Meningen
Hier kun je zien welke berichten Tayama als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Saat Po Long (2005)
Alternatieve titel: SPL
Genadeloos harde film deze SPL. Nog niet zo bekend met Yip dus dit is toch wel erg leuk om te zien! Ook niet zozeer direct groot fan van het type film, maar kan me toch wel weer erg vermaken, zo blijkt.
Bikkelharde actie zonder genade voor wie dan ook. Niet te moeilijk praten, gewoon doen. Zo lijkt ook Yip dan aardig gezien te hebben. Want hij aarzelt nergens, laat zien wat hij moet zien en gaat gewoon in hetzelfde tempo verder.
Ziet er ook allemaal echt goed uit. Met zeer zorgvuldig gekozen locaties. Veel steegjes, pleinen, straten. Opvallend is de hoeveelheid kleurgebruik. Overal zijn duizenden lichtjes te zien. Veel ook zorgvuldig geplaatst en vormen samen echt een mooi gezicht.
Beetje te gelikt hier en daar. Gingen volgens mij heel wat pakken meel door heen. Elke slag of stoot leek het doen lijken alsof elk persoon een laag meel over zijn kleding had. Ook de nodige slow-motion zweetdruppels zijn niet te missen. Beetje te, - maar mag niet klagen.
Toffe film. Pakkend begin, sterk einde. Cool. 4.5/5.0
Saraba Hakobune (1984)
Alternatieve titel: Farewell to the Ark
Dit was de laatste film van Shuji Terayama. En letterlijk de film die hij maakte toen hij aan het dood gaan was. Tegen doktersadvies ging hij door met werken, "één maal per week een bloedtransfusie en elke dag even rustig liggen op de bank die hij mee bracht op de set", zo verteld Noriyoshi Ikeya (productie designer). Uiteindelijk stierf hij voordat de film afgemaakt was, en die taak nam de rest van de crew dan ook op zich. Maar naast het extra laagje van respect dat dit de film geeft is dit ook één van Terayama's meest verhalende films, verpakt in wederom een visueel feest.
Ongetwijfeld zijn meest gepolijste film als het gaat om visuele stijl en techniek; Scènes lijken elkaar gemakkelijk af te wisselen in stijl en kleur zonder dat die overgang af en toe te houterig gebeurd. Nu heb ik mij daar in bijv. Throw Away Your Books, Rally in the Streets sowieso niet aan gestoord, maar het is goed te zien dat hij veel kennis heeft verzamelt door de jaren. Visueel lijkt dit ook vaak het meest op zijn eerste film, en doet heel af en toe zelfs wat weg hebben van Miike's The Great Yokai War. Al roept die naam waarschijnlijk veel verkeerde verwachtingen op, daar deze film veel minder avontuurlijk is en op een heel andere manier bevreemdend; Scènes waarin mannen opzoek gaan naar een blik op een naakte seksgodin in het bos om daarop een akelige dood te sterven leken echter toch een soortgelijke sfeer te dragen.
Terayama's constante gevoel voor absurditeit is altijd aanwezig, vooral in deze laatste film. In een afgelegen dorpje dat compleet afgesloten is van enige vorm van moderniteit heeft het huishouden dat een klok bezit het voor het zeggen. Zij bepalen de tijd, zij bepalen de zonsondergang. In dit verhaal volgen wij Sutekichi en Su-e, neef en nicht; Getrouwd, doch ongelukkig. Haar vader laat haar een kuisheidsgordel dragen, daar gezegd wordt dat hun kinderen het uiterlijk van een hond zouden krijgen. Constant vernederd pakt Sutekichi een mes en vermoord Daisaku, het hoofd van het dorp. Een actie die hem vanaf dit moment niet meer met rust zal laten; ze vluchtten het dorp uit, om daarop continue gekweld te worden door de aanwezigheid van de geest van Daisaku. Met de dag verliest Sutekichi zijn geheugen en is genoodzaakt alles te voorzien van een naambordje. Langzaam lijkt hij te verdrinken in de tijd, en lijkt daar het gehele dorp in mee te nemen.
Terayama baseert dit verhaal op "One Hundred Years of Solitude" geschreven door de magisch realist Gabriel García Márquez, wiens werk ik verder niet ken. Origineel was dit ook enkel een theatervoorstelling van Terayama. Deze werd opvallend genoeg op vrij creatieve manier gepresenteerd: Het publiek werd omringt door vier aparte podia waar tegelijkertijd verschillende delen van het verhaal werden gespeeld. Hierdoor werd de kijker gedwongen zelf kiezen op welk onderdeel zich te focussen. Precies datzelfde gevoel lijkt ook in deze verfilming te zitten, daar we tegelijkertijd verschillende groepen en gebeurtenissen volgen; Een postbode brengt post van de ene wereld naar de andere door een groeiend gat in de grond, een oud mannetje dat klokken verzamelt om die in- en uit te graven, een seksgodin die in dromen gezien word, of een bizarre circusgroep die af en toe het beeld vult. Farewell lijkt een samenvatting van al Terayama's werk, en hij vult het dan ook met de meest uiteenlopende ideeën die hij nog te delen had.
Hoewel niet zijn beste film, wederom eentje vol prachtige momenten. Het ritueel uitgevoerd door tientallen mannen met fakkels onder maanlicht is echt indrukwekkend; Met twee Butoh dansers in het midden speelt hij zelfs even met gevoel voor perspectief dat doet denken aan het werk van Escher. Met een 360° draai veranderd hij kleur in een prachtige zwart-wit scène en komt nog één laatste maal met enkele bizarre muzikale intermezzo's. Voor liefhebbers van Terayama's werk zeker niet te missen, opnieuw zijn geliefde thema's als seksuele ontdekking en mislukking, symbolische spel met tijd, lilliputters, muziek, verpakt in één van de meest toegankelijke avant-garde stijlen die ik ken. Het blijft spijtig dat hij zo jong moest sterven, ben ervan overtuigd dat hij nog ontzettend veel te laten zien had.
