Alternatieve titel: No Other Choice, 18 februari, 23:07 uur
Misschien niet helemaal het volle schot in de roos dat ik ervan had verwacht, maar niettemin hele fijne film weer van Park Chan-wook, waarin zijn visuele meesterschap heerlijk geëtaleerd wordt. De film ziet er prachtig uit, en de shots, angles en felle kleuren waar hij vaak voor kiest zijn bewonderenswaardig, want geen evidente keuzes. Ook de cast was erg sterk, vooral Byung-hun Lee als hoofdpersonage Man-soo en Son Ye-jin als zijn vrouw die steeds meer begint te vermoeden waren fantastisch op dreef. Byung-hun Lee moet natuurlijk sowieso een groot deel van de film dragen en is zowel een geslaagde tragische figuur als een incompetente 'seriemoordenaar' als een zielige loser, die door z'n eigen doen in de absurdste situaties belandt. Hij moet dus veel kanten tonen, maar juist daardoor maakt hij er een heel boeiend personage van. Maar hoewel Son Ye-jin ogenschijnlijk wat minder te doen heeft, is haar personage minstens even interessant. Zeker hoe ze tegen het einde alles doorheeft, maar dan toch beslist om mee te zwijgen/liegen.
Iets mindere puntjes; ik vond de film wellicht een halfuurtje te lang duren. Zeker de aanloop naar het eerste slachtoffer sleept een beetje, maar ook de perikelen rond de zoon vond ik niet broodnodig. Een strakke 2 uur had hier een iets meer gefocuste zit van gemaakt. Ook het karikaturale, enorm absurdistische karakter van de film viel niet altijd op de juiste plek voor mij. Die eerste moord gaat zo lang door en gaat er ook zodanig over, dat ik er een beetje werd uitgehaald. Maar da's gevoelsmatig. De maatschappijkritiek ligt er ook vingerdik bovenop, maar daar heb ik niet zozeer problemen mee. Dat mag. Vooral de laatste shots van een 'triomferende' Man-soo die moederziel alleen in die gigantische, geautomatiseerde fabriek rondloopt en de bomen die op massa-schaal gehakt blijven worden, geeft een heel akelige, bijna apocalyptische nasmaak aan het geheel. Niet alleen holt het kapitalistische systeem alles en iedereen uit, maar we mogen het nu in tijden van automatisering en AI ook nog eens allemaal alleen ondergaan. Sterk einde.
Ik had altijd in m'n hoofd dat dit Damien Chazelle's debuutfilm was, maar blijkbaar maakte hij zijn eerste langspeelfilm in 2009 al. Niet dat dit er enigszins toe doet, want voor een jonge filmmaker zo vroeg in z'n carrière, is dit een waanzinnig sterk staaltje cinema, met een rotsvaste visie en dito uitvoering. Whiplash duurt maar zo'n goede 100 minuten, en meteen vanaf de eerste scène wordt de gaspedaal ingeduwd en nauwelijks nog achterom gekeken. Want hoewel het een 'zware' zit is qua onderwerp en thema's, is de film in de uitvoering tegelijkertijd ook zo vlot en op een ziekelijke manier 'vermakelijk'? Het ligt in ieder geval geen seconde stil, en de psychologische oorlog tussen Fletcher en Andrew sleurt je van scène tot scène steeds meer de film in. Hoewel de filmische verdiensten natuurlijk op het conto van Chazelle staan, is het toch J.K. Simmons die met de film gaat lopen. Wat een acteerprestatie, waanzinnig gewoon. Elke scène met hem zit je met ingehouden adem te kijken. Een van de iconische villain rollen van de 21ste eeuw. Het sterkste is dat je op sommige momenten bijna gelooft dat hij een punt heeft, met zijn hele ''There are no two words more harmful in the English Language than good job''-mentaliteit, en zijn geloof in het feit dat échte grootsheid enkel voortkomt uit constante, onmenselijke druk en uitdaging. Bijna, want natuurlijk is hij - nog losstaande van die visie - simpelweg een slecht persoon. Maar het feit dat hij in zijn eigen 'theorie' gelooft, maakt het personage nog zoveel interessanter, én verontrustender. Op elke kunstschool loopt er denk ik wel een variant van zo'n figuur rond, zij het - hopelijk - in minder overdreven vorm.
Miles Teller is ook prima, hoewel zijn 'turn' wat snel gaat, en daardoor de scènes met de vriendin of de familie ook niet helemaal uit de verf komen. Daar had de film iets meer uitdieping kunnen gebruiken. Ook het auto-ongeluk en zijn bebloede entrée vond ik er over gaan. Die breakdown had wat subtieler gekund.
De film eindigt wel echt briljant, trouwens. Die hele laatste tien minuten zijn ongelooflijk goed. De blikken tussen Fletcher en Andrew. De muziek, de intensiteit. Die glimlach op Fletcher's gezicht waar de film mee afsluit. Erg indrukwekkend, en meteen ook de thematische synthese waar de hele film om draait.