132.211 gebruikers | 82.790 films | 30.189 regisseurs | 3.421.971 berichten | 4.776.059 stemmen
 
locatie: MovieMeter » Gebruikers » The One Ring » Meningen
avatar van The One Ring

The One Ring

Ingeschreven sinds 7 januari 2005 

 

Via dit tabblad kun je zien bij welke films The One Ring een bericht als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

letter: 0-9 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z

 

¡Átame! (1990)
Alternatieve titel: Tie Me Up! Tie Me Down!

3,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 23 mei 2009, 23:35 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
DIt is een van die zeldzame films waarvan ik echt niet weet wat ik erover moest schrijven, buiten voorspelbare one-liners als 'aardig acteerwerk' en 'typische Almodovarfilm' om. Ik vond het geen onaangename film, het keek lekker weg en dat is het. Het maakte geen enkele emotie bij me los op geen enkele seconde, maar ik heb op het ongeloofwaardige einde na (ik geef deze relatie nog geen maand) er ook niets op aan te merken.

Hoe iemand hier een 'drama' in kan herkennen is me overigens een raadsel. Ik dacht dat het vooral grappig bedoelt was.

3*

 

(500) Days of Summer (2009)
Alternatieve titel: 500 Days of Summer

3,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 9 oktober 2009, 22:46 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Ik was een beetje bang dat dit de zoveelste indiefilm zou worden die een simpel luchtig verhaal zou presenteren op een alternatieve wijze die al lang niet meer alternatief is en die volzit met wat in het Engels 'quirky' personages genoemd worden (weet iemand een goede Nederlandse vertaling van dat woord?). Aan de ene kant is (500) Days of Summer zo'n film, maar gelukkig wel een van dat groepje die gewoon goed uitgewerkt is. Sommige dingen zijn wat geforceerd, bepaalde dingen werken gewoon niet (dat kleine, wijze zusje is irritant) en soms denkt de regisseur vernieuwend te zijn terwijl hij clichés toont, maar het stoort nauwelijks. Dit komt door het sterke script (ik vermoed een Oscarnominatie), de toch vrij toonvaste regie en de sterk vertolkte hoofdrolen (ja, Joseph Gorden-Levitt ís een van Amerika's grote talenten van het moment). De film werkt gewoon en is bijzonder aangenaam om naar te kijken. Daarnaast zijn de observaties rond leven en liefde bij vlagen gewoon raak.

Toch miste ik iets, iets dat mij werkelijk het gevoel gaf naar een geweldige film te kijken. De hele speelduur door moest ik aan Annie Hall denken, waar al dan niet bewust veel van geleend wordt en ik denk dat daar de verklaring ligt waarom Summer geen meesterwerk is. Webb wilde duidelijk een komische film maken over een pijnlijke situatie. Hij levert goed werk, maar uiteindelijk is de pijn nauwelijks voelbaar. Het stroomt soms even kort naarbinnen, maar het verstoord nooit het gevoel dat je toch meer naar een feel-goodfilm zit te kijken. Dat kan met dit onderwerp toch niet helemaal de bedoeling zijn. Woody Allen weet wat dat betrefd beter humor met diepe pijnen en levensobservaties te mixen. Het einde is dan ook jammer. Perfect zou het zijn geweest om Tom de baan bij het architectenbureau te laten krijgen en dan te stoppen. In plaats daarvan dient zich een potentiële, echte liefde aan. Het past niet helemaal bij wat voorafging. Webb haalt zijn thema wat onderuit, namelijk dat perfecte liefde niet zou bestaan.

Evenwel blijft dit zeer aangenaam kijkvermaak en ik vermoed dat Webb als hij zich wat verder ontwikkeld best een groot talent zou kunnen worden.
3,5*

 

3,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 25 februari 2011, 20:53 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Van te voren vroeg ik em af hoe Boyle's stijl zou passen bij 127 Hours. Biyle's vlugge monatge, kleurrijke beelden en zwevende camera lijken op het eerste gezicht niet de meest voor de hand liggende technieken om te gebruiken bij zo'n claustrofobisch verhaal. Toch werkt het op de een of andere manier wel. Boyle maakt er een meeslepende film van die geen seconde verveelt. Niet dat alles briljant is, want met name de flashbacks hebben een ersntig gebrek aan originaliteit, maar dit wordt gecompenseerd door mooie momenten zoals wanneer de camera door het landschapt raast op uit te komen bij een flesje drank dat Ralston in zijn auto heeft liggen. Hoe dan ook, het was ook leuk om een film te zien die constant reacties losmaakte bij het publiek in de bioscoopzaal. Dan heb ik het niet alleen om de 'beruchte scène', maar kennelijk spreekt de film openlijk tot iedereens verbeelding. Dit verhaal is voor veel mensen een nachtmerrie en ik ben geen uitzondering. Dat Franco bijzonder geloofwaardig zijn emoties over brengt helpt ook mee.