4.0/5.0
Seizoku (1970)
Alternatieve titel: Sex Jack
Eerste echte teleurstelling van Wakamatsu. Wel jammer, want ik had hier op een of andere manier wel wat interessanters van verwacht. Vooral omdat deze geschreven is door Masao Adachi, sommige noemen hem "één van de meest controversiële personen in de Japanse cinema". Dat is nogal een statement, dus dan heb je mij al gauw. Waar of niet waar.
Wakamatsu's ideeën zijn wel sterk. Hij gebruikt film als wapen om de fouten van de hypocriete overheid in zijn tijd te tonen. Gekenmerkt door geweld, seks en veel mensen (jongeren) die in diezelfde tijd nogal wat antwoorden poogden te vinden. Datzelfde, en misschien wel vooral, bij zijn "Sex Jack". Met zijn actieve productiviteit (soms meer dan 10 films per jaar) was er aan tijd en budget altijd te kort. Maar zijn visuele stijl en experimenten vond ik tot nu toe wel interessant. Tot hier, want in Sex Jack is weinig te beleven. Alles is saai, bevat helemaal niets.
Na een grote demonstratie volgen we de aanstichters van deze gebeurtenis, een groepje revolutionairen. Stuk voor stuk compleet gefrustreerd, en vooral in hun seks leven. Een groep mannen en één vrouw, met wie zij om de beurt seks hebben. Of zij dat wilt of niet. De vrijheid die zij voor ogen hebben lijkt totaal niet te bestaan; Ze zitten vast in hun huisje, bang om opgepakt te worden. Frustraties worden naar elkaar geuit, zich niet bewust van enig verraad dat zich tussen hen afspeelt. Meer is het ook niet, zelfs Wakamatsu's gebruikelijke switch naar een kleurscène is geforceerd en saai.
Jammer, maar helaas.
2.0/5.0
Shamo (2007)
Alternatieve titel: 軍雞
Gave kennismaking met deze regisseur Cheang. Veel verhalen gehoord over Dog Bite Dog, toch eerst maar begonnen aan deze laatste film van hem, Shamo. Sowieso ken ik een voorliefde voor film met personages waar je nog met geen haar enige sympathie voor kan voelen; Ook niet vreemd als je beide ouders vermoord. Ik leek met Shamo in ieder geval een goede mee te krijgen.
Dat gebeurde ook. Een film die zich focust rond de obsessie van het vechten; Beginnen bij je eerste stoot en eindigen in een ring met duizenden toeschouwers. Opvallend sterk gefilmd zijn de eerste scènes in de gevangenis. Mooi kleurgebruik van blauw en geel. Cheang weet al snel de aandacht te vestigen op waar het om draait. De scènes in een vieze douche ruimte, zijn obsessieve oefeningen in zijn cel; constant omgeven door vier muren en compleet gefocust op het vechten.
Shawn Yue (vroeger model - snelle googlesearch doet interessante foto's brengen. Haha...damn!) doet het erg goed als de genadeloze - vooral bikkelharde - Ryo. Vreemd genoeg niet de vechtheld die je zou verwachten na jaren training in gevangenschap. Zijn botten buigen en breken maar hij staat op hoe vaak hij ook neergaat. De intensieve manier van filmen in deze gevechten is grandioos. Veel close-ups en vooral heel veel pijn. Coole montage bij enkele scènes waar hij compleet neergemaaid word maar waar geen tegenstander te zien is!
Vooral opvallend is ook de soundtrack. Heel gevarieerd maar altijd raak. Veel noise en distortion, misvormde voice-overs, repetitieve bass geluiden en verrassend veel percussie. Cool, telt toch mooi op bij mijn wenslijstje.
Deze film is zo ruw als een betonnen muur en deed mij af en toe wel degelijk pijnlijk kijken. Geen onverslaanbare held, wel eentje die meer incasseert dan uitdeelt. Intense ervaring die echt knap in elkaar zit. Het moment dat Ryo de ring betreed, zijn capuchon afdoet en zijn tegenstander met een bizarre evil smile aan kijkt doet mij glimlachen en genieten. Een film die eigenlijk niet zoveel te vertellen heeft, maar gewoon veel wilt laten zien en dat ook zonder aarzeling doet. Aarzelen is pijn lijden, dat is waarschijnlijk het enige dat je hier zal leren. Tof werk deze Shamo, weet sterk te starten en eigenlijk nog sterker te eindigen.
4.0/5.0
Shiki-Jitsu (2000)
Alternatieve titel: Ritual
Neon Genesis Evangelion is waarschijnlijk een van de meest bekeken Japanse animatieproducties, met ongekende populariteit in en buiten Japan. Liefhebbers noemen vooral de aandacht en ontwikkelingen die de personages krijgen als een belangrijk punt in het succes van deze titel. Hideaki Anno was voor mij dan ook enkel nog een naam in de animatiewereld, maar met zijn behaalde successen is het opzich niet heel vreemd dat zijn overstap naar live-action film altijd dichtbij leek.
Shiki-Jitsu is mijn eerste kennismaking met die stap - en hij fascineert mij zoals dat maar weinigen kunnen. Mooie cinema zie je tegenwoordig daar en hier, overal en altijd - maar zulke eerlijke, simpele, prachtige cinema als Anno hier maakt is uniek. Met zijn ervaring in de drukke, stressvolle, wereld van Japanse animatie, zou hij het maar makkelijk krijgen in deze film; Zo voelt dat ook, want Shiki-Jitsu is voor mij film in zijn simpelste vorm. Geen begin noch einde; wij volgen enkel een man en vrouw, de een zoekende naar fantasie in de realiteit, de ander op zoek naar realiteit in zijn werk: Anno’s liefde voor boeiende personages gaat verder…
Anno toont ons fabrieken en schoorstenen aan de horizon, afstandelijk - niet het meest kleurvol - maar intrigerend. Kleur ontstaat als de camera treinrails volgt en daarop een in rood gekleed meisje ligt. Met haar boek en paraplu ligt zij hier, haar eigen plekje, geen mens die haar stoort. Maar het is nu dat een man haar aanspreekt en gefascineerd raakt door haar vrolijke kleding, haar gekleurde haren, haar rode paraplu en haar expressievreemde gezicht. Morgen is ze jarig.
