- Home
- De filosoof
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten De filosoof als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Exhibition on Screen: Raphael Revealed (2020)
Alternatieve titel: Raphael Revealed
De documentaire sluit aan op de grote overzichtstentoonstelling van Rafaëls werk in Rome in 2020 naar aanleiding van Rafaëls 500ste sterfjaar en net als die tentoonstelling vertelt de documentaire het verhaal van Rafaëls leven en werk mede vanuit dat sterfjaar terug dus achterstevoren, hetgeen ik wat onnodig verwarrend vond.
Hoe dan ook, we leren dat Rafaël voor ons minder bekend is dan z’n tijdgenoten Leonardo en Michelangelo maar dat in die tijd Rafaël werd gezien als de grootste van de drie, zelfs als de grootste kunstenaar alles tijden. Na z’n dood werd hij dan ook als een der groten der Aarde begraven in het Pantheon. Het verschil is dat Leonardo en Michelangelo vernieuwers waren en dat Raphaël geen vernieuwer was maar de stijl meer perfectioneerde. Aanvankelijk was Leonardo het grote voorbeeld voor Rafaël maar later werd de Romeinse kunst uit de oudheid zijn grote voorbeeld: kenmerkend voor Rafaëls kunst is wellicht dat hij de moderne schilderkunst die expressief en verhalend begon te worden koppelde aan de klasssieke idealisering dus schoonheid en elegantie. Dat maakte de figuren in zijn werk zowel menselijk als volmaakt schoon met op dezelfde wijze een combinatie van beweging en harmonie. Michelango’s werk is daarentegen meer monumentaal. Het is dan ook niet verrassend dat Michelangelo in Rome de opdracht kreeg de meer sprirituele Sixtijnse Kapel te schilderen en Rafaël meer de staatsmacht van de paus moest uitbeelden. Wat dat laatste betreft: de pausen in die tijd achtten zich de nieuwe ceasars en net als in de tijd van het Romeinse Rijk werd macht getoond door middel van kunst en architectuur (en kunstenaars als Rafaël en Michelangelo waren dus ook architecten). Rafaël droeg zo bewust bij aan het herstel van de glorie van het Romeinse Rijk.
In Florence waren Rafaël en Michelango vrienden geweest maar in Rome waar ze van paus Julius II opdrachten kregen voor grote werken (fresco’s) werden ze elkaars concurrenten. Kunsthistoricus Vasari uit die tijd schreef: Michelango is een gift van God; Rafaël is een gift van de natuur. Rafaël was dan ook meer een kunstenaar die alles moest leren, daarbij geholpen doordat hij de zoon was van een rijk hofkunstenaar zodat het hem aan niets ontbrak en hij van jongsaf aan kon kijken hoe anderen kunstenaars werken, maar dat wel snel deed en waar Leonardo en Michelango veel tijd spendeerden aan het oplossen van artistieke problemen en daarom minder werk afkregen, had Rafaël een grote productie. Zijn invloed is niet te overschatten: eeuwenlang gold Rafaël als de grootste kunstenaar aller tijden maar ik merk op dat er in de 19de eeuw ook verzet ontstond tegen Rafaël en de gehele academische traditie. In Engeland noemde een invloedrijke kunstenaarsbeweging zich zelfs ‘prerafaëlieten’, waarmee ze aangaven de academische vormvolmaaktheid ondergeschikt te achten aan de inhoud en ze uitdrukkelijk wilden terugkeren naar de eenvoud en het realisme van vóór Rafaël, maar meer in het algemeen keerde men denk ik in de 19de eeuw terug naar de middeleeuwse mystiek (Romantiek) dan wel naar een modern realisme die aldus gedachte of inhoud boven de volmaakte vorm stellen.
De documentaire is niet erg sterk – dat geldt eigenlijk voor alle delen uit deze ‘Arts in Cinema’ of 'Exhibition on Screen'-serie – maar je pikt er altijd wel wat van op wat goed is voor je algemene kennis. 
Exhibition on Screen: Sunflowers (2021)
Redelijk interessante documentaire over Van Goghs Zonnebloemen-serie waarvan enkele schilderijen wereldberoemd en iconisch zijn geworden. De documentaire bespreekt ze echter allemaal tamelijk uitvoerig.
