Ik heb genoten van The Housemaid. De eerste helft van het verhaal, de sfeer en de personages zijn allemaal van een hoog niveau. Helaas neemt de film een keerpunt dat een negatieve impact op het verhaal heeft: de regisseur maakt een aantal cruciale missers. Dit zorgt ervoor dat mijn beoordeling van vier naar drie sterren gaat. Een pijnlijke uitkomst van een over het algemeen prima kijkervaring. Er wordt als kijker met je gespeeld en het verhaal gaat een richting uit die ik totaal niet zag aankomen. In de finale zitten helaas een opeenstapeling aan toevalligheden, en laat de regisseur enorm veel kansen liggen voor een veel creatievere en sterke uitwerking. De huidige finale vond ik erg pijnlijk om te zien.
Vanaf het moment dat Nina terug naar huis komt met een opgesloten Andrew op zolder, stort het tot dan toe hoge niveau van dit sterk geschreven verhaal compleet in. Er had veel meer gedaan kunnen worden met de achtergrond van Millie en de OCD-stoornis van Andrew. Men was goed op weg met het trekken van de tand en het kapotgooien van het servies, maar bouwt dit ijzersterke gegeven vervolgens helemaal niet meer uit. Men liet hier al meteen een goede kans liggen door duidelijk te maken dat Andrew nog een stuk afgebroken tand in zijn mond had zitten en dat Millie tegen Andrew zou zeggen het opnieuw te moeten doen, omdat de tand intact had moeten zijn. Kortom: net als wat Nina moest doen met het uittrekken van haar haren bij de wortels destijds.
Aangaande het verleden van Millie waren een paar korte flashbacks die de achtergrond van Millie onthullen waar we het als kijker mee moesten doen. Hoewel de aanleiding sterk was (Millie vermoordt per ongeluk een jongen die een medestudent seksueel misbruikt), laat men de bal vervolgens liggen door dit niet nog veel sterker uit te werken. Haar trauma had als trigger gebruikt kunnen worden, waardoor ze erop gebrand is om Andrew ten onder te brengen. Door Nina terug naar het huis te laten komen, laat men een prachtige kans liggen om het kat-en-muisspel op een creatieve manier verder uit te bouwen. Het ligt weliswaar in de lijn der verwachting dat Andrew zou ontsnappen, maar het kat-en-muisspel dat vervolgens tussen hem en Millie had kunnen ontvouwen, wat nu niet plaatsvond, voelt als een gemiste kans. Millie had Andrew bijvoorbeeld ten onder kunnen brengen door zijn OCD nog meer tegen hem te gebruiken. Ze had ook de kamer in brand kunnen zetten, waardoor een brandende Andrew door de deur heen breekt en haar door het huis achterna jaagt. In de tussentijd had zij enkele boobytraps in het huis kunnen plaatsen (zoals het creëren van een gladde vloer), die zij zelf ontwijkt maar Andrew niet, waardoor hij over de reling van de trap valt en zijn nek breekt. Als ik dit al kan verzinnen, had de regisseur dit ook kunnen bedenken. Nu krijgen we helaas een voorspelbare cliché uitwerking voorgeschoteld.
Het boek heb ik niet gelezen, maar al zou het einde hier hetzelfde zijn geweest, dan had bovenstaand voorbeeld de finale alleen maar sterker kunnen maken en een verbetering op het origineel kunnen zijn. Daarnaast heeft de finale nog meer missers. Zoals een politieagente die “toevallig” de zus is van een voormalig slachtoffer, waardoor ze het bewijs dat Andrew met opzet om het leven is gebracht over het hoofd ziet. Dit is zo toevallig en slecht geschreven dat ze het er beter volledig uit hadden kunnen laten.
Zoveel potentie maar zoveel gemiste kansen, maken dit niet meer dan een zesje voor mij. Kijkend naar de kritieken lijken de meeste mensen zich minder aan de finale te storen, wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan de aankondiging van het tweede deel. Hopelijk is het vervolg constanter, maar ik heb hier een hard hoofd in.
Alternatieve titel: The New Avengers, 24 januari, 17:34 uur
Villains met diepgang, helden met humor.
Thunderbolts voelt als een welkome afwisseling op de vele middelmatige producties die Marvel de afgelopen jaren heeft uitgepoept. Dit heeft alles te maken met een creatieve villain, die feitelijk niet slecht is en die tevens depressie als onderwerp bespreekbaar maakt. Een gewaagde keuze, maar een keuze die gelukkig zeer goed uitpakt. Aan de nieuwe groep Avengers moest ik aanvankelijk een beetje wennen, omdat ik niet alle personages even goed kende. Dit ging met name om John Walker en Ava Starr. John kon ik mij nog herinneren uit Falcon and the Winter Soldier, maar die serie vond ik zo slaapverwekkend dat ik deze nooit afgerond heb. Via Google heb ik achterhaald dat Ava Starr eerder in Ant-Man and the Wasp verscheen. Bij mij waren met name de personages uit Black Widow en Bucky het meest bijgebleven.