Anno presenteert een modern sprookje, "Het rood geklede meisje bij het spoor". Een sprookje met gebruikelijke surrealistische elementen, een doolhof vol 'geheime kamers', maar vooral een sprookje dat simpel is in alles wat het doet. Fujitani, ook schrijver van het origineel, speelt vol overgave haar rol; haar eigen gecreëerde personage. Best een apart gevoel denk ik als je een personage eerst letter voor letter laat leven - en haar nu laat spreken met elk woord dat je zegt, laat lachen met elke gedachte naar haar verjaardag. Iwai speelt even indrukwekkend, maar in groot contrast met Fujitani. Zo uitbundig als zij is, zo kalm is hij. Ze fascineert hem, hij bewondert haar, registreert haar, helpt haar, blijft bij haar omdat ze niemand heeft.
Wanneer ze 's nachts zegt "Je bent enkel bij me voor je werk, je filmt me omdat het moet, je verlaat me als je klaar bent", weet hij niet wat te denken of zeggen - vraagt zich af of hij haar wel kan helpen. Meer laat Anno ook niet zien, meer is Shiki-Jitsu ook niet; Twee personages die vaak de enigen in Japan lijken te zijn. Wanneer de man telefoneert, of een enkele keer contact heeft met collega of vriend, voelt dit bijna als een pijnlijk steek; Als een schuldgevoel tegenover alles wat het meisje niet heeft. Het moment dat hij haar dan uiteindelijk voor het eerst vasthoudt, ze op zijn rug zit en samen op de bank liggen zijn prachtig.
Met Anno zijn geschiedenis heeft hij een goed oog ontwikkelt voor compositie, kleur en stijl. Hij kan zijn handen ook niet geheel stilhouden en gebruikt af en toe wat korte animatie. Echt indrukwekkend is echter het appartementencomplex waar het meisje woont. Een eigen gecreëerde wereld met diverse kamers welke elk een eigen gevoel herbergt. Net als haar uiterlijk veranderd de kamer waarin ze zich bevind. Ze leeft elke dag in morgen en gister, elke dag draagt ze een ander kleurvol kostuum en een ander kapsel, maar wat de man ziet is één lange dag vol herhaaldelijke rituelen; Elke dag het dak op, elke dag lezen aan het spoor, luisteren naar het antwoordapparaat en met auto’s spelen.
Anno zijn oog voor stijl resulteert in het gebruik van veel totaal shots. De vele momenten dat we wel dicht op een persoon of object zitten is door de lens van de camera van de man. Wanneer Anno speciaal een close-up maakt voelt dit vreemd, maar kunstig. Het moment dat het meisje in de regen op een trap staat, gekleed in kleur, is zij omringt door een stad die niet voor haar bestaat, een stad zonder leven, vorm of kleur. Andere indrukwekkende scènes zijn de velen op het dak; "When I come back I'm ok, when I jump off I'm not ok" - het terugtrekken in de badkuip in haar kelder, de rode paspoppen kamer, het liggen op de straat en het plaatsen van steentjes op het spoor.
De hele film zien we hoe twee personen elkaar nodig hebben. Langzaam groeien ze naar elkaar toe en zijn beide bang elkaar kwijt te raken. De laatste 20 min. doen - zoals hierboven gezegd - helaas af in perfectie, maar verlaagt niet in de hoeveelheid pracht en genot van het gehele verhaal. Shiki-Jitsu is simpel in zijn stijl, maar complex in de gehele karakterstudie. Shiki-Jitsu gaat over de vertelling van een verhaal, niet over het einde, niet over het begin, maar enkel over twee personen die elkaar nodig hebben, elkaar helpen in wat ze zoeken.
Wat mij betreft een van de mooiste films die ik zag. Hideaki Anno is mijn vriend.
(Al zie ik zijn Cutie Honey nog niet zo zitten, hehe).
5.0/5.0
Shissô (2005)
Alternatieve titel: Dead Run
Overdonderd en verrast was ik bij het einde van Sabu's Monday, onder de indruk was ik van de climax in Postman Blues en ik kon enkel lachen na het kijken van zijn Drive. Maar ik weet niet precies wat ik moest denken of doen na het kijken van Dead Run; zeker een film die opvalt in zijn oeuvre, niet per se in climax - maar vooral in zijn themakeuze en vertelwijze. Wat het ook moge zijn, met Dead Run heeft hij opnieuw een film om te koesteren, zo herhaal ik Danuz van boven dit bericht graag.
Opening van de film is werkelijk prachtig en supersfeervol; een dwalend shot van lucht en landschap gevolgd door een shot van twee broertjes onder de schaduw van een boom. Sabu registreert een prachtig Japans platteland, - doet dit mooier dan ik eerder van hem zag. Beeldschone composities met groengetinte kleuren. Het is pas wanneer grote vrachtwagens arriveren in het rustige gebied dat de rivaliteit tussen de "Shore" en "Offshore" gebieden ontstaan. Achter deze vrachtwagens gaat het geld schuil van Yakuza en dit vormt de bron van het uiteenvallen van een gemeenschap. Wij volgen de relatie die ontstaat tussen een priester die zijn grond niet verlaten wil, Shuji en zijn broer en als laatste Eri, een weesmeisje welke zich isoleert in de kerk.
