menu

Hier kun je zien welke berichten Kuck-x als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Carry On at Your Convenience (1971)

Alternatieve titel: Carry On Round the Bend

3,5
geplaatst:
Aan de meeste Carry On films begin ik al helemaal niet meer, omdat ik te dikwijls na een kwartier of zo al afhaakte. Maar deze... Ik weet niet. Ik heb 'm nu vijf of zes keer gezien en om de een of andere reden verveelt hij niet.
Bij de openingsscènes in de wc-pottenfabriek denk je 'o jee', de Engelsen en hun voorliefde voor dubbelzinnige humor kennende. Maar na wat flauwe grappen in het begin draait het nauwelijks meer om het product en des te meer om de sociale en erotische verhoudingen. Het geheel geeft een mooi tijdsbeeld, voor mij in veel opzichten nostalgisch. Ik kom niet alleen een van de mooiste auto's van toen, de Ford Capri, tegen, maar ook heel wat bekende gezichten uit tv-series van die tijd. Sydney James heeft meestal mijn sympathie wel. En ik ben fan van de ongrijpbare Kenneth Williams en de prachtige Hattie Jacques - zoals zij met het parkietje in de weer is tilt ze in haar uppie deze film al boven andere Carry Ons uit.

Cash on Demand (1962)

Alternatieve titel: Spel om een Miljoen

4,5
Formidabel, zoals Peter Cushing hier de show steelt als Harry Fordyce. De rol van horkerige, tirannieke bankdirecteur die abrupt op de werkelijke prioriteiten in zijn eigenlijk maar armoedige bestaantje gewezen wordt is hem op het magere lijf geschreven. André Morell is ijzersterk als de schurk. Zijn even gewetenloze als koele en doordachte optreden doet wat het moet doen: als kijker ga ik zowaar medeleven voelen met de man die ik zelf beslist niet als baas zou willen.
Ik vind deze kleine productie - gemaakt op onwaarschijnlijk gering budget, las ik ergens - een regelrecht juweeltje. Ik zat van begin tot eind geboeid te kijken. Een ongewoon kerstverhaal, slim geschreven (het controletelefoontje dat maar uitgesteld en uitgesteld wordt, de glazenwasser...), door iedereen met toewijding gespeeld. Voor een topfilm is niet veel nodig, naast een perfecte cast. Minimale locaties en een heerlijke sneeuwbui. Voilà. Een aanrader voor de donkere dagen.

Herren mit der Weißen Weste, Die (1970)

3,5
Een leuke en vlotte komedie, met verve gespeeld. De uitkomst is wel voorspelbaar, maar het verhaal is grappig uitgewerkt. Het herenkoor deed me denken aan de muzikale maskerade in The Ladykillers (1955), maar dat geheel terzijde. Martin Held doet het fantastisch als Oberlandesgerichtsrat a. D. Herbert Zänker, maar hij krijgt volop ondersteuning van zijn collega's. Dat één vrouw mee mag doen in het seniorenclubje zorgt precies voor de juiste peper en Agnes Windeck speelt mevrouw Zänker perfect gedoseerd, nergens overdreven. Zo blijft de humor precies goed.
Walter Giller is geknipt voor zijn rol - ik moest door zijn hoedje aan Ellery Queen denken, dat zal aan mij liggen.
En Heinz Erhardt eens niet in een hoofdrol - zou hij daarom hebben bedongen dat hij zijn eigen versjes voor mag dragen? Zij bevestigen mijn al eerder uitgesproken gevoel dat Heinz Erhardt in bijna al zijn films Heinz Erhardt speelt, ongeacht zijn rol. Maar hier werkt het, net als de peuter die hij meezeult, wel aardig als rood draadje.

It Happens Every Thursday (1953)

3,5
Voor iemand als ik die tig jaar bij dagbladen heeft gewerkt, heeft dat idee van een dorpsblaadje met een miezerige oplage en een pers die het altijd op drukdag begeeft beslist een zekere charme. Het jonge stel dat het avontuur aandurft om vanuit New York het Californische krantje ongezien over te nemen is een uitgangspunt dat al een onverwoestbaar optimisme doet vermoeden. Daar draait het verhaal om en het is redelijk uitgewerkt. Hoe je de mist ingaat omdat je de regio nog onvoldoende kent, hoe je vertrouwen moet winnen, op argwaan en zelfs tegenwerking stuit... Elke journalist herkent het. Ik vond vooral de grafici prachtig neergezet: mannen die alleen maar voor het krantje leven. En zelfs bij dit dorpsweekblaadje: pagina's die op het allerlaatst omgegooid moeten worden. Verder is het verhaal een niemendalletje, waarbij het typische Hollywoodsentiment gelukkig binnen de perken blijft. Een filmpje dat lekker wegkijkt, zeker als je zoals ik iets met het krantenwereldje hebt.

