Meningen
Hier kun je zien welke berichten Spoon als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Amarcord (1973)
We krijgen onmiddellijk een aanwijzing waar Amarcord over gaat, de titel: “Ik herinner me”. Een herinnering betekent iets wat in het verleden ligt. In het geval van deze film is dat het verleden in de zin van een historisch Italië, en het verleden als een terugkijken op de pubertijd van een Italiaanse jongen.
Fellini creëert met Amarcord iets wat je zelden ziet in een film: een kleurrijke, vitale gemeenschap. Wij krijgen hier een jaar in het leven van een dorp voorgeschoteld, waar bij de kijker geen twijfel kan heersen dat na het ‘rollen van de credits’ er gewoon voorgeleefd zal worden. Hij bewerkstelligd dit effect door een groot aantal personages te volgen tijdens een aantal periodieke, publieke gebeurtenissen zoals de eerste sneeuw, een bezoek van het staatshoofd, een bruiloft, een begrafenis; enfin, iedereen herkent het. Deze personages zijn allemaal karikatuur, of komisch, in ieder geval zeer herkenbaar. Toch blijft er altijd een gevoel van echtheid hangen. Misschien is een vergelijking met het satirische realisme van bijvoorbeeld Jane Austin, Balzac, Gogol of Dickens op zijn plaats. Fellini is duidelijk wel wat minder bijtend, of minder moralistisch dan dat soort auteurs, maar op de achtergrond draait toch altijd een zeker, langzaam draaiend, historisch rad van aankomende ellende.
Om Titta, de hoofdpersoon, en om zijn dorp hangt een zekere sensatie van verhoogde seksualiteit, in veel gevallen onvervuld of onbevredigend. Dit wordt met name verpersoonlijkt in de dorpsschoonheid Gradisca. Die er in haar rode, uitdagende jurk ‘ er om lijkt te vragen’, maar toch onbereikbaar is. We zijn er niet zeker van of zij op zoek is naar een prins/autocoureur, of een tederheid die de lokale hormoonhoofden haar niet kunnen geven. Aan het einde van de film vertrekt ze. Op het eerste gezicht lijkt ze haar droomprins te hebben gevonden: hij heeft zelfs een chique, wit uniform aan, maar de rest van het dorp ziet haar niet graag gaan en wij al helemaal niet. Zijn bruiloften altijd zo tragisch?
Ondertussen blijven Titta en zijn vrienden wanhopig snakken naar vrouwelijk contact. Ze gluren door heggen naar sjansende ooms, ze kijken grond stampend naar recente Hollywood westerns en ze turen met dromende ogen naar vrouwelijke leeftijdsgenoten op balkons; die hun verder geen blik waardig gunnen. De mannelijke familieleden van Titta gaat het niet veel beter af. Zijn vader is in een constante furie, zijn opa geeft weinig subtiel op van een ver verleden van beestachtig vrijen en zijn oom is in alle ellende maar in een boom gaan roepen om een vrouw.
De katholieke kerk, de stijve leraren en het fascistische, macho militarisme lijken hier allemaal debet aan, maar meer dan dat vragen wij ons af of de perikels van dit slaperige dorp niet universeel zijn. Fellini wil ons denk ik niet zozeer confronteren of op de feiten drukken, eerder een glimlach oproepen; een herkenning; een warm, vergevingsgezind gevoel, voor een misschien niet perfecte, maar doch memorabele tijd.
American Hustle (2013)
Ik vond American Hustle op zich een goede film, maar een aantal minpunten belette voor mijn een echt intense meeleving.
Het personage en het acteerwerk van Amy Adams kwam ongeloofwaardig over, zowel haar 'rags to riches' achtergrond als haar emotionele arc voelde kunstmatig en lieten mij koud. Mooie ogen en een decolleté maken nog geen acteerwerk. Het was elke keer een verademing als de wederom geweldige Christian Bale een scene had met Renner of Lawrence. Die laatste twee speelden beide een interessant gelaagd personage, al moet ik wel iets wat mierenneukend vaststellen dat het 'long island' accent van Lawrence soms te mager was. En ja, ook het personage van Bradley Cooper als New Yorkse Italiaan vraagt een fikse portie 'suspension of belief'. Ik snap dat een film geen documentaire is en 100 procent authenticiteit nooit mogelijk of nodig is, maar hierdoor komt American Hustle nog niets eens in de buurt van een Goodfellas.