Sabu neemt een stap afstand van zijn gebruikelijke vertelmanier; eerder gehuld in maffe hilariteit en onverwachte sfeerwisselingen - nu een tragisch liefdesverhaal, - maar toch ook hier verteld op meesterlijke wijze. Wanneer de groene kleuren van een vredig landschap ingeruild worden voor een donkere setting in gevaarlijke situaties en brandende huizen brengt Shuji zich in meer problemen met elke stap die hij zet. Opnieuw is het het achtervolgen of rennen van of naar een doel een manier van zoeken naar mogelijkheden en antwoorden - Zo ook eerder al het fietsen in Postman Blues, of de eindeloze marathon in Dangan Runner.
Interessant nu is echter dat verhalen van Sabu's personages voorheen enkel een korte tijd besloegen - maar in Dead Run het gehele leven van Shuji beslaat. Sabu kan het ook niet laten om na een relatief rustig eerste uur een onverwachte twist te presenteren. Situaties worden duister en zijn niet geheel te doorgronden - keuzes van personages zijn merkwaardig en onnatuurlijk, maar intrigerend. Tegelijkertijd is dit visueel veel aangenamer dan zijn vorige werk - scènes tijdens het vele hardlopen zijn meer dan te genieten en filmt in zijn kadrering vooral veel lucht. Even mooi is de soundtrack, met veel simpele pianoklanken.
Met Terajima die in het eerste half uur zijn rol neer zet word ik toch steeds benieuwder naar Sabu's Blessing Bell. Hoe klein zijn toevoeging ook is, zijn verschijning is altijd even sterk. Mooi is ook de rol van Toyokawa als priester; Mysterieuze vertolking maar vooral een mooie stem, daar hij in de film veel als voice-over spreekt. Datzelfde geld ook voor Tegoshi die de rol van Shuji speelt - hij raakt gefascineerd door verhalen van de Bijbel en put inspiratie uit het personage van Eri. De keuzes die Sabu hem laat maken zijn zo vreemd dat het moeilijk is enige affectie met hem te verkrijgen - maar tegelijkertijd brengt Sabu dit zo dat dit eigenlijk ook niet relevant is op het verhaal.
Sabu presenteert hier vooral weer een prachtig verhaal - hij speelt op het gevoel van zijn toeschouwers die niet anders kunnen dan kijken naar wat gebeurd. Daarom opzich een typisch product voor hem - maar uiteindelijk echt een film die nergens leent in stijlkenmerken van zijn vorige films. Daarom zeg ik ook bij Dead Run, wederom een aanrader - en het is mij compleet vreemd waarom Sabu nog altijd in de schaduw van anderen loopt; Daar lijkt hij veel te goed voor - maar wellicht dat ik daarom extra goed van zijn werk genieten kan.
Ik heb in ieder geval de credits weer uitgezeten en dat zegt wat mij betreft genoeg.
4.5/5.0
Sho o Suteyo Machi e Deyou (1971)
Alternatieve titel: Throw Away Your Books, Rally in the Streets
Throw Away Your Books, Rally In The Streets. De titel zegt niets te weinig. Anti-cinema zoals ik dat eigenlijk alleen nog maar bij Takashi Miike ben tegengekomen. Tenminste, wel in een dergelijke kwaliteit zoals ik dat zowel bij Miike's Visitor Q als in Terayama's Throw Away zag. Na zijn controversiële film Emperor Tomato Ketchup gaat hij door in eenzelfde tempo; hoewel niet even onwerkelijk als die eerste titel, ook niet minder bizar. De jaren '60/'70 staan geschreven als een opstandige periode als het gaat om muziek en kunst en dat is precies waar Terayama in meegaat met zijn anti-cinema. Hij komt met een ongelooflijk visueel feest dat zowel onwerkelijk als indrukwekkend is. Ik ben in elk geval een liefhebber.
Zonder plot, zonder enige houvast aan tijd of personages, zonder begin of eind creëert Terayama een uniek project. Zijn avant-garde stijl is niet overdreven serieus, maar los, creatief en altijd genietbaar. Throw Away is vooral daarom niet de ramp die het gemakkelijk had kunnen worden. "Wij kunnen enkel toekijken naar wat hij wilt laten zien", zo laat hij ons horen door een spreker in onderbelichte ruimte in de opening van de film. Dit is ook meteen de enige persoon aan wie wij ons vast kunnen houden tijdens deze trip; zijn oma is een dief, zijn vader een oorlogsmisdadiger en leugenaar en zijn zus een mannen hatende prostituee met een obsessie voor konijnen, zo verteld hij. Zijn familie is één mislukking maar hij doet er alles aan om dat te negeren.
Terwijl hij probeert een en ander te bereiken in het leven, lijkt er niemand enige interesse te tonen in wat hij denkt of wil. Hij wordt gestuurd van hier naar daar zonder dat hij er wat aan lijkt te kunnen doen. Hij laat zich leiden door zijn voetbalmaatjes, zijn geobsedeerde zus en zijn fantasievolle oma. Zonder naam en zonder hulp trotseert hij de maatschappij waarin hij leeft; langzaam overwint hij schaamte en ontpopt tot een woedend figuur dat uitschreeuwt wat hem bezig houdt. Terayama speelt met alle mogelijkheden die film hem geeft en laat werkelijk niets onbewogen. De transformatie die de zoon van de familie doormaakt wordt verpakt in een bevreemde visuele stijl vol kleur, surrealisme en muziek.
Een groepsverkrachting wisselt hij met het grootste gemak af met een maf gevecht op het strand ondersteund door een ultrasuf liefdesliedje. Indrukwekkende hoog contrast zwart-wit scènes op het Japanse platteland zijn prachtig en kunstig gemaakt. Terayama's werk als fotograaf kent geen geheimen en gebruikt dit dan ook graag in zijn werk; hij is veel liever bezig met het gebruiken (misbruiken) van film als medium dan dat hij zich constant druk maakt om een streng georganiseerd script. Hij provoceert de kijker en maakt film waarin wij bijna zouden kunnen terug praten; de manier waarop hij monologen op de kijker afvuurt zijn ongekend en geniaal; Een nietszeggende monoloog van een stotteraar is visueel té cool en bijzonder sterk geacteerd.
