• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.873 films
  • 12.196 series
  • 33.962 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.941 gebruikers
  • 9.369.485 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten -fal als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ai no Mukidashi (2008)

Alternatieve titel: Love Exposure

Heerlijke film van Sono die veel thema's uit eerder werk speels verwerkt in een genremix waarin plaats is voor familie-, jeugd- en relatiedrama, melodrama, comedy, parodie, horror, actie, thriller en waarin hij en passant ook verwijzingen maakt naar Japanse cinema.

Het resultaat voelt opmerkelijk homogeen aan, ondanks de potpourri aan thema's die voorbijvliegt: incest, girlpower, manweakness, slipjes, castratie, verwachtingen ouders, christelijke moraal, sekte, rouw, zonde, lust, geweld, leedverwerking, bukkake, lady scorpion, hentai, opgroeien, de enige echte concurrent van Kurt Cobain, erecties...oh, en de liefde; Just to name a few. Het geheel voelt erg fris aan en, toch wel opmerkelijk, precies zo liet de film me na vier uur ook weer los: fit.

Sono varieert vrolijk op bekende zaken en geeft ze een nieuwe vorm, niet zelden over the top en toch voelt het geheel natuurlijk aan. Digitaal geschoten met vaak weinig bewegingen van de camera en des te meer cuts per scene, zonder dat dat vermoeiend wordt. Ziet er met name in het begin wat lelijk uit, maar dat komt al vlug goed. Scene aan het strand vond ik een hoogtepunt.

De soundtrack is effectief, maar bestaat uit een wat minder extreme mix van o.a. Beethoven (S7), Ravel (Bolero) en J-Pop. (Dvd-screener gezien die van goed kwaliteit was, alleen schijnt de soundtrack niet de definitieve te zijn. Sommige stukken waren mono en er zijn wat links/rechts verwisselingen.)

.

Epische speelduur, epische inhoud? Nope, gewoon vier uur lang knotsgek plezier. Ik neig naar 4,5*, een bonus voor het feit dat de film me met een kwartier pauze de nagenoeg volle speelduur geboeid en betrokken heeft laten kijken, maar dat bewaar ik als mogelijkheid voor een eventuele herziening waar ik nu al bijna zin in heb. Laat die dvd maar komen. Sono

Aiseu-keki (2006)

Alternatieve titel: Ice Keki

Aardige film in een zonnige setting voor iedereen die al smelt bij het verschrikkelijk schattige gezichtje op de poster. De film is net iets minder sentimenteel dan je zou verwachten en in de uitwerking van de thematiek ook niet alleen gericht op kinderen. Filmisch ziet het er aantrekkelijk uit. Prima vermaak voor op een zondagmiddag als je door je kinderen en opa/oma klem gezet dreigt te worden en je met deze film Amerikaanse varianten kunt ontlopen.

Akai Hankachi (1964)

Alternatieve titel: Red Handkerchief

Visueel stijlvolle Nikkatsu met leuke locaties en decors, en een voorkeur voor gangen en enge doorgangen. Mooie buitenshots ook. Ogenschijnlijk een thriller, maar eigenlijk draait het om een driehoeksverhouding tussen een vrouw en twee mannen waarvan er eentje zingend met een gitaar door de film wandelt. Helaas wat al te melodramatisch en melig om te pakken.

Akai Tenshi (1966)

Alternatieve titel: Red Angel

Verwarrende film. Anders dan Kobayashis Ningen no joken - ook een aanklacht tegen de waanzin van de oorlog - is het tempo van deze film vrij hoog en focust op de karakters en bizarre situaties die je meer zou verwachten in een gore-horror en een pinku.

De doorgedraaide wereld van de soldaten wordt zonder enige vorm van heraldiek getoond, in al zijn wreedheid en niet vrij van het groteske. (Daarbij zit het gore niet eens zozeer in het visuele alswel het hoorbare)

Lichtpunt binnen die setting is een verpleegster die functioneert als moreel contrapunt en tegelijk veel weg heeft van een mannenfantasie. Seks speelt een centrale rol maar steeds met een diepere, tragische laag waardoor het Masumura lukt de waanzin van oorlog aan te klagen via zowel emotioneel als seksueel onvermogen van de mannen.