In het begin is er een interessante exercitie naar de betekenis van zonnebloemen in onze cultuur. We leren dat de zonnebloem uit Amerika komt en in de 17de eeuw populair werd omdat de secularisering de aandacht van het religieuze naar de natuur verlegde en de zonnebloem imponeerde door z’n exotische en majesteus karakter. In Van Goghs tijd waren tuinen populair waarin men graag ook exotische bloemen uit het zonnebloemgeslacht (waartoe ook bv. chrysanten behoren die uit door de Hollanders uit Japan en China waren gehaald) plaatste. De zonnebloem werd aldus graag verzorgd (gecultiveerd) en ook graag geschilderd door kunstenaars. Daarbij hadden bloemen ook een symbolische betekenis omdat ze maar korte tijd bloeien waarmee ze de vergankelijkheid van het leven en de mens symboliseerden. Van Gogh was de eerste die ook verlepte (zonne)bloemen schilderde, maar in het algemeen waren zonnebloemen een symbool van levenskracht en hoop voor Van Gogh die zelf bipolair was en vaak somber. Ik neem aan dat Van Gogh ook wel een bijzondere liefde voor zonnebloemen had vanwege zijn liefde voor het zonnelicht dat hem deed hallucineren. De zonnebloem zou in ieder geval zijn onderwerp worden.
Vervolgens leren we dat Van Gogh vooral door de impressionisten werd geïnspireerd om zijn oorspronkelijke donkere stijl om het boerenleven uit te beelden (bv. de Aardappeleters) te wijzigen in een experimenteren met felle kleuren en ook het motief van de zonnebloem werd geïnspireerd door het schilderij Zonnebloemen van impressionist Monet. De documentaire benadrukt dat Van Gogh eigenlijk liever mensen wilde schilderen maar geen geld had om modellen te betalen en dat stillevens met bloemen nu eenmaal makkelijk verkocht konden worden zodat hij zich op het schilderen van (zonne)bloemen legde (zowel de echte als de geschilderde zonnebloemen waren populair bij het publiek). Van Gogh wilde ook kunst maken die iedereen kon aanspreken en zou daarin met zijn Zonnebloemen-serie zeker slagen. Het succes ervan is denk ik erin gelegen dat ze een overgang naar het modernisme belichamen: Van Gogh was niet meer geïnteresseerd in een uiterlijk realisme maar wilde de ziel van de dingen uitbeelden waardoor de schilderijen simpeler en krachtiger werden. Onder invloed van Japanse kunst suggereerde hij geen diepte meer en kreeg z’n wijze van schilderen een decoratief karakter met een experiment om met kleurvlakken het sterkste kleureffect op te wekken. Tegelijk gebruikt hij de techniek van impasto om de verf er dik op te leggen waardoor het schilderij zelf een object wordt in plaats van een afbeelding. Door tot slot monochroom te schilderen – geel op geel – verkrijgt de Zonnebloem een grote mate van pure energie en kracht waarmee het de kijker imponeert.
Tot slot moet worden vermeld dat Gauguin een belangrijke rol speelde in Van Goghs leven en Van Gogh schilderde de Zonnebloemen vooral voor Gauguin c.q. voor Van Goghs gele huis waarvan hij hoopte dat ook Gauguin er ging wonen. Ze kregen echter ruzie (waarna Van Gogh z’n oor afsneed) maar waarschijnlijk nam Van Gogh wel Gauguins methode van abstractie over toen er in de winter geen zonnebloemen waren waarmee Gauguin bedoelde dat je niet een echt voorwerp naschildert maar je eigen (geheugen)beeld ervan schildert. Het markeert de moderne kunst die niet langer de natuur imiteert, al dan niet allegorisch opgevat, maar vanuit de (subjectieve) ervaring en verbeelding schildert. Kunst wordt zo de directe uitdrukking van de geest in plaats van de (materiële) natuur om het Hegeliaans te zeggen. Het zou moderne kunst abstract, simpeler en helderder maken en dat wordt bij uitstek door Van Goghs Zonnebloemen uitgedrukt. De serie is zelfs in zekere zin postmodern want bij gebrek aan modellen (mensen of zonnebloemen) ging Van Gogh z’n eigen schilderijen kopiëren waarbij hij met elke kopie het werk meer kracht of effect probeerde te geven: niet alleen is het kunstwerk niet meer een (flauwe) kopie van de natuur maar een kopie van een kopie waarbij elk kopie krachtiger is dan het origineel (dat in het postmodernisme hyperrealisme heet).
