• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.917 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.932 acteurs
  • 198.970 gebruikers
  • 9.370.278 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten cinemanukerke als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fabulous Baker Boys, The (1989)

Soms vraagt een mens zich af. Hoe moet ik in godsnaam overleven. Het waren de eerste zinnen die Luc De Vos zong op zijn fantastische debuut LP. Het hielp mij om de donkere winteravonden door te komen. Ook Filmhelden hebben het soms moeilijk om zich door het dagdagelijkse leven te worstelen. Neem nu Jack Baker. Elke avond in een verloederde hotelbar dezelfde melodietjes tokkelen op zijn piano, in het gezelschap van ongeïnteresseerde bezoekers en opportunistische managers. Vanaf de eerste scene zien we, voelen we (hoe hij eerste zijn sigaret oplicht bv) : er is weinig arbeidsvreugde te bespeuren bij Jack. Deze personages hebben bij mij altijd al een streepje voor gehad. Eenzame cowboys met littekens, gevallen, bezig met het stof van hun versleten jas af te kloppen. Dit zijn geen superhelden. Maar in het pad van de levenswandel kwamen deze cowboys mij verschillende malen bijstaan in moeilijke momenten. Indiana Jones heeft U misschien entertainment gebracht, Jack Baker gaf mij inzicht en kennis. Want het leven gaat niet zoals gepland. Je moet ontgoochelingen incalculeren. En je kwetst soms mensen om jezelf te beschermen. De cast is een groot deel voor het slagen van de film. Michelle Pfeiffer was nooit zo goed als in deze film (oscar nominatie én een winner van golden globe). Het was het begin van haar glorie periode waar nominaties (voor The Russia house, Love field, The age of innocence) elkaar opvolgden. Nooit gewonnen misschien omdat die films nooit uitschieters waren. En in het nieuwe decennia is ze slechts een schim. Slimme zet om de Baker boys door de broers Bridges te laten spelen. Jef Bridges is perfect de koele macho, Beau Bridges is de nerveuse gezinsman. De vriendschap van de Baker broers staat dan ook centraal. Jack doet zijn job met tegenzin om zijn broer een plezier te doen. Want Frank moet een gezin onderhouden. Dus doen ze samen hun routineuze piano act. Maar de opofferingen beginnen hun tol te eisen. Verwijten worden gemaakt. Doch het scenario kiest geen partij. In een ultieme confrontatie tussen beide broers (na die schitterende tragi komische scene van de telethon) worden de lijnen getekend. Blijven ze die vernederingen slikken omwille van een inkomen of kiezen ze voor artistieke waardering die minder zekerheid biedt ? Maar er zijn ook vrouwenproblemen. Alles veranderde met de komst van Susie Diamond. Ze heeft niet alleen een gouden stem maar ook een verschijning die de ijsklomp van Jack doet smelten. Zo komen we aan die fantastische scene, het moment (luid tromgeroffel !) van de film nl zij in een rood sexy jurk, zingen making whoopi, kronkelend als een tijgerkat op de piano terwijl Jack de piano speelt. Om in te lijsten bij de mooiste momenten op het witte doek. De man die zowel regie als scenario voor zijn rekening nam, een zekere Steve Kloves heeft een eigenaardig traject afgelegd. Zijn volgend project Flesh and bone werd neergesabeld en hij verdween voorgoed als regisseur. Hij kwam terug uit zijn as herrezen als scenarist van Wonderboys – een film dat net niet in mijn lijst is geraakt doch een heerlijke film – en nadien heeft hij de boeken van Harry Potter in script gegoten. Van independant naar mainstream. Ik weet niet of het fantasie wereldje hem lag maar met het scenario van FBB bewijst hij wel voeling te hebben met zijn onderwerp. Met zekere documentaire flair portretteert hij het wereldje waar glamour net niet binnenglipt. Muziek nummers zoals More than you know, Feelings, My funny valentine. Het zijn gebroken liefdesliedjes die al honderden keren zijn gecoverd. Of kijk naar de audities. Pijnlijk maar toch met een light touch. Die scene met Jennifer Tilly is hilarisch. Op het einde kiest Jack voor wat men moet doen nl (voorzichtig) toegeven aan liefde en aan passie voor muziek – de juiste beslissing nemen (nl het hart volgen) zat ook al in het scenario van Wonderboys, trouwens. En nu gaan we slapen. Een nacht vol boze dromen. En de wekker op halfzeven. Als ik troost nodig heb, reserveer ik een tafeltje bij TFBB met Jack aan de piano.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' - nr 87 The fabulous Baker boys