Het is alleen wel echt zo'n film voor maar één kijkbeurt. Ik ben blij hem gezien te hebben en denk dat ie ook wel zal blijven hangen, maar nadat ik met Ralston de ellende doorstaan had ging ik toch, in tegenstelling tot Ralston, met een gevoel naar huis dat het vooral een interessante ervaring voor tussendoor was.
3,5*

 

4,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 26 september 2011, 20:49 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Erg sterke, romantische film die de kleine hype die hij veroorzaakte op het Nederlands Film Festival meer dan waard is. Persoonlijk moest ik denken aan Sunrise, wat voor de hand ligt doordat er weinig in gesproken wordt, maar ook omdat de 170 Hz vooral communiceert door sterk gestileerde beelden; het is niet ver verwijdert van expressionistische films. Ik hou hier heel erg van en zulk overdadig gebruik van kleur, geluid en afwijkende shots ben ik Nederlandse films nog niet eerder tegen gekomen. De meeste shots zijn parels op zichzelf en ook de art-direction is bijoznder sterk. Het bevalt me vooral dat Van Ginkel nergens voor realisme gaat. Grote emoties (op een onsentimentele manier) in een wereld die bijna fantasy lijkt, zonder ooit naar magisch-realisme te grijpen. Dit is een film waarin het plausibel is dat twee personages in een onderzeeër gaan wonen. Sterker nog, het is het soort film waarin het plausibel is dat er überhaupt zo makkelijk een verlaten onderzeeër te vinden is.

Wat de film verder nog zo sterk maakt is vooral de emotionele lading. Zoals gezegd steunt het erg op sterke gevoelens en niet over de meer subtiele emoties. Grootse romantiek en tragiek zijn hier orde van de dag. Opvallend veel seksscènes ook, maar dat past hier uitstekend en ze zijn bijzonder intiem gefilmd en het erotische verfgevecht die tot de poster leidde is een hoogtepunt. De film is emotioneel ook heel zwaar. Een gevoel van doem wordt nergens onderdrukt en dat het slecht afloopt voel je al snel aankomen. Het is een soort variatie op een gotische romance: de personages zullen door elkaar kapotmaken (of in ieder geval een van hen), ondanks dat het duidelijk is dat ze van elkaar blijven houden. Het wordt ontroerend gebracht en het grijpt naar de keel.

De enige kritiek die ik heb zit hem in het geluid, opmerkelijk bij een film over doven. Ten eerste vond ik het ergens jammer dat er toch gekozen is voor een paar stukjes dialoog van bijrollen. Bijna de hele film vertelt zijn verhaal aan de hand van gebaren of beelden en het voelt ergens als een zwaktebod om dan toch een paar pestkoppen wat te laten zeggen, vooral om dan ook nog eens hun dialoog te onderbeken met subjectieve stiltes van de hoofdpersoon. Ik had het liever stil gezien. Daarbij vond ik ook het veel nadrukkelijke geluidseffecten stiekem wat jammer. In zekere zin zijn het vaak zelfs die geluidseffecten die de aandacht meer trekken dan de beelden, omdat ze zo luidt zijn. Het past misschien bij de overgestileerde aanpak van de film, maar het past weer niet bij de belevingswereld van de doven. De film wisselt ook vrijelijk tussen momenten waarop we de wereld waarnemen zoals de hoofdpersonen, geluidsloos, en momenten waarop ieder geluid sterk benadrukt wordt. De momenten waarop het geluid zacht of afwezig vond ik sterker en toepasselijker. Het was misschien zelfs stiekem het beste geweest als de hele film geen geluid had, maar dat is ook wel weer veel gevraagd en dan zou de film wellicht nooit gefinancieerd zijn. Zoals het is had ik op zijn minst het liefst een wat stijlvastere soundtrack ehad: de hele tijd nadrukkelijk of juist gedempt geluid.

Dat houdt me toch wat af van een meesterscore van 4,5*, die ik direct na de aftiteling overwoog. Nu kon het net iets beter, maar niettemin is 170 Hz nog steeds een prestatie van formaat.
4*

 

2,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 19 juni 2007, 13:39 uur
Het wezen van Harryhausen is de reden om deze film te gaan zien. Erg knap gemaakt. Vooral het gevecht tegen de olifant was top. Ik kan wel van zo'n vakwerk genieten.

Verder komt het vermaak vooral uit de knulligheid van sommige scènes. Het belachelijke gegil van de vrouwen bijvoobeeld, vaak juist op momenten dat er niet gegild hoeft te worden. Ook de voorspelbare dialogen en sommige belachelijke acteurs zorgden voor wat gelach. Maar jammer dat er niet meer was om te lachen. Ik hoopte dat het wezen Rome eens flink zou verbouwen, maar meer dan een brug en 4 pilaren vernielen doet hij niet. Het aantal doden is ook zeer laag. Jammer.

