Eigenlijk een hele 'kleine' film met niet al te veel plot, maar volop focus op intieme karakterinteracties, subtiele ontwikkeling, sfeer, gevoel, poëtische plaatjes. Kan érg hard de bal misslaan, denk ik, als je hier niet meteen helemaal in mee bent. Maar ik zat er vanaf de spookachtig mooie openingsscène volledig in, met die onbeschrijflijk melancholische soundtrack. Joachim Trier weet bovenal hoe hij moet schilderen met beelden, en dit nog nét dat tikje kan versterken door de juiste muziek. Inhoudelijk laat Sentimental Value soms wat te wensen over, maar het audiovisuele aspect maakt dit het grootste deel van de tijd ruimschoots goed. Dat, en de fantastische acteerprestatie van, goh ja, van iedereen eigenlijk, maar stiekem op kop toch Stellan Skarsgard. Wat sleept die man je met zijn gepijnigde blikken mee in de gevoelswereld van een op z'n zachtst gezegd erg afwezige en eigenlijk compleet falende vader, een artiest die de Kunst altijd op de eerste plaats gezet heeft. In principe geen sympathiek personage, maar er is iets in zijn acteerprestatie dat je toch doet meeleven. Renate Reinsve en Inga Ibsdotter Lilleaas zijn ook sterk, maar krijgen eigenlijk minder om mee te werken. De scènes met Elle Fanning behoorden - hoewel ik er de thematische essentie van snap - tot de momenten die voor mij niet werkten.
De hele 'film-in-een-film'-laag voelde af en toe ook iets te geforceerd intellectualistisch, hoewel Trier op dit vlak uiteindelijk wel nog binnen de lijntjes kleurt. Het wordt absoluut nergens irritant of zelfingenomen. Ja, ik denk dat Sentimental Value de tand des tijds wel redelijk goed gaat doorstaan. Misschien niet het enorme meesterwerk dat er vorig jaar bij release van werd gemaakt, maar wel gewoon een sterke film.
Eentje die al sinds 2023 meteen op m'n radar stond, en dan eindelijk eens meegepikt op Netflix. Fijne horrorfilm voor zo ongeveer 85% van de film, in de laatste vijftien minuten ontspoort het een beetje en sluit het wat mij betreft niet geheel bevredigend af. De opbouw in de eerste helft is daarentegen heel goed gedaan, waarbij de ongemakkelijkheid en de sluipende twijfel en angst dat er iets ontzettend mis is, langzaam maar zeker hard binnenkomt. Dit wordt versterkt door het format van de talkshow en de found footage-achtige stijl, waarbij je het gevoel hebt naar een echte oude opname te kijken van een vervloekte gebeurtenis. Die filmstijl - if done well - komt altijd goed binnen bij mij in een horrorfilm, en dat hebben de regisseurs hier goed in de vingers. David Dastmalchian is ook ijzersterk als de dubieuze host. Het wordt er vanaf het begin vrij vingerdik bovenop gelegd dat hij iets op zijn kerfstok heeft, met die verwijzingen naar zijn lidmaatschap bij de exclusieve 'club' (satanische sekte), maar er wordt net genoeg in het midden gelaten wat dat precies is, zodat ik wel geïntrigeerd bleef. Het einde maakt dit iets te expliciet duidelijk.
Een paar degelijke gruwelijke shockmomenten, veel onderhuidse spanning, de filmstijl en de lekkere 70's vibe maken hier dus een meer dan oké genrefilm van, die helaas wordt onderuitgehaald door een iets te expliciet en over the top einde, dat weinig meer aan de verbeelding overlaat, en daardoor ook de gruwel er een beetje uitzuigt.