Ferris Bueller's Day Off (1986)

Alternatieve titel: Ferris Bueller's Baaldag

omdat ik deze week een zware klap heb moeten incasseren in mijn professioneel leven, zag het even zwart voor mijn ogen. Aan wie beter dan Ferris Bueller om raad te vragen en zie, de kleur komt langzaam terug. Geel : de parade scene. Wat doet die daar eigenlijk ? Maar who cares, het enthousiasme spat er vanaf, een ongelooflijk feel good moment met de songs 'Danke Shön' en 'Twist and shout' een zeer sterk Beatles nummer. Nog steeds. Blauw : Save Ferris Bueller. Die details tussendoor waarin de steunbetuigingen voor een doodzieke Ferris in het verhaal sluipen zijn om van te smullen. In elke billboard, lichtreclame, ballon zit er wel iets. Groen : School. Die saaie lessen, hoe karikaturaal ook gebracht, blijven herkenbaar. En die leraars bestaan echt ! Rood : De Ferrari scene. Akkoord, het personage van Ruck is de enige met wat diepte maar die scene is treffend voor frustraties en woede van achttienjarigen. Een schop (tegen de kont van de normen maatschappij) doet deugd maar heeft gevolgen. Oranje : Het happy end. Schitterende finale waar Ferris probeert als eerste zijn huis en zijn bed te bereiken vooraleer zijn ouders thuis komen (die score met de slow motion op de trampoline - knap moment). Toch heeft Ferris tijd om zich voor te stellen aan 2 meisjes die liggen te zonnen in de tuin (lachkramp, iedere keer). FBDO geeft moed, zelfs al is het maar voor even. Daarna de reality check. Het leven gaat vlug. Als je af en toe niet stil staat om rond je te kijken, kun je het missen. Wie zei dit ook alweer ? Anyone ... Anyone ... Anyone ...

Flags of Our Fathers (2006)

We gaan verder met Eastwood en zijn studie over schuld, boete en mannelijkheid. Hier focust hij zich echter op het thema 'heroiek'. Het is zijn visie van het begrip 'held'. Als acteur weet hij immers heel goed hoe zo iets kunstmatig kan zijn, hoe zo iets enkel in perceptie kan bestaan. Er is die fantastische scene in het begin waar je eerst denkt dat je in de oorlog zit maar dan plots ontdekt (de camera gaat omhoog en onthult dat we in een sportstadium zitten) dat dit een show element is. Het plaatsen van de vlag in het kader van geldinzameling. Magistraal hoe Eastwood met die ene scene zowel zijn verhaal als zijn thema duidelijk en inventief in beeld brengt. Eastwood graaft dan dieper : enerzijds over de held : ze voelen zich zo niet, het is niet zo gegaan en hebben eigen angsten, trauma's en vinden zichzelf zwak. Anderzijds over het imago van een beeld : het plaatsen van de vlag werd gezien als een overwinning maar het was slechts een voetnoot in de oorlog, die duurde voort, mensen stierven (waaronder een paar die de vlag hielpen omhoog steken). Maar Eastwood is ook een cineast en weet wat een beeld kan doen, hoe een beeld een emotie kan oproepen. Hij doet het ook met 1 geniaal moment : tijdens geldinzameling aan receptie krijgen ze als dessert ijs in de vorm van de foto en de ober giet er bloedrode aardbeiensaus over – direct beginnen de soldaten te denken aan ginder, die oorlog, met de wreedheden, met de verminkingen. Prachtige cinema. Er is een zeer complexe vertelling die niet chronologisch verloopt, met verschillende standpunten, verschillende vertellers alsof de herinneringen aan de oorlog, aan het moment ook verwarrend zijn, ook uit verschillende perspectieven bestaat. Eastwood blijft dus ruimte laten over de precieze omstandigheden want ze worden verteld door verschillende mensen. Jammer dat Eastwood zijn punt te veel herhaald nl op het einde wordt nog eens letterlijk gezegd dat helden worden gecreëerd. Wel, we hebben dit in de laatste 2 uur in een meesterlijke film gezien.

