- Home
- Lord Flashheart
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Lord Flashheart als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
O Brother, Where Art Thou? (2000)
Nee, die films van de Coen brothers kunnen me niet boeien. Fargo ging nog, maar the Big Lebowski en deze film vind ik echt helemaal niks. Net zoals in the Big Lebowski is de humor voor mij ver te zoeken. Daarnaast zijn de karakters niet meer dan typetjes met rare accenten en irritante maniertjes. Op de hoes van de DVD stond verder: 'naar het verhaal van de Odyssey'. Op de scêne met de sirenen na, waar het letterlijk gezegd werd, heb ik weinig parallelen kunnen ontdekken. Nee, deze film is een goedkope poging Amerikaanse mythologie te schrijven. Ik kan hier niet meer dan 2.5* voor geven.
Ober (2006)
Eindelijk weer eens een zwarte komedie die wél werkt.
Het moet gezegd worden: het is ook niet direct mijn favoriete genre. Maar van Ober had ik een paar jaar geleden wat scenes gezien en die bevielen me toen wel. Toch maar eens proberen dus.
En de film heeft de verwachtingen meer dan waargemaakt. In tegenstelling tot veel Amerikaanse zwarte komedies verzandt Ober niet in platvloerse grappen en grollen (The Big Lebowski), ranzigheid (Happiness) of een gebrek aan inspiratie tijdens de uitwerking (The Men Who Stare at Goats, Bubba Ho-Tep). De dialogen blijven van het begin tot eind scherp, het verhaal verveelt geen moment en de humor wordt nooit ranzig of platvloers; zelfs niet tijdens gewelddadige momenten of seksscènes. En dat is op zich al een compliment.
Het gegeven - een fictief personage dat verhaal komt halen bij zijn schrijver - is misschien niet helemaal origineel, maar ik heb het nog nooit op zulke humoristische wijze uitgewerkt zien worden. Bij verschillende scenes heb ik werkelijk dubbel gelegen. De discussie met de zakenmannen springt er wat dat betreft bovenuit. Kees Prins (Jiskefet) en Pierre Bokma doen het gewoon fantastisch. Andere scenes zijn qua sfeerschepping weer briljant: zelden zo'n troosteloos restaurant gezien als waar Edgar werkt, maar ook het restaurant van het bedrijfsuitje is fenomenaal weergegeven. Het droevige dansje en de keyboard muziek deed me zelfs een beetje aan Calvaire denken.
Enige wat ik een beetje jammer vond is de wat snelle ontmoeting tussen Edgar en de schrijver. Dat had van mij best wat uitgesteld kunnen worden, want doet het verrassingselement in de film geen goed. Ook sommige personages waren matig uitgewerkt c.q. overbodig en daarnaast slecht geacteerd. Met name de vervelende buren konden geen moment overtuigen en waren eigenlijk wat irritant.
Niettemin heb ik tot het einde toe kunnen lachen en dat is bij zwarte komedies wel eens anders. Geef mij dus maar scherpe Europese humor en laat de Amerikaanse flauwe grappen aan een ander. 4****
Obsession: Radical Islam's War against the West (2005)
Alternatieve titel: Obsession
Prima documentaire, al brengt het voor mij niets nieuws. Maar voor naïeve lieden die menen dat bv. Wilders een groter gevaar is dan de radicale Islam kan dit wel een eye-opener zijn. Al betwijfel ik of zulke blindemannetjes bereidt zijn deze documentaire te aanschouwen. 4****
Océans (2009)
Alternatieve titel: Oceans
Sinds The Planet Earth reeks worden we doodgegooid met dit soort natuurdocumentaires. Helaas lijken de regisseurs vooral een wedstrijdje te willen doen wie het allemaal het mooist in beeld brengt; enige context ontbreekt vaak. Zo ook met Océans. Schitterende opnamen, maar uitleg wordt niet gegeven en de kijker mag zelf raden welk visje hij ziet. En als de voice-over iets roept dan zijn het van die nutteloze huis-tuin-keuken wijsheden in de strekking van "we moeten zuinig met de natuur omgaan, want de mens maakt er onderdeel vanuit". Tegen het moralistische aan.