Ook al zweefde een enkele keer de vraag door mijn hoofd of dit niet gewoon een "foute" film is, de sfeer, de acteurs en de emotionele kracht van de centrale scènes hadden weldegelijk impact op me. Een heel aparte film!

Akitsu Onsen (1962)

Alternatieve titel: Akitsu Springs

Mochizuki Rokuro schreef:
Een melodrama in Hollywood stijl, maar dan van de middelmatige soort.


Argh! Dat kan ik als Yoshida-fan niet onbeantwoord laten.

Voor mij de sterkste film die Yoshida binnen het studiosysteem gemaakt heeft met onder de oppervlakte van melodrama een voor de Japanse New-Wave centrale thematiek: de identiteit van Japan na de capitulatie, de belofte op een beter Japan én de frustratie over de feitelijke weg die Japan insloeg. Zo wordt de relatie van de protagonisten gerelateerd aan de door de keizer uitgesproken capitulatie van Japan. Hun relatie bloeit niet op in idyllische natuur, maar in een gebied dat als door een atoombom getroffen lijkt, wat de eerdere scene met het ene vliegtuig een bijzondere lading geeft.
Verder is er thematiek te vinden die bij Yoshida, maar ook elders in de J-N-W, een belangrijke rol gaat spelen: de positie van de vrouw in het naoorlogse, moderne Japan én de relatie tussen identiteit, politiek en seksualiteit.

Opvallend dat er eigenlijk geen onvervalste Hollywood-achtige cliché liefdesscènes in de film zitten. Het bekennen van hun liefde bestaat uit een nuchter "ja" van Shasuke nadat Shinko hem tot twee maal toe vraagt of hij van haar houdt. Zijn oprechtheid wordt al na de eerste harde las geproblematiseerd en de ontwikkeling van en tussen de personages is er een van degeneratie en vervreemding, wordt in toenemende mate wrang en onromantisch.
Yoshida schuift in het verloop van de vier seizoenen seksualiteit nadrukkelijker naar voren. In de lente (3e ontmoeting) wordt die seksualiteit gerelateerd aan opgave van de eigen identiteit van Shinko. (fraai gebruik van de spiegel als motief, sowieso een van de meest karakteristieke visuele motieven van Yoshida). Shinko's ontwikkeling is in zekere zin verwant aan die van de twee contrasterende geisha's waarmee Shasuke haar confronteert: Japans vooroorlogs culturele symbool dat hier als oud en afgedaan getoond wordt, en de moderne variant die feitelijk nog alleen maar prostituee is. (zie bijv. Mizoguchi's Gion Bayashi). Shinko zal de suggestie "moderne vrouw" te worden opvolgen.
Sterk de scene later waarin een ander visueel motief, het roken, geconfronteerd wordt met de spiegel. Nota bene in een soort love-hotel staart Shinko naar haar eigen, inmiddels lege, zelf, terwijl Shasuke op bed ligt en verveeld rondjes blaast.

Over-acteren heb ik niet kunnen ontdekken, zeker niet in vergelijk met bijvoorbeeld de studiofilms van Oshima of vroeg werk van Immamura. Uitzondering zijn drie emotionele uitbarstingen van Shinko: lachen, woede en huilen. Maar die hebben een voor de film essentiële functie, net door de uitbundigheid: ze geven de aanvankelijk suïcidale Shasuke de kracht om te leven en definiëren Shinko als een ideaal voor het nieuwe Japan. (Het blijft verder oningevuld in de film, ik maak er iets van als "oprecht Zijn")
Dat uitbundigheid niet de sterkste kant van een Japanse actrice is, neem ik op de koop toe. Okada verraste me in ieder geval met een breder spectrum dan ik van haar kende en voltrekt op overtuigende wijze de ontwikkeling van jonge, levenslustige onschuld naar gebroken vrouw. Nagato zet een aardige anti-(romantische) held neer, wiens aanvankelijke, halfslachtige afwijzing van een op bezit gebaseerd bestaan steeds meer plaats maakt voor cynische acceptatie van het de voortdenderende Japanse economie, zoals zijn droom een authentiek boek te schrijven verwordt tot het in loondienst werken aan een boek met de ironische titel "My Homeland". Zijn Amerikaanse sigaret heeft hij inmiddels verruild voor een gedistingeerdere pijp.