Fleur du Mal, La (2003)

Alternatieve titel: The Flower of Evil

Het kan U misschien verbazen dat deze klassieke french flick film voorrang krijgt op parels die wij begin jaren 2000 met een uitroepteken aanstipten zoals Swimming pool, Bon de voyage of La long dimanche de fiancaille maar vergis je niet : er schuilt wel degelijk een knap filmisch familiedrama onder die ogenschijnlijke eenvoud. De architect heet Claude Chabrol en we brengen vooral (net als bij nr 98, nr 92 en nr 86) een eresaluut aan een cineast die onze bewondering en respect verdiend. Deze voormalige cahiers du cinema redacteur stond altijd een beetje in de schaduw van zijn generatiegenoten Godard en Truffaut. Nochtans mag hij gerust bij die grootmeesters worden gerekend. Meer dan 50 films op zijn palmares waarvan een overgrote meerderheid knappe films. Films als Les cousins, Les biches, La femme infidèle, Poulet au vinaigre en L’enfer willen wij altijd meenemen naar een onbewoond eiland. Er is maar één onbetwistbaar meesterwerk maar wat voor één nl Le boucher. Een thriller vermomd als een liefdesgeschiedenis met een fabuleus einde (dat knipperend rood lichtje !). Maar toch kies ik voor La fleur du mal, een film uit zijn laatste periode (dat dateert vanaf 1997 tot aan zijn dood in 2010). Voor de critici was hij dan al uitgeteld omdat hij in die periode dan vaak de intrige verwaarloosde en dat is ook waar. Maar zoals bij veel van zijn films zien de meesten wel niet hoe intelligent en creatief LFDM wel is. De film begint als een volbloed thriller (subjectieve bewegende camera – dreigende score) maar de film zet je meteen op het verkeerde been. De suspense verdwijnt volledig en we geraken betrokken bij de donkere kantjes van de familie Charpin – Vasseures die gebukt gaan onder een duister verleden. Langzaam ontdek je de parallellen tussen verleden en heden (bv de namen van de personages, aanleiding en omstandigheden van een moord maar ook identieke camerastandpunten zorgen voor herkenning) maar het is geen history repeated want de afloop is anders; deze keert wint hypocrisie. Volgens Chabrol is dit een basiseigenschap van de samenleving. Men zit gevangen in de leugen (en door de maestro fantastisch gevisualiseerd door de scene in de greenhouse waar de camera langzaam voorbij een vogelkooitje neerstrijkt). Als vanouds blijven sommige zaken ambigue zoals de lasterende brief (wie heeft die nu geschreven ?) maar in zekere zin is de film mooi afgerond. Terwijl een receptie aan de gang is om iets te vieren, ontstaat er boven een gevecht met een fataal einde (merk op dat niemand blijkbaar zich de vraag stelt waar de echtgenoot is gebleven, zelfs de echtgenote lijkt hem al vergeten te zijn). Er is een moord gepleegd maar het leven bij de familie herneemt zijn alledaags gangetje alsof er niets gebeurd is. Na een paar films die ik toevallig gevonden had in mijn favoriete obscure arthouse videotheken was dit mijn eerste Chabrol in een bioscoopzaal – dat trouwens maar voor 1/3 gevuld was en na 2 weken was de film alweer van de affiche verdwenen – en de magie is er alleen maar groter op geworden. Sindsdien zoek ik  regelmatig een Chabrol film op wanneer ik nood heb aan vakantiestemming. Je waant je immers altijd in Frankrijk (zo hebben we Nice en l’Ardeche leren ontdekken) met een glas wijn binnen handbereik dankzij de typische Chabrol inside jokes. Bourgondisch (kijk naar de smakelijke inserts van stoofpotje of oesters) vs bourgeoisie (in Bordeaux een aristocratische familie met politieke ambities is zijn favoriet milieu). Er is trouwens een bijzondere samenwerking tussen hem en zijn scenarioschrijfster. Ze werkt alleen, in alle stilte aan het script. Wanneer er een probleem of een dood punt opduikt, belt ze naar Chabrol die dan 4 oplossingen doorgeeft. Oplossingen die allemaal reeds in films zijn voorgekomen. Niet alleen is er dus een oplossing voor alles, het is dus ook al eens voorgedaan. Zoals vele auteurs kent de man zijn (film)geschiedenis. Voeg daarbij de dubbele bodems (de Scrabble scene - woorden die te maken hebben met het verhaal of dialogen die een verborgen betekenis hebben) en de vernuftig uitgedachte scenes en dan weet je :  we hebben te maken met een Chabrol grand Cru. Het krijgt zelfs – nipt weliswaar - de voorkeur op het genie van Leos Carax (zijn films mauvais sang en les amants du pont neuf zijn onbetwistbaar stilistische hoogvliegers, geniaal in creativiteit die echter af en toe sputteren en soms zelfs langdradig worden). We laten dit in steen graveren : LFDM is een laat chef d’oeuvre van de meester en alle andere favorieten kunnen er niet tegenop. Trouwens, een artiest die volgende quote lanceerde : we leven in een tijd waarin pizza bezorgers sneller aan je voordeur staan dan de politie – dan moet je dan toch goede films maken.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn favoriete top 100' met op nr 84 : La fleur du mal