De film heeft ook wat King Kong-pretenties. Ook hier is het beest eigenlijk het slachtoffer van zijn eigen instincten in plaats van een kwaadaardig wezen en ook hier wordt getracht een gelijkwaardige semi-diepzinnige eindquote te plaatsen. Maar King Kong is toch duidelijk superieur.

Het leukste vond ik zelf het moment waarop we mensen na het monster gezien te hebben in paniek zagen rennen. Maar in plaats van van het monster weg te rennen, rende ze er naar toe. Erg knullig gemaakt dus. Eens te meer omdat niemand naar het monster kijkt. Hierdoor merk je toch wel dat er in het echt niet zo'n wezen stond tijdens de opnames.

Ik had hem al met al toch wat vermakelijker verwacht. Nu is het niets meer dan een film die leuk is voor af en toe een glimlach.
2,5*

 

3:10 to Yuma (2007)
Alternatieve titel: Three Ten to Yuma

3,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 29 december 2008, 16:14 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Opvallend verschillende reacties rond het einde. Persoonlijk vond ik het laatste half uur van de film het sterkste, vanaf het moment dat de hoofdpersonen in het stadje aankomen. Moraliserend? Valt wel mee. Ik vond het allemaal wel geloofwaardig gebracht eigenlijk en had al langer door dat de film die kant in ging. Ik zie eigenlijk ook geen beter alternatief. Had Dan Ben moeten doden? Had Ben Dan moeten doden? Had Dan met geweld Ben de trein in moeten slepen? Had de Dan naar huis moeten gaan en Ben vrij laten gaan? Ik vind het allemaal niet beter dan het einde dat we nu hebben en daarnaast klinkt het meeste ook erg cliché. Juist de laatste scènes gaven mij het gevoel dat 4* in de film zat.

Wat eraan vooraf gaat is een vrij standaard western. Vaardig gemaakt, maar nooit echt bijzonder. We hebben het allemaal al eens gezien en begon me zelfs af te vragen waarom zoveel mensen juist deze western zo goed vonden. Wat mij het meest positief opviel was het acteerwerk. Christian Bale is een acteur die vooral goed is in het spelen van natuurlijke rollen en dat paste bij dit personage. Crowe zet zijn rol een tikkeltje aan om zijn schurkachtige personage wat krachtiger te maken, maar weet altijd prima balans te houden. Ik blijf het een sterke acteur vinden en hier is hij op zijn best.

Ik kom uit op 3,5*. Ik had misschien op iets meer gehoopt, maar om de een of andere reden lijk ik altijd meer te verwachten van westerns dan van andere films. Ik weet niet precies waarom. Ik noem het niet mijn favoriete genre, maar ik heb er wel een zwak voor. 3:10 to Yuma kan zich zeker niet meten met de beste westerns (en zeker niet met Unforgiven, waar de dvd-hoes het mee vergelijkt), maar is toch wel een aardige toevoeging aan het genre. Overigens ben ik zeer benieuwd naar het origineel.

 

4,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 6 december 2011, 22:20 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Het onderwerp van een dodelijke bomaanslag op een zwarte kerk vanwege racistische motieven gebracht door Spike Lee als regisseur deed me vermoeden dat dit vooral een kwade documentaire zou worden, maar uiteindelijk komt er op zijn best een kalme woede naar voren. Het is een bijzonder ingetogen docu, die vooral draait om verdriet, zonder daarbij in gemakkelijk sentiment te vervallen. Lee schetst hier het totaalplaatje bijzonder goed. De familie van de gedode meisjes zijn de focus, maar tevens komt de geschiedenis van Birmingham en de opkomst van de 'civil rights movement' hier sterk aan de orde. Objectief is de documentaire niet, maar waar mij dat gewoonlijk stoort is dat hier gewoon onvermijdelijk, deze moord valt op geen enkele manier goed te praten. Enigzins jammer is het wel dat geen van de racisten aan het woord komt, maar ik had ook niet verwacht dat die met Spike Lee zouden willen praten in een film als deze. Bijzonder interessant is het bizarre interview met George Wallace, ooit de gouverneur die het meest voor een afscheiding van de blanke en zwarte leefwereld was, maar die nu kennelijk helemaal omgedraaid is op dat gebied. Hij lijkt tevens seniel aan het worden te zijn (hij overleed in 1998). Wat echter het meeste indruk maakt zijn toch de familiemomenten, hoe zij de bomaanslag verwerkt hebben. Vooral opvallend was het moment waarop een moeder het brokstuk te voorschijn haalde dat in het hoofd van haar dochter zat toen ze stierf. Waarom je zoiets zou willen bewaren gaat langs me heen, maar iedereen heeft zo zijn eigen manier om met rouwgevoelens om te gaan.

