Jim Jarmusch stort zich op ouder-kindrelaties in deze Gouden Leeuw winnaar. Dat gaat in een drieluik - dit is na lange tijd weer eens een episodenfilm van Jarmusch - van heel slecht naar goed.
We beginnen met Father, waarin Adam Driver en Mayim Bialik, broer en zus, beiden maatschappelijk succesvol, na jaren weer eens op bezoek gaan bij hun oude hippievader Tom Waits, die ergens pittoresk, maar wel heel afgelegen woont. Waits heeft duidelijk iets te verbergen, want hij maakt voor het bezoek zijn huis extra rommelig. Er blijkt een afgrond te gapen tussen vader en kinderen. Ze hebben niet alleen elkaar niets te vertellen, er wordt actief bedrogen. Dit deel is een kurkdroge tragikomedie in Jarmuschs gekende stijl.
Ik had al een tijd niets vernomen van Tom Waits, dus ik was een beetje bang dat het niet zo goed met hem ging, maar hij blijkt nog kakelvers. Toevallig(?) bracht hij bijna tegelijkertijd met de film ook weer nieuwe muziek uit, een protestsong samen met Massive Attack.
In het middelste deel Mother is Charlotte Rampling een succesvolle Ierse schrijfster die haar twee dochters Cate Blanchett en Vicky Krieps dan nog tenminste 1x per jaar ontmoet voor een gezamenlijke lunch. De dochters blijken een soort Jekyll en Hyde versie van hun moeder: totale tegenpolen met de moeder ongeveer in het midden. Hier zijn flintertjes van daadwerkelijk contact (bijvoorbeeld de beide dochters als ze de boeken ontdekken) en pogingen daartoe (wachten op de Uber), maar het knalt tegen in jaren opgebouwde muren op.
Dit is het deel met de grootste namen, maar zonder dat het slecht werd, kon het me het minst bekoren. Positief is dat Charlotte Rampling die nog net iets ouder is dan Tom Waits, zo mogelijk nog fitter oogde. Deze film is een co-productie van Mubi en de filmstudio van Saint Laurent. Ik weet niet helemaal wat ik er van moet denken dat een modemerk films gebruikt als lange reclamespots, maar iedereen ziet er dus wel om door een ringetje te halen uit, Rampling in een soort van een overall afgeleide rode jurk voorop.
Het derde deel Sister Brother vond ik het sterkste, terwijl het de minst bekende acteurs heeft. Tweeling broer en zus Indya Moore en Luka Sabbat handelen de laatste punten van het opruimen van het Parijse appartement van hun bij een vliegtuigongeluk omgekomen bohemien ouders op, terwijl ze terugdenken aan hun ouders en hun jeugd.
Jarmuschs sterkste punt als regisseur is altijd het zonder sentimentaliteit oproepen van melancholie geweest, vaak ook met een hang naar memento mori. Zijn meesterwerk is niet voor niets Dead Man. En dat is nu precies de kern van dit derde deel.
Ik moet zeggen dat dit een film is die me tijdens het kijken en vlak daarna wel erg klein en wat vlak leek. Jarmusch heeft ook altijd een soort obsessie met spulletjes, liedjes en trivia die in weg komt te zitten van het verhaal, die ook nu weer terugkomt. En dan komt die Saint Laurent-reclamelaag nog overheen.
Maar ik merk dat de film blijft hangen. In de dagen sinds ik de film heb gezien zijn thema's en connecties steeds meer op hun plaats komen te vallen. Wat eerst een beetje willekeurig lijkt, blijkt bij nader inzien heel erg precies geconstrueerd.
Alternatieve titel: Amrum, 1945, afgelopen zondag om 22:26 uur
Nanning (Jasper Billerbeck) is het zoontje van fanatieke nazi's. De Tweede Wereldoorlog nadert zijn einde en daarom is hij met zijn moeder Hille (Laura Tonke) en de andere kinderen uitgeweken van het onveilige Hamburg naar het Waddeneiland Amrum, waar Hilles familie vandaan komt. Pa, schrijver van meerdere boeken over rassentheorie, is ergens aan het front.