Visueel is dit nog niet de abstracte Yoshida, maar elementen van wat komen gaat zijn al aanwezig. Leuk het moment dat Shinko voor een scherm staat, schijnbaar en profiel, maar als ze het scherm opentrekt blijkt ze en face te staan. Fraai de shots in de lange gangen van het ressort. Sowieso zie je hier soms al het gebruik van frame binnen het frame, zoals het moment waarop Shinko een paar keer zich speels tussen sub-frames verplaatst. De scene bij het station, zonder schmierende soundtrack, vond ik ook sterk. De shots langs de lange trein, maar vooral ook de zeer dreigende shots vanaf onderaan de trap. Voor mij de sterkste scene van de film speelt zich af op de veranda waar Yoshida fraai gebruik maakt van scheidende schermen en de erg fraaie spiegelingen op de buiten- en binnenruiten. Pure magie.

Tot slot nog een opmerking over de slotscene die boeiend is omdat Yoshida's cinema - hij was zelf assistent bij Ozu - wel eens als anti-Ozu gekarakteriseerd wordt. Shinko sterft aan de rivier, een plaats bij uitstek voor Shinjū of minstens transcendentie voor haar. Rivier en de vier seizoenen die de film structureren zijn motieven bij uitstek van hetgeen zo essentieel geacht wordt voor de Japanse esthetiek, het apolitieke mono no aware (soort melancholische berusting in de onvermijdelijkheid der dingen). Yoshida laat Shasuke echter teruglopen om haar lijk te verplaatsen. Visueel confronteert hij de rivier met de straat en brengt daarmee twee tijden in beeld binnen één frame: de cyclische, onbeïnvloedbare tijd van Ozu en de concrete, politieke tijd van de J-N-W. Op die straat legt Shasuke het lijk neer en zijn uitbarsting is tegelijk melodrama én een echo van Shinko's eerdere uitbundige huilen dat toen nog een hoopvol nieuw begin voor Japan inluidde.

Muzikaal is het jammer dat de film teveel hetzelfde deuntje herhaalt, maar het versterkt wel de ironie van N-W thematiek binnen uitgerekend een melodrama.

Aloys (2016)

Ik sluit me aan bij alle het goede en deels negatieve dat hierboven door verschillende mensen is benoemd. Voor mij stort de film helaas na het feestje nogal in. Het voelt dan als herhaling van zetten, spielerei en te lang. Jammer. Ik had er graag meer sterretjes aan kwijt gewild.

Amai Muchi (2013)

Alternatieve titel: Sweet Whip

Poeh. Wat hier over te schrijven. Eerste uur vond ik amper om door te komen, vanwege (bewust?) slecht acteren, maar vooral omdat ik de weirdness van Ishii moeilijk te pruimen vind. Je krijgt martel- en verkrachtingsscènes te zien die met een erotische, fetisjistische cameravoering in beeld gebracht worden. Lastig te verteren, niet ondanks, maar dankzij het esthetiserende.

Na een uur begon de film me te pakken, aanvankelijk visueel, maar langzaamaan werd ik ook in het gebeuren meegezogen. Eigenlijk zit je een kleine tweeënhalf uur vooral naar (soms te) lange s&m scenes te kijken. Die contrasteren schril met de de korte dagelijkse scenes en dat versterkt geleidelijk aan het gevoel dat je naar iets diepers meegevoerd wordt en weet de film uiteindelijk ongrijpbare gevoelens los te maken die met fetisj/sex niet veel meer van doen hebben. Toch knap, maar misschien is het ook niet veel meer dan in harde-sm verpakte kitsch. You decide, mij raakte het wel.

Vast niet voor iedereen weggelegd, wie twijfelt kan beter een van de twee delen Hana to Hebi van Ishii bekijken.

