• 15.747 nieuwsartikelen
  • 177.927 films
  • 12.204 series
  • 33.972 seizoenen
  • 646.938 acteurs
  • 198.978 gebruikers
  • 9.370.556 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Eru Iluvatar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Apollo 18 (2011)

Betere weergave via: Apollo 18 (2011): De zoveelste ?camheld? horrorfilm, dit maal in de ruimte « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Apollo 18 (2011): De zoveelste ‘camheld’ horrorfilm, dit maal in de ruimte

De afgelopen jaren is er een ware hausse gaande als het gaat om films die met handcamera’s zijn opgenomen. Ze worden vaak gepresenteerd als lost footage: opgegraven filmmateriaal van gebeurtenissen en creaturen die eigenlijk het daglicht niet kunnen verdragen. Voorbeelden zijn het buitenaardse monster van blockbuster Cloverfield, de demonische ondoden in de hedendaagse Spaanse horrorklassieker Rec. en de trollen uit het verfrissende Noorse Trolljegeren.

De grondlegger van dit handheld/mockumentary-genre is natuurlijk het sublieme The Blair Witch Project (1999). Een goedkoop-geproduceerde horrorfilm waarin nauwelijks bloed of afgehakte ledematen te zien zijn, maar zich toch dankzij de subtiel-groeiende beklemmende sfeer katapulteerde tot dé genrefilm van zijn tijd. En nog steeds is aan die status van The Blair Witch Project niets af te doen. Dat bewijst Apollo 18 wel weer: de ruimtehorrorfilm van regisseur Gonzalo López-Gallego.

Het verhaal is simpel: de daadwerkelijke, historische Apollo 18-missie naar de Maan werd begin jaren ’70 stopgezet. Deze gelijknamige Amerikaanse productie gaat met dit concept aan de haal. Waarom zou de missie zijn stopgezet? In Apollo 18 is er sprake van een gigantische cover-up: er was wel een Maanmissie, maar die is destructief afgelopen, waardoor er sindsdien geen Amerikaanse maandlandingen meer zijn geweest.

We zijn de film vanuit het perspectief van kleine, primitieve camera’s aan boord van de ruimtesonde die op de Maan land. Deze wordt bemand door een drietal Amerikaanse astronauten. De spanning is groot: het is begin jaren zeventig (goed te horen aan de soundtrack met nummers van progrockers Yes en Jethro Tull) en de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie speelt zich ook in het heelal af. Ogenschijnlijk op vreedzame wijze, maar dit maakt de hektiek er niet minder op, vooral niet nadat de Amerikaanse astronauten een Sovjet-sonde op de Maan ontdekken.

Al snel ontpopt Apollo 18 zich tot een beklemmende, paranoïde horrorthriller. Logisch, gezien de film slechts 70 minuten duurt. De actie slaat direct toe en mist de subtiele opbouw die The Blair Witch Project tot een genreklassieker maakt. Personages worden niet uitgebouwd en we worden bedolven met de vaste clichés uit ruimtefilms: eenzaamheid en paranoia. Een film als Moon deed dit stukken beter. Als kijker voel je weinig sympathie en verwantschap met de astronauten. Het camerawerk mag er zijn: vooral de realistische technische vertragingen van de videobeelden, gepaard met benauwende radiogeluiden zorgen voor de nodige spanning. Deze spanning werkt echter alleen écht effectief als deze langs een subtiele boog wordt gevoerd. En we bovenden kunnen meeleven met de protagonisten. Dat mist deze film zonder twijfell.

Als Apollo 18 dan ook nog eens eindigt met een zeer voorspelbare, tegenvallende finale is het duidelijk dat het hier om een goedkope thrill-seeker gaat. Een enigszins onderhoudende film, maar wel eentje die onder zijn pretentieuze jasje (‘sciencefictionhorror’: dat mochten de makers willen!) een belediging is voor de intelligentie van de meeste kijkers. The Blair Witch blijft zonder twijfel stevig in het zadel zitten als beste camheld-horrorfilm aller tijden. (Eru)

6.0

Attack the Block (2011)

Betere weergave via Attack The Block (2011): Verheerlijking van Londense plunderaars? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com


Attack The Block (2011): Verheerlijking van Londense plunderaars?

Deze zomer werd Londen en andere grote steden in Groot-Brittannië opgeschikt door massale plunderingen. De daders: voornamelijk hangjongeren uit lage sociale milieus, zowel allochtoon als autochtoon. Kort voor de plunderingen verscheen Attack The Block in de Britse bioscopen, het regiedebuut van komiek Joe Cornish. In de trailers bleek al snel dat deze sciencefictionfilm handelt over een groepje criminele hangjongeren (autochtoon en allochtoon) die de strijd aangaan met buitenaards wezen. Deze monsterlijke creaturen hebben het (om één of andere reden) op hun locale Londense flat ‘the block’) gemunt.

Op basis van deze premisse was ik aanvankelijk bang dat het om een Britse hiphop/hoodie-cultuur verheerlijkende komedie zou gaan – en dat net in de tijd van de plunderingen. Ook PVV-minnend Nederland wist Attack The Block op het Internet te vinden en sprak over een ‘multiculti-propaganda film, gefinancierd door de PvdA’. Verheerlijkt deze vlotte alien-slasher de Britse straatcultuur (waar niemand nu eigenlijk op zit te wachten) of zit er meer achter Attack The Block?

De protagonist van de film is de vijftienjarige Moses, meesterlijk vertolkt door het jonge talent John Boyega. Een stille, maar harde jongen die opgevoed is door zijn bijna-altijd afwezige oom. Moses leidt de locale mob van bevriende leeftijdsgenootjes; een groepje wannabe gangsters. De film start met een nachtelijke scene waarin dit clubje, getooid met capuchons en fietsend op BMX-jes, de ziekenhuiszuster Sam (Jodie Whittaker) overvallen. Kort daarna mollen ze een – op het eerste oog – onschuldige alien.

Op dit punt zullen de meeste bioscoopgangers een gloeiende hekel aan Moses aan zijn maatjes hebben gekregen. Maar nu begint de film eigenlijk pas echt: een ander, meer monsterachtige alien-variant valt namelijk de wijk binnen. De luchtige, bijdehante toon waarmee de film begon (in de stijl van Shaun Of The Dead, Hot Fuzz en Scott Pilgrim – films van dezelfde productiemaatschappij) is dan voorbij en de film krijg een duisterdere, realistischere, maar ook een meer moralistische toon.

Tijdens deze nacht komen Moses en co. onder grote druk te staan: niet alleen van binnenvallende aliens, maar ook van de daadwerkelijke gangsters die de dienst in hun wijk uitmaken. De jongens leren wat de consequenties zijn van hun asociale en criminele gedrag. Elk lid van het clubje wordt uitgediept na de oppervlakkige kennismaking aan het begin. Ondanks dat de film maar 80 minuten duurt (precies lang genoeg voor zo’n vlotte film) krijgt ieder personage een eigen gezicht, bijvoorbeeld plaatselijke drugsdealer Ron (Nick Frost). [spoiler[Uiteindelijk leren de jongens hun verantwoordelijkheid te nemen: vooral Moses, die op determineerde wijze zijn block probeert te redden van de aliens en daarmee boete probeert te doen voor zijn kwade daden uit het verleden.

