Alternatieve titel: In Adam's Interest, vandaag om 16:21 uur
Net als de eerste film Un Monde (2021) van Wandel is deze tweede film sociaal-realistisch in de stijl van de Dardenne-broeders waarbij ditmaal we meelopen met verpleegster Lucy op de kinderafdeling van een ziekenhuis. Het blijkt dat achter elk geval problemen schuilen waarvoor je maatschappelijk werk en soms ook de politie of een psycholoog nodig hebt zodat het ziekenhuis letterlijk slechts een pleister op de wonde kan verstrekken. De film richt zich met name op een gestoorde moeder die haar zoontje uithongert waar Lucy iets te veel emotioneel bij betrokken raakt en ze heel wat protocollen breekt in een poging het jongetje te redden met het bekende dilemma: is het in het belang van het zoontje om hem te scheiden van haar ‘slechte’ (overbezorgde) moeder of juist niet? De film doet zijn best om ook de kijker emotioneel betrokken te maken maar dat lukt veel minder dan in Un Monde in welke film we letterlijk op de hoogte van het kind meekijken en het pesten op school invoelbaar wordt gemaakt. Bij L'Intérêt d'Adam speelt in wezen hetzelfde probleem – protocollen staan soms in de weg van een goede oplossing – maar wellicht omdat in Lucy’s geval juist geen goede oplossing mogelijk is maakte het me eerder apathisch voor de keuze die gemaakt zou worden.
Het eerste anderhalf uur van de film is heel saai: we zien een banaal verhaal van een man en een vrouw die verliefd worden, trouwen en een gezinnetje stichten en van de pest die komt en het zoontje doodt en de ouders met veel verdriet en verwijten achterlaat. Pas het laatste half uur is interessant maar dat is vooral aan Shakespeare te danken: de man in de film is Shakespeare en we zien een paar fragmenten uit diens tragedie Hamlet waarmee eindelijk wat diepgang in de teksten en de film komt. Het idee is dat Shakespeare zijn rouw over de dood van zijn zoon heeft verwerkt in z’n werk Hamlet en wat de film wel goed doet is laten zien dat kunst niet alleen maar bedrog – een zinbegoochelende spookverschijning – is maar in de woorden van Shakespeare’s Hamlet ons een spiegel voorhoudt en toont wat we anders niet zien zodat Shakespeare zijn verdriet niet beter had kunnen uitdrukken dan door middel van zijn kunst om welke reden we ook meer geraakt worden door de opvoering van Hamlet dan door de ‘echte’ dood van het zoontje. Maar dat Hamlet – en andere werken – een uitdrukking is van Shakespeare’s verdriet om z’n zoontje is al lang een onderwerp van academische discussie en deze film voegt daar weinig aan toe, anders dan simpel effectbejag (elementen zijn ingevoegd in het verhaal zodat de kijker het verband kan leggen met wat er in het stuk Hamlet gebeurt) waardoor we kunnen meevoelen met Shakespeare. De film mist de gelaagdheid om interessant te zijn.
Kaufman is een genie maar het concept van deze film lijkt wel erg veel op dat van Dicks beroemd kort verhaal We Can Remember It for You Wholesale (1966) waarin het wissen van een herinnering ook half mislukt. Maar Kaufman weet het spionnenverhaal om te werken tot een romantisch verhaal met als boodschap dat mooie herinneringen liefdesrelaties de moeite waard maken ook als het niet meer rozegeur en maneschijn is zoals in het begin. En dat we niet zelf kunnen bepalen op wie we verliefd worden maar dat we onze herinneringen wel zelf deels maken: de kracht van de film is bovenal de intensiteit van de echte liefde tussen de tegenpolen Joel en Clementine die elkaar daarom ook gaan iriteren alsmede de visueel rijke reis door de herinneringen met het kat-en-muis-spel tussen degenen die de herinneringen wissen en Joel en Clementine die de herinneringen willen behouden en het door elkaar heel lopen van herinnerin en werkelijkheid doordat het wissen niet goed gaat.
Ik had de film lang geleden al eens gezien voordat ik op moviemeter zat en had de film toen 3 uit 4 sterren gegeven, waarschijnlijk omdat ik de film vermakelijk vond maar niet helemaal begreep. Nu ik hem nog eens heb gezien is de film nog steeds moeilijk helemaal te begrijpen, maar is de film duidelijk een meesterwerk dat de vibe van American Beauty en van David Lynchs Blue Velvet samenbrengt in een spannend, grappig en mysterieus verhaal waarvan de surrealistische droomlogica past bij de hallucinaties van de paranoïde schizofrrene Donnie Darko.
