De film is een herinnering van de filmmaakster aan het gezin toen ze nog een klein meisje was en haar grote, ontsporende broer een groot risico voor zichzelf en het gezin was geworden. Dat zo’n jongen, die duidelijk enorm worstelt met het leven en immense pijn en woede in zich draagt, ook al is hij uiterlijk heel kalm, een tikkende tijdbom is zou een angstaanjagende thriller kunnen opleveren, maar de filmmaakster kiest uit liefde voor haar broer bewust de andere kant van het verhaal: dat richt zich niet op de ontsporing van de jongen, die graag gangster lijkt te willen worden en zich verliest in (zelf)destructie, maar op de radeloosheid van haar ouders die steeds wanhopiger hulp zoeken voor de jongen en het gezin maar die niet vinden. De film is dan ook een psychologisch drama die me deed denken aan de vele Nederlandse documentaires over probleemjongeren die koppig en ‘onbehandelbaar’ hun familie en de straat terroriseren en waarschijnlijk een groot deel van hun leven in de gevangenis zullen doorbrengen.
De vergelijking met Aftersun zie ik vaak voorbij komen – vanwege de jeugdherinnering en het fatale einde die pas gaandeweg en zonder nadere details duidelijk wordt gemaakt – maar ik moest ook aan All Of Us Strangers denken omdat ook hier de filmmaakster halverwege de film letterlijk terug gaat naar haar kindertijd om er als volwassene alsnog het gesprek te voeren met haar ouders over wat er nu met de jongen aan de hand is waarbij zij al weet hoe het afloopt en om verzoening te vinden met haar broer die ook zijn goede kanten had. Zoals de film opent geven herinneringen niet de (hele) werkelijkheid weer en zij kiest er met deze film voor de andere kant te tonen: niet de kwaadaardige jongen waar niemand grip op kreeg maar de machteloosheid van de jongen en alle anderen om hem te redden. Zij heeft haar broer altijd gehaat maar ze ziet nu in dat ze als klein meisje zijn pijn niet heeft gezien. Op dezelfde manier lijkt de film ook de media dus de journalisten te bekritiseren omdat die vaak maar één kant van het verhaal vertellen (de sensationele kant die van daders monsters maakt) terwijl we sinds Ellie Lust weten dat hoe dun de pannenkoek ook is, hij altijd twee kanten heeft.
Het heeft een mooie film opgeleverd, maar een kritiekpunt is voor mij dat de film tegelijk nauwelijks voorbij de autobiografie van de filmmaakster komt rondom het psychologische geval van haar broer waarvan we als kijker mee mogen raden wat er met hem aan de hand is. Maar gelukkig heeft de film het bewuste meta-aspect, dus de wijze waarop ze het verhaal vertelt waarin ze het perspectief omkeert, dat de film interessant maakt.
Alternatieve titel: Divine Comedy, afgelopen vrijdag om 16:08 uur
Dit is een film over film – meer precies: over filmcensuur in Iran – en meestal hou ik van metafilms maar deze is gewoon heel slecht. Een filmregisseur reist door heel Teheran op zoek naar een mogelijkheid om zijn verboden film toch te vertonen – wat dat betreft lijkt de film op z’n eerdere Ta Farda (20220) waarin het verhaal uit niets anders bestaat dan eindeoos gezeul met een baby die moet worden verstopt voor de ouders van de moeder – maar nergens wordt de film interessant of geestig. De film is denk ik bedoeld als komedie (de titel slaat overigens op Dante’s Goddelijke Komedie: zijn film is denk ik gestorven en reist nu door de onderwereld waarin we af en toe een andere film tegenkomen of zo) en de hoofdpersoon ziet eruit als de Iraanse imitatie van Woody Allen maar de film is nergens grappig. Ze zouden deze veel te slechte film een vertoningsverbod moeten geven in Nederland.
Alternatieve titel: نجوم الأمل و الأل, afgelopen donderdag om 22:01 uur
De film gaat over een liefde in oorlogstijd en instortende economie waarbij die moeilijke omstandigheden enerzijds zeker ook de liefde bemoeilijken (ze raken om te beginnen elkaar als 7-jarigen uit het oog) en anderzijds twee mogelijke reacties geeft: je kunt proberen het land te verlaten of je kunt proberen ook in moeilijke omstandigheden er iets van te maken. De een droomt als het ware van een leven ver weg en de ander maakt van het leven zelf een droom, waarbij de liefde zelf een derde soort droom is die de twee gezamenlijk naar geluk (het 'eiland') voert, ongeacht de omstandigheden die hen tot verschillende keuzes dwingt. De film is intelligent en heeft energie zodat hij aldoor vermaakt en vanwege de thematiek is het ook een mooie film.
De film doet enerzijds aan veel andere films (bv. Being John Malkovich, The Shining) alsmede verhalen (bv. Minotaurus-mythe, Alice In Wonderland) denken, maar anderzijds voelt de film heel origineel. De horror zit ‘m nauwelijks in schrikmomenten of monsters maar in de beangstigende leegte van verlaten gebouwen (ik begrijp dat Backrooms de esthetiek van deze ‘liminal space horror’ naar het grote publiek heeft gebracht), welke leegte een gevoel van eenzaamheid opwekt en in deze film ook uitbeeldt want de ‘backrooms’ blijken de onderbewuste herinneringen en trauma’s te zijn van Clark en de mensen die er in geraken waardoor de ruimtes – gelijk herinneringen – ook vervormen en veranderen alsof je in een psychedelische (bad) trip bent beland: het is een fysieke uitbeelding van de psyche van de hoofdpersoon, die muren om zich heen heeft gebouwd en in zichzelf rondtolt als in een labyrint en als Minotaurus elke indringer en uiteindelijk ook zichzelf verslindt, die in therapie zit om ‘van binnen uit het raam te openen’ en zo een nieuw pad naar een beter leven (uit het labyrint) te vinden. De film is misschien nog wel het best te omschrijven als een moderne versie van Das Cabinet des Dr. Caligari (1920) en ofschoon de bijzondere vorm van Backrooms wellicht de wat magere inhoud domineert en verhult, is de aanpak in deze film zo eigentijds en origineel dat de film mogelijk een hedendaagse klassieker is.