Door de afgelegen ligging gaat de feitelijke oorlog bijna volledig aan het eiland voorbij, maar Nanning ziet wel zijn wereldbeeld afbrokkelen. Amrum is niet bepaald een nazi-bolwerk. Veel van de bewoners van het arme eiland zijn naar de VS geëmigreerd. Sommigen zijn toen de Crisis uitbrak teruggekomen, maar hebben nu nog wel familie aan de andere kant van het conflict. Het eiland heeft ook zijn eigen taal. Nu er meer vrijheid is om te spreken, krijgt Nanning ineens allemaal dingen te horen die zijn ouders van hem weg hebben gehouden.
Met het gegeven van Amrum valt volgens mij een prima film te maken. Regisseur Fatih Akin heeft echter gekozen er een heel erg ouderwets plattelandsdrama van te maken, dat vrijwel altijd de bekende weg volgt. Alles wordt net te dik aangezet en te veel uiteengezet. Jasper Billerbeck is ook gewoon een te zwakke acteur om de film te kunnen dragen. Hij heeft echt die ouderwetse kinderacteurstijl, zeker als hij tekst moet uitspreken. Dat geldt ook voor de jongen die zijn beste vriend Hermann speelt.
Het ziet er wel allemaal erg mooi uit. Zeker de luchten. Pure Waddenporno.
Alternatieve titel: Twitch of the Death Nerve, afgelopen zondag om 13:20 uur
Potje Cluedo, maar iedereen heeft het gedaan met alles. In de opening alleen al wordt de moordenaar meteen zelf vermoord.
Een samenhangend plot is meestal niet waarom je naar een Mario Bava-film kijkt, maar A Bay of Blood (ik houd het bij de Engelse titel, want de versie op Prime is de Engelse dub) is een verrassend Hitchcockiaanse moordpuzzel, inclusieve dikke knipoog. De gekke entomoloog en vooral het einde zorgde voor een dikke glimlach en deze keer eens zoals bewust door de filmmakers bedoeld.
Het blijft wel een Italiaanse b-film uit de jaren zeventig dus hippiemeisjes met 0,0 spierspanning gaan naakt zwemmen met voorspelbare afloop, het acteren is niet subtiel (de dub helpt niet mee) en de soundtrack juist vet.
Op het begin na, minder gestileerd dan ik had verwacht van Bava. Paar mooie seventies interieuren, maar hij gaat toch meer voor de rauwe natuurlijke schoonheid van de setting van de baai uit de titel in het avondlicht, die ook de reden is voor alle moorden. Voor een vette moordscene ben je bij Bava natuurlijk altijd aan het goede adres. De makers van Friday the 13th hebben er goed naar gekeken, maar vergaten de humor en vervingen zoals het Yanks betaamt de antikapitalistische boodschap door een puriteinse.
Alternatieve titel: The Adventures of Prince Achmed, afgelopen zaterdag om 14:12 uur
De oudste bekende lange animatiefilm. Het verhaal heeft een hoog "en toen, en toen, en toen"-gehalte, met totaal onwaarschijnlijke ontmoetingen en willekeurig springen van locatie naar locatie. Wat op zich dan wel ook wel weer de charme geeft van dat het bijna echt door een kind geschreven lijkt. Ook zwaar oriëntalistisch, maar niets echt schokkends en islamofobie was 100 jaar geleden dan weer veel minder een probleem dan nu. Geen moderne westerse animatiefilm zal "En toen klonk de gebedsoproep vanaf de talloze minaretten om de ochtend aan te kondigen" (ik parafraseer) als gelukkig einde hebben.
Maar de animatie is werkelijk fantastisch. Wat een lust voor het oog! Met een combinatie van papierknipsel en lichteffecten maakte Reiniger met een klein team een betoverende film. Meestal dus gebaseerd op islamitische en Chinese invloeden, maar af en toe duiken ook vrij abstracte en verrassend schattige monsters op, zoals wanneer de tovenaar zich verandert in een enorm knuffelbare vleermuis. Dat waren mijn favoriete momenten.