Exhibition on Screen: The Danish Collector - Delacroix to Gauguin (2021)
Een groot deel van de documentaire gaat over de Deense kunstverzamelaar Wilhelm Hansen zelf en de kunsthandel in de 19de eeuw. In dat verband leren we dat in de 19de eeuw de kunsthandel groot werd vanwege een middenklasse waarvan sommigen, waaronder de succesvolle zakenman Wilhelm Hansen, rijk werden en kunst gingen verzamelen: het verzamelen van kunst werd daardoor niet alleen massaler maar kunst werd door deze nieuwe, veelal vooruitstrevende zakenman-verzamelaars ook niet slechts meer het tonen van je macht en rijkdom, om welke reden voorheen koningen en de adel zich met kunst omringden, maar ook een commerciële activiteit. Mede vanwege de vele vervalsingen die in de kunsthandel omgingen, werd ook het verzamelen van hedendaagse kunst, die men direct van de kunstenaars zelf kon kopen, populair. Hansen had een bijzondere liefde voor – naast Deense arts & crafts-werken – Franse, impressionistische schilderkunst waarbij hij van alle (grote) kunstenaars, zoals Sisley, Pissarro, Renoir, Degas, Monet, Manet en Morisot, werken verzamelden. Zijn belangstelling ging in feite uit van het Franse realisme van halverwege 19de eeuw, met name Corot die met z’n sensualistische landschappen cruciaal was voor de impressionisten die hij inspireerde, tot de post-impressionisten van begin 20ste eeuw zoals Gaugain en Cézanne die geïnspireerd werden door de impressonisten. Het impressionisme was eigenlijk al ouderwets toen hij rond of na 1900 z’n privé-collectie opbouwde in z’n eigen woning Ordrupgaard en hij profiteerde van de Eerste Wereldoorlog toen de kunsthandel instortte maar Denemarken neutraal bleef zodat de economie er op peil bleef en Hansen de werken voor lage prijzen kon kopen: na de oorlog zouden de impressionistische (meester)werken veel duurder worden.
Gelukkig leren we ook het een en ander over het impressionisme zelf. In het begin moest men nog wennen aan deze nieuwe kunst en organiseerden impressionistische kunstenaars vaak hun eigen tentoonstellingen omdat de galleriehouders er niets in zagen, maar vrij snel werd de stroming toch populair. Zij werd dus geïnspireerd door de landschappen van onder meer Corot en wordt gekenmerkt door een korte of losse penseelstreek met daardoor weinig detail; sommigen, zoals Monet, hielden zelfs van een waas over het beeld zoals bij de mist in Londen. De kunst is ook klein – het betreffen meestal kleine schilderijen die men in de woonkamer kan ophangen in plaats van de klassieke grote historie-schilderkunst – en direct: wat men tegenkomt – van een landschap tot prostituees in een bordeel – wordt vastgelegd zoals men het tegenkomt. Van het japonisme worden door bv. Gaugain de bomen die in de weg staan van het landschap overgenomen (hetgeen een onmiddelijkheid opwekt: zo was het beeld) en egale kleurvlakken zonder diepte. Zoals het licht het oog binnenkomt wordt het weergeven: de compositie wordt als het ware niet vooraf maar achteraf in de waarnemer gevormd en zo ook wordt er en plein air geschilderd waarbij men het bewegende of vluchtige zoals water en lucht als het ware in het moment wil vastleggen. Tot slot, in het geschilderde vredige landschap staat bv. een rokende industriële schoorsteen: de impressionisten schilderden uitdrukkelijk de overgang of zelfs botsing tussen het oude en het nieuwe, tussen de natuur en het menselijk ingrijpen dat volgens mij de aantrekkingskracht ervan uitmaakt: het heeft zowel het idyllische van klassieke kunst als het directe van modernistische kunst zodat het een eigentijdse schoonheid heeft.
Extraña Forma de Vida (2023)
Alternatieve titel: Strange Way of Life
De korte film is niet slecht maar ook niet heel bijzonder: de film gaat volgens mij over twee mannen die gedoemd zijn samen te komen – vanwege hun conflict over de zoon van een van hen waarbij hun geheime homoseksuele relatie hen ook gevangen houdt – welk lot zowel een tragische als verbindende uitkomst heeft.
Extraordinaire Voyage de Marona, L' (2019)
Alternatieve titel: The Fantastic Voyage of Marona
Het verhaal vond ik zwak en weinig bijzonder – en leek ook op kinderen en niet op volwassenen te zijn gericht – maar ik werd overweldigd door de visuele pracht van deze film: zowel tekenstijl als animatie zijn heel creatief en bijzonder in een soort van naïeve schilderstijl. Deze animatoren mogen, nee moeten van mij nog een film maken met dan hopelijk een script dat ook volwassenen kan aanspreken.
Eyes of My Mother, The (2016)
De film is traag, wordt niet echt spannend en is ook niet expliciet qua beelden, maar de film heeft wel een duistere en lugubere sfeer en je wilt wel weten waar het toe leidt. Het verhaal is mager – de film duurt slechts 76 minuten en is zo traag dat het wel een uitgerekte korte film lijkt – en ontbeert wat context (bv. waarom gaat ze niet gewoon de stad om vrienden te maken als ze zo eenzaam is?) maar intrigeert wel want een vrouwelijke seriemoordenaar zie je niet vaak en de film heeft interessante psychologische ondertonen. De film heeft geen indrukwekkend einde maar weet wel nog even na te zinderen.
