Het overgrote deel van de speelduur slingert Legend een beetje alle kanten op zonder echt een route te kiezen, en gaat zo ook eigenlijk nergens heen. En dat zorgt niet bepaald voor een meeslepend geheel. Daarnaast is twee keer Hardy nogal overkill. Als Reggie speelt hij prima, als Ron vond ik hem eerder een Jiskefet karakter.
Omdat Deep Cover eigenlijk overal redelijk hoge ogen lijkt te gooien, verwachtte ik best een sterke film. Maar helaas. Het is allemaal heel flauw en heel voorspelbaar. De timing van de acteurs is vaak knullig en houterig, en sommige kunnen überhaupt niet acteren. Regelmatig bekroop me het gevoel dat ik naar amateur toneel zat te kijken. En dan bedoel ik niet het klasje dat improvisatie les krijgt.
Er zitten best wat leuke ideeën in de film, maar de uitwerking en het uiteindelijke scenario zijn gewoon erg matig. Evenals de meeste karakters, waarvan er veel eerder op je zenuwen werken dan op je lachspieren. Op een paar glimlachjes na, heb ik met moeite deze zogenaamde misdaad komedie uitgezeten.
Een zwaar over de top en ultrageweldadig bewegend comicbook, met heel wat leuk bedachte humoristische elementen. Hoewel sommige grappen ook de plank misslaan of zich ruim van tevoren aankondigen. “Boy Kills World“ is stijlvol, op een B-filmachtige manier, en de karakters liggen er stuk voor stuk genadeloos dik bovenop. Het fantasierijke en wat absurdistische wraakverhaaltje lijkt rechtlijnig, maar heeft toch nog een twist in petto.
De ingrediënten lijken overal vandaan te komen. Uit films als "The Hunger Games", "Guns Akimbo" en stapels anderen. En uit series zoals bijvoorbeeld het redelijk hilarische "Happy!". Maar de stoofpot die Moritz Mohr ervan maakt, is prima te verteren. De eindscene is wel echt heel erg in het extreme, maar dat past ook wel weer bij de toch wel bizarre film die “Boy Kills World“ is.
Best verrassend en zeker vermakelijk. Ik ben benieuwd wat Mohr ons in de toekomst nog gaat brengen.
Deze slappe feelgood komedie is een standaard ABCtje, en dan nog niet zo'n overtuigende ook. Ondanks de poging een warme familiefilm te zijn, komt Nonnas nogal zielloos op me over. Niet in de laatste plaats omdat niet alle oudjes het even overtuigend doen.
En dat terwijl Stephen Chbosky met films als The Perks of Being a Wallflower en Wonder juist wél de juiste snaren wist te raken. Zonde.
Met Sinners laat Ryan Coogler zien gepassioneerd te zijn. En niet alleen over film maken, maar ook over de roots van blues en de geschiedenis van de Mississippi Delta. De aandacht voor details en achtergronden is heerlijk, en zorgen dat je helemaal wordt meegenomen.
Daarbij heeft deze mashup van horror, fantasy, historisch drama, musical en thriller een heel eigen gezicht. Of eigenlijk 2 gezichten. En beide bevielen me erg goed
De opbouw en karakterontwikkeling is aan de lange en trage kant, maar zeker interessant. Met name ook door de hierboven al benoemde liefde en aandacht voor detail, die duidelijk zichtbaar is. Al vond ik de muzikale composities onder sommige scenes niet matchen met de beelden en de blues waar de film grotendeels om draait.
Met de opening van de Juke Joint wordt de boel broeieriger en stemmiger. En uiteindelijk gewelddadiger. De keyscene waarin de jonge Sammy zijn pure blues laat klinken is mij wel erg bombastisch, maar ook deze tweede helft doet Coogler weinig verkeerd. Door de flinke hoeveelheid aan karakters gebeurt er genoeg dat je niet per se van mijlenver aan ziet komen en het vleugje vage mystiek is daarin een fijne toevoeging.
En ook niet onbelangrijk: Sinners ziet er simpelweg top uit.