Langzaam volgen we de jongen naar rebellie en avontuur; De scène waarin hij voor het eerst samen is met een prostituee is werkelijk geniaal; langzaam onthullend, volledig naakt - toch weinig te zien. Een chantende monnik, lang uitgesponnen bewegingen, kleurrijke kamer resulteert in een wirwar van beelden en muziek. Een bezoek aan travestiet in bad, de terugkerende droom te kunnen vliegen, leren eten met mes en vork, protest op straat: Terayama verbindt alles door surrealistische montages, muzikale intermezzo's en totaal nietszeggende clips van alles en niets.
Het is moeilijk voor te stellen waartoe hij in staat zou zijn geweest als hij jaren later geboren zou worden; zijn ideeën zijn sterk en uitvoering op momenten ongekend goed. Vaak ook simpel, goedkoop en saai; maar doen nooit af en creativiteit. Terayama stopt de film op eenzelfde manier als hij deze begon, is bijna in staat ons als kijker belachelijk te maken. Maar doet dat door middel van zijn doorgeefluik veel liever richting zichzelf. Als filmmaker leeft hij in een leugen, en is daar blij om ook. Throw Away is film vol lol, vol woede - en niets minder dan moderne film dat alles gebruikt wat film kan zijn. Bizarre situaties, bevreemdende personages, hypnotiserende muziek, prachtig mooie beelden, talentvolle fotografie en een toepasselijke creditroll; geen woorden maar enkel de hoofden van cast en crew.
4.5/5.0
Slumdog Millionaire (2008)
Even serieus gasten, die spelshow zag er écht niet anders uit dan wat je bij Robert van den Brink ziet. Sfeervol? Mooi licht en kleur? Het waren shots van twee mannen in een stoel! Wat jullie doen is lekkermakerij omdat je zo genoten heb van die film. Dan wil je vaak alles mooi vinden - dat is niet erg hoor, betrap ik mijzelf ook vaak op. (Wil je verder niks opdringen hoor, mag misschien zo klinken
.)
Ik was in ieder geval groots teleurgestelt in deze film. Wat klonk als zo'n interessant plot, komt er weer uit als een hoop gezeur wat er toch af en toe wel heel mooi uit ziet. Zo'n luchtshot van een krottenwijk, of het rennen van de kinderen door drukke straatjes en steegjes is echt prachtig. Houten toilethuisjes tegen oranje lucht was ook echt indrukwekkend. Maar dan?
Een jongen krijgt een kans, grijpt die mogelijkheid, en wint. Van krottenbewoner tot miljonair, van vuilniswijk naar miljoenenstad. Van onschuldige broerliefde tot gemeende haat. Een kinderhandelaar, eindeloze jeugdliefde en meer. Zoveel inhoud. Te veel inhoud. Dat de film constant speelt op toevalligheden kan ik nog accepteren, maar dat elke vraag en antwoord valt in een stereotype beeld van India vind ik dan weer jammer.
Voelde wat mij betreft hélemaal niet los geschoten met veel vrij gevoel. Zoals bijv. die scenes op de trein volgens mij wel bedoeld zijn. Op de vlucht van een kinderhandelaar, jippie - met als achtergrondmuziek fucking "Paper Planes" dat mij doet denken aan mijn fucking kantoorbaan terwijl ik de hele dag pistoolschoten bij de Coen en Sandershow moet horen. Dat was echt fout.
Slechts in een paar scenes indrukwekkend. Jammer genoeg niet door verhaal, waar ik vooral op hoopte. Kinderacteurs waren fijn om te zien, ook de agent was aardig op dreef; cinematografisch vaak te genieten, maar ook niet het "indrukwekkende" waar ik op hoopte.
2.0/5.0
Soom (2007)
Alternatieve titel: Breath
Inderdaad, Ki-Duk is iemand die zijn succes en liefde in een bepaalde filmformule gevonden heeft en doet niets liever dan deze ten allen tijde te volgen in alles wat hij maakt. Daar kan ik enkel groot respect voor hebben, want waarom zou je iets anders gaan proberen als hier nog altijd (zeer) van te genieten is. In Soom komen dan ook al zijn gebruikelijke onderwerpen aan bod; Altijd even subtiel en mysterieus, maar zijn thema’s zijn overtuigend direct en constant overduidelijk.
Opzich ben ik niet heel bekend met Koreaanse cinema, maar Ki-Duk is al lang een man die ik heel graag volg. Ki-Duk gaat door met zijn typische probleemvolle personages van weinig woorden en zet deze in zijn eigen minimale, surrealistisch visuele wereld. Wij maken kennis met moeder, vader en dochter; Een familie welke onplezierig uit elkaar gegroeid is en waar mama Yeon geen woord meer spreekt in huis. Zij focust zich op haar sculpturen en lijkt pas in staat te zijn het leven op te pakken als zij de ter dood veroordeelde Jin ontmoet.
Ki-Duk vind het niet snel nodig keuzes te verantwoorden en doet er al helemaal niet aan voorgelegde situaties uit te leggen. Hij speelt in op zijn publiek en betekenissen van zijn symbolische manier van filmmaken is dan ook voor ieder anders. In Soom introduceert hij een plek waar kleur afwezig is; Een koude omgeving met grijze en witte kleuren. Het huis van het gezin is immens en indrukwekkend, maar compleet symmetrisch, kil en koud (doet denken aan het huis in Bin-Jip).