Amants Criminels, Les (1999)

Alternatieve titel: Criminal Lovers

Wat aanvankelijk een "normale" thriller lijkt te zijn, ontpopt zich geleidelijk aan tot absurd horror-drama waarin met psychoanalytische logica een spannend verhaal verteld wordt over de worsteling met de eigen seksualiteit en wellicht de acceptatie ervan, al kun je er vast nog wel een andere kant mee op. En passant worden er ook nog wat clichés en vooroordelen op de hak genomen.

De flash-back structuur van de film werkt erg goed en problematiseert in toenemende mate je zekerheid over het ogenschijnlijk eenvoudige verhaaltje, al wordt degene die bekend is met Wagner al eerder geplaagd, nl. als in de eerste scenes in het bos twee keer een leidmotief uit de Tristan opklinkt.

Knap het ongemak en zelfs walging die Ozon weet los te maken zonder goedkoop te worden. Hi-la-risch ook de valse "feel-good"-vrijscène tegen het einde waarmee Ozon de kijker even een ironische catharsis gunt, om die vervolgens keihard onderuit te schoppen met een deprimerende (want, uit de kast is nog niet vrij) afsluiter die doelbewust de confrontatie met de kijker zoekt.


De film is trouwens, vanwege verwante motieven én logica van vertellen, ook interessant voor wie Antichrist gezien heeft.

Anma to Onna (1938)

Alternatieve titel: The Masseurs and a Woman

Aardige verrassing, de twee films die ik van Shimizu tot nu gezien heb. (arigato-san was de andere)

Door de korte speelduur werken ze een beetje als een verhaaltje voor het slapen gaan. Een korte blik in het leven van een paar personages met voldoende diepte om nieuwsgierig te maken, maar na een uur verdwijnen ze weer uit je gezichtsveld. Plot is ook zo geconstrueerd dat er wel een hoofdlijn is, maar andere personages meegepikt worden en met even veel liefde een plek in het geheel krijgen. Ze voelen soms ook erg modern aan, m.n de vrouwelijke personages. Ben erg benieuwd naar andere Shimizus en Ishii's remake van deze.

Antichrist (2009)

Antichrist, von Trier's spel met de tegenstellingen man vs. vrouw, ratio vs. emotie en cultuur vs. natuur die in de westerse cultuurgeschiedenis altijd al in hiërarchische verhouding gestaan hebben en door von Trier teruggevoerd worden tot één van hun oorsprongen, het christelijke verhaaltje van de zondeval - met dien verstande dat von Trier er een "kleine" draai aan geeft. Dichotomieën die vaak ook in verband gebracht worden met diep verankerde angsten voor de tweede pool (natuur, emotie, vrouw). In die zin is Antichrist horror in zijn puurste vorm, verrijkt met een mix van gestileerde videoclip, relatiedrama, sprookje en mysteriespel.
Opgedragen is het geheel aan Tarkovsky, iets wat natuurlijk, voor zover het niet von Trier's laatste "provocatie" in de film is, een maatstaf zet.

Laugier had met zijn shock-hit Martyrs al de deur opengezet voor beelden uit westerse cultuurgeschiedenis, maar doet er verder niet veel mee. Anders bij von Trier. Hij zet de deur wagenwijd open en propt zoveel in zijn film dat de lijst van te maken associaties schier eindeloos lijkt. Van vroeg 20e eeuwse (Freud) tot moderne cognitieve therapieën die in dit verband een boeiende dubbele laag krijgen (Foucault), films met the battle of the genders als thema, zoals Who's afraid of Virginia, of Bergman's Scener ur ett Äktenskap , werk van de immer vrolijke Strindberg, of, met grotere stappen, christelijke genderbeeldvorming, door inquisitie of volksgeloof gemotiveerde heksenverbrandingen, de optimistisch in maakbaarheid gelovende Verlichting die tot op heden doorwerkt, de eruit voortgekomen beschavingsoffensieven - tot over de grenzen van het christendom uit naar bijvoorbeeld Aristoteles' opvatting dat de vrouw een mismaakte man is. Genderoorlog, angst voor zelfverlies, voor zelfdestructie, doodsangst en levensdrift, wil tot macht, het zit er allemaal in.