Zo is Attack The Block uiteindelijk is intelligente, verfrissende slasher met een sociologische, moralistische ondertoon. Het sciencefictionelement is verwaarloosbaar, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Verheerlijkt deze film uiteindelijk het type jongere die verantwoordelijk was voor de recente plunderingen in Londen? Nee, dat doet het niet. Moses en zijn kameraden doen hun best om de andere buurtbewoners tegen het kwaad te beschermen, maar de weg tot sociale acceptatie is een lange. Hun (mis-)daden uit het verleden worden niet zomaar vergeten. Wel laat de film zien dat redemptie mogelijk is, evenals een weg uit de sociale misère van de Britse achterstandwijken. In plaats van te kiezen voor een zwaar sociaal drama heeft regisseur Cornish deze boodschap in een vlot, aanstekelijk en vooral onderhoudend jasje gestoken. Attack The Block is voor mij – samen met genregenoot Trolljegeren – zonder twijfel één van dé verassingen van filmjaar 2011. (Eru)

8.8

Black Death (2010)

Betere weergave op: Occultisme en Middeleeuwen: Season of the Witch en Black Death « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Black Death is een Europese film: een Brits-Duitse coproductie. Het script speelt zich af in veertiende eeuws Engeland, maar is in feite opgenomen in Duitsland. Mooie landschapshots met hier en daar het effectieve gebruik van filters, wat het totaal niet artificieel maakt, maar wel sfeervol. Dat de film is gemaakt door Europeanen is duidelijk te zien in het realisme en de historische correctheid in de art-design: de stijl van de huizen, wapenuitrusting, etc. zijn grotendeels kloppend met de periode. Hollywood doet dit vaak toch minder goed.

In Black Death speelt de zeer ondergewaardeerde Sean Bean (Lord of the Rings, Game of Thrones) de kapitein van een groep inquisiteurs die in naam van de paus een ver afgelegen dorp moeten inspecteren. Dit dorp is namelijk – in tegenstelling tot de rest van de regio – op mysterieuze wijze niet getroffen door de pest; de Zwarte Dood. Het verhaal is niet bepaald origineel: het is bijna een exacte kopie van de aflevering Cromm Cruach van de Robin Hood-serie Robin of Sherwood (1984).

Maar de personages maken de film: zo wordt Bean bijgestaan door Eddie Redmayne, die net als in de Middeleeuwse tv-serie Pillars of the Earth een jonge, onzekere monnik speelt. Redmayne is uitstekend in het non-verbale acteren. Ook sterk acteerwerk krijgen we van Carice van Houten, die in deze film de heks-achtige antagonist speelt. Regisseur Smith heeft van Black Death een klassieke psychologische horrorfilm gemaakt, die meer raakvlakken heeft met het thriller-genre dan met slasher-fims. De film laat in het midden of de occulte elementen in het verhaal echt zijn of niet. Dit gegeven zorgt voor een complete mindfuck, waardoor de film je in een onwennige, peinzende staat achterlaat. Curieus; maar daardoor zeker de aandacht waard!

7.0

Captain America: The First Avenger (2011)

Betere weergave op: Captain America ? The First Avenger (2011): Fuck Yeah? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Captain America – The First Avenger (2011): Fuck Yeah?

Batman geldt als één van de populairste striphelden van onze tijd. Niet voor niets was The Dark Knight zo’n succesvolle film: Christopher Nolan’s realistische post-moderne jasje paste de cynische caped crusader als gegoten. Bruce Wayne en zijn alter-ego profiteerden van de veranderende tijdsgeest: voor zijn eeuwige concurrent, de naïeve, ridderlijke Clark Kent was geen plaats meer en Batman kon in zijn eentje over de nieuwe hardvochtige en egoïstische wereld heersen.

Barack Obama schijnt met zijn falen hetzelfde lot beschoren te zijn als Superman: als je in deze tijden niet hard speelt, verlies je. Oog om oog, tand om tand: Bob Kane’s Batman is niet de meest typische exponent van deze mentaliteit (dat zijn bijvoorbeeld Spawn of The Punisher) in comic-land, maar wel één van de eerste en de bekendste. De keiharde anti-held reigns supreme.

Het is dan ook interessant om te zien hoe producent Marvel’s creatie Captain America in deze tijd zal worden ontvangen. Deze stripheld ontstond begin jaren ’40 als Amerikaans propagandamiddel tegen Nazi-Duitsland. Captain America sloeg Adolf Hitler al knock-out voordat het Amerikaanse leger maar één schot had gelost tegen de nazi’s. Het heeft hetzelfde naïeve, lichtzinnige sfeertje als de welbekende Donald Duck-propagandafilmpjes die Disney voor de Amerikaanse regering maakte. Een glamourachtige tijd waarin de verschrikkingen van de Holocaust in de V.S. nog niet lang en breed bekend waren en Amerikanen in de strijd nog relatief weinig hadden geleden.

Hoe zou Captain America – met de kennis die we nu over WOII hebben – stand houden op de zwartste bladzijde van de geschiedenis van de mensheid?

Hier mist regisseur Joe Johnston een gigantisch kans: een strafschop voor open doel. In plaats van de feitelijk hardheid en verschrikkingen van ‘De Oorlog’ en de Holocaust te combineren met de voorliefde van de Nazi’s voor occultisme en het paranormale (zoals we dat zagen bij de introductie van Magneto in X-Men: First Class) herschept Johnston de naïeve propagandasfeer van de oorspronkelijke Captain America-strips uit begin jaren ’40. Met verve creëert hij een daadwerkelijk stripachtige, dromerige wereld: een wereld die te zoetsappig lijkt voor het uitmoorden van miljoenen joden.

We vernemen als kijker niets van de Holocaust, maar ontmoeten wel een niet bepaald overtuigende occulte Nazi-divisie die meer overeenkomsten vertoont met de kinderachtige ‘baddies’ uit Street Fighter dan de Nazi’s uit Hellboy. Ook Hugo Weaving als antagonist Red Skul (vaste slechterik in Johnston-films: zie The Wolfman). Als je eenmaal de ridicule ‘Heil Hydra!’-groet hebt gezien weet je genoeg.

Na deze brokken kritiek zijn er gelukkig nog genoeg positieve zaken te melden. Joe Johnston laat je net als bij zijn The Rocketeer (1991) uitstekend meeleven met zijn personages. Chris Evans schijnt als het titelpersonage: Captain America heeft niet het charisma van een Tony Stark (Iron Man), maar is wel een stuk nobeler en sympathieker. Het is echter de vraag of dit soort helden nog wel overtuigend over kunnen komen in deze cynische tijd waarin we leven (zie mijn inleiding).

Bij de actie krijgen we wel een beetje realisme: Captain Amerika is geen übersterke held. Tijdens gevechten is hij erg uitgekiend. Zijn gebruik van zijn schild is doordacht en gaaf om te zien. Helaas valt de laatste confrontatie tussen Captain America en de Red Skull nogal tegen. Een voor mij belangrijk positief punt is dat Captain America minder patriottisch is dan verwacht: hij laat geen vaderlandsliefde doorschemeren, maar wil gewoon onderdrukkers overal ter wereld bestrijden ( ‘bully’s). Zijn commandoteam bestaat uit Geallieerden uit anderen landen, uit Engeland en Frankrijk bijvoorbeeld. We hebben hier ook een film waarin vrouwen uitstekend ‘hun mannetje’ kunnen staan en niet voortdurend gered hoeven te worden. Ondanks dit punt blijven comic-verfilmingen van Marvel en DC conservatief als het gaat om man-vrouw verhoudingen: de protagonist is altijd een man, met een loyale vrouw als ondersteunende sidekick.