Dat openingsnummer van Joan Baez, Birmingham Sunday, is ook bijzonder mooi.
3,5*

Opvallend laag gemiddelde. Wat vond iedereen hier zo slecht aan?

 

4 Luni, 3 Săptămâni şi 2 Zile (2007)
Alternatieve titel: 4 Months, 3 Weeks and 2 Days

4,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 21 augustus 2008, 17:12 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Een van de beste kanten aan deze film is dat hij twee zware maatschappelijke onderwerpen (abortus en het leven in een dictatuur) nooit laat overheersen over de personages. Deze twee elementen dienen meer om de ontwikkelingen van de karakters te catalyseren, dan ze simpelweg te gebruiken als boos vingertje. En juist daardoor komt de wrede blik op dictaturen (ik geloof overigens niet dat de dictator ooit genoemd wordt) sterker over. Over abortus wordt overigens geen echte stelling ingenomen.

De film gaat dus vooral over mensen. De kracht van de film zit hem naast het sterke statische cameragebruik vooral in de geweldige hoofdrol van Anamaria Marinca, die overigens verrassend genoeg niet de vrouw is die zwanger is (hoewel de gedachte dat ze zwanger kon worden door de seks die ze had met de dokter mij beangstigend vaak door de kop schoot). Ik vond het een bijzonder sympathiek personage. Zo'n type dat zichzelf aan de kant zet voor anderen. Helaas wordt ze vooral omringd door personages die haar absoluut niet waardig zijn in mijn ogen. De zwangere Gabita vond ik zelfs tegen het onuitstaanbare aannijgen, wat overigens wel weer een compliment is richting actrice Laura Vasiliu. Als ze daar op het einde rustig zit te eten terwijl Otilia net die haar 'kind' in de stortkoker heeft gegooit hoop je dat Otilia snel de band met Gabita verbreekt.

Het eerste kwartier vond ik niet eens zo heel boeiend, maar achteraf gezien gaf het wel een slim voorproefje van wat we later konden verwachten. Het uur dat dan volgt is het sterkste van de film. Dan komt de scène met etentje bij de moeder van Otilia's vriend, wat ik erg bijzonder vond. De gesprekken aan tafel boeide me niet zo, maar dat was denk ik ook het punt. Alsof je naar zoiets wilt luisteren na wat er vooraf gegaan is in de film. Erg knap. Alleen de scène waarin Otilia op straat gaat met de foetus om die weg te gooien maakte niet zo'n indruk als bedoelt, wat wellicht komt omdat ik op een bepaalde manier wat daarvoor gebeurde psychologisch indringender vond. Maar slecht werd het hier natuurlijk niet. De eindscène is dan weer perfect. Ik ben blij dat de film een zekere anti-climax heeft. Ik was bang voor een scène waarin de personages nog gearresteerd zouden worden of iets anders gruwelijks zou gebeuren en dat had ik misplaatst gevonden. Dit einde past beter bij de film.

Het is overigens ook zo'n film die bij mij nog wat vragen opriep over waarom sommige kleine elementen in de film zaten. Dit bewaar ik echter tot een herziening, die zeker een keer komt.
4* voor nu, maar ik zie hier nog wel een kans op verhoging in.

 

400 Million, The (1939)
Alternatieve titel: De 400 Miljoen

1,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 21 november 2011, 22:16 uur
Oké, ik weet het: de Tweede Wereldoorlog stond in het westen voor de deur. Het fascistische Japan viel al China binnen. Dus een westerse documentaire had er baat bij om de strijd zo eenzijdig mogelijk af te beelden. Enige weerzin voor de Chinezen of sympathie voor de Japanners was logisch ongewenst. Helaas hebben documentaires als dat tegenwoordig niet veel interessants meer te bieden behalve als documenten voor geschiedkundigen die onderzoek doen naar propaganda van die tijd. Ik twijfel niet aan de nobele bedoelingen van Joris Ivens toen hij The 400 Million maakte, maar wat moeten we nu nog met de film? Daarbij stel ik me sterk de vraag of de film veel anders was geweest als het niet als propaganda bedoelt was, want Ivens films zijn altijd enorm simplistisch en gebaseerd op sterke goed-en-kwaad-tegenstellingen. The 400 Million past perfect zijn andere werk.