Zeer boeiende materie, maar de vraag is of von Trier dat allemaal verwerkt heeft tot een kunstwerk, tot een film die doet wat hij lijkt te pretenderen, tot een film die raakt. Ge-wel-dig is het begin met de visueel fraaie en dramatisch krachtige videoclip. Nog nooit zo met open mond zitten kijken tijdens de eerste minuten van een film. De kille praatsessies die volgen zijn boeiend om te volgen, vanaf het bos zakt het soms een beetje in, maar de aandacht blijft gevangen, mede ook door een sprookjesachtige, mysterieuze sfeer die door de film zweeft. Het acteren is goed, maar de acteurs missen toch net iets extras aan aura dat hen boven het psychologische doet uitstijgen. Vergelijkbaar het visuele, de beelden van het bos of het huisje zijn mooi en sfeervol, maar blijven wat hangen in het spannende of sprookjesachtige en missen de kracht om ze daar bovenuit te tillen om écht groots te worden, passend bij thematiek en opdracht.
Von Trier gaat echter echt de mist in met beelden als een bloed ejaculerende penis(prothese) of het nog plakkatievere frontaal in beeld brengen van het afknippen van een clitoris. Daarmee verkwansel je de symbolische kracht, de handeling trekt vooral aandacht naar zichzelf. Schrikeffectjes als de vrouw die met een mes opeens uit het donker opduikt of horror clichés als een draaiboor door een been (Piri, piri, piri), Satan (?) die een vosje als spreekbuis gebruikt, ze zijn hier misplaatst en goedkoop, en sleuren je eerder de film uit. De echte horror moet plaats maken voor genreconforme clichés. Jammer.

Neemt alles niet weg dat het een zeer boeiende film is die je, in de goede zin, provoceert, betrokken laat kijken, je activeert en laat puzzelen op onderlinge verbanden of bijv. op wat projectie is en wat niet. Maar daarmee is het ook een film die je sensibiliseert voor de tekortkomingen.
Dat von Trier geen Tarkovsky is, zal ook voor hemzelf wel niets nieuws zijn; De film uitsluitend plaatsen in het rijtje shock-horrors doet hem uiteraard tekort. Dát had von Trier zelf tijdens het maken ook wel kunnen bedenken toen hij met dat genre koketteerde. Het gevoel blijft dat de misstappen in de film aanstellerig "provoceren" zijn en die verdenking is helaas ook storend deel van de beleving van deze film.

Er is nog genoeg niet op zijn plaats gevallen voor een tweede kijkbeurt, voor de eerste (toch) 4*.

Aozoranoyukue (2005)

Alternatieve titel: Way of Blue Sky

Plot doet het ergste vermoeden, maar gelukkig is Aozoranoyukue geen Japanse variant van een lawaaierig US high-school drama over een popie baseballster met 5 niet zo snuggere chearleaders. Integendeel, het verhaal waarin ook de onderlinge relaties tussen de meisjes een belangrijke plaats inneemt, wordt sober en met aanstekelijke mildheid verteld. Naarmate de film vordert overheerst de melancholie van het afscheid nemen, misschien ook wel het afscheid van de eigen jeugd.

De film kabbelt eigenlijk tot op het einde gewoon wat voort en daar moet je van houden, maar de leuk geacteerde meiden groeien je langzaam aan het hart. De rustige muziek onderstreept de melancholie en visueel ziet het er ook aardig uit.

Arang (2006)

Alternatieve titel: Haunted Village

De Zuid-Koreaanse Arang is een merkwaardige mix van psychologische thriller en horror.

Twee detectives moeten een paar moorden oplossen die gepleegd wordt door een geest in Japanse tradite, en die zien er allemaal hetzelfde uit. Die moordscenes zijn slappe aftreksels van The Grudge en voelen aan alsof ze eigenlijk niet passen bij het interessantere thriller gedeelte dat op zijn beurt weer sterk doet denken aan de Amerikaanse varianten: de plot, de verhouding tussen beide detectives, de psychologische achtergrond van m.n. de vrouwelijke detective, het politiebureau e.d.

De wringende genre- en invloedenmix en de ondermaatse horror gedeeltes maken het dat de op zich leuk bedachte en dramatische twist op het einde, in ieder geval voor mij, geen impact had. Jammer.