Al met al heeft de film bij lange na niet niet de kwaliteit van een Psycho (1960) - MovieMeter.nl, The Texas Chain Saw Massacre (1974) - MovieMeter.nl of The House That Jack Built (2018) - MovieMeter.nl maar is toch wel een waardevolle aanvulling in dat genre.
Eyes Wide Shut (1999)
De film is niet perse een erotische thriller maar de grote kracht is dat hij evengoed – gelijk erotische spanning – aldoor broeierig intens en spannend is en dus boeiend. De film gaat wel over seks, meer in het bijzonder over seksuele verlangens, fantasiën en dromen die in zekere zin net zo echt en dus waar blijken als het ‘echte’ leven omdat zij evenzeer of misschien nog wel meer onze geest en ons gedrag bepalen (met de gekozen tijd van Kerstmis als de kinderlijke variant van verlangens en door elkaar lopen van werkelijkheid en fantasie): een keurig getrouwd stel bekent tegen elkaar onder invloed van cannabis dat ze in hun fantasie ontrouw zijn waarna de fantasie c.q. verlangen van de man op hol slaat en hij op jacht gaat naar een seksueel avontuur dat echter verkeerd loopt. De film laat niet alleen de waarheid over de geheime seksclub in het midden maar ook werkelijkheid en droom parallel lopen en stilistisch vervloeien door middel van een surrealistische sfeer die zo bijdraagt aan de intensiteit van de dialogen. Deze laatste film van Kubrick is niet z’n bekendste of hoogst gewaardeerde maar ik vond het een zeer aangename verrassing.
Na twee jaar heb ik de film herzien. Het verhaal is zoals meestal bij Kubrick simpel: een man ontdekt dat zijn echtgenote (en daarmee vrouwen in het algemeen) ook seksuele fantasieën heeft die verder gaan dan de burgerlijke monogamie van het huwelijk welk ‘vreemdgaan’ hem jaloers en open naar eigen seksuele escapades maakt waarna hij in zijn zoektocht een geheime seksclub ontdekt die niet pluis voelt. Ofschoon het verhaal zich niet meer afspeelt tijdens Mardi Gras in Wenen begin 20ste eeuw maar tijdens Kerstmis in New York einde 20ste eeuw lijkt het verhaal van de film niet wezenlijk af te wijken van dat van Schnitzlers Traumnovelle (1926) waarop de fim is gebaseerd (hetgeen wellicht laat zien dat er qua seks niet veel verandert door alle tijden heen). Waar in de film Alice slechts een droom heeft die lijkt op wat Bill in de besloten club waar hij uit is gegooid heeft gezien, zou Schnitzlers novelle meer ambigu zijn en suggereren dat die besloten orgie Alice’s droom is die daarom eigenlijk voor hem geheim moet blijven. Maar de crux van het verhaal is dat het verschil er eigenlijk niet toe doet: we hebben allemaal seksuele verlangens die verder gaan dan de burgerlijke maatschappij toestaat om welke reden ze onderdrukt worden naar het onderbewuste (en dan tevoorschijn komen als dromen) of in het geheim uitgeleefd worden in besloten clubs. En beide geven jaloezie bij de partner – een seksuele fantasie evengoed als een prostituee bezoeken – maar zouden de relatie niet moeten beëindigen: we moeten accepteren dat onze seksuele verlangens zich niet laten inperken door moraal of beschaving.
In dat verband legt de novelle meer nadruk op de maskers die de deelnemers van de orgie dragen: het masker is wat we voor de buitenwereld dragen om onze ware identiteit met onze amorele seksuele verlangens te verbergen. Daarentegen voegt Kubrick de persoon van Ziegler toe aan het verhaal die de (Jungiaanse) ‘schaduw’ van Bill vormt zoals bijna alle films van Kubrick het thema van de schaduw bevatten: Ziegler is de amorele versie van de burgerlijke Bill die z’n verlangens niet onderdrukt zoals Bill maar ze gewetenloos uitleeft. En met de dubbelrol is er ook weer de ‘onbetrouwbare verteller’: we komen er niet achter of de prostituee die sterft aan een overdosis in werkelijkheid is vermoord. Al met al is het een typische film van Kubrick die gefascineerd was door de schaduwkant van de mens, ditmaal die van het onderbewuste dat vol met geheime seksuele verlangens zit.