Soms is het gewoon volslagen lachwekkend. Die openingstekst bijvoorbeeld, waarin gesteld wordt dat China een vierduizend jaar oud land is met rijke traditie en een grote geschiedenis van kunst en wijsheid, waarna Japan samengevat wordt als een kwaadaardige natie die de wereld wil overnemen. Dat soort tegenstellingen zie je de hele film door. Ik schoot in de lach toen Fredric March' voice-over het verhaal vertelde over een Chinees die gestorven was in de strijd tegen de Japanners: "Hij kon niet meer geïdentificeerd worden, maar zijn naam was Vrijheid, Moed". Of iets in die trant. Ook belachelijk zijn zogenaamde Japanse radioberichten aan China en de Verenigde Staten. We krijgen niet werkelijk Japanse berichten te horen, maar Amerikaanse stemacteurs (waaronder Sydney Lumet!) die als Japanners vreselijke dreigementen uitspreken. Ik betwijfel of dat werkelijke vertalingen waren van Japanse uitzendingen. Naast dit alles is Ivens ook nog eens verschrikkelijk op dramatisch gebied, zoals in al zijn werk overigens. De documentaire wordt al snel saai en van de tweede helft heb ik weinig bewust meegekregen. Ik staarde naar het scherm, maar dacht ergens anders aan.

Het afgaan van de Joris Ivensbox wordt steeds moeilijker. Ik kan me bijna niet meer motiveren voor de saaiheid, eenkennigheid en soms gewoonweg onzinnigheid in zijn werk. Goed, hij schiet vaak schitterende beelden, maar het wereldbeeld dat eruit voort komt is zo simplistisch dat het nu gewoon echt niet meer kan. Na The 400 Million heb ik wat filmpjes van de Looney Tunes aangezet. Ik had behoefte aan wat meer realiteitszin.
1*

 

4,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 25 oktober 2011, 0:23 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Goed komisch drama die vooral overtuigd doordat het niet te ver gaat in zowel de komedie als in het drama. Beide elementen worden oprecht gebracht en niet overdreven. De film is dan ook niet wild-komisch, maar meer gewoon grappig en dat past hier perfect. Het is een film over kanker die humor gebruikt om niet te somber te worden en eigenlijk gebeurt dat in het echte leven ook al snel, al verschilt dat ook wel per persoon en veel mensen hebben geen Seth Rogen die voor comic relief zorgt tijdens hun ziekteperiode. De film focust ook meer op de karakterontwikkelingen en het dramagedeelte dan op de humor. Doordat de hele tijd de personages en hun gevoelens in het oog gehouden worden is het ook niet het type film dat eerst grappig probeert te zijn, om vervolgens ineens serieus te worden. Ook wordt het niet melodramatisch. Zeker de momenten vlak voor de beslissende operatie zijn denk ik maar al te herkenbaar voor iemand die een bekende heeft gehad die ook aan een dergelijke allesbeslissende operatie ging beginnen. Die laatste wanhopige uitbarsting van Gordon-Levitt is maar al te geloofwaardig. Ondanks de realiteit van het kankerprobleem in deze film wordt het nooit te zwaarmoedig. 50/50 is, nogmaals, een perfecte balansoefening tussen komedie en drama. Geen geringe prestatie heb ik gemerkt, want het is afgelopen twee dagen bijna onmogelijk geweest om deze film mond-op-mond-reclame te geven. Als ik begin over een film over kanker haken al veel mensen af en als het dan ook nog eens een komedie is zijn de rapen gaar. Heel jammer.

Perfect is het nog niet. Daarvoor werkt het subplot met Bryce Dallas Howard te slecht. Dat is extra jammer, omdat het een van de meest intrigerende aspecten van het verhaal is. Mensen die iemand met kanker laten vallen omdat ze er gewoon niet mee om kunnen gaan zijn maar al te werkelijk en ik heb zo iemand nog niet in een film gezien. Dat maakt het des te jammer dat Howard de rol zo slecht speelt. De scènes werkte niet goed, omdat Howard kennelijk de indruk had dat ze haar personage als een schurk moest spelen. Verder dan een nepglimlach in alle scènes behalve haar laatste komt ze niet.

Een kleine smet op verder veel glorie. Oké, misschien is het niet de meest diepgaande film over kanker, verre van waarschijnlijk. Maar het is gewoon ontzettend goed gedaan en vooral geacteerd, door iedereen behalve Bryce Dallas Howard. Gordon-Levitt is met name wederom ijzersterk en Rogen is zelden zo op zijn plaats geweest. Ook fijn is dat die typische indietruukjes die de laatste tijd in veel van dit soort karakterkomedies opduiken hier voornamelijk achterwege blijven. Jonathan Levine lijkt in de gaten te hebben dat hij ze niet nodig heeft.
4*

 

À l'Intérieur (2007)
Alternatieve titel: Inside

1,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 23 december 2010, 0:14 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Hier is mijn ideale versie van deze film. Het eerste half uur wordt behouden tot wat het is, tot en met de scène waarin de vrouwelijke schurk voor het raam staat. Dan komt de politie, net als in de film. De vrouw wordt gearresteerd en vervolgens in een gesticht gestopt. Einde! Dat wordt niet echt een bijster boeiende film verder, maar het is goed genoeg als parodie op slashers en de vreselijke nonsens die na de raamscène volgde zou me bespaart blijven.