Technisch perfect verzorgd, maar een goede documentaire is meer dan dat. Magere 3***.
Odd Thomas (2013)
Behoorlijk matig.
Veel mag ik ook niet verwachten van de regisseur van The Mummy (1,5*) en Van Helsing (0,5*). Odd Thomas is wat minder vreselijk, aangezien het in het hedendaagse Amerika speelt en geen last heeft van idiote Amerikaanse interpretaties van het oude Egypte of het Oost-Europa in de 19de eeuw. Naast de leukere setting zijn de personages ook een stuk sympathieker. Redelijk alledaags en niet opgedirkt met allerlei "coole" effecten.
Sommers houdt het dus allemaal wat kleiner; voor zijn doen bijna "less is more". Het komt de film ten goede. Anton Yelchin is sterk in zijn rol als cynische anti-held en als hij eenmaal zijn onderzoek begint, wordt de film best onderhoudend. Enkel zijn vriendin Stormy is aardig irritant, maar aan de andere kant ook zo karikaturaal dat het eigenlijk niet uitmaakt. Willem Dafoe zet verder een degelijke rol neer als vaderlijke politie agent.
De ontknoping valt helaas wat tegen, waar Sommers het toch weer niet kon laten om er wat slechte effecten in te gooien, i.p.v. zijn personages (met name the bad guys) wat meer vorm te geven. Het is goed dat hij de film luchtig wil houden, maar dan hoeft het nog niet oppervlakkig en sfeerloos te worden. Einde voelt toch een beetje als een verlossing. 2,5*
Office Space (1999)
Een feest van herkenning.
Office Space is een geweldige satire op het kantoorleven, met erg herkenbare irritaties. Printers die niet werken, domme memo's, zeurende managers en vervelende collega's. Ook sommige typetjes kom je in bijna elk kantoor tegen: de arrogante manager (Lumbergh), de autist (Milton), de 'allochtoon' (Samir), de kwebbelende secretaresse (Nina) en de overbodige consultants (The Bob's). Na drieënhalf jaar detachering spreek ik uit ervaring. En ik krijg steeds minder zin om ooit nog aan de slag te gaan; zeker na het zien van deze film. Wat dat betreft heb ik dezelfde droom als Peter: lekker de hele dag niets doen.
De humor had hier en daar wat scherper gekund, maar ik ben allang blij dat de film nergens grof of platvloers wordt. Iets wat de laatste jaren in bijna elke komedie schijnt te moeten. Office Space blijft tot het einde toe subtiel ironisch en dat zal voor sommige kijkers even wennen zijn. Zeker als je zelf nooit op kantoor hebt gewerkt. Als je dus onderbroekenlol à la The Hangover verwacht ben je met deze film duidelijk aan het verkeerde adres.
Het verhaaltje stelt verder weinig voor, maar wat boeit het. Office Space is gelukkig geen zwarte komedie met quasi diepzinnig geneuzel rond de zoveelste onrealistische disfunctionele familie. Integendeel: juist het alledaagse en herkenbare maakt de film grappig. Hoewel sommige karakters ook op het filosofische vlak best wat toevoegen. Neem bv. Peter's wijze bouwvakker buurman Lawrence. Andere karakters komen wat minder uit de verf, met name het hele gedoe in het restaurant van Aniston.
Het einde tot slot is makkelijk, maar het werkt. De hoofdpersonen vinden geluk en het geld gaat naar outsider Milton, zodat daar ook geen discussie over is. Wat wil een mens nog meer! 4****
Oh Boy (2012)
Alternatieve titel: A Coffee in Berlin
Ben het niet eens met bovenstaande commentaren.
Oh Boy is juist een grappige inkijk in het leven van een mislukte rechtenstudent in zijn quarterlife crisis. Zeer treffend aangezien veel mensen van rond de 30 hiermee kampen. Op een gegeven moment is je jeugd toch écht voorbij en moet je gaan kiezen voor een serieuze baan en/of een gezin. Of je doet dat allemaal niet en wordt in het beste geval zo'n sneue ouwe lul die blijft vasthouden aan het studentenleven. Iedereen die heeft gestudeerd weet welk type ik bedoel; je kwam ze in elke vereniging wel tegen.