Voor de rest was het wel een prima film. De geweldige bijrollen van Louis C.K. en Robert de Niro brachten respectievelijk een dosis humor en spanning. De soundtrack voegde toe en klonk passend voor te tijd. Het camerawerk en cinematography was vooral in het tweede deel erg goed, waardoor het langzaam ontrafelen van Bale's Irving Rosenfeld een genot was.
Al met al heeft David O. Russell weer een interessante film afgeleverd en blijf ik zijn werk nieuwsgierig volgen. Maar ik hoop wel dat hij iets meer lef en visie in de casting stopt.
Birdman or (The Unexpected Virtue of Ignorance) (2014)
Alternatieve titel: Birdman
• Ik vind Micheal Keaton prima om naar te kijken, maar het moet wel toegegeven worden dat zijn rol bedoeld is voor een tour de force. De hele film draait om hem en uiteindelijk leveren zijn achtergrond, motivaties en problemen niks bijzonders op. De stem in zijn hoofd is heeft alle potentie om duister te zijn, maar blijft bij simpele showbizz nonsens.
• De cinematografie deed me sterk denken aan de fx-serie louie, toevallig heeft Micheal Keaton (met sik en rooiig haar) hier ook wel wat weg van Louis c.k., maar dat terzijde. Mijn gevoel is dat een dergelijke manier van film maken, beter werkt bij een kortere lengte, zoals een aflevering van een serie. Of een meer serieuze, realistische film, zoals la haine. De mentale intensiteit, voor de kijker, heeft te weinig pay-off.
• Het voelt nogal ironisch om over genre te praten m.b.t. een film die meerdere keren het concept van labels en kritiek op de hak neemt, maar je kunt je ook niet laten vertellen door een kunstwerk, hoe je dat kunstwerk moet bekijken. In het licht van het genre komedie waren de grappen niet goed genoeg voor mij, het verbaasde me ook niks dat er een hele boel schrijvers achter het script zitten, het voelde echt alsof een deel van de grappen er lukraak tussen zijn gegooid. Contrasterend daarmee, vond ik de drama ook maar deels werken. Je moet in deze tijd wel heel sterk een film in elkaar zetten wil je het emotionele plot van een vader die de relatie met zijn dochter weer probeert op te pakken en te versterken, en die nog steeds ingewikkelde gevoelens heeft voor zijn ex, een emotionele impact geven.
• Het criticus als villain motief vond ik veel leuker in ratatouille.
• De bijrol van Naomi Watts, en een paar andere, stopte eigenlijk midden in de film. (Mulholand drive/black swan kleurenschema, en mogelijk parodie, tussen de vrouwelijke lovers)
• De afgezaagde klassieke muziek bij de serieuze momenten was waarschijnlijk expres ironisch, maar ik heb geen zin om zo diep in deze film te lezen, dus houd ik het op afgezaagd.
• Zach Galifanakou bewijst dat hij elke rol zowel humor als persoonlijkheid kan geven. Wat een gave. De man kan vrij absurd dingen zeggen en toch blijf je geloven dat het om een mens gaat.
Bom Yeoreum Gaeul Gyeoul Geurigo Bom (2003)
Alternatieve titel: Spring, Summer, Fall, Winter... and Spring
Bom Yeoreum Gaeul Gyeoul Geurigo Bom is een titel die fonetisch voor mij erg passend is. Een 'Bom' in het begin en een identieke 'Bom' op het einde die een aantal tong twistende, herhalende klanken introduceert en afsluit. Het doet me denken aan deze bekende en vaak geleende regels uit Macbeth:
… It is a tale
Told by an idiot, full of sound and fury,
Signifying nothing.
Dit verhaal over een leven in afzondering van twee monniken in een simpele tempel, drijvend op een troebel meer, heeft een tegenovergestelde insteek: vol van betekenisvolle afwezigheid en stilte. Hoewel de morele dillema's voor het grootste deel van een relatief onschuldige orde zijn, geven deze charmante parabels een onaangenaam onderbuikgevoel door hun onuitroeibare karakter. Een pad van bovennatuurlijke wijsheid is mogelijk: van hond, naar haan, door kat om uiteindelijk de huid af te gooien als slang. Maar was is het nut als we telkens opnieuw worden teruggeroepen uit de, toegegeven om ons huilende, maar toch, onpersoonlijke diepte?