Wat volgt is namelijk de ene vreselijke kezue na de andere. Kwam de film aanvankelijk zeer realistisch op de over, besluiten de regisseurs vervolgens maar los te gaan met standaard slasherwerk, opgeleukt met zogenaamd stijlvolle keuzes die de boel extra om zeep helpen. Dat ik niet bepaald gecharmeerd ben van het slashergenre is bekend en ik denk dat ik de aantrekkingskracht er nooit van zal begrijpen. Wat is er boeiend aan gore? Deze film heeft er geen gebrek aan en ik moet toegeven dat tijdens de scène waarin de buik van de hoofdpersoon open gesneden werd ik het best moeilijk had, maar dat vind ik geen prestatie, maar goedkope horror. De nare, bruinrode kleuren zorgen voor de juiste sfeer, maar zijn zo onorigineel als de pest. En het moge duidelijk zijn dat er bijzonder weinig manieren zijn om mensen neer te steken, waardoor deze film voor de gebruikelijke steken in het oog, in het voorhoofd, in de nek en uiteraard de edele delen gaat. Hoe vaak is het leuk om zoiets te zien? Ik zag slechts een handvol slashers en had het gevoel het allemaal al oneindig vaak gezien te hebben. Origineler dan een schaar en galsscherven worden de wapens ook niet, dus daar moet À l'Interieur het ook al niet van hebben.

De hele lading afrekeningen vond ik vooral vervelend om te kijken. Ook doordat er gebruik gemaakt wordt van een van de elementen waar ik het meest een hekel aan heb in dit type films: het introduceren van personages alleen maar om ze af te maken. Ik wordt er soms een beetje cynisch van. Uiteraard is iedereen oliedom in deze film. Horrorfans geven de personages uit het genre graag een vrijbrief waarin ze zich onlogisch en stompzinnig mogen gedragen, maar waarom? Is het niet interessanter om een film te hebben waarbij de hoofdpersonen meer een waardige tegenstander zijn van de schurk? Waarin logische keuzes tot hun ondergang leiden? Kortom: waarin het niet overduidelijk is dat we naar een geschreven film kijken? Dat luie scenariowerk staat me tegen. Die politieagenten hier zijn te stompzinnig voor woorden.

Het ergste aan deze film is echter nog wel de stijl- en toonwisseling. Dat is echt rampzalig. Leuk om te spelen met filmconventies, maar je moet het wel kunnen natuurlijk. De film begint realistisch en het had zo uit kunnen lopen in een Frans arthousedrama (zei het een vrij suf drama). Dan volgt het suspensegedeelte, verreweg het beste aan de film (het moment waarin we slechts vaag de vrouw in een deurpost zien is een mooi staaltje paranoiacinema). Vervolgens gaat het mis doordat de regisseurs niet kunnen kiezen tussen pure, brute slashermomenten, wat avantgarde-geïnspireerde stukken (de beeldtruukjes om het psychopatische van de schurk weer te geven), meer poëtische momenten (de crimineel met het schaar in zijn hoofd), flitsende actie (de manier waarop bijvoorbeeld met een schaar gegooid wordt), avonturenfilms (de muziek en houding als de hoofdpersoon met een staaf met daaraan vast een glasscherf besluit de confrontatie met de schurk aan te gaan) en, geloof het of niet, slapstick. Dit heeft extra uitleg nodig, want ik vond de zombie-agent overkomen als slapstick, al is het duidelijk niet zo bedoelt. Het beetje goodwill dat ik nog over had voor de film verloor ik hier compleet. Ik moest hard nadenken of ik überhaupt wel ooit eens een meer misplaatste, idiote en gewoonweg slechte scène heb gezien als toen die zombie-agent aanviel. Het is onbedoelt grappig, compleet verkeerd getimed (serieus, er was echt geen reden waarom de hoofdpersoon nog niet de schurk gedood zou hebben op dat moment) en gewoon triest om naar te kijken. Ook wil ik een vermelding maken van het afzichtelijke gebruik van het CGI (die foetus is te triest voor woorden).

Ik ben dus geen liefhebber van slashers, met uitzondering van een paar bijzonder sfeervolle werkjes als Suspiria of The Texas Chainsaw Massacre (het origineel). À l'Interieur vind ik een van de zwakste films uit het genre. Het is misschien een van de ziekste films in zijn soort, maar wat koop je voor ziekheid als het zo erbarmelijk uitgewerkt wordt? Mijn score van 1,5* is mild, omdat het eerste half uur wel werkte, al kreeg ik tijdens het schrijven toch het gevoel om naar lager te gaan.