Filmisch (enkele mooie shots daargelaten) en qua acteren acceptabel.

Arashi ga Oka (1988)

Alternatieve titel: Onimaru

Een afwijkende Yoshida, niet verwonderlijk na 16 jaar pauze. Ofschoon hij een enkele keer de betekenis van een scene pas in de volgende verduidelijkt, is de vertelstructuur vrij eenvoudig, nagenoeg lineair. Ik ken Bronté's roman niet, noch een verfilming ervan, maar was er vermoedelijk ook nooit opgekomen dat deze film gebaseerd is op een westerse stof. De film neigt zowaar een beetje naar horror, inclusief spuitend bloed en afgehakte hand. Qua sfeer sluit het wel aan bij Yoshida's werk uit de tweede helft van de jaren '60: gedragen en mysterieus. Hier echter visueel meer warmte door de kleuren. Omdat de film minder nadrukkelijk technisch is, voelt het soms als theater. In de sterkste scènes magisch-ritueel - zoals de bijzonder fraaie scènes in goud - in de zwakkere dreigt het wat aan spanning te verliezen. Takemitsu's werk is weer prima, maar ook hier had ik hem meer ruimte gegund.

Visueel dus een voor Yoshida's doen traditionelere film, maar regelmatig erg mooi. Soms ook storend minder, zoals de scènes in het dorpje die mij bovendien door de burleske acteerstijl niet bevielen. Niet alleen hier deed de film aan Kurosawa denken. Ook het acteren en de verschijning van Onimaru vereisten enige acceptatie; Kinu werd dan weer wel fraai vertolkt door Yûko Tanaka.

Gefascineerd zitten kijken en kon de gebreken wonderwel hebben.

Arigatô-san (1936)

Alternatieve titel: Mr. Thank You

Luchtige komedie tegen de achtergrond van een depressie. Speelt zich volledig op de weg af - mooie bergpassen die mijn motorhart sneller doen kloppen - en grotendeels in de bus. Aardige humor met conflicterende karakters, beetje tragiek, vrolijke muziek en veel goedgeluimde arigatos. Leuk tussendoortje, maar de de hoge scores hier en op imdb zie ik er niet in.

Aru Koroshi Ya (1967)

Alternatieve titel: A Certain Killer

Visueel mooie, nihilistische film met een homogeen kleurenpallet met pastel-achtig mint-groen, beige en bruin. De buitenscenes doen zowaar een klein beetje denken aan Antonioni's Deserto Rosso. Personages, acteurs (Raizô Ichikawa is geen Delon) en verhaal blijven helaas net wat achter en konden me, met name in het middengedeelte van de film maar matig boeien, ondanks ook de dubbele flash-back structuur. De laatste 20 minuten waren dan weer wel heel aardig. 3/3,5

Ashita no Watashi no Tsukurikata (2007)

Alternatieve titel: How to Become Myself

Visueel heel erg mooie film vol met warmte en lyriek en twee fraai acterende (en ogende) meisjes. Ichikawa maakt smaakvol gebruik van split screen, beeld in beeld, teksten door het beeld, tussentitels, sms schermpjes en voice overs, en maakt daarmee rustig, teder drama dat werkt als een zachte streling over je netvlies en ondersteund wordt door melancholische, hoopvolle muziek. Regelmatig close-ups van de meisjes, smaakvolle interieurs, veel beige met zachte kleuren, en mooie sfeerbeelden tussendoor.

Minder gelukkig ben ik ermee dat de problematiek van het jezelf vinden, creëren of zijn wel erg expliciet “behandeld” wordt. Het geheel heeft wat boodschapperigs en werkt wat al te geconstrueerd. Wellicht dat ik er bij herziening minder over val en de film hoger waardeer. Ichikawa staat in ieder geval nog steeds hoog op mijn “in de gaten houden” lijst, al vind ik het ook wat teleurstellend dat hij na Tony Takitani met een, hoe goed ook, tienerdrama komt. Wat is dat toch met die Japanners, die fascinatie voor tienermeisjes in schooluniformen.