Misschien omdat er pas muziek tot onze oren komt als we leven in dierlijke stoffelijkheid. Of dat we uit eigen kracht, maar met oude rituelen, gezuiverd moeten worden van iets in een onweetbaar verleden? Maar voor een toeschouwer op grote afstand lijkt het naar boven duwen van een steen op een heuvel zo zinloos, wie doet dat enkel als opgelegde straf in de hel? Is het uitzicht na zo'n inspanning, zittend op die top, zoeter van smaak?
De seizoenen gaan in elk geval onverbiddelijk door. En vergeetachtig herleven is qua sensaties hetzelfde als leven. Maar misschien is er hier en daar een glimp van iets subliems: in een meertje tussen wat bomen kervend in hout, in een onbaatzuchtige daad als je zelf uitgeput ligt te slapen of bijvoorbeeld, ik zeg maar wat, in een prachtig gefilmde Zuid-Koreaanse film.
Cidade de Deus (2002)
Alternatieve titel: City of God
Ik vind City of God een entertainend misdaad drama dat, ondanks de lengte, nooit verveeld en soms ook emotioneel indruk maakt.
Ik zeg soms, want er is in de Brazilaanse Stad van God na een persoonlijke tragedie zelden tijd voor voor rouw of reflectie . Bloed hoort bij het dagelijkse leven. De bewoners van deze sloppewijk leven in zo'n geïsoleerde wereld van armoede en geweld, dat een automobilist uit São Paulo net zo goed van Mars zou kunnen komen. Het is allemaal te begrijpen. Voor kinderen, zeg maar peuters, spreekt misdaad nou eenmaal meer aan dan visboer of ticketverkoper in een bus worden. En de passie naar wraak moet altijd de strijd aan met compassie voor anderen.
De film oordeelt of glamouriseert de zonden van haar personages niet, maar wil enkel, net zoals haar hoofdpersonage, een beeld geven van wat er speelt. Daardoor blijft alles 'prettig' ethisch grijs, op één personage na, bij wie het kwaad al op jonge leeftijd in het bloed lijkt te zitten. Dit zou het thema van 'omstandigheden maken het persoon' kunnen ondermijnen, maar het zou te makkelijk zijn om te weerspiegelen dat er geen inherente donkerheid in de mens zit.
Holiday (1938)
Om dit een komedie te noemen gaat wel wat ver. De premise was er: Cary Grant gaat met een meisje trouwen die tot zijn verbazing plots enorm rijk blijkt te zijn. Toen Grant bij het paleis van zijn aanstaande schoonfamilie arriveerde, voorzag ik daarom meteen het één na het andere komische misverstand en cultureshock alom. Hilarity ensues zou je zeggen. Helaas bleek niks minder waar. Er begon een serie scènes vol van serieuze dialogen en preken voor eigen parochie.
Begrijp me niet verkeerd, ik heb niks tegen een goed geschreven drama. Het probleem van Holiday is dat er totaal geen stakes zijn. De relatie tussen Grant en verloofde tegenspeelster blijkt 9 dagen oud te zijn! En ze willen per se zo snel mogelijk trouwen en dus moet het huwelijk, zonder duidelijke reden, meteen worden goedgekeurd door schoonpapa in spe en nog diezelfde avond worden aangekondigd. Dit terwijl de tortelduifjes geen enkele chemie hebben, vrijwel niks gemeen hebben en elkaar totaal niet kennen. De onvermijdelijke conclusie na het introduceren van vrijdenkende zus Hepburn (vlees geworden privilege en zelfmedelijden) is voor iedereen meteen duidelijk, en als kijker heb je eigenlijk geen idee waar die mensen op het scherm zich allemaal druk om maken.
How the West Was Won (1962)
Ik zou deze film alleen aanbevelen aan liefhebbers van de geschiedenis van filmtechniek. Kwam op mij over als Avatar: mechanische innovatie als hook zonder de fundering van een degelijk script. Hoor ook altijd dat de eerste geluidsfilms slechter waren dan de volwassen stomme films van dezelfde periode. Wellicht dat een vooruitgang op technologisch vlak eerst voor een dip zorgt. Het feit dat het lijkt dat bij deze film alle dialoog naderhand in de studio opgenomen is, helpt ook niet. Dit in combinatie met de hier al meermaals opgemerkte gefragmenteerde structuur, de panorama's waarin de acteurs verdrinken, gebrek aan interessante hoofdpersonen, niet genoeg opgebouwde gevechtsclimax etc. maakt het kijken van How the West Was Won een onaangename ervaring. (Wel genoten van de treffende James Stewart impressie.)