 

4,5nieuw bericht [permalink] geplaatst op 13 april 2011, 21:34 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
In zijn tijd was René Clair een van de meest gewaardeerde regisseurs ter wereld, maar na een tijdje begon zijn oeuvre steeds minder aandacht te krijgen. Tegenwoordig zal zijn naam wellicht alleen nog een belletje doen rinkelen bij de grootste liefhebbers van klassieke cinema. Ikzelf was al een aantal jaren actief bezig met het kijken van klassiekers voordat ik voor het eerst echt goed hoorde van Clair en begreep dat hij wellicht interessante films heeft achtergelaten. Het duurde tot nu voordat ik voor het eerst iets van hem zag. Op basis van À Nous la Liberté ben ik sterk geneigd om te zeggen dat Clair weer een nieuw plaatsje in de spotlights verdient.

Toegegeven, À Nous la Liberté is zeker inhoudelijk enorm een film van zijn tijd. Er is geen kans dat iemand het nu maar in zijn hoofd zal halen om er een remake van te maken, het zou nu niet meer werken. Dat wil echter niet zeggen dat de film voor moderne kijkers niets meer te bieden heeft. Ik vind het niet eens zo heel ver verwijdert van een echt meesterwerk. De eerste drie kwartier of zo verdienen die status denk ik wel. Het meest opvallende is dat de inhoud misschien wat ouderwets is, maar dat technisch gezien het nog altijd om een grote prestatie gaat.

Vooral het samenspel tussen muziek, geluid en beeld is uitzonderlijk voor een film van die tijd. Rond 1931 werd er veel geëxperimenteerd met geluid, omdat het nog nieuw was. Clair lijkt echter ontzettend goed ingezien te hebben wat er gedaan kon worden als actie met muziek ondersteund werd. Meer dan enige andere film uit de jaren '30 (en '40 en misschien zelfs '50, de musicals met Gene Kelly ten spijt) wordt hier het maximale uit gehaald. À Nous la Liberté lijkt door zijn nadruk op mimiek en spaarzame dialoog soms op een stomme film, ware het niet dat de muziek zo nadrukkelijk aanwezig is, op een goede manier. Een musical pur sang is het niet, maar de personages lijken toch te bewegen op de muziek, alsof de soundtrack aan de kijker weergeeft wat voor een innerlijk ritme de karakters beweegt. Dat dit tijdens achtervolgingen en slapstickscènes gebeurt verrast niemand, maar ook tijdens kleinere momenten, bijvoorbeeld een liefdesscène, wordt er geacteerd alsof er ergens een muzikaal ritme achter de handelingen schuilt. Het is dan ook een plezier om naar de film te luisteren en te kijken.

Ook op andere gebieden zijn er grote prestaties geleverd. Door de nadruk op muzikale ondersteuning is er ook veel oog voor choreografie en het is geweldig om te zien hoe alles beweegt, van de grote rijen werkers die naar de fabriek lopen tot de onvermijdelijke chaos die gaat ontstaan bij de lopende band (de enige scène die trouwens echt overeenkomt met Chaplins Modern Times; buiten dat zijn de beruchte plagiaatbeschuldigingen zwaar overtrokken). De film houdt er sowieso van om eerst orde te scheppen en die vervolgens bruut te verstoren. De humor is erg slapstickgericht en maakt ook veel gebruikt van karikaturen van nare rijke mannen. In contrast worden de hoofdrollen gespeeld door het type goedzakken dat je veel vond in films van die tijd. Simpele zielen dus, die gelukkiger zijn met het plukken van bloemen dan het verdienen van geld en die tevens voor het ongeluk geboren zijn. Het moet gezegd worden dat Henri Marchand een van de charmantere van deze karakters speelt. Waar René Clair overigens uitzonderlijk in slaagt is om deze personages als vissen uit het water te portretteren door het gebruik van grootse decors. Dit was de eerste niet-Engelstalige film die ooit voor een Oscar genomineerd werd en de nominatie ging zeer terecht naar de decors. Ook de cinematografie was schitterend en het geheel zag er veel gestileerder uit dan gewoon was voor die tijd. Het enige wat ik vreemd vond was dat soms de bovenkant van de hoofden bij wijdere shots uit het beeld vielen, soms inclusief de ogen. Misschien lag dat aan een verknipte dvd-uitgave.