Night That Panicked America, The (1975)

4,0
Lang geleden op tv gezien en nu op YouTube - Night That Panicked America (1975) Full TV Movie, in helaas armetierige kwaliteit. Dat doet voor mij niets af aan de waarde van deze mooie productie. Knap gespeeld, vooral een knappe Orson Welles, en mooi rondgebreid: hoe de massahysterie een perfecte voedingsbodem vond in de vrees voor een nieuwe oorlog. De methode is beproefd: je volgt een paar individuen om een beeld van het geheel te schetsen - maar dat werkt hier niet helemaal: ik kreeg het gevoel dat die paar individuen de enigen waren die op hol sloegen, terwijl in werkelijkheid kennelijk toch minstens een miljoen luisteraars van het padje raakten. Het acteren van de radiospelers is intens, daar genoot ik van. Zoals ik huiverde bij de gedachte hoe makkelijk je ook tegenwoordig nog, via andere media, een hype kunt creëren...

Night We Dropped a Clanger, The (1961)

Alternatieve titel: Make Mine a Double

3,5
Amusante komedie zoals alleen de Engelsen die kunnen maken. Enkele jaren voordat Dad's Army televisiegeschiedenis begon te schrijven, kon hier al hartelijk om een oorlogsverhaal gelachen worden. Weinig andere volken zijn zo in staat tot milde zelfspot. Blenkinsop is een Bond-achtige held, stiff upper lip and all that, de typische onverstoorbare gentleman zoals we die kennen uit de boeken van P.G. Wodehouse en het Lucky Luke-avontuur Tenderfoot.
Het verhaal is even simpel als onderhoudend. En hoewel er geen enkele aantoonbare reden is voor de geheimzinnigheid bij het vertrek van de helden naar Frankrijk en Noord-Afrika, is de draaideur een even simpele als geniale vondst. En je zou bijna denken dat Kubrick zich door Blenkinsops terugkeer uit Frankrijk heeft laten inspireren voor het slot van Dr. Strangelove...
De mooiste rol vind ik die van Cecil Parker als de wat warrige en afwezige sir Bertram Bukpasser. Wat een geweldige charme brengt die man elke keer over op het scherm! Hij valt voor mij in de buitencategorie van Britse acteurs, zoals Robert Morley, Margaret Rutherford en Alec Guinness. Wederom viel mij trouwens de treffende gelijkenis op in stem, mimiek en stijl tussen Parker en Donald Hewlett (bij ons vooral bekend van It ain't half hot mum en You rang m'lord?)
Grappig ook om de heerlijke Hattie Jacques in een kleine rol te zien. Een zeer charmante vrouw, prachtig actrice en comédienne en helaas veel te jong overleden.

Nocturna (2007)

5,0
Kinderen die bang zijn in het donker ... Ik heb er zelf nooit last van gehad, hield als kind al van schemer en duisternis. Toch kan ik me wel met hoofdpersoontje Tim identificeren. De afdaling naar de ongewisse, peilloze duisternis als hij de bal uit de kelder moet halen is immers ook een metafoor. De boodschap van Nocturna is eenvoudig: zolang je bang bent is er genoeg om bang voor te zijn. Hoe dat kinderen over die angst heen moet helpen is me niet helemaal duidelijk. 'Niet bang zijn' is altijd makkelijker gezegd dan gedaan. Gelukkig staat het een spannend en leuk verhaal en magistrale verbeelding niet in de weg.

Dat ik deze film, die al jaren in de kast stond, zag in de kerstnacht was een wonderlijk toeval. Het paste voor mijn gevoel helemaal bij de sfeer. Nocturna is prachtig geanimeerd en zit vol heerlijke fantasie. Het kan zijn dan ik wat naïef ben - waar ik me dan bij het kijken naar films als deze gelukkig mee mag prijzen - maar het verhaal wist me toch een paar keer op het verkeerde been te zetten. Nu eens vertrouwde ik Moka niet, dan weer had ik mijn twijfels bij Pi. Ook de kattenherder komt als robuust en angstaanjagend karakter binnendenderen en blijkt een lamme goedzak. Ik heb me mee laten slepen en ik heb genoten.

Ik geef niet snel de maximale waardering, slechts in 2 procent van de gevallen, maar deze verdient de 5 sterren van mijn kant volkomen.