Ik vind deze documentaire, waarin we – overigens op een opvallend humoristische wijze om het bizarre van de toestand te benadrukken – kijken naar de ‘militarisering’ van de kinderen op een Russische school, interessanter dan het schieten aan het front in de documentaire 2000 Meters to Andriivka, die ook in de bioscopen draait, omdat we er meer van leren en eigenlijk nog veel verontrustender is. De ‘leraar’ die de veranderingen op zijn school na de inval in Oekraïne filmt heeft een vreemde baan op de school: hij is videograaf en evenementenorganisator maar dat stelt hem wel in de gelegenheid alles te filmen. We zien hoe de Russische Staat lessen, ceremonieën en uitspraken verplicht stelt die de kinderen indoctrineren met liefde voor het vaderland en steun aan de speciale militaire operatie en daarna de kinderen ook actief voor de strijd mobiliseert en militariseert door hen kennis te laten maken met wapens en het leger waardoor de kinderen weldra als een heuse Hilerjugend door de school marcheren.
Voor onze ‘leraar’ is het allemaal een gruwel want hij is tegen de oorlog en doorziet de propaganda. Volgens zijn moeder, die ook op de school werkt, houden mensen nu eenmaal van oorlog en zal er dus altijd oorlog zijn, maar onze filmer was altijd al anders dan andere jongens: er is een suggestie dat hij homoseksueel is (op humoristische toon vertelt hij dat hij al zijn boeken keurig op kleur heeft geordend) en je begrijpt waarom Poetin ons Europeanen allemaal als homo’s ziet want wij willen en kunnen, net als onze filmer, niet vechten. Het geeft weinig hoop op vrede (als je die nog zou hebben) en zoals Poetin is te horen in de documentaire: een oorlog win je niet met generaals maar met leraren. Want een oorlog vergt opofferingen van de hele bevolking (voor het vaderland) en daarmee benoemt hij impliciet de grote zwakte van Europa: wij wentelen ons decadent in onze welvaart en lijken niet bereid dat op te geven om te gaan vechten. Ik herinner me dat IS in Irak ook de kleine kinderen al opleidde voor de oorlog, maar gelukkig werd IS (voorlopig) uitgeschakeld. Dat gaat met Rusland echter niet gebeuren en de documentaire laat zien dat Poetin de Russen mentaal voorbereidt op een hele lange oorlog en een blijvende aanwas van kanonnenvoer. In feite is dat niet uniek (de moeder heeft ergens ook gelijk), maar is alleen Europa uniek: de hele wereld is zich momenteel aan het voorbereiden op oorlog, behalve Europa (die denkt dat ons eigen internationale recht ons zal beschermen of zo). Dat voorspelt weinig goeds voor Europa en deze documentaire drukt onze neus op de feiten.
Zo’n mobilisatie van de gehele bevolking voor de doelen van de Staat, in de eerste plaats voor oorlog, is kenmerkend voor het fascisme waarmee het andere wezenlijke kenmerk samenhangt: er kan geen ruimte zijn voor ‘verdeeldheid’ dus dissidente stemmen of persoonlijke vrijheden die botsen met het doel van de Staat. Onze filmer, die stiekem tegen de oorlog protesteert, zal door het regime worden gezien als een landverrader en omdat hij het filmmateriaal naar de vijand (Europa) smokkelt en de Russische eenheid ondermijnt bovendien als buitenlandse spion, maar hij weet op tijd Rusland te ontvluchten. De documentaire verheldert aldus impliciet zowel de retoriek als het gevaar van Poetin voor ons.
Net als 20 Days in Mariupol is 2000 Meters to Andriivka een stukje oorlogsjournalistiek die mij niet kan raken. Inherent aan de ‘authenciteit’ ervan zijn de beelden wat chaotisch en is het vooral een eindeloos schieten in de richting van de Russen terwijl de Russen in omgekeerde richting schieten en je af en toe hoort dat iemand is geraakt. Omdat je er veilig vanuit je bioscoopstoel naar kijkt voelt het als een videospelletje: ik heb de spanning van oorlog niet gevoeld en wat dat betreft werkt geregisseerde fictie – zoals Warfare (2025) – gewoon beter. De boodschap van Chernov is denk ik ook niet dat oorlog spannend is als wel destructief (al is dat natuurlijk eveneens bekend): de oorlog laat niets heel zodat er uiteindelijk wordt gevochten om slechts een plaatsnaam zonder dat de stad zelf nog bestaat, in dit geval om het strategisch gelegen Andriivka. Uiteindelijk blijft ook geen soldaat in leven als de oorlog eindeloos duurt.