In deze film zien we uiteindelijk niet de daadwerkelijke confrontatie van moraalridder Captain America met het anti-held vererende tijd waarin wij leven. Dat zal ongetwijfeld volgend jaar gebeuren in The Avengers. Ik kijk al uit naar de discussies tussen de Captain en Tony Stark. Wat dat betreft is The First Avenger de ideale opmaat voor The Avengers, maar ook niet meer dan dat. De film is onderhoudend, voorzien van overtuigend acteerwerk en spannende actie, maar lijkt niet zo goed op eigen benen te kunnen staan als andere recente Marvel-films als Iron Man en Thor. Ondanks de middelmatige kwaliteit heeft deze film mij wel nieuwsgierig gemaakt naar de toekomst van het titelpersonage: een stripheld die mij met zijn patriottistische insteek eerder niet wist te boeien. (Eru)

7.0

Conan the Barbarian (2011)

Betere weergave op: Conan The Barbarian (2011): Een gemiste kans « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Conan The Barbarian (2011): Een gemiste kans

De Amerikaanse pulpschrijver Robert E. Howard (1096-1936) was een fascinerend persoon. Een melancholische, depressieve man die de realiteit ontvluchtte door fantasiewerelden te creëren. Deze werden bewoond door tot de verbeelding sprekende persoonlijkheden als de calvinistische demonenjager Solomon Kane en de vergeetachtige Texaan James Allison. Het bekendste personage van Howard is natuurlijk de barbaar Conan. Volgens sommigen was hij een alter-ego van Howard. In tegenstelling tot de latere interpretaties van de barbaar was de daadwerkelijke Conan dan ook een intelligente, eenzame maar niet onspraakzame man.

Conan’s avonturen spelen zich af op onze planeet, in een vergeten tijdperk genaamd The Hyborian Age, na de val van het mythische Atlantis, maar voor de opkomst van grote beschavingen als die van het oude Egypte. In feite is deze fantasiewereld een curieuze mix van echte historische culturen en wereldwijde legendes. Met het creëren van een vergeten geschiedenis van onze Aarde vertoont Howard overeenkomsten met zijn vriend H.P. Lovecraft (de werelden van beide auteurs worden gecombineerd in de teksten van de ban Bal-Sagoth). Op dertigjarige leeftijd pleegde Robert E. Howard zelfmoord (fantastisch verfilmd in ‘The Whole Wide World’).

Gelukkig bleef hij voortleven in de series, films en strips over zijn diverse personages. Howard wordt gelauwerd als één van de uitvinders van sword ‘n’ sorcery; een laagdrempelig fantasy subgenre, waarin – in tegenstelling tot Tolkien’s high fantasy – mensen zichzelf maken. Een meritocratische samenleving gebaseerd op de American Dream en haakstaande op Tolkien’s verering van adellijke komaf. Daarmee is Conan het tegenovergestelde van Aragorn: een woeste, amorele krijger van lage komaf.

Deze kenmerken zien we duidelijk terug in de films over Conan. Andere, subtielere kenmerken echter niet. In de nieuwe verfilming met Jason Momoa (toepasselijk Kal Drogo in Game of Thrones) in de titelrol komt Conan qua uiterlijk meer overeen met het oorspronkelijke personage dan in de vertolking met Arnold Schwarzenegger. Howard’s Conan is namelijk een Cimmerian: een zwartharig volk met groene- of grijze ogen. Ook is Momoa’s Conan spraakzamer dan Schwarzenegger’s Conan. Daarmee is de nieuwe versie van het titelpersonage authentieker én beter dan die uit de film van 1982. Daarnaast is het plot van de nieuwe film beter gegrondvest in Howard’s Hyborian Age.

Hiermee is ook al het goeds over de nieuwe film gezegd, in vergelijking met het origineel. Ondanks dat de regisseur van de meest recente film, Marcus Nispel, in het soortgelijke Pathfinder (2009) gevoel toonde voor romantische barbaarse sfeer, is die bijna totaal aanwezig in zijn Conan-verfilming. En sfeer is juist zo essentieel voor sword ‘n’ sorcery-films. Het origineel had dit in overvloede en wist daardoor te overtuigen, mede dankzij de heerlijke Wagneriaanse soundtrack van Basil Poledouris. De ondersteunde muziek bij het nieuwe deel weet echter geen indruk te maken.

Qua acteerprestaties is de nieuwe Conan degelijk te noemen. Acteurs als Ron Perlman (als vader van Conan) leveren de kwaliteit die je van hen mag verwachten, maar schitteren niet. Dat komt door de gebrekkige dialogen en de afwezigheid van karakterontwikkeling. Natuurlijk kun je dit ook niet verwachten van een sword ‘n’ sorcery-film, maar zorg dan tenminste dat de sfeer klopt. Qua design laat de film ook steekjes vallen. Het ontwerpteam had beter de schilderijen van Conan door grootmeester Frank Frazetta moeten bekijken. Het plot is flinterdun en slecht bedacht. Waarom is de film niet simpelweg gebaseerd op een bestaand Conan-verhaal van Robert E. Howard? Een hoop gemiste kansen.

In de handen van een goede regisseur als een Peter Jackson had de nieuwe Conan een succes kunnen worden. Ik hoop dat een dergelijke regisseur (een Guillermo Del Toro bijvoorbeeld) een vervolgdeel gaat filmen, gewoon gebaseerd op een bestaand verhaal van Howard. Momoa mag dan van mij wederom Conan vertolken. Dit deel uit 2011 is leuk om eens op een druilerige zondagmiddag te kijken. De actie is met mondjesmaat vermakelijk, maar ook op dat gebied kun je bijvoorbeeld beter de verfilming van Solomon Kane (2009) gaan kijken. Dit personage van Howard is wel goed verwezenlijkt op het witte doek: op de ultieme Conan-verfilming zullen we weer moeten wachten. (Eru)

6.0

Cowboys & Aliens (2011)

Betere weergave op: http://tastelessenterprise.wordpress.com/2011/08/12/cowboys-aliens-2011-strip-vs-film/#more-429

Cowboys & Aliens (2011): strip vs. film

2011 is vooralsnog een goed jaar voor alien-films. In ieder geval als we kijken naar de aantallen. De afgelopen maanden hebben we World Invasion: Battle For Los Angeles, Skyline en Super 8 kunnen zien; nu hebben we het inventieve ‘aliens-vs-hoodies’ Attack The Block en Cowboys & Aliens. De eerste twee genoemde films waren bedroevend slecht. Over de laatste twee zijn de berichten echter positiever gestemd. Tijd om ze nader onder de loep te nemen, te beginnen met Cowboys & Aliens.

Cowboys & Aliens van John Favreau (Iron Man) is gebaseerd op de gelijknamige strip, geschreven door Fred Van Lente en Andrew Foley in 2006. De film volgt het oorspronkelijke verhaal niet nauwkeurig, maar de ruwe grondvormen komen overeen. In het Amerikaanse Wilde Westen van eind 19de eeuw krijgt een eenzame revolverheld in een stofdorpje te maken met een buitenaardse invasie. De inwoners – van diverse pluimage – en een nabijgelegen indianenstam moeten de handen ineen slaan, rancunes overwinnen en elkaars kwaliteiten benutten om de monsterlijke invallers te verslaan.