Mari de la Coiffeuse, Le (1990)
Alternatieve titel: The Hairdresser's Husband
Het enige wat Antoine, de echtgenoot in dit verhaal, ooit heeft willen doen, is ongeremd dansen in de zon. Zijn lichaam veranderd maar hijzelf is een tijdloos mankind met heldere blauwe ogen. Een schepsel van bijna mystieke sensualiteit. Hij bestaat alleen als hij voelt, ruikt of streelt en dit wil hij exclusief doen op zijn droomobject: een kapper. We kunnen deze monomanie mogelijk Freudiaans in zijn kindertijd wortelen, maar mijn impressie is dat zijn manier van leven niet gedomineerd is door dwangmatigheid, maar door keuze. Hij weet dat er zwarte dingen bestaan zoals anuspijn, geweld en drugsoverdosis, maar zijn vader heeft hem vroeger gezegd dat als je iets wilt, dan moet je ervoor gaan, en hij heeft dit met bravoure vertaald naar een idealistische aanbidding van het verlangen. Als zijn menselijke handen de zee niet tegen kunnen te lijken houden, gebruikt hij een graafmachine.
De ontvanger en object van al dit verlangen is Mathilde. Ik heb dit moeten opzoeken naderhand, want de naam van de kapper in kwestie is in het verhaal irrelevant en ik twijfel of die sowieso wel genoemd is. In ieder geval is Mathilde beeldschoon, misschien wat bleker en ongezonder dan Antoine, maar dit geeft haar een subtiel droevige kwaliteit. Bij hun eerste ontmoeting lijkt ze wat terughoudender en afstandelijker, maar het blijkt algauw dat zij even kinderlijk impulsief is. Ze geeft zich ook compleet over aan hun pastelkleurige, zonovergoten leven in een quasi-aquarium waar het vanzelfsprekend altijd zomer is. Krijswoordpuzzels en glamourmagazines vullen de tijd tussen het knippen. De knipbeurten zijn preludes tot sensuele spelletjes en klanten turen door het raam of schieten sporadisch naar binnen om ongevraagd voyeur te zijn.
Maar Mathilde is niet even glorieus onbewust van de tijd als haar man; haar onheilspellende vooruitblik van verdwijnend verlangen lijkt gematerialiseerd in de millimeters van de coupe van monsieur. Zij bekijkt alle tekenen van ouderdom met argusogen, behoudt geen foto’s van haar kindertijd en heeft ogenschijnlijk geen enkele connectie met het verleden.
Deze non-interesse in haar achtergrond en de claustrofobische levenswijze van het stel is dan ook hetgeen wat de film limiteert. We kunnen gezien de insteek van het verhaal geen andere personages leren kennen en ook niet duiken in afwijkende paden van ruimte of tijd. Alleen een deel van de kinderjaren van Antoine, wat meteen ook het meest interessante gedeelte is, wordt ten toneel gebracht. Dit is op zich zonde, maar waarschijnlijk wel noodzakelijk. Wat persoonlijk verder afbreuk doet is dat de relatie en passie van het echtpaar te moeilijk te vatten of begrijpen is voor mij, mogelijk door de cultuurclash tussen een Franse film en een Nederlandse jongen. Daarom riepen de lichte look en humoristische toon van de film minder warme gevoelens op dan, neem ik aan bedoeld, en heb ik vooral genoten op een intellectuele manier.
Network (1976)
The Ecumenical Liberation Army is an ultra-left sect creating political confusion with wildcat violence and pseudo-insurrectionary acts, which the Communist Party does not endorse. The American masses are not yet ready for open revolt. We would not want to produce a television show celebrating historically deviational terrorism.
DIANA
Even better. I see the story this way. Poor little rich girl kidnapped by ultra-left sect. She falls in love with the leader of the gang, converts to his irresponsible violence. But then she meets you, understands the true nature of the ongoing people's struggle for a better society, and, in an emotion-drenched scene, she leaves her deviational lover and dedicates herself to you and the historical inevitability of the socialist state.
