• 15.742 nieuwsartikelen
  • 177.914 films
  • 12.203 series
  • 33.971 seizoenen
  • 646.886 acteurs
  • 198.965 gebruikers
  • 9.370.105 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

There Will Be Blood (2007)

Gedurfde film over ware menselijke aard

In een diep gat, meters onder de oppervlakte zwoegt een man. Hij graaft en beitelt en zoekt. Hij is onvermoeibaar, ondanks de zware inspanning en de benauwdheid van de kleine ruimte waarin hij zit. Met een meterslange ladder is hij naar beneden geklommen, zeker wetend dat hij hier kan vinden wat hij zoekt. Hij vindt wat hij zoekt, maar breekt ook zijn been. Maar deze man is onverzettelijk en zelfs een gebroken been kan hem er niet van weerhouden de ladder te bestijgen en kruipend over de grond de bewoonde wereld weer op te zoeken.

There will be blood opent met deze minutendurende scène. En meteen is duidelijk: deze film is anders. Al die minuten wordt geen woord gesproken. De beklemming die de hele film in zijn greep heeft, is hier in enkele minuten al treffend neergezet. Zo maken we kennis met Daniel Plainview, de man die keihard werkt aan zijn succes. Pas jaren later kan hij met trots zeggen: I'm an oil man. Dan heeft hij het ongeluk nog niet achter zich gelaten. Want steeds blijven er ongelukken gebeuren en de titel van de film doet al vermoeden dat dit epos geen happy end zal opleveren.

De maker van mozaïekfilm Magnolia, Paul Thomas Anderson, deinst weer niet terug voor een groots project, en misschien wel des te groter omdat de stijl van deze film weer geheel anders is dan dat meesterwerk Magnolia. Ging die film over noodlot en toeval, There will be blood blijft nog dichter op de huid van de mens zitten en toont de mens in al zijn gedaanten, en vooral in de donkere. Want hoe lief deze Plainview ook om lijkt te gaan met zijn zoontje H.W. waarvoor hij in zijn eentje verantwoordelijk is, uiteindelijk is bij de oil man alles berekening.

There will be blood is een film over een tijdperk. Het toont Amerika, eind negentiende eeuw. Maar het is ook en vooral een film over de waarden van Amerika, zowel de zucht naar succes en rijkdom als religie. Maar in deze film botsen die waarden en, erger nog, ze ontaarden. Want als Plainview eenmaal succes heeft, maakt hij langzaam maar zeker alles kapot. De man die zo hard werkte om iets op te bouwen, blijkt uiteindelijk heel destructief.

Anderson vertelt dit verhaal of Amerika en over de menselijke natuur op een gedurfde manier. Hij houdt het tempo laag en de dialogen schaars. Soms zijn de beelden heel verstild, van zwarte gezichten van mannen die onder de olie zitten. Dan weer zet hij sterke scènes neer, vooral als hij het fanatisme van de kerkelijke gemeenschap laat zien. En de ingezette muziek is ook effectief. Vooral het Fratres van Arvo Pärt en het vioolconcert van Johannes Brahms zijn een schot in de roos.

Maar Daniel Day-Lewis tilt de film naar een hoger niveau. Hij speelt zo overtuigend deze grootse, maar o zo nare man, dat je werkelijk vergeet dat je naar een acteur zit te kijken. Zowel de liefhebbende vader als de hartvochtige tiran in Plainview zijn raak getroffen. Hij maakt die omslag binnen het verhaal en dat doet hij op meesterlijke wijze.

To Kill a Mockingbird (1962)

De onrechtvaardige wereld bezien door de ogen van een kind

Als je de wereld bekijkt door de ogen van een kind, zie je geen paradijs. De rauwe werkelijkheid krijgt geen roze randje en de misstanden zijn niet plots verdwenen. Wel zijn de verhoudingen anders en borrelen er andere vragen op, terwijl volwassen twijfels kinderlijke zekerheden kunnen zijn.