Niko Fischer in de film lijkt al gekozen te hebben voor optie 2, aangezien geld toch geen rol speelt. Tot zijn rijke vader de geldkraan dichtdraait en zijn eeuwige studentenleventje ruw wordt verstoord. Wat volgt is een aantal tragikomische ontmoetingen met een aantal zeer diverse types. Ik vond vooral zijn weerzien met Julika en de scene die hij en zijn maat schoppen bij het experimentele toneelstuk erg humoristisch. Niko's ontmoeting met de oude man in het café is dan weer eerder droevig. Zo kabbelt eigenlijk de hele film tussen humor en drama.
Groots is het verhaal verder niet, maar het geweldige sfeertje dat Gerster weet te schetsen wist mij wel te pakken. De zwart/wit fotografie en de jazzy soundtrack waren hierin niet onbelangrijk. Daardoor wordt het ook niet té zwaar. Als zo'n film met een antiheld als Niko Fischer te nihilistisch wordt, gaat het me gauw tegenstaan. Niko zit ook niet direct in een neerwaartse spiraal en het open einde laat ruimte voor interpretatie wat betreft de richting van Niko's leven. Zelf ga ik van het goede uit, aangezien dat voor de meeste mensen uiteindelijk toch op gaat.
Kortom: een positieve verrassing uit Duitsland. 4****
Once upon a Time in America (1984)
Alternatieve titel: C'era una Volta in America
Lang tegenop gekeken, dankzij het tip-spel eindelijk gezien.
Zo'n misdaad epos is niet direct mijn ding. Vind de meeste van deze epossen inwisselbaar; slechts de etniciteit van de misdadigers is verschillend. Het bekende rise and fall verhaal is altijd hetzelfde. Dat gecombineerd met een vaak overdreven lange speelduur, maakt het meestal tot een pijnlijke zit.
Once upon a Time in America is godzijdank op veel vlakken anders. Ten eerste ligt de focus niet zozeer op de criminele activiteiten van de hoofdpersoon, maar meer op zijn ontwikkeling van tiener naar volwassene, zijn liefdes affaires en zijn vriendschappen. Uiteraard zijn er wel wat mat- en schietpartijen, maar slechts zeer sporadisch. Geen "stoere" gangster taal, martelingen, autoachtervolgingen en explosies, wat in vele misdaadfilms de boventoon voert. Ten tweede is de rustige cinematografie en de sterke soundtrack heel wat beter dan wat de Scorseses's en de Da Palma's in hun misdaadfilms laten zien. Eigenlijk doet Leone hier niks anders dan in zijn westerns in slechts een andere setting.
Andere pluspunten zijn de geweldige decors en de prachtige aankleding. Ik kreeg ook echt het idee dat ik naar personages uit de jaren '20/'30 zat te kijken. Veel regisseurs slagen er niet of slechts gedeeltelijk in om zo'n periode - die ze zelf niet hebben meegemaakt - overtuigend uit te beelden. Wat dat betreft moest ik aan Miller's Crossing denken, wat in dezelfde periode speelt, maar waar je toch vooral het idee hebt naar een Coen-film te kijken en niet naar een film over misdaad in de Prohibition-era. Leone's oog voor detail is ook zichtbaar in het tot leven wekken van dat Joodse sfeertje, zonder dat het te cliché wordt, zoals de vaak karikaturale Italiaanse gangsters in films.
Minpunten waren er ook en dan noem ik met name het warrige script en de ronduit slappe ontknoping(en). Leone vermijdt daarmee weliswaar het standaard rise/fall plot met de onvermijdelijke shoot out, maar logischer en beter wordt het er allemaal niet door. Dat is dan ook de belangrijkste reden dat ik de film niet snel zal herzien. Verder was het acteerwerk van de jonge acteurs niet altijd even geweldig, maar dat is slechts een kleine aanmerking.