Het enige wat nu niet helemaal meer werkt is de boodschap. Chaplins films worden wel eens van naïviteit beschouwd, maar dit is nog een tandje erger. Chaplin begreep tenminste nog dat geld nodig is om te overleven, of hij het nou leuk vond of niet. Emile in À Nous la Liberté daarentegen weigert constant geld aan te nemen, zelfs als iemand het om eerbiedwaardige motieven aan hem wil geven. Dit wordt als een heldhaftige eigenschap gezien en daar kan ik enigzins in meegaan, maar hoe wil Emile zichzelf onderhouden. Ook het einde heeft daar een probleem mee. Uiteindelijk vervangt de machine het lopende bandwerk. Nou is dat nogal geestdodende arbeid die je niet wilt doen, maar aan de andere kant lijkt het me duidelijk dat die uitvinding ineens voor een massale werkeloosheid gezorgd moest hebben. De film gaat dit probleem uit de weg door te laten zien dat iedereen nu tijd heeft om rustig te vissen en te dansen. Wellicht was dat hoe Clair hoopte dat de wereld eruit zou gaan zien na de crisis die toen heerste, een wereld waarin mensen niet meer hoefde te werken omdat machines dat zouden doen en waarin economie een minder belangrijke rol zou gaan spelen. Maar zag zo'n wereldbeeld er in 1931 al niet wat al te naïef uit.

Maar eerlijk gezegd reken ik dit de film niet zo hard aan, vooral niet omdat het allemaal aanvoelt als een lichtsatirisch sprookje en niet als een sociaal document. Het helpt dat de film het hart duidelijk op de juiste plaats heeft en geeft om zijn twee hoofdpersonages. Aanvankelijk wou ik de film 'slechts' vier sterren geven, omdat ik het laatste half uur misschien iets teveel een herhaling van achtervolgingen en chaos vond ten opzichte van de verrassende en verfrissende eerste drie kwartier, maar aan de andere kant bleef het toen nog steeds aanstekelijk. Ik merk ook dat het zo'n zeldzame film is waaraan ik meteen met een glimlach terugdenk. Een heerlijke kijkervaring die ik van harte aanbeveel.
4,5*

Noot: op de dvd stond ook de korte, experimentele film Entr'acte, waarmee Clair in 1924 voor het eerst naam maakte. Deze film begint niet bijzonder overtuigend, maar na een tijdje wordt het een komisch en uiterst creatief werkje dat het bekijken meer dan de moeite waard is. Wat me nog het meest opviel is hoeveel het gemeen had met de latere Buñuelfilms Un Chien Andalou en L'Age d'Or. Hij doet er niet of nauwelijks voor onder en ik vraag me af waarom hij niet zo bekend is als die films. Ik zou er vier sterren voor geven.

 

Âge d'Or, L' (1930)
Alternatieve titel: Age of Gold

4,0nieuw bericht [permalink] geplaatst op 2 oktober 2010, 21:01 uur
 bevat spoilers, selecteer de tekst om deze te lezen
Erg veel negatieve berichten hier. Ook opvallend vaak met de argumentatie dat de film onduidelijk zou zijn. Tja, wat verwacht je dan van de grootste klassieker van oude surrealistische films? Er valt weinig te begrijpen. Buñuel had niets anders voor ogen dan het doorbreken van het gewone in film. Metaforen of symbolen zoeken heeft hier weinig zin, ze zijn er niet of nauwelijks. Satirische momenten rond de rijke klassen en rond het katholieke geloof zijn er wel, maar dat lijkt meer in het kader van schoppen tegen het systeem te passen. L'Âge d'Or betekend dan uiteindelijk ook niet echt iets. Het is meer een ervaring die je over je heen moet laten komen, genietend van de maffe ideeën en beelden.

Wat dat betreft is dit eigenlijk nog beter te doen dan Un Chien Andalou. Die film had echt helemaal geen rode draad, maar uit L'Âge d'Or valt zowaar een verhaallijn op te maken. Min of meer. Het gaat ergens naartoe. Misschien is het daardoor dat ik de film net iets minder magisch vond dan Un Chien Andalou (die ik erg hoog in achting heb staan)? Geen idee. Er is echter nog genoeg leuks te zien. De eerste 20 minuten op dat eiland zijn met name fantastisch, met die priesters op die rotsen en die, wat zijn het?, gewonde guerillastrijders die op hun afkomen. En natuurlijk de man en de vrouw die constant proberen met elkaar te vrijen. Gaston Modot is een bizarre verschijning in deze film. Erg beestachtig en bruut. Lijkt alles en iedereen het liefst aan de kant te willen meppen zodat hij maar bij zijn vrouwtje kan komen voor seks. Het middenstuk zakt misschien een beetje in, maar er zit nog genoeg leuks in, zoals de koe in het bed, het kind dat neergeschoten wordt (en even nageschoten) en dat gedoe met dat standbeeld. Bijna, constant prikkelende en schokkende beelden, zonder overigens ooit echt aan mooifilmerij te doen. Buñuel volgde namelijk een bepaald surrealistisch principe dat alles wat gek was zo normaal mogelijk in beeld gebracht moest worden.

Kennelijk wordt zoiets als dit onder het genre 'drama' geschaart omdat men er niets anders van kan maken, maar wat dacht men van komedie. Er zit overigens ook nog een documentaire over schorpioenen in. Waarom niet?
4*