Ik zag deze film voor het eerst op een niet helemaal rijpe leeftijd.
Als ik nu, ruim een halve eeuw later, van de supermarkt thuiskom en vierentwintig meeuwen op mijn dakrand zie…
Dan huiver ik.
Dat is de impact.
De impact van een meesterwerk.
Ik heb net de film opnieuw bekeken en ik wilde mijn waardering verhogen, met een halfje, naar 4,5, maar toen wist ik al dat ik bij de volgende keer toch naar 5 ga, dus waarom niet meteen.
De vindingrijkheid. Melanie stapt met een kooitje met twee vogeltjes de lift in. We zien alleen het kooitje, op haar kniehoogte. De camera stokt in de lift op kniehoogte bij een man die daar al staat. De camera glijdt omhoog, naar zijn gezicht – als kijker ga ik in de lift mee. Prachtig.
De twee vogeltjes die, op de rug gezien, doodstil in hun kooitje meegeven, als duopassagiers op een motor, in de bochten als Melanie onderweg is naar het huis van Mitch.
Deze keer viel me voor het eerst de hoes op van Tristan und Isolde, de Wagneropera over Liebestod, in de scène waar Melanie als nieuwe huisgenoot met Annie Hayworth in gesprek is. Wat een prachtig gevonden voorafschaduwing van de tragiek die ons te wachten staat…
En dat is mooi: The Birds is met het klimmen van mijn jaren steeds meer psychologisch relatiedrama geworden. De vogels - wraakzuchtig om hun ogenschijnlijk onschuldige, gekooide soortgenootjes? - dienen om die spanning op te bouwen en daardoor is hun gedrag des te beklemmender. En ook daarin zitten zulke heerlijke vondsten.
Alleen al het geluid van het gefladder in de openingscredits. De bird’s eye view op het moment dat de boel in de hens vliegt.