Je zal wel van dit soort dialoog moeten houden, maar persoonlijk vind ik het niks. Onder andere Faye Dunaway kan het ook niet overtuigend brengen i.m.o., wat ik haar niet kan aanrekenen. Alleen Duvall lukt het om als een mens over te komen, wat getuigt van zijn genie I suppose. Dit soort dialogen zouden wellicht beter werken in een toneelstuk, boek of een meer wacky film. Een Pynchon roman o.i.d. In een realistisch geschoten film als deze komt het op mij over alsof de schrijver ongelooflijk slim wil overkomen:
...What do you think the Russians talk about in their councils of state -- Karl Marx? They pull out their linear programming charts, statistical decision theories and minimax solutions and compute the price-cost probabilities of their transactions and investments just like we do. We no longer live in a world of nations and ideologies, Mr. Beale. The world is a college of corporations, inexorably determined by the immutable by-laws of business
Ik kan me de schrijver helemaal voorstellen al zwoegend op zijn typewriter om het allemaal zo interessant mogelijk te laten klinken. Toegeven, in Tarantino films praten mensen ook op een manier zoals je in real life nooit hoort. Het grote verschil is, in mijn ogen, dat Quentin dat allemaal doet met een grote knipoog, terwijl Network zichzelf dodelijk serieus neemt.
Ran (1985)
Alternatieve titel: Revolt
Een quote van Harold Bloom, literair criticus en Bard idolaat, over de twee Shakespeareaanse verfilmingen van Kurosawa:
Als de taal van Shakespeare niet hetgeen is wat Kurosawa succesvol naar het scherm vertaald, wat dan wel? Toch zeker niet het plot. Shakespeare is notoir om zijn relatieve onverschilligheid m.b.t. het gebruik van plots: hij leende die zonder veel aanpassing van onder andere Latijnse en Italiaanse werken.
Het antwoord ligt in de personages. Hoofdzakelijk de blikvanger en katalysator van het plot: de oude leider Hidetora, een Japanse Lear. Kurosawa en de acteur die hem vertolkt, Tatsuya Nakadai, weten op fenomenale manier de bijna demonische verontwaardiging en woede van Lear te vertalen, uiteraard met hulp van uitstekende make-up en kleding. Na het opdelen van zijn rijk aan zijn nakomelingen verwacht Hidetora een rustig en vooral geëerd laatste deel van zijn leven, dit blijkt een luchtkasteel, want hij overschat de respect en de liefde die 2/3de van zijn nageslacht voor hem hebben: zij hechten aanzienlijk minder waarde aan de inherente status van een vader en ex-leider. De persoonlijke crisis die volgt op het bedrog en minachting die de versleten vader krijgt, is het hart van zowel het originele toneelstuk als de verfilming. De schone schijn van trots en identiteit valt weg en uiteindelijk kan zijn furie en wanhoop zich alleen nog maar richten op het uiterste van alles: de natuur en de goden. Hier schittert de film: de combinatie van een weidse en schitterende natuurachtergrond en het zeer geanimeerde acteerwerk van Nakadai geven een overdonderend beeld van de ongeïnteresseerd van de kosmos naar ons mensen. Dit uiteraard in combinatie met de bloederige gevechten en de mogelijk nog bloederige huiskamerpolitiek.
Het tweede essentiële personage van Ran is Lady Kaede, een samenstelling van Goneril en Regan en ook in zekere zin Edmund; zij personifieert in ieder geval de onmenselijkheid en gewetenloosheid van die figuren uit King Lear. Net zoals Hidetora valt zij op door beeldend acteerwerk, haar make-up en haar kleding, vooral de afgeschoren wenkbrauwen met de, vervangende, geschilderde wenkbrauwen zijn angstaanjagend. Lady Kaeda heeft misschien niet zoveel politieke macht als de verscheidene krijgsheren, maar haar, wederom, bijna demonische woede en seksuele overredingskracht maken haar een waardige tegenhanger van het Lear personage. Kurosawa vond het alleen blijkbaar nodig om haar een tragische achtergrond te geven om haar karakter te verrijken (en in zekere zin te verklaren), dit in vergelijking met Shakespeare. Ik persoonlijk vind dit een onnodige keuze, want hetgeen wat de opperslechteriken van de Engelsman vaak zo raadselachtig maakt, is hun schijnbaar ongeprovoceerde moordlust. Ook het verleden van Hidetora als meedogenloze warrior is een toevoeging die voor mij de sublimiteit van het personage voornamelijk een stukje reduceert.
Wel moet ik zeggen dat ik de laatste scene van Ran een geslaagde fabricatie van Kurosawa vind. Een metafoor die voor mij sprekende kracht heeft.