Regisseur Favreau heeft dit in eerste instantie cliché-verhaal voorzien van een menselijkheid die in de strip niet aanwezig is. Wie zijn Iron Man-films kent weet dat de Amerikaanse regisseur uitermate goed in staat is een stripverfilming te voorzien van een diepere dimensie. Hij laat Daniel Craig (als protagonist; een bandiet die zijn geheugen heeft verloren) en Harisson Ford (een chagrijnige en machtige rangehouder) schijnen zoals deze twee in geen tijden hebben gedaan. Zeer geslaagde keuzes: James Bond en Indiana Jones in één film zullen ook de nodige bioscoopkijkers trekken. Maar ook de kleinere rollen worden uitstekend vertolkt, zoals die van Sam Rockwell (Moon, Iron Man 2) en Clancy Brown (Highlander, Carnivale). Cowboys & Aliens schittert bovenal door overtuigende karakterontwikkelingen die we in dit genre al een tijdje niet meer hebben gezien.

Helaas zijn er ook niet onaanzienlijke punten van kritiek. Hoewel Favreau één van de oorspronkelijke thema’s uit de strip zeer goed transformeert naar het grote scherm (oude tegenstellingen overbruggen en samenwerken), blijft een ander thema geheel onderbelicht. Van Lente en Foley’s gelijknamige strip van een paar jaar geleden maakt een hele duidelijke analogie tussen de onderwerping van de Indianen door de technologisch superieure Europeanen en de onderwerping van dezelfde Europeanen (dit maar op technologisch gebied inferieur) door net zulke hebzuchtige buitenaardsen. Deze verhulde kritiek op het ontstaan van de Verenigde Staten blijft in de film helemaal achterwege. Wellicht gedaan om commerciële redenen, maar in mijn optiek een zwaktebod.

Daarnaast heb ik kritiek op de aliens: in de strip bestaan de aliens uit verschillende rassen, die door één oorlogzuchtig ras zijn onderworpen. De aliens zijn divers, intelligent en voeren onderling interessante dialogen. De leiders van de invasie zijn wrede villains met karakter. In Favreau’s film zijn ze echter pure barbaarse monsters, die gek genoeg een hoogstaande technologie hebben, maar met hun spraakgebrek en hun naaktheid nogal dierlijk overkomen. Totaal niet overtuigend. Ze missen karakter en zijn in principe monsterlijke obstakels in plaats van intelligente tegenstanders.

De strip Cowboys & Aliens had de potentie om op grootse wijze verfilmt te worden. Helaas is dat niet het geval: John Favreau toont zich een echte karakterregisseur die zijn cast laat schijnen, maar laat een thematische aanpak grotendeels achterwege. De film kan door de vrij serieuze toon en de karakterontwikkelingen niet worden afgedaan als goedkoop vermaak à la World Invasion en Skyline, maar mist ook de kwaliteit om in het rijtje te worden geschaard van genre-genoten als District 9 en Super 8. (Eru)

8.0

Edge of Tomorrow (2014)

Alternatieve titel: Live Die Repeat: Edge of Tomorrow

Op het eerste gezicht lijkt Doug Limans Edge Of Tomorrow een verfrissende en vernieuwende science fiction-film, zoals het binnen dit genre altijd zou moeten zijn. De regisseur, die eerder de snel vergeten superheldenfilm Jumper met Hayden Christensen afleverde, is er dit maal met succes in geslaagd duizelingwekkende actiescènes te vatten in een goed gefundeerd futuristisch principe.

De protagonist, een Amerikaanse PR-officier gespeeld door Tom Cruise, wordt op onverklaarbare reden geronseld voor een grootscheepse aanval van de mensheid op de buitenaardse bezetters van Europa. Deze wezens (die een kruising zijn tussen Lord Of The Rings’ Balrog en de Sentinels uit de latere Matrix-films) liepen in een mum van tijd ons geliefde continent onder de voet. Bij Verdun – duidelijke parallellen met de wereldoorlogen in deze film – kwam het tot een keerpunt. Net als bij Pacific Rim van vorig jaar is de samensmelting tussen mens en machine (een klassiek sci-fi-element) de sleutel tot succes tegen de buitenaardsen. Hier gebeurt het in de vorm van Elysium-achtige mechanische pakken.

De overwinning bij de Franse stad is voor de enigmatische generaal van de mensheid, gespeeld door Brendan Gleeson, reden om een futuristische D-Day op gang te zetten, om Europa in één beweging vrij te waren van te buitenaardsen. Samen met een groepje soldaten die zo uit Aliens hadden kunnen stappen komt groentje Cruise in het strijdgewoel terecht. Daar word hij door doodsangst overmand en sterft. Vervolgens wordt onze protagonist wakker. Hij is weer terecht gekomen op de ochtend vóór de massale aanval. Cruise bezit echter nog wel de herinneringen van de voorgaande aanval. Een Groundhog Day-achtig game over-element. Net als Rhulad Sengar, ‘the emperor of Thousands Deaths’ uit Steven Eriksons fantasty epos The Malazan Book of the Fallen kan Cruise eindeloze keren opnieuw sterven, en kan dezelfde dag nog eens over doen. Als in een computerspel weet hij wat komen gaat en is iedere keer beter in staat de buitenaardsen het hoofd te bieden.

Het game over-element is een zeer interessant plotprincipe dat zich uitermate goed leent voor een eindeloze herhaling van actiescènes die gek genoeg nooit repetitief aanvoelen. Het hectische camerawerk voelt aan als een achtbaan die je maar niet wil verlaten. Af en toe kun je even naar adem happen. Dat zijn de momenten waarop Cruise’s acteerspel zeer goed uit de verf komt. Zijn personage maakt een grote karakterontwikkeling door. Aanvankelijk is hij een arrogante PR-officier, daarna een bange infanterist, vervolgens totaal hysterisch, vastberaden en tegen het einde bijna onverschillig. Cruise speelt al deze verschillende karakteraspecten met verve.

Net als bij Cruise’s sci fi-vehikel van vorig jaar, Oblivion, heeft hij een vrouwelijke tegenspeler. Ditmaal is het Emily Blunt, die een nukkige, gefocuste super soldaat speelt, die langzaam ontdooit en haar gevoelige kant aan Cruise toont. De begaafde Blunt zet in tegenstelling tot Olga Kurylenko in Oblivion een modernistische heldin neer die aanvankelijk overtuigd is zelf het klusje wel te kunnen klaren. Tijdens de Star Wars-achtige finale (zoals we het einde helaas ook al zagen bij Independence Day en recentelijk bij The Avengers en Pacific Rim) blijft de rol van Blunt essentieel in de strijd tegen de buitenaardsen.

Het verhaalprincipe is de origineel, de actie is weergaloos, het hectische camerawerk is fantastisch en het acteerspel is zeer dynamisch, maar de film lijdt onder het kopiëren van te veel herkenbare elementen uit soortgelijke films. Tevens zitten er zoals bij veel recente science fiction-films enkele zichtbare gaten in het plot. Dat alles maakt Edge Of Tomorrow, net als Oblivion een degelijke en onderhoudende science fiction-film voor de massa’s.

