother Russia (superschurk) komen wat beter uit de verf, maar iets toevoegen doen ze niet. Waarom Carrey zich trouwens voor zo'n onbenullige rol heeft laten strikken is me een raadsel.
Als uiteindelijk de drie verhaallijntjes bij elkaar komen wacht de grote, niettemin teleurstellende, finale. Het geweld is rauwer en bloederiger, maar de actiescènes blijven flets. Waar het gestuntel en de oneliners in de eerste film voor humor zorgden, zijn die hier afwezig of komen totaal niet lollig over. Dankzij de gevechten, de wapens en het Big Daddy personage hing over de eerste film een geweldige glans van 'coolness'. Over dit deel hangt vooral een grijze deken van dufheid.
Overbodig vervolg kortom. 2,5*
Kim Bok-nam Salinsageonui Jeonmal (2010)
Alternatieve titel: Bedevilled
Koreaanse wraakfilm met hillbillies.
Recent zag ik al I Saw the Devil uit hetzelfde jaar. Het plot is verder niet te vergelijken, maar de uiteindelijke motivatie van één van de hoofdpersonen (dit keer een vrouw) wel: wraak. Bedevilled onderscheidt zich echter doordat de focus hier vooral ligt op de aanloop, zo'n driekwart van de film. Pas in de laatste 45 minuten gaan alle remmen los en krijgt de kijker een bescheiden gorefest voorgeschoteld.
De aanloop neemt zoals gezegd het grootste deel in beslag. Chul-soo Jang benut deze tijd voor het neerzetten van een aantal veelal onsympathieke karakters en het maken van een sterke sfeerschets van het Koreaanse hillbilly eiland. Mooi rustig camerawerk en bij vlagen prachtige fotografie. Minpuntje is dat hij het niet echt spannend of dreigend weet te maken. Daarvoor zijn de kleuren te vrolijk en is de soundtrack wat te vriendelijk/afwezig.
De climax is goor, bloederig en vervult bepaalde wraakgevoelens die je ook als kijker niet kan negeren. Eigenlijk slaat de film volledig om van drama naar horror, zeker als ook Hae-won moet rennen voor haar leven. Waar de film helaas ontspoort is het laatste kwartier. Onbegrijpelijk onzinnig en onduidelijk laatste stuk. Het moment dat Hae-won wegvaart met de boot en een plas bloed in het water achterlaat was een prima eindshot geweest. Ontzettend jammer wat hierna volgt, dat kost een half punt.
Geen top notering derhalve, wel een ruime voldoende. 3,5*
Kiss the Girls (1997)
Met Morgan Freeman op het affiche zou je wat mogen verwachten, maar dit is misschien wel de slechtste film die ik van hem heb gezien.
Freeman speelt de bijdehante agent uit de grote stad, die de domme agentjes op het platteland wel eens eventjes gaat laten zien hoe je een lastige moordzaak aanpakt. Aangezien zijn eigen nichtje een mogelijk slachtoffer is, trekt hij zich de zaak ook persoonlijk aan. Zonder morren accepteert de lokale politie zijn gezag, begint de dader met clues te strooien (die niemand natuurlijk eerder had gezien) en kan Freeman de zaak vrij eenvoudig oplossen.
Dat is direct het grote mankement van de film. Alles gaat gewoon te makkelijk. Freeman wandelt casual door de film heen en acteert op de automatische piloot. Geen scene is indringend en kan enig gewicht aan het verhaal geven. De film ontstijgt nooit het niveau van een standaard politieserie als NYPD blue. De rest van de cast is al even inspiratieloos en spannend wordt het verder nergens.
Om snel te vergeten. 2**
Klass (2007)
Alternatieve titel: The Class
Helemaal eens met de bovenstaande commentaren. Veel beter dan het zeurderige geneuzel van Van Sant (hoe vaak kan je eenzelfde shot herhalen?). In Klass is de aandacht niet alleen gegaan naar de vormgeving, maar heeft men er ook een script bij geschreven. Iets wat bijzonder is in de hedendaagse arthouse cinema. De shoot-out is priceless en deed mij meer aan een typische revenge-film denken, dan aan tienerdrama. Mede daardoor 4 sterren.
Kuchisake-Onna (2007)
Alternatieve titel: A Slit-Mouthed Woman
Doorsnee j-horror. Het verhaal kan een beetje horrorliefhebber ondertussen dromen: boze geest (altijd een vrouw) wil blinde wraak, al dan niet terecht. De film wijkt echter op een aantal kleine puntjes af van de typische Japanse horror, waardoor het nog wel genietbaar blijft.
De sfeer is gemoedelijker en de geest redelijk atypisch qua gedrag. De zoektocht van de hoofdpersonen is meer speurwerk dan horroractie. Schrikmomenten en schrikeffecten komen nauwelijks voor. Hier en daar komen de gebeurtenissen wel vervreemdend over, maar spannend wordt het nooit. Tegen het einde wordt alsnog een versnelling hoger geschakeld en vloeit er een beetje bloed. De ontknoping is helaas weer wat onbevredigend.
De film weet hier en daar best te verrassen, bijzonder goed wordt het echter nergens. Voer voor j-horror completisten. 2,5*
Kurenai no Buta (1992)
Alternatieve titel: Porco Rosso
Matige Miyazaki.
Porco Rosso hoort bij de fantasiearme Ghibli's en dat is te merken. Het uitgangspunt van luchtpiraten en een piloot met een varkenskop levert eigenlijk het enige fantasy element. Helaas wordt dit gebrek ook niet gecompenseerd door een boeiend verhaal of interessante personages. Wat overblijft zijn de mooie aquarel achtergronden, maar dat is niet voldoende voor een hoge score.
Porco Rosso is een Italiaanse man met een varkenskop die zijn geld verdiend met het jagen op kindvriendelijke luchtpiraten. Verder is hij verliefd en strijdt hij tegen zijn rivaal, een Amerikaanse piloot. Dat somt het personage wel op, van ontwikkeling is nauwelijks sprake. Het idee van luchtpiraten vond ik overigens vrij onzinnig; wat is daar de functie van als de rest van de film wél realistisch is?
Het enige leuke karakter is het meisje Fio, het creatieve, vrijgevochten vrouwelijke personage wat je in alle Miyazaki's tegenkomt. Zij had beter de hoofdpersoon kunnen zijn, als vliegtuig ontwerper had zij heel wat meer toe te voegen aan de film. Uiteindelijk was de film geen ramp, maar ik vond het verre van inspirerend. Le Temps de Cerises is overigens een mooi lied, dat een aantal keer terugkwam. Die scenes redden de film van een onvoldoende.
Gaat een beetje downhill met de Ghibli's, wederom slechts 3***.
