Je zou kunnen denken dat nog een bewerking van A Christmas Carol volstrekt overbodig is, en daar zou je gelijk in hebben. Deze versie reduceert het verhaal echter tot de essentie en bouwt daar een heel nieuw kader omheen.
Door het verhaal direct na de Tweede Wereldoorlog te laten plaatsvinden, sluit het perfect aan bij de duistere geest van Scrooge. De thema's van anti-oorlog, socialisme, hebzucht, verdriet en collectieve verantwoordelijkheid zijn zelfs naar hedendaagse maatstaven zeer relevant.
Het is een uiterst politieke film zonder enige luchtige momenten. Zelfs het einde, hoewel nog steeds positief, heeft een bittere ondertoon. De goed geënsceneerde flashbacks zorgen voor een bijna theatraal gevoel.
Ze hadden dit Downton Abbey: The Moderate Finale moeten noemen.
Het plezier van het kijken naar een stoïcijnse familie die zich op dramatische wijze door kleine tegenslagen manoeuvreert, houdt de wereld al geruime tijd in zijn greep. De aantrekkingskracht van het besef dat je nooit, maar dan ook nooit deel zult uitmaken van deze specifieke rijkdom en pompeusheid, werkt als een nederige betovering op het publiek.
En toch aanbidden we deze groep uitzonderlijk Engelse mensen en laten we uiteraard een traan wanneer we vaarwel moeten zeggen. Afscheiden die ons worden voorgeschoteld via melodramatische flashbacks, visioenen of simpelweg mensen die met hun hond door de velden richting de toekomst wandelen, badend in een filmisch perfecte zonsondergang.
Alsook: Maggie Smith wordt pijnlijk gemist in elk frame.
Ik had last van de ergste kater die de mensheid ooit heeft gekend en besloot een luchtige, makkelijke kerstfilm te kijken om de pijn te verzachten. Nou, het maakte alles erger…
Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat dit een van de meest afschuwelijke pogingen tot een kerstfilm in lange tijd is. Het voelt alsof drie totaal verschillende films onhandig aan elkaar zijn genaaid tot één geheel. De toonwisselingen zijn schokkend en het hele plot slaat werkelijk nergens op. Kinderachtige conflicten worden zo zwaar opgeblazen dat ik bijna mijn eigen ogen wilde uitsteken omdat ik deze drol van een film niet langer kon verdragen. Op dat moment ontdekte ik dat ik nog niet eens halverwege was.
De enige reddende factoren zijn Tom Wozniczka – die me op elk willekeurig moment gerust een rondleiding door zijn privé-wijngaard mag geven, hartelijk dank – en Sean Amsing als de bijdehante, stereotype queer met verrassend veel grappen die wél werken.
Maar serieus… Wie heeft dit gedrocht goedgekeurd? Ophangen, vierendelen en weg ermee!