Hobbit: The Desolation of Smaug, The (2013)

Alternatieve titel: The Hobbit Part 2

Jongens jongens, dit is echt huilen met de pet op. Wat een aanfluiting van een film. Na afloop hoorde ik van anderen ook alleen maar slechte reacties in de bioscoopzaal, vooral gevuld door twintigers die waarschijnlijk tien jaar geleden allemaal nog met plezier van LOTR - The Return Of The King op het grote scherm hebben gekeken.

Dit heeft helemaal niets meer te maken met de originele LOTR-films qua stijl, dialogen, spanning, sfeer, actie en personages. Laat staat dat het nog iets met 'de geest van J.R.R. Tolkien' te maken heeft. Dit tweede deel van The Hobbit-reeks laat zich het beste duiden als een verkrachting van de aard van het bronmateriaal. Het is Tolkien voor het ADHD Pirates of the Caribbean/Marvel-films publiek.

Een gigantisch overschot aan totaal ongeloofwaardige CGI-acties. Vond je dat met King Kong of The Hobbit 1 al vervelend worden bij Jackson? Dit is wel de climax op dat gebied, hoewel deel 3 waarschijnlijk nog erger worden. Jacksons 'more is more' -mentaliteit heeft de organische, bijna 'echte' historische sfeer die we kenden van LOTR compleet vervangen. Bij de originele trilogie had 'PJ' het plan gevat om Midden-Aarde over te laten komen als een echte realiteit uit een ver verleden, in de vorm van een historische film. Dát is het succesverhaal van LOTR: het sloot qua stijl meer aan op films als Gladiator en Braveheart dan iets als Willow. The Hobbit-films zijn typische fantasy-films, maar zonder de charme van jaren '80 cultklassiekers als Legend, Dark Crystal en Labyrinth. Nee, dit is eigenlijk meer een soort van Spider-Man of The Avengers in een pseudo-middeleeuwse setting.

Bijna alles ziet er gewoon gigantisch nep uit. Daardoor boet de film gigantisch aan zeggingskracht in. CGI-Orks, CGI-interieurs, CGI-bergen, CGI-bomen, CGI-Disney zonlicht, etc. Af en toe zien we nog die mooie gedetailleerde studio-sets, maar de overtuigende landschapshots, die LOTR zo overtuigend maakten en The Hobbit 1 ook op die films deed aansluiten, zijn bijna verdwenen. Esgaroth was erg mooi gemaakt: deels CGI, deels set, deel minitauur denk ik. Een mix van 17e eeuws Amsterdam, middeleeuws Noorwegen en vroeg-Russische elementen. Alleen dan weer dat neppe zonlicht er boven...brrr.

Te weinig Bilbo: zodra hij wel de focus kreeg, werd de film opeens stukken beter. De scenes van hem met de spinnen, het bevrijden van de Dwergen bij de Boselfen, de confrontatie met Smaug: de beste momenten uit de film. PJ focust echter te veel op minder belangrijke personages, zoals Legolas, die in deze film veel sterker is dan in LOTR. Hoe kan totaal onrealistische actie zonder fysieke consequenties spannend zijn? Totaal ongeloofwaardig, totaal overbodig. De Orks maken geen schijn van kans en vallen bij bosjes neer. Elke pijl raakt zijn doel: bij Hem's Deep bakte hij er niets van; misschien ouderdomsproblemen? Terwijl Gandalf hier een lachertje is: hij delft het onderspit tegen zowel Azog als de Necromancer.

De film was duidelijk uitgesponnen om tot een totaal van drie films te komen. Het ging maar door. Smaug was schitterend, maar op een gegeven moment heb je hem na veertig minuten ook wel gezien. Er zaten een hoop onnodige scenes in en scenes die eindeloos doorgingen. Saaie meuk.

The Hobbit - The Unexpected Journey, de voorganger, vond ik een hele leuke, onderhoudende film, maar zo terugkijkend zag ik al de voortekens voor een tot mislukken gedoemde franchise. Het boek The Hobbit was een kinderboek met een luchtige toon: totaal ongeschikt voor de puberale Marvel/Pirates of the Caribbean-massa. Peter Jackson wilde het meer als de LOTR maken door alles uit te vergroten en met eigen vindingen het plot spannender en meer 'volwassenen' te maken. Daarmee slaat hij de plank helemaal mis. Terwijl het verhaal en de belangen van The Hobbit veel minder omvangrijk zijn dan bij LOTR, moet anno 2013 alles nog veel groter en bombastischer dan in 2003 met de LOTR-trilogie. Ik verwacht dan ook dat 'The Battle of The Five Armies' in de volgende film, The Hobbit: There And Back Again een vertienvoudiging zal worden van de Slag bij Minas Tirith. Totaal ongeloofwaardig, maar ja, PJ is er gewoon op gericht een nieuwe generatie jongeren, die niet is opgegroeid met LOTR, door Marvel-achtige comic-film trucjes aan zich te binden.

Rise of the Planet of the Apes (2011)

Alternatieve titel: Rise of the Apes

Betere weergave op: Rise of the Planet Of The Apes (2011): een franchise-waardige reboot « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Rise of the Planet Of The Apes (2011): een franchise-waardige reboot

In 1968 verscheen de originele Planet of the Apes met Charlton Heston als protagonist op het bioscoopscherm. In wezen was dit een verfilming van het gelijknamige sciencefictionboek (La Planète des singes; 1963) van de Franse auteur Pierre Boulle. Eén van zijn inspiratiebronnen voor het schrijven van dit epos over de worsteling tussen mens en aap was de teloorgang van het Europese imperialisme na de Tweede Wereldoorlog. Vanuit het gezichtspunt van de koloniale machthebbers is het makkelijk om een analogie te maken tussen de machtsovername door voorheen relatief onintelligente apen en de opkomst van inheemse onafhankelijkheidsstrijders.

De Amerikaanse verfilming werd een groot succes en in de jaren zeventig volgden een aantal minder imposante delen. Een heuse franchise. Datgene probeert de Britse regisseur Rupert Wyatt (debuteerde in 2008 met The Escapist) ook te bewerkstelligen met zijn Rise of the Planet of the Apes. Dit nieuwe deel is een reboot van de filmreeks, die een oorsprongsverhaal vertelt á la Star Trek (2009) en Batman Begins. In deze tijden worden bioscoopgangers bedolven met remakes en verfilmingen van strips en games. Weinig origineel en vaak van mindere kwaliteit. Gelukkig kunnen we deze nieuwe apenfilm in dezelfde categorie plaatsen als die van de eerder genoemde films: een succesvolle herstart die een oud verhaal opnieuw vertelt en relevant maakt voor de volgende generatie. In die zin ook vergelijkbaar met Peter Jackson’s versie van King Kong uit 2005.

En er zijn meer vergelijkingen te maken met die andere recente apenfilm. King Kong-vertolker Andy Serkis (vooral bekend als Gollem in Lord of the Rings) excelleert opnieuw, dit maal als de aap Caesar, de protagonist van Rise of the Planet of the Apes. Serkis legt de haarscherpe grondvormen voor de bewegingen en emoties voor Caesar, die later gedigitaliseerd worden. Evenals Jackson heeft Wyatt uitstekend door dat als je een film met het thema ‘aap’ hebt, je apen ook daadwerkelijk de hoofdrol moet laten spelen (iets wat Michael Bay niet aandurfde met zijn Transformers). De apen staan dan ook helemaal centraal in deze film. Ze hebben allen een uniek karakter met idem dito gedrag. Weta Digital, de animatieproducent van Peter Jackson (en ook verantwoordelijk voor Avatar) levert de kwaliteit die we van hen gewend zijn. De performances van de apen stelen duidelijk de show.