Mijn derde Lanthimos en de eerste die écht klikt bij me (Poor Things en The Favourite komen niet boven de 3.5* bij me), al zal het nooit helemaal blinde liefde worden tussen hem en mij. Daar vind ik hem soms iets té opzichtig of ''in your face'' voor. Maar goed, Bugonia is een fijne film, niet mis te verstaan. Qua visuele stijl staat de film als een bus, heerlijk gebruik van kleuren, filters, kadrering, die typische groothoek-shots van hem. Fantastische bombastische soundtrack ook. Een interessant kat-en-muisspel met in hindsight slimme hints verspreid doorheen het script. En een absolute tour de force voor Jesse Plemons, die hiervoor absoluut een Oscarnominatie had moeten krijgen vorig jaar. Hij steelt de film helemaal, en weet alle kanten van het personage perfect neer te zetten. Het had snel een incel/complotdenker karikatuur kunnen worden - en dat is hij in feite ook deels - maar het is ook een complexe, getraumatiseerde mens van vlees en bloed die, ondanks dat hij compleet gestoorde maatregelen neemt, toch uiteindelijk gelijk heeft over vele zaken.
Thematisch is het ook een veel diepere film dan Poor Things of The Favourite. Of haalde ik er toch meer uit in ieder geval. Dat de rijke CEO een alien blijkt te zijn is natuurlijk niet toevallig. Die hyper-rijke, geprivilegieerde 0,1% van de menselijke bevolking is ook gewoon ''alien'' ten opzichte van de andere 99,9%. Lanthimos trekt de metafoor dan wel erg opzichtig door in de laatste akte, maar het is wel raak. Een groot kritiekpunt dat ik lees over de film is trouwens dat de gestoorde complotdenker hier in zijn recht wordt gezet. Daar ben ik het niet mee eens. Teddy heeft dan wel ''gelijk'', maar heeft met zijn gedrag uiteindelijk alleen maar datgene veroorzaakt waar hij voor vreesde.
Wat wilt de film dan nog precies allemaal zeggen? Ik weet het ook niet helemaal, maar het einde lijkt me vrij duidelijk in haar cynisme. Al ontbreekt het nét aan die extra punch, en voelt het einde vreemd genoeg ook een beetje makkelijk en veilig aan.
Emma Stone is trouwens een fantastische actrice, maar dit vond ik wel haar minste Lanthimos-rol. Alsof ze iets te geforceerd weer naar een gouden beeldje aan het jagen was. Enfin, ze gaat er wel weer echt voor, maar soms iets té.
Niet zonder tekortkomingen, maar Backrooms mag niettemin wel een speciaal debuut genoemd worden. Niet in de laatste plaats door de enorm jonge leeftijd van regisseur Kane Parsons, en zijn toch al meteen feilloze gevoel voor regie en sfeerzetting. Het idee van de backrooms - en de hele esthetiek ervan - is fascinerend, ongemakkelijk, luguber en tegelijkertijd op de een of andere manier ook zo.. satisfying om naar te kijken? Het is in ieder geval een geweldig uitgangspunt voor een horrorfilm, en Parsons beseft ook meteen heel goed dat uitleggerige verklaringen hier niet op hun plek zijn. Er worden genoeg lijntjes uitgegooid om er zelf iets van te maken - en hier en daar psychologiseren de personages het misschien zelf net iets te veel, zodat de link tussen de backrooms en het onderbewustzijn van een individu wel snel gelegd is. Maar er wordt gelukkig ook genoeg aan de verbeelding overgelaten, en zo'n terughoudendheid is knap voor een 20-jarige.
Waar de film voor mij écht heel hard werkt, is in de found footage-stukken. Die zijn echt ongelooflijk sterk gefilmd en creepy. De openingsscène bijvoorbeeld, of dat hele stuk waarin Clark de twee jongeren mee de backrooms in neemt, en het helemaal ontspoort. Van mij had de film nog veel meer in die found footage-techniek mogen zijn, dan was hier voor mij een veel hogere score uitgevloeid.