Zo levenloos als Yeon thuis is, zo kleurvol en levendig is zij in haar ontmoetingen met Jin. De kleine spreekkamer in de gevangenis tovert zij om tot vier seizoenen, vol kleur en liefde. Ji-a Park die Yeon speelt doet dit grandioos en uitbundig met twee uitersten; spreekt geen woord in haar huis, maar zingt vol overgave tussen vier met kleur behangen muren. Chen Chang die Jin speelt spreekt geen woord in zijn rol. Hij communiceert met zijn zijn ogen, en het moment dat hij subtiel glimlacht als Yeon voor hem zingt is echt prachtig.
Het is fascinerend hoe Ki-Duk zoveel emoties in zijn film stopt, maar waar het altijd moeilijk is enige connectie te krijgen met zijn personages. Ook Soom voelt daarom heel artificial (kunstmatig?) in zijn personages en hun situaties. Voorbeeld is de reden waarom Jin een ter dood veroordeelde is. Zijn afschuwelijke daden komen enkel in een flits voorbij, verder kennen we hem enkel van zijn subtiele glimlach.
En zijn vele zelfmoordpogingen. De bijna maffe hints naar de zwarte humor van Ki-Duk in Soom zijn best hilarisch; Ki-Duk die achter de schermen meekijkt, de mysterieuze, vreemde, relatie tussen de gevangenen, etc. Bewijst dat hij een ernstig thema als dit echt tussen z’n vingers heeft en er mee kan doen wat hij wil.
Soom zit vol pijnlijke personages en voelt aan als een verhaal dat al jaren in het hoofd van Ki-Duk rondspookte. Daarom laat hij ons stukjes zien, maar geeft weinig om het geheel. Yeon is een perfect figuur om te volgen en Ki-Duk weet hoe met haar om te gaan. Zij focust zich op haal sculpturen, maar het resultaat dat uit de oven komt heeft niemand in de hand; Wanneer zij zich focust op alles binnen de vier muren in de gevangenis heeft zij werkelijk alles onder volledige controle.
Ki-Duk levert opnieuw een prachtig stuk cinema af, waar problemen zich enkel opstapelen, je niet meer kan ademen. Nergens melodramatisch, altijd prachtig.
4.0/5.0
Soul of the Mongolian Horseman, The (2008)
Alternatieve titel: Living Cultures: The Soul of the Mongolian Horseman
Deze draait momenteel op diverse festivals, in Frankrijk, Amerika, maar ook in Mongolië. Ben benieuwd naar resultaten - kan het niet slecht doen neem ik aan.
UNESCO benoemde in 2003 de traditionele muziek van de Morin Khuur (Horse-head Fiddle, zie poster) als "Masterpiece of the Oral and Intangible Heritage of Humanity". 2 jaar later werd ook de Mongoolse zangvorm "Urtyn Duu" benoemd onder deze titel. Dit zijn twee goede stappen voor behoudt van traditionele volksmuziek in Mongolië. Onder datzelfde idee werd het idee geopperd om omtrend dit feit een document te filmen waarin dit behoudt in beelden werd vertaald.
Benoit kreeg die taak van ZED en volgde gedurende een aantal maanden het leerproces van vier jonge stadskinderen in het bespelen van deze tweesnarige "Paardenkopviool", wat eerder omschreven kan worden als de voorloper van de Westerse Cello. Deze vier kinderen wonen in West-Mongolië, een provincie genaamd Uvs en reizen af naar de steppen om daar Umba te ontmoeten, een gerespecteerd Morin Khuur artiest.
Ondanks een klein budget weet Benoit met zijn materiaal prachtige plaatjes te schieten. ZED volgt een strakke lijn als het gaat om hoge kwaliteit beelden, en doen hun naam graag noemen in dezelfde zin noemen met "High Definition". Deze film speelt zich af in West-Mongolië, en niet in de zachste periode maar in midden winter met heftig lage temperaturen. Temperaturen waarin pasgeboren dieren nog in de vilten tent slapen omdat zij anders doodvriezen. Dit voegt echter enkel maar toe aan de pracht en een scene waarin twee kinderen in de weide witte vlakten om de beurt een pas geoefend melodie spelen is even aandoenlijk als mooi.
Tegelijkertijd volgen we een instrumentenmaker die vier instrumenten zal maken voor het optreden dat de kinderen in een paar maanden zullen opvoeren. In tegenstelling tot de gemoderniseerde Morin Khuur maakt deze man zijn instrumenten geheel traditioneel, met snaren van paardenhaar en hout dat hij zorgvuldig zoekt.
De Morin Khuur is een instrument van de natuur - en het geluid dat het verbergt niet anders. Niet alleen worden er helende krachten aan verbonden (Zie ook Davaa's film Story of the Weeping Camel), maar een geoefend speler kan vele natuurgeluiden imiteren. De manier waarop Benoit een scene vastlegd waarin Umba en de kinderen het bos in gaan om te luisteren naar geluiden en te dansen op de muziek van de instrument is geweldig.
Benoit eindigt dit verhaal met het optreden van een groep kinderen in een theater van provincie Uvs. Dit optreden word verzorgd door kinderen, maar ook grotendeels gespeeld voor kinderen. Dit is een prachtig document, indrukwekkende beelden, mensen, muziek, dans, natuur. Ik denk dat elke muziekliefhebber dit wel kan waarderen, dit is muziek in zijn puurste vorm.
4.5/5.0
State of Dogs (1998)
Alternatieve titel: Nohoi Oron
Het eerste deel uit de "Mongolië trilogie" van Peter Brosens. Jaren naar uitgekeken, zoveel goeds over gehoord, zoveel goeds over gelezen; en wat heeft het mij tóch nog positief weten te verbazen! Nooit heb ik met volledige overtuiging "één favoriete film" kunnen noemen, maar ik denk dat ik er nu toch echt één gevonden heb. Want deze mag voorlopig op nr. 1 staan bij mij.