Als ik iets lees over een film en het lijkt me wel wat, dan zet ik hem op mijn Letterboxd watchlist. Het hoeft niet eens per se iets te zijn dat ik per se wil zien, meer alles wat potentieel interessant is. Toen ik keek wat de film met de hoogste gemiddelde waardering op die lijst was, bleek het de documentaire Paris Is Burning te zijn, met een indrukwekkende 4,5 uit 5. En maar 77 minuten, dus ook weinig reden om niet te kijken.
Ik vond het best een goede documentaire, maar zeker niet van het niveau van favorieten als Grizzly Man of The Act of Killing. Ik denk dat het net als bij al de idioot hoog gewaardeerde Japanse tekenfilms op Letterboxd - de hoogst gewaardeerde film van 2025 was Chainsaw Man – The Movie: Reze Arc, een titel die "niche!" schreeuwt - sprake is van film die een doelgroep heel erg aanspreekt en verder weinig algemeen publiek dat hem kijkt. Maar wellicht was hij ook heel baanbrekend in zijn tijd? In tegenstelling tot het Japanse kettingzaagmanevangelie volgens Reze heeft Paris Is Burning in ieder geval wel de nodige prijzen gewonnen.
Jennie Livingston geeft in de documentaire een warm humanistisch beeld van de voornamelijk zwarte lgbtq ballroom-scene in New York. Ballroom komt voort uit travestieshows, maar kent een veel grotere variëteit in karakters die de deelnemers opvoeren. Zakenman, soldaat, rijke wintersporter, supermodel: allemaal komen ze voorbij. Daarbij gaat het om realness, simpel gesteld: als de deelnemer in zijn performance in de metro terug naar huis gaat, wordt hij/zij/hen dan aangenomen voor het uitgebeelde karakter? Eigenlijk net zoiets als LARPen, alleen zijn de twee wel gescheiden door een Himalaya aan vibe-verschil. De deelnemers strijden in verschillende teams die Houses heten en die tegelijk ook dienst doen als sociaal vangnet, wegens de vele verbroken familiebanden. De bij de shows ontstane dansstijl die is gebaseerd op de poses van modellen en daarom naar het modeblad vogueing heet, brak dankzij deze documentaire en Madonna door naar de popmainstream.
Livingston geeft een goed beeld van de scene als geheel, wat de conventies zijn en vooral van de vitaliteit en creativiteit die er in zit. Het is ook een erg mooi tijdsbeeld. Maar met die 77 minuten voor een hele scene ontkom je er niet aan dat het wel allemaal wat aan de oppervlakte blijft, zeker wat betreft de portrettering van de individuen. Zeker omdat de geïnterviewden ook vaak duidelijk op hun qui-vive zijn over wat ze prijs geven. Dat dat met reden is, blijkt wel als de transvrouw die het meest open is over haar sekswerk en ook het minst voorzichtig is, gruwelijk vermoord wordt. Dat past lastig in een documentaire die duidelijk vooral de positieve kant van de scene en de mensen erin wil laten zien. Livingston staat er dan ook niet te lang bij stil en eindigt positief. Een begrijpelijke keuze.
Alternatieve titel: The Burned Barns, 9 april, 11:37 uur
Een onberispelijk geklede Alain Delon moet als jonge onderzoeksrechter een roofmoord oplossen in een bergdorpje in de Jura, bij de Zwitserse grens. Hij concentreert zich op de familie in de boerderij dichtbij, waar Simone Signoret met ijzeren hand als matriarch regeert.
Een politiefilm dus? Het begint wel zo, met een opzet die de jongste boerenzoon Frank, een alcoholistische lapzwans (Bernard le Coq), als de overduidelijk hoofdverdachte neerzet, zodat iedereen die wel eens een whodunit heeft gezien weet dat hij niet de dader is. Maar regisseur Jean Chapot is duidelijk niet geïnteresseerd in het maken van een spannende film, hoewel Jean-Michel Jarre daar bij het maken van de soundtrack als enige blijkbaar niet over was geïnformeerd.
Alles gaat heel rustig; er is geen enkele spannende scene. Dit is een film die draait op sfeer. De boerderij van de familie, met een rommeligheid en slijtage die je alleen krijgt door generaties lang bewonen, is bijna een extra hoofdpersoon. Je ziet de adem van de acteurs condenseren bij scenes in de niet of nauwelijks verwarmde ruimtes binnen.