De positieve punten wegen echter veel zwaarder en ik heb echt genoten van pracht en praal die deze film uitstraalt. 4****
One, Two, Three (1961)
Eén grote Coca Cola advertorial.
Naast de scherpe dialogen, de droge humor en het moordende tempo - zaken die hier al genoeg genoemd zijn - vielen mij voornamelijk de politieke satire en de beelden van Oost-Berlijn op. In ieder geval leek de Brandenburg Gate origineel, aangezien een gedeelte van de film niet in Berlijn maar in München is opgenomen. Daarnaast zijn de puinhopen en kapot geschoten flatgebouwen opvallend; ook dit leken me geen filmdecors, aangezien heel Duitsland in die tijd nog in puin lag door de oorlog.
Wilder had duidelijk niet veel op met het communisme en steekt er de draak mee waar hij kan. Maar ook het kapitalisme krijgt ervan langs, met name door het egocentrische karakter van Cagney, een oer kapitalist. Doordat Cagney uiteindelijk toch aan het langste eind trekt, lijkt Wilder te suggereren dat de hebzucht van het kapitalisme het altijd wint van de opgelegde solidariteit van het communisme. En 30 jaar later kreeg Wilder hierin ook gelijk.
Enige kanttekening bij deze film is de nogal zwart-wit voorstelling van Wilder. Kapitalisme is niet altijd egocentrisch en hebzuchtig, zie de vele liefdadigheidsinstellingen van miljonairs. Vice versa is communisme niet altijd hypocriet en misdadig, zie bv. het kibbutz systeem in Israël. Daarbij zijn veel personages niet meer dan typetjes: de Duitsers hebben een fascistische inslag, de Russen zijn dikke boerenkinkels die niet van drank en vrouwen kunnen afblijven en de Amerikanen zijn egoïstisch en geldbelust. Beetje Allo, Allo niveau.
Niettemin een leuke kijkervaring en het is de hoogste tijd om meer van deze regisseur te zien. 3,5*
Ordet (1955)
Alternatieve titel: The Word
Eindelijk weer eens een film die me aan het denken wist te zetten.
In Ordet brengt Dreyer een groep mensen bij elkaar die allemaal op verschillende manieren geloof beleven. De vader gelooft in traditie en trots, de oudste zoon is zijn geloof kwijt, de middelste zoon is een godsdienstwaanzinnige, de dokter is atheïst en de kleermaker is een fundamentalistische richting ingeslagen. De dialogen tussen deze personages zijn bij vlagen briljant (vooral de vader vs. de kleermaker vond ik geweldig). Andere stukken weten wat minder de aandacht vast te houden.
Wat in ieder geval de hele film kenmerkt is het prachtige camerawerk. Dreyer weet een lekker mystieke sfeer neer te zetten. Zowat elk shot is als een fotocompositie. Nergens gaat de regisseur gehaast te werk, de camera schuift rustig van scene naar scene. Tijdens mijn eerste kijkbeurt had ik met dat zelfs voor die tijd lome tempo nog wel moeite. Dertig seconden lang een reclamebord van een kleermaker in beeld brengen (om uit te leggen dat we nu bij de kleermaker zijn), is voor de kijker anno 2011 vrij overbodig. Ik zag wel meer van dat soort voorbeelden. De tweede kijkbeurt heb me echter kunnen concentreren op de inhoud en stoorden dit soort zaken veel minder.
Want bovenal is Ordet een theologisch kammerspiel. De vraag die wordt gesteld is niet: "Wie heeft het ware geloof?" (die veel users hier onterecht stellen), maar: "Wie heeft het meest oprechte geloof?". Voor alle vormen van geloof of de afwezigheid daarvan valt immers wat te zeggen. Maar de meeste personages geloven alleen met hun mond en niet met hun hart. Slechts één personage (grotendeels gemodelleerd naar Jezus en de Profeet Elia) weet een hogere staat te bereiken. Dreyer gebruikt het thema resurrectie als metafoor voor dit vraagstuk, wat leidt tot een bizarre doch emotionele climax.
Interessante filosofische film kortom. Aanrader voor Bergman fans. 4****