Ran is naast tragedie natuurlijk ook oorlogsfilm, voornamelijk in het laatste deel. De legers en kastelen van Kurosawa heb ik zelden geëvenaard gezien; de special-effects strijdvelden van de hedendaagse tijd vind ik toch iets minder levend vergeleken met de look van figuranten en kostuums. Een terechte opmerking zou kunnen zijn dat er misschien teveel tijd besteedt wordt aan de veelvoud van verschillende gewelddadige conflicten, die ietwat onoverzichtelijk overkomen richting het einde, maar dit draagt wel bij aan de sensatie van waanzin en chaos van dit soort machtsstrijden. Waar je naar een verschrikkelijke rij van intrige en moord, onthoofdingen en zelfmoorden, geen idee meer hebt waar en waarom dit ooit is begonnen.
Rope (1948)
Zoals een andere user eerder opmerkte, gaf deze film mij meer een Oscar Wilde dan een Dostoevsky indruk. De nonchalante reactie van het personage van John Dall na de gruwelijke daad is zó extreem speels, dat je nooit echt 'geloofd' dat er daadwerkelijk iets ergs is gebeurd. Het acteerwerk van de vertolkers van de heren psychopaat is ook niet erg goed, vooral de constante kunstmatige aarzelingen van Dall maakten dat ik geen suspension of disbelief had. Tevens is het personage van James Stewart ook veel te snel achterdochtig naar mijn smaak, terwijl het gaat om zo'n onwaarschijnlijk feit. En als laatste versterken de expliciete referenties naar andere films van Hitchcock (Notorious) en naar Misdaad en Straf het gevoel van naar een luchtige comedy of manners te kijken.
Dit klinkt allemaal negatief, maar ik vond de film op zich wel interessant wegens het technische gegeven, en wegens de absurde premise dat de moordenaars expres een etentje met de ouders en vriendin van het slachtoffer hebben gepland op de plaats delict. Ik ken de filmwijsheid dat plegers altijd terugkeren op de locatie van hun misdaad, maar zij maken het wel heel bont! Hierdoor kijkt Rope, en mede vanwege de betrekkelijke lengte, al met al vrij makkelijk weg (als ik mijn zin zou hebben, zouden de meeste films 80 minuten zijn:D). Mijn initiële opmerkingen slaan dan ook meer op het feit dat in mijn ogen je het gehele verhaal never nooit als een daadwerkelijke suspense kan kijken.
Snow White and the Seven Dwarfs (1937)
Alternatieve titel: Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen
De relatie tussen Snow White en Grumpy is eigenlijk de enige die een beetje interessant is. Alle andere personages zijn compleet gek van Snow White, of haten haar. Snow White zelf is enkel een ideaal. Verder bizar hoe snel en geruisloos de wederopstanding plaatsvindt. Maar aan de andere kant, what else is there to say? De heks moet nog vernietigd worden wellicht. Dat is mogelijk meer iets voor de moderne tijd, terwijl in oudere dagen misschien het kwaad als een onvermijdelijk deel van de wereld werd gezien. Ik lees er natuurlijk allemaal veel te veel in
(Aha ik lees nu dat in het verhaal van de gebroeders Grimm de heks wel dood gaat.)
Anyway, eigenlijk komt het erop neer dat Snow White een sentimenteel plaatje is van eekhoorns die een keuken kuisen en dwergen die hun gezicht wassen. Overigens niks mis mee; deze scènes barsten van de creativiteit. Ik vind bijvoorbeeld bij veel van de Miyazaki films dat ze een beetje inkakken wanneer in de third act het verhaal semi-plichtmatig ontvouwd moet worden. De exploratie van de geschapen tekenwereld is meestal het hoogtepunt.
Squid and the Whale, The (2005)
Wat een vervelende, scriptmatige, gekunstelde, zouteloze, armetierige, van cliches aan elkaar hangende, duffe, zielloze, zeikerige, nietszeggende, flauwe, dertien-in-een-dozijn film. En de muziek was ook al niks. Bweh.
Ik sluit me hier iets milder en meer vergevingsgezind bij aan. Inderdaad een kunstmatige zielloze film, de personages kwamen niet verder dan hun voorspelbare opzet en de verhaallijnen bleken ook nog eens voor het grootste deel onopgelost. Het laatste deel kwam tevens rommelig en haastig geknipt over. Gezien de lengte is mijn gok dat de film met problemen kampte en daardoor onvolmaakt is uitgewerkt. Overigens wel goed geacteerd, wat voor mij een lage onvoldoende voorkomt.
Uiteindelijk voelde het als een Woody Allen film gemaakt door iemand zonder het talent en instinct van Woody Allen.