Hoewel Marvel ook hier weer een aantal verplichte momenten voorbij moet laten komen zoals de momenten waarbij de Thunderbolts burgers redden van neervallend puin (hoe vaak is dit cliché al voorbijgekomen?), blijft de film goed overeind door het prima geschreven verhaal, de leuke personages die een prima chemie met elkaar hebben en ook een aantal humorvolle momenten die gelukkig niet te zoetsappig zijn. Het blijft zoete koek voor het grote publiek, maar gelukkig werd hier veel moeite geïnvesteerd in het neerzetten van een goede “slechterik”, een cruciaal element dat helaas in veel Marvel-producties ontbreekt.
In aanloop naar Avengers: Doomday ben ik nu alleen nog niet helemaal bij met The Marvels en Captain America: Brave New World, maar gezien de vele middelmatige recensies (vooral The Marvels wordt tot de grond toe afgebrand) weet ik niet zeker of ik mij hiertoe kan zetten.
Geslaagde, maar niet altijd even volwassen DCU-reboot
James Gunn is een regisseur die bij mij wisselend succes boekt. Guardians of the Galaxy vond ik geweldig, en ook The Suicide Squad is top. Ik geniet van series als Peacemaker en Creature Commandos, al kent Peacemaker sterk wisselende kwaliteit (seizoen 2 moet ik nog steeds zien). Toch vond ik het eerste seizoen over het algemeen vermakelijk, met een aantal uitschieters naar boven.
Het tweede seizoen van Peacemaker speelt een belangrijke rol in de DCU, maar voor ik daarmee begon, wilde ik eerst Gunns Superman zien. Omdat Guardians of the Galaxy Vol. 3 mij flink tegenviel, had deze film niet mijn hoogste prioriteit. Toch vond ik Gunns versie van Superman behoorlijk geslaagd. Er waren echter wel een aantal punten die mij stoorden en waar ik niet op had gehoopt binnen de DCU.
Dit heeft betrekking op een aantal kiddy- en softe elementen: Superman die een eekhoorn redt, de “superschattige” ruimtebaby en het voorspelbare cliché van een object (en zelfs een gigantische draak) dat Superman net op tijd tegenhoudt voordat deze omvallen en er gewonden vallen. Ik begrijp dat dit bij Superman hoort, maar ik had gehoopt dat Gunn meer zou inzetten op zijn eigenzinnige, volwassen stijl, in plaats van te leunen op familievriendelijke clichés die we al kennen van Marvel/Disney. Deze elementen hadden minder opzichtig naar voren mogen komen en meer op de achtergrond kunnen blijven.
Toch zijn er ook veel positieve punten. De speelduur vloog om, het tempo lag hoog, en er werd geen onnodige tijd verspild aan introducties die iedereen al kent. De Justice Gang vond ik een leuke groep: ongefilterd en ongeremd, wat een verademing was bij de toch wat brave Superman. Lex Luthors intelligentie werd op een geloofwaardige manier ingezet om Superman dwars te zitten. Ondanks het hoge “koetjiekoe-gehalte” van Superman zijn sidekick Krypto, heb ik hem toch in mijn hart gesloten. Er zijn ook scènes waarbij duidelijk is dat Gunn helemaal in zijn element is, met als hoogtepunt het gevecht op het strand met Mr. Terrific en een aantal humorvolle momenten waar ik oprecht van genoten heb.
Het was jammer dat het eindgevecht behoorlijk generiek en weinig origineel was, maar gelukkig bleef er genoeg te genieten over. Ik blijf Gunn met veel belangstelling volgen, al hoop ik dat hij zijn eigenzinnige stijl niet te veel laat ondergraven en te soft wordt. Al dan niet onder druk van de studio’s.
Paul Thomas Anderson zal naar mijn idee nooit helemaal mijn regisseur worden, maar One Battle After Another beviel mij in ieder geval al een stuk beter dan het bejubelde Licorice Pizza. Hoewel ik ook deze film enigszins overgewaardeerd vond, heb ik de eigenzinnige actiecomedy wel als aangenaam ervaren. Niet in de laatste plaats door DiCaprio, die eigenlijk nooit teleurstelt, maar evengoed door Sean Penn en Chase Infiniti. De rol van Benicio del Toro vond ik wel behoorlijk vergeetbaar.
Waar ik aanvankelijk wat moeite mee had, was het ontbreken van expliciete motivaties voor Bob Ferguson om revolutionair te zijn. Toen het verhaal eenmaal op gang kwam, kon ik dit goed loslaten en begon ik steeds meer te genieten. Richting het einde nam mijn enthousiasme echter weer wat af. Het verhaal kende te weinig verrassingen en bleef afstandelijk. Bovendien wilde de film soms net wat te geforceerd een moderne klassieker zijn.
Dat wordt het niet, omdat het verhaal hier te generiek voor is en de dialogen onvoldoende sterk zijn om dit in zijn totaliteit te bewerkstelligen. Dit heeft ook met smaak te maken: de stijl van Anderson is niet helemaal de mijne. Desalniettemin barst de film van de sfeervolle beelden. Het is een goed voorbeeld van hoe een sterke cast de hele film van een ruime 6 naar een ruime 7 tilt. Want dat de cast sterk acteert, staat buiten kijf.