Geslaagde, maar niet altijd even volwassen DCU-reboot
James Gunn is een regisseur die bij mij wisselend succes boekt. Guardians of the Galaxy vond ik geweldig, en ook The Suicide Squad is top. Ik geniet van series als Peacemaker en Creature Commandos, al kent Peacemaker sterk wisselende kwaliteit (seizoen 2 moet ik nog steeds zien). Toch vond ik het eerste seizoen over het algemeen vermakelijk, met een aantal uitschieters naar boven.
Het tweede seizoen van Peacemaker speelt een belangrijke rol in de DCU, maar voor ik daarmee begon, wilde ik eerst Gunns Superman zien. Omdat Guardians of the Galaxy Vol. 3 mij flink tegenviel, had deze film niet mijn hoogste prioriteit. Toch vond ik Gunns versie van Superman behoorlijk geslaagd. Er waren echter wel een aantal punten die mij stoorden en waar ik niet op had gehoopt binnen de DCU.
Dit heeft betrekking op een aantal kiddy- en softe elementen: Superman die een eekhoorn redt, de “superschattige” ruimtebaby en het voorspelbare cliché van een object (en zelfs een gigantische draak) dat Superman net op tijd tegenhoudt voordat deze omvallen en er gewonden vallen. Ik begrijp dat dit bij Superman hoort, maar ik had gehoopt dat Gunn meer zou inzetten op zijn eigenzinnige, volwassen stijl, in plaats van te leunen op familievriendelijke clichés die we al kennen van Marvel/Disney. Deze elementen hadden minder opzichtig naar voren mogen komen en meer op de achtergrond kunnen blijven.
Toch zijn er ook veel positieve punten. De speelduur vloog om, het tempo lag hoog, en er werd geen onnodige tijd verspild aan introducties die iedereen al kent. De Justice Gang vond ik een leuke groep: ongefilterd en ongeremd, wat een verademing was bij de toch wat brave Superman. Lex Luthors intelligentie werd op een geloofwaardige manier ingezet om Superman dwars te zitten. Ondanks het hoge “koetjiekoe-gehalte” van Superman zijn sidekick Krypto, heb ik hem toch in mijn hart gesloten. Er zijn ook scènes waarbij duidelijk is dat Gunn helemaal in zijn element is, met als hoogtepunt het gevecht op het strand met Mr. Terrific en een aantal humorvolle momenten waar ik oprecht van genoten heb.
Het was jammer dat het eindgevecht behoorlijk generiek en weinig origineel was, maar gelukkig bleef er genoeg te genieten over. Ik blijf Gunn met veel belangstelling volgen, al hoop ik dat hij zijn eigenzinnige stijl niet te veel laat ondergraven en te soft wordt. Al dan niet onder druk van de studio’s.
Paul Thomas Anderson zal naar mijn idee nooit helemaal mijn regisseur worden, maar One Battle After Another beviel mij in ieder geval al een stuk beter dan het bejubelde Licorice Pizza. Hoewel ik ook deze film enigszins overgewaardeerd vond, heb ik de eigenzinnige actiecomedy wel als aangenaam ervaren. Niet in de laatste plaats door DiCaprio, die eigenlijk nooit teleurstelt, maar evengoed door Sean Penn en Chase Infiniti. De rol van Benicio del Toro vond ik wel behoorlijk vergeetbaar.
Waar ik aanvankelijk wat moeite mee had, was het ontbreken van expliciete motivaties voor Bob Ferguson om revolutionair te zijn. Toen het verhaal eenmaal op gang kwam, kon ik dit goed loslaten en begon ik steeds meer te genieten. Richting het einde nam mijn enthousiasme echter weer wat af. Het verhaal kende te weinig verrassingen en bleef afstandelijk. Bovendien wilde de film soms net wat te geforceerd een moderne klassieker zijn.
Dat wordt het niet, omdat het verhaal hier te generiek voor is en de dialogen onvoldoende sterk zijn om dit in zijn totaliteit te bewerkstelligen. Dit heeft ook met smaak te maken: de stijl van Anderson is niet helemaal de mijne. Desalniettemin barst de film van de sfeervolle beelden. Het is een goed voorbeeld van hoe een sterke cast de hele film van een ruime 6 naar een ruime 7 tilt. Want dat de cast sterk acteert, staat buiten kijf.