Het is nu bijna 1,5 jaar geleden dat ik 2001 voor het eerst zag. Inmiddels heb ik hem nog een keer gezien en had ik vorige week de privilege om deze prachtfilm te aanschouwen op het witte doek. En na iedere kijkbeurt kwam ik tot de conclusie dat dit één van de beste films ooit is.
De film was in mijn ogen saai en verliep traag.
en ik betrapte mezelf er 2 of 3 keer op mijn aandacht voor de film te hebben verloren.
Niet dat de film zo saai was, maar er gebeurde gewoon vrij weinig.
Aldus ikzelf, maar dan 1½ jaar geleden. Iedere keer dat ik deze film kijk, krijg ik eenzelfde gedachte.
Was het wel zo'n goed idee deze film te herkijken? Vind ik hem nog wel zo goed? Wat vond ik hier de vorige keer eigenlijk zo goed aan? Vragen waar ik wel antwoord op weet, maar die ik toch stel. Want laten we wel wezen, in het begin gebeurt er zo goed als niks en de dialogen zijn nou niet bepaald van dusdanige kwaliteit dat je op het puntje van je stoel ziet. De afstandelijkheid en droge manier van filmen die Kubrick zo kenmerkt, is dan ook niet echt bepaald helpend. Gelukkig is daar altijd nog
An der schönen blauen Donau. Het prachtige stuk van Strauss komt in het begin regelmatig langs en bezorgde me in Tuschinski regelmatig kippenvel. Op volle (geluids)sterkte leer je pas de waarde van zo’n stuk kennen. Op dat andere epos kom ik later nog wel terug.
De beelden van de ruimteschepen, van de planeten en natuurlijk the infinite. Het zijn shots die je voelt, die je meemaakt. Shots die je letterlijk en figuurlijk even van de aarde wanen.
Dit zei ik zo’n 9 maanden geleden. Little did I know, totdat ik deze op het witte doek zag. Nu zal ik eerlijk toegeven dat sommige shots hun uitwerking volledig missen in HD. Sommige ruimteschepen zagen eruit alsof ze uit een willekeurige tekenfilm kwamen en sommige shots waren zo scherp dat het te kitscherig was. Het authentieke van deze film is er dan een beetje af, vind ik. Net zoals sommige mensen het gekraak van een vinyl veel mooier vinden dan een clean geluid. Hierdoor viel één van de hoogtepunten (de introductie van de ruimteschepen, zie link van
An der
, ook in HD) flink tegen. Daar tegenover staat Jupiter and Beyond the Infinite. Dat is nog altijd een stuk dat mij ademloos laat kijken. Ruim 20 minuten lang vervreemde, doch prachtige beelden. Beelden die je echt alles doet vergeten om je heen. Op het moment dat Bowman de (imaginaire?) kamer in stapt, is het doodstil. Ikzelf en iedereen in de bioscoop waren muisstil. Want wat is er in godsnaam aan de hand? Niemand die het precies weet en niemand die het precies zal weten.
Die je achteraf versuft en volledig gedesillusioneerd achter laat met de vraag waar je net in godsnaam hebt naar zitten kijken. Je kunt het niet bevatten. Wel weet je dat het verdomd mooi was en je dit nooit zal vergeten.
Want dat is 2001. Waar heb je nou eigenlijk naar zitten kijken? Dan begint het pas. Het nadenken, wat heet, filosoferen over deze film. Welke betekenis zit er achter, wat wil Kubrick mij vertellen? Helaas heb ik destijds gelijk die
uitleg op internet bekeken, zodat ik zelf geen tijd heb gehad om echt na te denken over deze film om tot een eigen theorie te komen. Hoewel ik dat later wel heb gedaan (
zie hier; nog niet herzien!).
Het besef waar je naar hebt lopen kijken komt achteraf. Het proberen te bevatten. Alles gebeurt erna. Het lukt je maar half, volledig zal het je nooit lukken. Elke kijkbeurt ben je weer stil, ben je weer in "hyper-sleep" en zal je weer genieten.
Moet ik hier nog wat aan toevoegen? Het zal je nooit lukken deze film te doorgronden. Net zoals het je nooit zal lukken om niet van deze film te genieten, daar is 2001 simpelweg te goed voor.
Iedere kijkbeurt stel ik mezelf de vraag wat er nou zo goed aan deze film is. Hij is traag, er gebeurt niks en buiten wat mooie beelden in het begin, valt er weinig te genieten. En dan groei ik langzaam in de film. Soms ontwaak ik even uit mijn “hyper-sleep” en betrap mezelf erop totaal geen notie te hebben van de dingen die om me heen gebeuren. Langzaam maar zeker wordt het weer de topper die ik ken en krijg ik weer het gevoel dat hoort bij een echte top 10-film. Een sensationeel, niet te beschrijven gevoel. Dat gevoel houdt aan, totdat het
sterrenkind geboren is en
Also Sprach Zarathustra klinkt. De cirkel is rond. Tevens het magnum opus van 2001 en, op de theme song van The Good, The Bad and The Ugly na, het beste muziekstuk in de filmgeschiedenis. Vooral in zo’n bioscoopzaal is het ziekelijk goed.
Zodra het instart, ontwaak ik weer een beetje en probeer ik te bevatten wat ik net heb gekeken. Ik weet dat het een onmogelijke opgave is, maar toch probeer ik het. Echter zal ik de komende uren de wereld langs mij voorbij zien gaan, zonder erop te letten. De komende uren zal ik op de automatische piloot staan. Allemaal door een paar pixels op een scherm. Hoe is het mogelijk...