De mensenpersonages staan in hun schaduw. Niet alleen door hun relatief kleinere rollen ten opzichte van de apen, maar ook door clichédialogen. In Rise of the Planet of the Apes zijn de apen de nobel savages: edele wilden. Intelligent en goedaardig, maar wel naïef. Op een dergelijke wijze keken Europese koloniale machthebbers naar de door hen onderworpen volkeren in Afrika en Azië. Evenals de Europeanen met de inheemse bevolking van hun koloniën zijn de mensen in deze film van mening dat ze de apen moeten opvoeden en ‘beschaven’, maar uiteindelijk wel blijven controleren.

De apen – die door een niet al te uitgediept medicijn hyperintelligent zijn geworden – onder leiding van Caesar pikken dit niet langer, vooral nadat ze zien hoe sadistisch en corrupt mensen kunnen zijn (vooral in de vorm van Tom Felton; Draco Melfoy in Harry Potter – opvallend trouwens dat blondjes tegenwoordig altijd de bad guys zijn). Ze komen in opstand, die uiteindelijk eindigt in een patstelling. Het zal interessant zijn om te zien hoe de filmreeks verder zal gaan: zo weten we al dat het medicijn dan apen intelligenter maakt een voor mensen dodelijk virus verspreidt.

Rise of the Planet of the Apes komt bij vlagen, vooral in de dialogen, nogal cliché over. Maar op het moment dat je denkt dat het voorspelbaar en geforceerd gaat worden vindt er altijd weer een integrerende plottwist plaats. Regisseur Wyatt zet je voortdurend op het verkeerde been. De film blijft daardoor erg spannend: ik zat voortdurend op het puntje van m’n stoel. In tijden had ik geen film meer gezien die mij zo nieuwsgierig maakte naar de volgende scene. Absoluut een verslavende blockbuster die je op DVD wilt hebben om nog lekker vaak te kijken. Maar bovenal is Rise of the Planet of the Apes één van de weinige films die met verve niet-menselijke personages de show laat stelen en ze daar ook alle ruimte voor geeft! (Eru)

8.8

Season of the Witch (2011)

Betere weergave op: Occultisme en Middeleeuwen: Season of the Witch en Black Death « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Season of the Witch is een Amerikaanse productie door Dominic Sena, een regisseur van vlotte en hippe actiefilms. Deze ongewone achtergrond komt duidelijk naar voren in zijn visie op de Middeleeuwen: zo hebben kruisvaarders ninja-achtige fighting-skills en zit de film propvol onrealistische actiescènes.

De altijd-degelijke Nicolas Cage speelt samen met zijn charismatische side-kick Ron Perlman (Hellboy, Sons Of Anarchy) twee gedesillusioneerde kruistocht-veteranen. Vooral het personage van Cage is er van overtuigd dat het uitmoorden van ongewapende heidenen niet God’s Wil was en hem juist verdoemd heeft. Eenmaal weer terug in Europa hopen de twee voor hun zonden verlossing te krijgen door een van hekserij beschuldigd meisje te vervoeren naar een The Name of Rose-achtige abdij.

Deze tocht gaat gepaard met een hoop onnodige adventure-clichés zoals instortende touwbruggen, hongerige wolven en ten slotte demonen á la die in Eddie Murphy’s Golden Child. Toch weet de film relatief veel aandacht te besteden aan alle personages; overtuigend neergezet dankzij sterke dialogen.

Hoewel de film getekend wordt door vele historische onjuistheden (verkeerde jaartallen, niet-bestaande regio’s, fantasy-achtige wapenuitrustingen; om nog maar niet te spreken over het bovennatuurlijke occulte aspect) weet Siena een sfeervolle film neer te zetten (schitterende, woeste landschapshots) die tevens een inkijkje geeft in de ziel van de Middeleeuwer dankzij het personage – en acteerwerk – van Cage.

6.5

Thor (2011)

Betere weergave op: Thor (2011): sterke opener van het blockbuster-seizoen « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Thor (2011): sterke opener van het blockbuster-seizoen

Weer een nieuwe verfilming van één van de comic heroes uit de stal van Marvel Studios, recentelijk ook verantwoordelijk voor John Favreau’s Iron Man, Iron Man II en Lous Leterrier’s The Incredible Hulk. Samen met deze films en het aankomende Captain America: The First Avenger van Joe Johnston vormt Kenneth Branagh’s Thor de opmaat voor The Avengers: een soort van ‘superhero film to end all other superhero films’ waarin Thor, Iron Man, The Hulk en Captain America zich verenigen in het gelijknamige superheldenteam om het ultieme kwaad te bestrijden.

Het personage Thor is oorspronkelijk gecreëerd door Stan Lee, de grand old man van het Amerikaanse comic hero-genre (speelde zichzelf in het geniale Mallrats van Kevin Smith). Natuurlijk gebaseerd op de gelijknamige Noorse dondergod (bij ons bekend als Donar van donderdag). De strip en deze film hebben echter een frisse, originele visie op het personage en de Noorse mythologie: Thor en de andere goden zijn hier geen daadwerkelijke goden, maar in feite een ras van oppermachtige aliens, genaamd de Asgardians, die onder leiding van de eenogige Odin (kwetsbaar en wijs vertolkt door Anthony Hopkins) heersen over het bekende universum, de ‘Nine Worlds’. Op Aarde werden ze door de Germanen vereerd als goden, maar op de planeet Jotunheim werden ze bestreden door de buitenaardse Frost Giants.

Thor, een soort van blonde Arie Boomsma, maar dan met charisma (gespeeld door Chris Hemsworth, bekend van zijn vertolking als de pa van Kirk in de laatste Star Trek) wordt vanwege zijn tomeloze arrogantie en hersenloze geestdrift door zijn vader, koning Odin van Asgard, verbannen naar de Aarde. Daar verliest hij zijn krachten en wordt opgevangen door Jane Foster, een wetenschapper gespeeld door de altijd saaie Natalie Portman. Gelukkig zorgt Kat Dennings (Defendor, Nick & Norah’s Infinite Playlist) tijdens deze aardse scènes voor de nodige komische noot. Ondertussen heeft Thor’s adoptiebroer, de slinkse Loki, de macht in Asgard overgenomen en moet de voormalige dondergod zijn thuisplaneet zien te redden van de ondergang.

Asgard en de Asgardians zijn schitterend in beeld gebracht; een mix van het Elfendesign van Lords of the Rings en Stargate. De kracht van de film ligt in de voortdurende afwisseling tussen de sprookjesachtige setting van Asgard en scènes op onze eigen planeet. Een beetje vergelijkbaar met Hellboy II: The Golden Army. De film bevat momenten met geniale humor (vooral de momenten van de verwarde Thor op aarde zijn werkelijk hilarisch: de hele bioscoop lachte mee!) maar zet op andere momenten een emotionele sfeer die overtuigend over komt.