Nohoi Oron is een samensmelting van eigenaardigheden; Poëzie, documentaire, dierenverhalen, mythes, en pure non-fictie. Nohoi Oron heeft een verhaal te vertellen, gebruikt alles wat daar voor nodig is, maar betrapt zichzelf er constant op af te dwalen, om daarop wél meteen te corrigeren; Dit blijkt een heel interessante werkformule, gebaseerd op improvisatie. We zien fragmenten, zwevende beelden, als een droom. Puzzelstukjes die nooit aan elkaar passen, maar wél bij elkaar horen.
Het verhaal start bij Baasar, een zwerfhond. De zwerfhond. Álle zwerfhonden, misschien wel. Baasar wordt al gauw opgejaagd en doodgeschoten. Vanaf hier volgen wij zijn geest, dwalend door de stad waarvan hij hield. Als je dit anders zou verwoorden zou één kunnen denken aan een lieflijk verhaal. Maar dat is niet wat Nohoi Oron wil zijn.
Wij ontmoeten een naamloze hondenjager - Mensen vervloeken hem, kijken hem niet aan. Zwerfhonden zijn een groot probleem. Mensen gaan ze uit de weg om bang te zijn voor ziektes, maar dood maken doen ze ze niet; zij geloven dat een dode hond uiteindelijk herboren wordt als mens. We zien authentiek beeldmateriaal van deze man; Eenzaam als hij is, drinkt zijn koffie als hij op staat. Rookt een sigaret, laadt zijn geweer. Stapt in zijn auto, schiet wat honden dood. Laadt hen in zijn auto, en dumpt ze op de vuilnisbelt. Dit is géén lieflijk verhaal.
Maar ook alles behalve een dramatisch biografische vertelling over het leven van een eenzame hondenjager, of een kijk op de groeiende zwerfhondenpopulatie in de Mongoolse hoofdstad, Ulaanbaatar (toen tot wel 150.000!). Het is een verhaal van (beeld)poëzie, gezien door de ogen van een doodgeschoten hond; Als een droom volgt hij nog éénmaal de stad van zijn herinneringen, de mensen waar hij mee leefde. Tot zijn lichaam totaal vergaan is kan hij nog even gaan en staan waar hij wilt.
Peter Brosens en cameraman Turmunkh lieten niets over aan een strak gepland script, of een streng draaiboek; Hun werkwijze liet vooral veel over aan improvisatie en geluk. Veel geschoten beelden leken in eerste instantie weinig betekenisvol, en kregen die betekenis dan ook pas in de post-productie. Ik houdt wel van dat simpele, onafgewerkte - maar wél constant met ongekende schoonheid, gezien door nieuwsgierige ogen die ons tegelijkertijd een verhaal vertellen, als ons ook harde feiten laat zien.
Deze film zit vol prachtige momenten. Beelden van kale steppen, bevroren meren, eenzame huisjes. Maar ook veel lelijke Soviet-achtige flatgebouwen, roestende fabrieken, rottende hondenlichamen en hard werkende mensen. Sommige scènes zijn net geposeerde foto’s; een motor dat langs drie boompjes in de wijde vlakte rijdt, een verlaten winters speelpark, een contortionist tegen de horizon - Een muzikant met op de achtergrond een worstelwedstrijd of een simpel woordenloos ontbijt aan tafel. Statisch opgezette beelden, als een foto, maar daarom zo mooi.
Een fascinerend document, prachtige beelden, interessante teksten. Een studie van mens en cultuur gezien door beeld en poëzie, documentaire en film, op een manier zoals ik dat nooit eerder zag. Ik vind dit moedige cinema en hoop dat ik ooit meer van dit mag zien.
5 uit 5. 100%. Een 10. Een A+. Een meesterwerk.
Su-ki-da (2005)
Alternatieve titel: 好きだ
Een mysterie. Het plot kwam al bekend voor; ook de poster deed vreemde bekendheid geven. Had ik deze film nu gezien of niet? Ik wist het echt niet meer. Ik kreeg de DVD in ieder geval door de pakketservice, en al bij de eerste scènes dacht ik; ja deze heb ik inderdaad al eerder gezien. Vreemd! 2 jaar geleden al, zo bleek.
En sinds die scène kwam ineens alles langzaam weer terug in mijn hoofd. Zo blijkt maar weer, wij zijn in staat iets te vergeten; maar herinneren kunnen we altijd. Dat is best interessant want met dat gegeven lijkt ook Ishikawa constant te willen spelen. Dit is één van de meest complexe films die ik heb gezien. Zo’n simpel verhaal, zulke onschuldige personages. Simpele beeldkeuzes, zulke onschuldige cinematografie. Simpele muziek en zulke onschuldige melodieën.
Maar hoe simpel ook, Ishikawa weet zijn vak te verstaan en maakt indruk door het gebruik van zijn talent. Want indruk maken doet hij. Zijn shots van de blauwe hemel zijn prachtig in hun uitstraling van vrijheid. Kadreringen van personages omgeven door de blauwe, wolkenloze, lucht geven het gevoel van eindeloze mogelijkheden. Maar ook daar speelt hij mee. Want de twee mensen hebben maar oog voor één ding. Datgeen wat voor hen staat, maar ongrijpbaar is.
Ishikawa's montagetechniek is even simpel als zijn gebruikte symbolisme; Maar wat bewijst dit van veel kennis van zaken. Een conversatie wordt afgewisseld met close-ups van objecten in de ruimte - een shot van een brug doet bedenkelijk aan, een shot van een waterdruppel op een fles moeilijk. Het repetitief spelen van een akoestisch gitaar deuntje is prachtig, niet door het aanslaan van de snaren maar het bijstaan van omgevingsgeluiden - water, wind of vogels.