Het is meer een combinatie van een familiedrama, over jaren opgebouwde spanning die ineens naar buiten komt, zij het op een weinig dramatische manier die past bij stugge boeren, gecombineerd met een deconstructie van een politieonderzoek dat vast komt te zitten door tunnelvisie. Het zou anno nu een true crime podcast kunnen zijn.
Op zich wel een aanrader voor fans van iets als het ook in de Franse bergen gesitueerde Anatomie d'une chute, maar dat is wel een veel betere film. Want ondanks de sterrencast en sterke sfeer is Les Granges Brûlées wel een erg kabbelende film, waar Chapot misschien iets te hard heeft geprobeerd weg te blijven van dramatische clichés.
Alternatieve titel: A Man Named Rocca, 2 april, 09:16 uur
Uit het aanbod oude Franse films dat Netflix heeft, op goed geluk deze met Jean-Paul Belmondo gekozen. Dat blijkt geen goede film, maar dat wil niet zeggen dat ik me niet vermaakt heb. Un nommé La Rocca is namelijk juist leuk omdat het een chaotisch rommeltje is dat af en toe heel rare sprongen maakt. Een echte low budget B-film zoals ze nog gemaakt werden toen veel mensen nog geen televisie hadden. Belmondo blijkt in 1961 zeven films gemaakt te hebben, om een idee te geven van de productie die gedraaid werd.
Meteen in het begin krijg je al een indruk van de rare prioriteiten die de film heeft. Belmondo speelt Raymond La Rocca, Frans gangster en berucht scherpschutter in ruste in Mexico. Hij krijgt bericht dat zijn oude vriend Xavier Adé (Pierre Vaneck) is opgepakt voor een moord die hij nu eens niet gepleegd heeft (Adé heeft een reputatie). De man die Adé er ingeluisd heeft, heet Villanova. Die is spoorloos, maar via zijn knappe vriendin Maud (Béatrice Altariba) is er misschien info te krijgen. La Rocca, die er dus uitziet als JP Belmondo, zegt: "Ik verleid haar wel, dan wordt hij vast boos."
Kort beeld van een vliegtuig, dan een Franse stad, waar La Rocca uitgebreid zijn schoenen laat poetsen en bij een kraampje messen test, voordat hij uiteindelijk een sleutelhanger die ook een puzzel is koopt. Dit duurt allemaal best wel lang. So far, so good. Maar dan gaat La Rocca een appartement binnen en daar ligt Maud al te slapen! Het hele stuk van haar vinden en verleiden wordt gewoon overgeslagen, terwijl we dus wel een paar minuten schoenen poetsen en messen- en sleutelhangerskraampje hebben gezien.
Even later bereikt deze rare manier van vertellen zijn hoogtepunt: Villanova laat inderdaad La Rocca bij zich komen. Na een woordenwisseling wil Villanova La Rocca neerschieten, maar La Rocca is razendsnel met zijn pistool en schiet Villanova direct door zijn hoofd. Exit Villanova, de verwachte hoofdschurk, ongeveer binnen de minuut nadat we kennis met hem hebben gemaakt. Nog vreemder is dat de aanwezige handlangers van Villanova nu niet La Rocca te grazen willen nemen, maar meteen La Rocca accepteren als hun nieuwe baas en vragen wat ze met Villanova's lijk moeten doen. Voor dat wegwerken van het lijk wordt dan weer uitgebreid de tijd genomen..
Zo neemt de film telkens onverwachte afslagen. Karakters die uitgebreid geïntroduceerd worden, blijken totaal onbelangrijk, karakters die een essentiële rol spelen vallen juist plompverloren het verhaal binnen. Het wordt ook wel drie of vier keer een totaal ander soort film op een ander type locatie. En dat alles in 102 minuten. Zoals gezegd: niet goed, maar door de totale onvoorspelbaarheid ook nooit saai. En Belmondo heeft het natuurlijk ook gewoon. Hij rookt trouwens maar één sigaret in de hele film en dat is om iemand kwaad te krijgen. Dat moet ook tamelijk uniek zijn.