Want ondanks het onmiskenbare talent voor en achter de camera, grepen de 'normaal' gefilmde scènes me niet altijd even hard. De bijzondere kleurfilter, het behendige camerawerk en de geweldige verwrongen sets van de backrooms maken het formalistisch altijd interessant om naar te kijken - en ook hier zitten nagelbijtend sterke scènes tussen zoals de lange achtervolging door het monster in het laatste stuk - maar de personages an sich zijn weinig interessant en de dialogen zijn ook niet het sterkste punt van de film. Chiwetel Ejiofor was sterk, maar Renate Reinsve vond ik best misplaatst. Het einde met het MRI-bedrijf dat de backrooms bestudeert was ook niet geweldig uitgewerkt, en zorgt een beetje voor een suf einde. Lijkt vooral een opzet naar een vervolg.
Maar all in all erg interessant, met enkele bijzonder effectieve horrormomenten, en een goed neergezette sfeer. Parsons is er eentje om in de gaten te houden!
Een film die eigenlijk te veel van alles tegelijk wilt zijn, en daardoor in niets van dat alles echt excelleert. Aronofsky vindt nooit echt een vaste toon. Absurdistische, donker-komische actierollercoaster? Duistere misdaadthriller? Buddy comedy? Tragische, psychologische karakterstudie? Wat wilt deze film nu eigenlijk zijn? Ergens zit hier wel een goede film in begraven, maar nu is het echt een beetje teveel een allegaartje. Van mij had er in ieder geval meer ingezet mogen worden op het luchtige en absurdistische. De dood van Zoë Kravitz' personage vond ik bijvoorbeeld totaal misplaatst en veel te duister voor wat de film tot op dat punt probeerde te zijn. Maar bon, voor sommige anderen werkte die stijl- en toonwisseling misschien wel.
Veel acteurs komen ook totaal niet uit de verf. Matt Smith, Liev Schreiber, Regina King. Toch allemaal niet van de minste, maar ze moeten zo'n vervelende, cliché typetjes neerzetten. Ik snap waar Aronofsky voor probeerde te gaan - een zotte film vol kleurrijke personages - maar het komt gewoon niet uit de verf. Zoë Kravitz wordt volledig verspild. Austin Butler is wel prima en kan de film wel dragen.
Vakkundig gemaakt voor de rest trouwens, qua soundtrack en visuele sfeerzetting allemaal prima in orde. Dat is zeker het probleem niet. Maar inhoudelijk en emotioneel had ik veel moeite om hier echt in mee te gaan. Dan had Aronofsky er beter gewoon terug een duistere 'thriller' over verslavingsproblematiek van gemaakt, waar de film óók elementen van bevat.
Wat een heerlijke film. Paprika is m'n tweede Satoshi Kon, en voor mij toch ook nog net dat tikkeltje sterker dan Perfect Blue. Want wat een absoluut meesterschap over het medium etaleert hij hier. Het kleurgebruik, de verzinsels en fantasie en de onvoorstelbare creativiteit puren echt alles uit het animatiegenre dat er uit te halen valt, en daar krijg je dan ook nog een heleboel diepere (psychologische) lagen, ambigue gebeurtenissen, interessante personages en rijke filosofische ideeën bovenop. Dat veel latere films en regisseurs hier inspiratie uit hebben gehaald (Inception is door de hele droom-in-een-droom-thematiek het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar lang niet het enige), moge duidelijk zijn. Wat een ongelooflijke tragedie dat dit Satoshi Kon's laatste film was, ik vermoed dat hij nog ongelooflijk veel vooruitstrevends te vertellen en tonen had.
Ook de muziek moet benoemd worden, zeker dat deuntje van die terugkerende 'dromen-parade' leeft echt al maanden rent-free in m'n hoofd. De film heeft zo'n fijne subtiele, ambigue identiteit - waarbij je als kijker zelf nog heel veel ruimte krijgt om alles in te vullen - én gaat tegelijk ook zo heerlijk over the top (op de beste manier), inclusief al die hysterische droom-scenario's, cartooneske evil villains en een apocalyptische final battle. Beheerst én totaal van het padje, op hetzelfde moment. Een moeilijke balans om te vinden, maar Satoshi Kon slaagt daar als geen ander in.
Dikke 4.5*. Benieuwd of andere films uit zijn (veel te kleine) oeuvre dit nog gaan weten te overtreffen.