Spiral Staircase, The (1945)

Alternatieve titel: De Wenteltrap

3,5
De sfeer in deze film klopt helemaal. Heerlijk, dat oude enorme huis met het uitbundige gotische meubilair en de angstaanjagende tuin (en een hoeraatje voor de ook hier weer geweldige Elsa Lanchester!). Het aanhoudende noodweer en het slimme gebruik van licht en schaduw zetten de toon. Het begin is een vondst: publiek dat zit te kijken naar een stomme film en de enige toeschouwer bij wie we heftige emoties zien blijkt even later zelf niet te kunnen spreken. Haar meest emotionele momenten verderop doen trouwens beslist denken aan de hoogtijdagen van de stomme film..!
Maar dat ik me tijdens het kijken voortdurend dingen zat af te vragen, dat is geen goed teken.
1. Als ik niet zou kunnen spreken, zou ik ervoor zorgen te allen tijde schriftelijk te kunnen reageren, met een leitje om mijn nek, in plaats van maar domweg tegen me aan te laten lullen. Dat ze niet van zich af lijkt te bijten maakt Helen niet toegankelijker...
2. Wanneer Helen erop uit wordt gestuurd om Blanche te zoeken, kijkt ze eerst in dier kamer om direct daarna - en zonder een zweem van angst! - doelbewust af te dalen in die nare kelder, terwijl ze intussen geen enkele reden heeft om aan te nemen dat Blanche daar nog zou zijn: die ging er een hele tijd eerder alleen naar toe om een koffer te halen...
3. De scène waarin Helen wanhopig probeert de aandacht te trekken van de politieman die net aan de deur was, is weliswaar een dramatisch hoogtepuntje, maar niet logisch. Waarom ging de politieman in vredesnaam door dat ellendige noodweer, alleen maar om te melden dat dokter Parry had afgezegd. Ik zou hebben opgebeld...
4. Als Helen dan eindelijk besluit te schrijven wat ze te zeggen heeft, begint ze in het schrijfblok links onderaan op de bladzijde. Een curieuze vorm van motorische debiliteit waarvoor we verder in de film geen enkele bevestiging vinden...

Wat ik dan wel weer slim gedaan vind is dat de blonde kop en lichte kleding van Steve Warren zo tegen de rest en de sfeer afsteken dat ze niet lijken te passen en je vanzelf een wantrouwen jegens hem voelt...

Al met al en niettemin toch een mooie 7 voor deze onderhoudende productie. (Dat ik bij mijn eerste confrontatie met de dader ook meteen het onbestemde gevoel had dat hij 'het gedaan' had maakt me minder uit. Ik wist toen immers nog niet dat ik gelijk zou krijgen.)

Springen (1985)

3,5
De film mag dan (in Nederland) weinig bekend zijn, het boek waarop het is gebaseerd is dat kennelijk nog minder. Niemand hier heeft het erover. Ik doel op 'Uit het raam springen moet als nutteloos worden beschouwd' (de volledige titel komt in de slotscène voorbij naast de brandblusser) van Fernand Auwera. Ik las het boek in 1983 voor het eerst en enkele jaren geleden nog eens. Doorheen het bekijken van deze film speelde het door mijn hoofd omdat diverse scènes me helder voor de geest zijn blijven staan. Deze film volgt het verhaal uit het boek behoorlijk getrouw. Ik had mij Bellina nog iets voluptueuzer voorgesteld - maar ja, vind maar eens zo'n actrice. Pipo en Axel zijn voor mij perfect gecast. Ik had te doen met de eenzame olifant (ik hoop dat ze buiten de film soortgenoten om zich heen had). De locatie spoort met mijn voorstelling uit het boek en is goed gebruikt. Het onwerkelijke acteren van de zwaar overschminkte bejaarden vind ik een mooie toon van absurditeit toevoegen aan een toch al absurde tragikomedie. Die seksscènes zie ik maar in het licht van de tijd. Zou de film vandaag zijn gemaakt was er vast niet veel van te zien geweest. Geef ik dan, omdat ik zowel van het leuke boek als van deze verfilming genoten heb, toch maar een eigenwijze 3,5 ***.

What a Whopper (1961)

3,0
geplaatst:
Een film als vehikel voor een popartiest blijkt zelden een sprankelende productie. Acteren vraagt toch iets meer dan een goede stem en een leuk dansje. Het acteren van Adam Faith komt in deze film ook maar nauwelijks over de streep. Dat hij tegen het einde meezingt met een eigen liedje op de radio is leuk bedacht, maar werkt vervreemdend omdat op de radio 'iemand' zingt aan wie hij een hekel zegt te hebben.
Verder dan de populariteit van Faith reiken de pretenties van deze film ook niet, wat aan het eind wordt benadrukt met de knipoog van het monster. Nessie is trouwens bijna per definitie een dankbaar onderwerp.En dat levert dan toch een redelijk onderhoudend geheel op, dat ik vermoedelijk ook wel waardeer uit nostalgische overwegingen vanwege de sfeer en de vele bekende gezichten. Freddie Fintons type is net zo zat als uiteindelijk de butler in Dinner for One, hij heeft zelfs het identieke dronken loopje, waarbij je je afvraagt wanneer hij over een tijgerkop struikelt... Sydney James is als altijd leuk en Terence Longdon (Vernon) leek me steeds meer in zijn rol te groeien.