Het acteerwerk van Hemsworth als Thor is fantastisch. Portman lijkt zowat echt verliefd te zijn op Thor, maar dat is (voorstelbaar) niet wederzijds. Het personage van Loki is niet die van een supercharismatische klassieke bad guy, maar die van een zeer realistische gemankeerde ambitieuze politicus. Kenneth Branagh is een Shakespeare-verfilmer en Thor blinkt dan ook uit in de dialogen en intriges. Het is echt een film die gedreven wordt door de personages, ook door de minder belangrijke, zoals Asgardianse heroïne Sif, de Gimli-achtige Volstagg en professor Selvig (gespeeld door Stellan Skarsgard die net als Hopkins de rol van de Scandinavische koning Hrotgar vertolkte in de Beowulf-films).

Qua camerawerk is deze film erg conservatief en traditioneel voor een comic-verfilming. De soundtrack is niet indrukwekkend of herkenbaar, maar doet zijn werk. Ook het feit dat Thor is omgezet naar 3D zorgt niet voor een betere kijkervaring, maar juist voor hoofdpijn, een goedkoop kijkdoos-effect en vage blurr vechtscènes. Daarentegen is de tempo en de toon van de film erg goed, die meer weg heeft van de speelse lichtzinnigheid van de Iron Man- en Hellboy-films dan van de zwaarmoedigheid van The Dark Knight en Watchmen.

Al met al is Thor een uitstekende superheldenfilm die zichzelf niet te serieus neemt en een hele sterke opener van het blockbuster—seizoen. Folkmetal—fans zullen stijl achterover slaan bij Stan Lee’s frisse take op de Noorse mythologie (met een zwarte Heimdal en Aziatische Asgardians), maar ik was blij verrast. Ik verheug me nu al op een vervolg en ben erg benieuwd naar de aankomende Captain America en The Avengers-films! (Eru)

8.5

P.S. De film bevat een aantal leuke referenties naar andere strips in het Marvel-universum, zoals een cameo van de toffe The Avengers-boogschutter Hawkeye en een referentie naar Tony Stark alias Iron Man (‘Is that one of Stark’s?’). Oh ja, even in de bioscoop blijven zitten tot ná de aftiteling!

Trolljegeren (2010)

Alternatieve titel: Trollhunter

Betere weergave op: The Troll Hunter/ Trolljegeren (2010): visitekaartje voor Noorwegen « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

The Troll Hunter/ Trolljegeren (2010): visitekaartje voor Noorwegen

Vorig jaar gooide de Noorse film Trolljegeren (Engels: The Troll Hunter, Nederlands: Troljager) hoge ogen tijdens diverse internationale filmfestivals. De vakpers in binnen- en buitenland was laaiend enthousiast over de creativiteit die regisseur André Øvredal tentoon spreidt in zijn nep-documentaire (mockumentary) over een dag in het leven van een jager van trollen: de yetis van Noorwegen en o.a. bekend uit de mythologieën van de Edda, het Scandinavische oergeschrift.

Het verhaal luidt als volgt: drie studenten komen in contact met Hans, een zonderlinge boswachter-figuur die in dienst van een geheimzinnige organisatie van de Noorse regering trollen moet vernietigen. Net zoals volgens velen de Verenigde Staten een ‘UFO-cover up’ hebben, heeft Noorwegen namelijk een ‘trollen-cover up’. De reusachtige, monsterlijke trollen leven ver buiten het zicht (en kennis) van de mens, in afgelegen berg- en bosgebieden. Af en toe kom er één dichtbij de bewoonde wereld en is het aan Hans om deze trollen – in het geheim – uit te schakelen.

De drie studenten zijn erg onder de indruk van het werk van Hans en besluiten een documentaire van een dagje in zijn leven te maken. We zien de film vanuit het perspectief van een handheld-camera, maar door het bovenstaande gegeven en de Noorse nuchterheid hebben we niet te maken met een beklemmende, dramatische Blair Witch-kloon, zoals Cloverfield, maar meer met een aanvankelijk vrij luchtige documentaire in de stijl van video-blogs van rondtoerende bands.

Maar vrees niet: de Noorse inslag maakt de film zeker niet saai en beklemmende scenes verschijnen zeker. De Scandinavische toon is zeer verfrissend en bevrijdend na de zo-bekende Amerikaanse ‘Oh my God!’-hysterie. De film heeft wat knulligheden: zo ruiken de trollen het bloed van christenen (een legende die terug gaat naar de Middeleeuwse kerstening van Noorwegen) en kunnen ze niet tegen daglicht (á la Tolkien).

De CGI-animaties zijn van een schitterende gedetailleerde kwaliteit. De eerste trol die de studenten tegenkomen heeft een Harry Potter-achtige schattigheid, maar de meeste lijken rechtstreeks uit de schetsen van Rien Poortvliet te zijn gestapt en komen daardoor erg realistisch en overtuigend over. De trollen horen helemaal thuis in het betoverende woeste landschap van Noorwegen, waar we ondanks de handheld-camera technieken op indrukwekkende wijze op getrakteerd worden.

Hoewel altijd moeilijk in te schatten is hoe goed het acteerwerk is als de film in een andere taal dan het Engels of Nederlands wordt gesproken (in dit geval natuurlijk Noors), heb ik het idee dat de acteurs goed werk verrichten, vooral Otto Jespersen (van huis uit een komiek) die op grimmige wijze de rol van Hans vertolkt. De nuchterheid van de Noren zal ons Nederlanders sowieso erg aanspreken!

Al met al hebben we met Trolljegeren weer een originele, geslaagde monsterfilm die – net als genre-genoot The Host voor Zuid-Korea – helemaal thuis hoort in de culturele context van Noorwegen: een land dat met deze filmische ruwe diamant laat zien dat ze meer kunnen exporten dan alleen black metal! (Eru)

8.5

X: First Class (2011)

Alternatieve titel: X-Men: First Class

Betere weergave op: X-Men: First Class: het beste deel tot nu toe? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

X-Men: First Class: het beste deel tot nu toe?

30 000 jaar geleden stierf de Neanderthaler uit: volgens één van de populairste theorieën werden ze in een langzame genocide uitgeroeid door de Homo sapiens; de moderne mens. Deze mogelijke oorsprongsgeschiedenis verklaart misschien de Freudiaanse oerangst die de mens in het X-Men comic-universum koestert tegen mutanten: de kans dat ze worden uitgemoord door een jonger intelligenter en sterker ras. De Master Race van weleer wordt vervangen door een nieuwe Übermensch.

Het concept van menselijke mutanten als een volgende stap in de evolutie (met unieke individuele eigenschappen) en de implicaties hiervan op onze samenleving maakten de eerste twee X-Men films van Bryan Singer meer dan simpele stripverfilmingen; het waren in principe heuse sciencefictionfilms die diepgravende thema’s als superioriteit, discriminatie, vooroordelen en paranoia in een mogelijke toekomstsetting bespraken. Helaas wisten de derde film en de Wolverine spin-off niet dezelfde kwaliteit te leveren.

Maar hier is weer een nieuw deel die hopelijk de geflopte recente afleveringen kan doen vergeten. De X-Men films werden altijd gedreven door de strijd van het gelijknamige mutantenteam onder leiding van de idealistische Dr. Xavier (Patrick Stewart; Stark Trek The Next Generation) tegen de duistere Magneto (Ian McKellen; Lord of the Rings) en zijn mutantenvolgelingen. De eerste wilde samenleven met de ‘normale’ mensen, de laatsten wilde deze juist uitroeien. Een soort van Martin Luther King versus een moordlustige Malcolm X.