Dit is de eerste film waar ik een scène lang tegen iemand zijn rug heb gekeken zonder dat dit enige vraagtekens opriep. Zijn keuze voor het moment, zijn regie over personages zijn van ongekende kwaliteit. Wanneer de strak blauwe lucht ineens ingewisseld word door een shot van bewolkte grijze wolkenpartij voel je wat wellicht komen kan. Het is niet de techniek die hij gebruikt om te doen verbazen, maar het detail dat hij weet te creëren door zijn creatitiveit die hij gebruikt. Kadrering is constant simpel, maar de manier waarop hij zijn personages volgt, close-ups van hun gezicht vastlegt en hun complexe relatie zo simpel weet vorm te geven is perfect.
Om met zo weinig zo'n complexiteit te creëren verdien je wat mij betreft enkel lof. Nooit eerder zag ik zo'n simpel verhaal, zo'n simpel gegeven, zulke simpele cinematografie zo gelikt uitgevoerd. Nu dus twee keer gezien. Eenmaal vergeten. Eenmaal herinnerd, maar uit mijn hoofd ontsnappen zal hij niet meer.
4.5/5.0
Suchîmubôi (2004)
Alternatieve titel: Steamboy
Vandaag herzien, en opnieuw genoten. De laatste keer was alweer 3 jaren geleden. Steampunk, een genre wat je moet interesseren wil je er echt van kunnen genieten. Stoomboten, stoomtreinen, stoomvliegtuigen, stoomtanks, stoomrobots, en wat al niet.
Uiteraard niet enkel stoom, steampunk is een unieke wereld veelal gebaseerd op de industriele revolutie, waar uitvinders in een complete chaos gestord werden. Een tijd waar meer doden vielen door [maffe] uitvindingen dan waar ook. Leuke intro van Steamboy waar we zien hoe gevaarlijk deze stoommachines in de nieuwe arbeid konden zijn. Deze enigzins realistische intro werd echter vervolgd door Science-Fiction uit de 19e eeuw.
Voor mij kent steampunk zijn charme doordat realisme gecombineerd word met science-fiction gebaseerd op historie. Otomo laat zowel op vakkundig regie gebied zien dat hij weet wat dit genre inhoud, danwel op talentvol gebied laat zien dat hij een heuze wereld creeërt vol stoomgeweld en maffe uitvindingen.
Geweldig mooie gedetaileeerde schilderijen als achtergronden. Veel lof naar de voertuig- en machine concept tekenaars die realisme combineren met fantasievolle creaties. Zelfs personages zijn niet uit een duim gezogen; kleding, accesoires, zelfs gezichtsbeharing kloppen met de tijd. 
Heerlijke film, waar zowel oude en nieuwe technieken gebruikt zijn om een briljant stukje animatie neer te zetten.
p.s.: Kennen jullie, naast 'Memories en 'Steamboy', nog andere voorbeelden van steampunk, want het heeft duidelijk zijn charmes.
Qua film weet ik zo even niets? Maar series als Full Metal Alchemist [geen favoriet van mij], en Last Exile [grote favoriet] zijn voorbeelden van anime die het steampunk genre gebruiken.
Sun Faa Sau Si (1998)
Alternatieve titel: Bio Zombie
Na SPL en Flash Point van Yip was ik toch wel benieuwd naar wat eerder werk van de man. Bio Zombie is dat, en overduidelijk in een heel ander straatje gelegen als die twee titels.
Tja, gewoon lachen dit filmpje. Te stom voor woorden af en toe, maar daarom niet minder hilarisch. Best wel droge en vaak foute humor, gelukkig kan ik met Yip meelachen. Blijft geweldig om te zien hoeveel lol elke acteur in deze film heeft - soms lijken ze zelfs iets te veel te genieten van hun screentime - maar ook dat mag de pret niet drukken. Vooral dikke pret om de ontzettend lijpe expressies die sommige tevoorschijn weten te toveren. De poster geeft daar al een aardige indruk over.
Blijft over het algemeen een beetje op het niveau "Kut, een zombie. Oh, ik val. Shit, gebeten". Maar het duo dat Lee en Chan vormen is erg hilarisch. Vooral Chan weet de meest idote lines uit z'n mouw te schudden. Grappig ook die bizarre vertalingen af en toe ("You want my wife to eat your noodle?!"). Verder een hoop zombies die fijn hun baantje behouden, met onder andere een verliefde noodle-kok die gewoon vingers aan z'n zombie klanten serveert.
Hoogstaand is het allemaal niet. Speelt zich geheel af in een vliegveld-achtig tax-free winkelstraatje wat zich leuk leent voor een zombie filmpje als deze. Meest interessante scène is ongetwijfeld de optische illusie van een split-screen ondervragingsscène. (Misschien een spoiler dat plaatje, wel leuk om te zien hoe dat gedaan is).
Leuk om te zien dit - draait uiteindelijk maar om één ding uiteraard en dat zijn zombies. Wanneer Chan besloten heeft om tot actie over te gaan - "Get any weapon" - gaat de lol vrolijk verder. Dit keer inclusief "Reload", "No battery" en "Key needed" -icoontjes in het scherm, als ze niet beschikken over bepaalde items; net als de zombie arcade-shooter die ze eerder in de film speelden.
3.5/5.0
Survive Style 5+ (2004)
Ja met de hele waslijst aan positieve reacties voor mij heb ik weinig te zeggen. Toch moet ik kwijt; wat een geweldige film, ongelooflijk!
Ik heb het nooit echt met het komedie-genre, al zie ik vooral de laatste twee jaar weer wat voor een eindeloze bron van geweldige ideeën, inspiratie en humor uit Japan ontsnapt, wat een mensen daar.
Leuke verhaaltjes die helemaal niets met elkaar te maken hebben; geweldig hoe deze langzaam bij elkaar komen; briljant einde, een beetje een licht 'absurde' happy end. Erg gelachen, fascinerende film, zowel in audio- en video-editing als genoemde decors, licht en kleur, als plot, personages en acteurs.
Ik bleef even hangen op 4,5 - maar stapte die lijn toch voorbij, en geef Survive Style 5+ dan ook gewoon maar 5 sterren, wat een feest.