Net als 20 Days in Mariupol wordt 2000 Meters to Andriivka door de critici bejubeld, ik neem aan omdat het ‘echt’ is (en misschien ook als eerbetoon aan de moed van oorlogsjournalisten want echtheid vind ik ietwat een rare fetisj als het gaat om oorlog) waarbij het cynisme van de filmmaker het realisme nog versterkt (er zijn geen helden of een uitzicht op triomf, al vind ik iedereen die in de vuurlinie kan staan zonder in z’n broek te pissen en weg te rennen een held maar de film demonstreert het gezegde dat alles went, blijkbaar zelfs oorlog). Maar ik weet niet goed wat ik ermee kan. Chernov heeft bewust romantisering van de oorlog vermeden – zodat in die zin de film bewust niet spannend is – maar de film wel een narratief als van een fictiefilm gegeven door de opmars naar Andriivka door een smalle beboste berm zowat meter voor meter te verslaan, maar dat leidt alleen maar tot de anticlimax dat ze Andriivka wel veroveren maar we bij de aftiteling horen dat de Russen het later toch weer hebben ingenomen (meer in het algemeen mislukt het Oekraïense tegenoffensief in 2023 waar de film over gaat): het bevestigt slechts de cynische boodschap van de film dat oorlog een zinloze vernietiging is (tenzij de moeizame strijd omslaat in een triomf, natuurlijk: dan vier je 75 later nog steeds die ene Bevrijdingsdag).
Het interessantste van deze twee films samengenomen is het contrast tussen tijd en afstand: als je moet standhouden in een belegerde stad zoals Marioepol tellen de dagen terwijl als je zelf een stad wilt veroveren slechts de meters tellen.
Alternatieve titel: A Private Life, 16 januari, 20:39 uur
De film oogt interessanter dan hij is. Het wordt een moordmysterie genoemd maar de zoektocht speelt zich vooral af in het onbewuste – de opzet doet wat denken aan bv. Shutter Island – maar zoals het meestal gaat in dromen is het resultaat weinig coherent en blijken beloftevolle clues uiteindelijk betekenisloos. De les die de psycholoog leert van haar waanideeën is dat ze voortaan moet luisteren naar wat haar patiënten zeggen in plaats van dat de gesprekken opneemt maar de les die de kijker leert is dat dromen bedrog zijn en dat psychoanalytici zakkenvullers zijn die denken dat ze geheimen weten maar zichzelf net zo voor de gek houden als hun patiënten. Uiteindelijk is het meest indrukwekkende van de film dat Jody Foster heel goed Frans spreekt.
Niettegenstaande de titel biedt de documentaire een overzicht vsn de hele ‘carrière’ van David Bowie dus niet alleen de laatste fase toen hij ernstig ziek het album Black Star maakte. Wel verspringt de documentaire aldoor heen en weer in de tijd dat misschien te maken heeft met het centrale concept van Bowie als muzikale ruimtereiziger die uiteindelijk zo ver gaat als tot het zwarte gat (de Black Star) waarin hij verdwijnt maar waarin ook tijdreizen mogelijk is. Ik zette ‘carrière’ bewust tussen aanhalingstekens want de kern van Bowie’s werk of carrière is dat voor hem z’n werk een vorm van rebellie moest zijn die tot verandering kan leiden, waarbij Bowie aldoor risiconemend naar de avantgarde van zijn tijd zocht om zich die toe te eigenen, in plaats van een carrière na te jagen (geld te verdienen) waartoe de muziek sinds de jaren ’80 zou zijn gereduceerd en waartoe hij zich ook even had laten verleiden met zijn hit ‘Let’s Dance’ waarmee hij een superster werd en bijkluste voor Pepsi Cola. Het getoonde overzicht van zijn werk is beknopt en summier, maar de boodschap is duidelijk: Bowie was niet zomaar een popster maar een kunstenaar die zichzelf en zijn muziek aldoor vernieuwde
Alternatieve titel: Winter in Sokcho, 10 januari, 15:42 uur
De film is niet saai maar wordt ook nimmer boeiend: wat je doet blijven kijken is vooral de belofte dat er iets gaat gebeuren – meteen in het begin is er de suggestie dat de Franse toerist haar vader is en aan het eind is er de suggestie dat ze hem gaat vergiftigen – maar uiteindelijk gebeurt er niets. De film zit ook vol verwijzingen – zoals de analogie van de pijn van de scheiding van Koreaanse families door de scheiding in Noord- en Zuid-Korea met de pijn van het verdwijnen van de vader naar Frankrijk – maar uiteindelijk leiden ze nergens naar toe, anders dan dat de jonge vrouw iets leert over haar verleden en mogelijk verdrongen emoties heeft kunnen verwerken. Het maakt de film weinig meer dan een heel lange anticlimax en dat is niet waar ik van hou.
De documentaire is prachtig: de beelden zijn schilderachtig en wat het toont is fascinerend wat ook ermee te maken heeft dat de documentaire geen voice-over heeft die uitleg geeft zodat het soms even duurt voordat je begrijpt wat je ziet. De afwisseling van beelden houdt het ook interessant waarbij zo’n beetje alle aspecten van het leven in en rond de Waddenzee wordt getoond, van de uitgestrekte desolate, eenzame vlakten tot het hechte gemeenschapsleven in de dorpjes.