X-Men: First Class is een prequel op de voorgaande films. Het is een zogenaamde origin-story zoals Stark Trek (2009) en Batman Begins en vertelt de oorsprong van de vetes tussen Magneto en Xavier in de jaren ’60. Daarom dit keer geen bombastisch acteerwerk van bejaarde Shakespeare-acteurs als McKellen en Stewart. Ditmaal hebben we te maken met dertigers Michael Fassbender (Inglourious Basterds) als Eric Lensherr alias Magneto en James McAvoy (Shameless; de Britse Flodder) als Charles Xavier.

De film start met een knap-geschoten scene in een deprimerend Nazi-concentratiekamp waar een jonge Joodse Eric door Sebastian Shaw ( Kevin Bacon) op meedogenloze wijze wordt gedwongen zijn mutantenkrachten te tonen. In dezelfde periode komt de adellijke Charles in zijn voorouderlijke landhuis voor het eerst een andere mutant tegen. Gedurende de jaren ’50 en begin jaren ’60 wordt Eric een succesvolle Nazi-jager en groeit Charles uit tot een gelauwerde jonge gen-professor.

Ondertussen richt Shaw de Hellfire Club op, een geheime organisatie van mutanten die de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie proberen te veranderen in een ware Derde Wereldoorlog. De hierbij komende nucleaire holocaust zal de mensheid vernietigen, maar de mutanten zullen het overleven. Terwijl Shaw de Cuba raketcrisis initieert, probeert een groep van mutanten onder leiding van Eric en Charles hem te stoppen. Beiden hebben echter wel verschillende motieven…

Bacon zet als Shaw een geslaagde villain neer (hoewel zijn Duits leuk is geprobeerd, maar belabberd overkomt), maar het gaat in deze film natuurlijk over de dynamiek in de relatie tussen Charles en Eric, die op bewonderingswaardige wijze worden vertolkt door McAvoy en Fassbender. Magneto is later natuurlijk de bad guy, maar in deze film had ik misschien wel meer sympathie voor deze Holocaust-overlever dan voor de flamboyante dandy Xavier. De film maakt uitstekend de beweegredenen van deze toekomstige vijanden duidelijk.

De film wordt vergezelt door een memorabele opzwepende soundtrack van Henry Jackman. Het camerawerk is ook noemenswaardig: in tegenstelling tot de andere recente stripheldenfilm Thor maakt X-Men: First Class gebruikt van progressief camerawerk: split-screen, wat goed werkt om het tempo in de film te houden en tegelijkertijd veel informatie te geven.

De jaren ’60 zijn realistisch in beeld gebracht, maar tegelijkertijd met een speelse James Bond-feel, die de film de nodige ademruimte geeft. Het acteerwerk van de kleinere personages, zoals de jonge mutanten (behalve Mystique allemaal nieuwe karakters) achter Charles en Eric is fris en spontaan in de stijl van de laatste Star Trek. Ik heb geen moment suffige personages als Cyclops en Storm uit de voorgaande films gemist. Hugh Jackman’s Wolverine heeft nog wel even een cameo in deze film: leuk voor de fans.

De film heeft een spectaculaire finale die erg doet denken aan het einde van Watchmen. Soortgelijke vragen over het lot – en de gevolgen – van supermensen worden opgeroepen. Maar er zijn ook moralistische overeenkomsten de Star Wars-films. Door deze diepgravende thema’s, het uitstekende acteerwerk, de afwezigheid van heldenclichés en vooral de dynamiek tussen Fassbender en McAvoy ontstijgt X-Men – First Class het niveau van alle voorgaande X-Men films en is zonder twijfel de beste prequel-film ooit! (Eru)

8.8

Your Highness (2011)

Betere weergave via: Your Highness (2011): ?Elf Fantasy Fair gone wrong? « tasteless enterprise - tastelessenterprise.wordpress.com

Your Highness (2011): ‘Elf Fantasy Fair gone wrong’

The Neverending Story, Willow, Labyrinth, Hawk the Slayer, The Sword and the Sorcerer, Conan the Barbarian, The Dark Crystal, Dragonslayer, Legend, Krull. Fantasy-cultfilms uit de jaren ’80. Escapistische cinema lang vóór de komst van The Lord of the Rings (2001) op het grote scherm, maar natuurlijk wel gebaseerd op het epos van J.R.R. Tolkien en de hele fantasy-traditie (met o.a. Dungeons & Dragons) die vanaf eind jaren ’60 van de grond kwam. Ondanks de voor huidige maatstaven gebrekkige producties hadden deze fantasyfilms van weleer een aandoenlijke naïeve onschuld en een warme, nostalgische sfeer.

Your Highness van regisseur David Gordon Green is bedoelt als een eerbetoon, maar vooral als een parodie op deze 80’s-films. Rob Reiner ging hem daarmee in 1987 al voor met The Princess Bride. Een luchtige film die evenals zijn This Is Spinal Tap (‘rock mockumentary’) een genre op de hak neemt, maar daar zo goed in slaagt (met een stukje respect) dat het geen parodie, maar een hoogstaand onderdeel van het genre is geworden.

Niets van dat alles in Your Highness: met de bombastische Manowar/Rhapsody-achtige soundtrack raakt David Gordon Green de juiste snaar, maar door slecht camerawerk (gefilmd in Ierland, maar we zien niets van het landschap) en povere aankleding komt de typische authentieke fantasy-sfeer niet naar voren. De special effects zijn compleet over de top en totaal niet overtuigend.

Maar ja, is dit dan een vereiste voor een film die gewoon in feite een platvloerse parodie-comedie in de slechtste Amerikaanse traditie is? Wel als Green daadwerkelijk ‘een eerbetoon’ wil doen aan bovenstaande cultfilms. Het komedieniveau is het laagste van het laagste. De proloog van Your Highness is een ingenieuze parodie op Willow (1987). Daarna wordt de kijker getergd door tenenkrommende dialogen die maar niet lijken op te houden.

Het mij omringende bioscooppubliek ging compleet uit zijn dak. Aanvankelijk wist de film ook een glimlach op mijn gezicht te toveren. Voor een fantasy-liefhebber is Your Highness een feest der herkenning en aanvankelijk lijken de grappen nog fris en scherp te zijn. Daarna vervalt de film is de slechtste Amerikaanse platvloersheid. Het Nederlandse studentikoze publiek lustte er wel pap van. Heuse culturcide. De film wil om schaamteloze wijze ‘fout’ zijn en het is gênant hoe makkelijk kijkers daar voor vallen. Dan liever een onbedoeld slechte film als het soapige The Room.

Verbazingwekkend dat gerenommeerde acteurs als James France en Charles Dance (Tywin Lannister in Game of Thrones) zich hier voor lenen. Toppunt is Natalie Portman, die vorig jaar nog schitterde in Black Swan. Hoe haalt ze het in haar hoofd in deze meuk te spelen? Your Highness is geen eerbetoon, maar een grove belediging aan het adres van de 80’s fantasy-cinema. Ter rehabilitatie vanavond maar weer even Excalibur (1980) opzetten. Zucht. (Eru)

3.0