Fly, The (1986)

28 Maart 1986 : in de zaal zitten 2 mannen. Vooraan staat een filmproducent. Hij zegt : we willen een horrorfilm maken over een wetenschapper die door zijn mislukt experiment in een monster verandert en iedereen opeet. Er moet wel nog een love interest er bij gegooid worden omdat we mikken op jonge koppels. De ene man in de zaal zegt : top ! De eerste 10 minuten toon ik de aanloop, de resterende 80 minuten duikt het monster op in het station, in een ziekenhuis, in het park en in een politie kantoor. Hij doodt tientallen mensen en op het politie kantoor is er één overlevende die op jacht gaat naar het monster en na een wilde achtervolging door de drukke straten slaagt de inspecteur er uiteindelijk in om het monster te doden. O ja, het monster wordt verliefd op een verpleegster van het ziekenhuis dat door het monster eerder wordt overvallen. Toevallig blijkt dit de ex van de inspecteur te zijn, de inspecteur redt zijn ex en ze worden weer verliefd. THE END. De filmproducent knikt goedkeurend. De andere man in de zaal, die al die tijd in een boek zat te lezen, klapt het boek dicht en zegt kalm : ik toon enkel die 10 minuten aanloop in 90 minuten want de wetenschapper wordt verliefd en zijn geliefde ziet de aftakeling tot wanneer hij een monster wordt. THE END. Op dat moment hoort de filmproducent in de aanpalende zaal gejuich. Hij gaat kijken en verneemt dat Out of Africa 7 oscars gewonnen heeft en denkt : godverdomme, dat kan ik ook en gaat resoluut voor de tweede optie. En als het me niet lukt, denkt de filmproducent, heb ik nog steeds een plan B : Ideaal voor een drive inn en het zal me geen geld kosten want er zijn maar 3 acteurs en 1 lokatie ...

Nu weten we dat die tweede man David Cronenberg heette en het boek was 'de vrolijke wetenschap' van Friedrich Nietzsche. Boze tongen beweren dat de andere man Wes Craven was maar dat is niet bevestigd...

Waarheid gebied me echter te zeggen dat ik vind dat Cronenberg sterkere films gemaakt heeft zoals Videodrome, Dead ringers, Crash en Spider. Maar hoed af voor Cronenberg om met The Fly als horrotfilm volledig voor een tragisch liefdesverhaal te gaan gekruid met een vleugje existentialisme.