Met deze insteek is in To kill a mockingbird een rechtbankdrama te zien, waarin een zwarte man zich moet verdedigen voor de verkrachting van een blanke vrouw. Omdat we kijken door de ogen van het zesjarige meisje Scout staan de verhoudingen verteltechnisch op zijn kop. Lang blijft de rechtzaak, waarin vader Atticus Finch (een prachtrol van Gregory Peck) de zwarte man verdedigt, op de achtergrond.

Scout, haar broertje Jem en hun vriendje Dill vinden de mysterieuze buren veel spannender. Daar woont een geestelijk gehandicapte jongen met de bijnaam Boo die zich zelden laat zien. Terwijl vader Atticus zich opmaakt voor een zeer gevoelige rechtsgang (het verhaal speelt in de jaren dertig, en de zwarte man is bij voorbaat al schuldig verklaard door het dorp) hebben de kinderen oog voor heel andere zaken. Veel gaat buiten hen om, maar gaandeweg pikken ze wel degelijk op dat er iets aan de hand is in het dorp en dat Atticus daar een centrale rol in speelt.

Maar voor de kinderen is kleur geen issue. Vanzelffsprekend zitten ze tijdens de rechtzaak dan ook op het blacks only-balkon. Vanuit die positie dringt pas goed tot hen door wie hun vader nog meer is dan een wijze, lieve ouder, die sinds de dood van zijn vrouw het gezin alleen moet bestieren.

To kill a mockingbird is allang een filmklassieker geworden. Maar eerlijk gezegd is die dat niet vanwege de vernieuwende regie. De kern is toch echt het verhaal, gebaseerd op Harper Lee's beroemde roman. Wellicht was het gewaagd op om deze manier het thema racisme in een film aan te snijden, maar zonder dit ijzersterke verhaal als fundament was regisseur Robert Mulligan vermoedelijk nergens geweest.

En dan zijn er nog de acteurs, waarbij ik Peck al genoemd heb. Robert Duvall maakt hier zijn filmdebuut in een kleine, maar zeer relevante rol. En zeer opvallend zijn de kinderen. Vooral Scout (Mary Badham) is aanstekelijk als jongensachtige wijsneus. Zij leert in dit verhaal van haar wijze vader over recht en onrecht en over de onrechtbaardigheid van het leven. En zij leert de belangrijke les je altijd eerst in een ander te verplaatsen. Maar zij is ook de beschouwer en degene via wie de kijker het verhaal geserveerd krijgt. Daardoor kantelt het beeld en krijgt het verhaal een verrassend perspectief.

Tony Manero (2008)

Goedbedoelde, maar niet zo'n beste Pinochet-film

Tja, waar zie je dat nou? Dat iemand in de film op een John Travolta-pak schijt. Letterlijk. In de film Tony Manero, vertoond op het Rotterdamse filmfestival, gebeurt het. 't Is het hilarische hoogtepunt (dieptepunt?) van de Chileense film die gaat over de vijftiger Raúl die niets liever wil dan de beste Manero-imitatie neer te zetten, het door John Travolta gespeelde hoofdpersonage uit Saturday Night Fever.

Raúl leeft in de dictoriale Pinochet-jaren en vertoont even amoreel gedrag als het militante landsbestuur. De aanraking met die andere wereld, de vrije westerse wereld van seventies disco van Travolta, doet hem verlangen naar een ander bestaan. Het troosteloze buurtcafeetje moet op zaterdag zijn omgetoverd tot een oogverblindende discotheek/danszaal waar "stoere bink" Raúl zijn kunsten vertoont.

Alleen de kijker ziet dat het allemaal treurnis is. En je ziet de niets- en niemandontziende manier waarop Raúl zijn droom verwezenlijkt. Zonder blikken of blozen slaat hij mensen dood als hem dat geld oplevert om nieuw materiaal voor zijn show te kopen. Niemand staat de realisatie van zijn droom in de weg. De bioscoopeigenaar die het aandurft Saturday Night Fever uit de roulatie te halen overleeft het zeker niet.

In eigen huis is deze Raúl heer en meester. Er bestaat een vreemde, incestueuze verhouding in het huis waar Raúl met zijn vriendin en haar dochter samenwoont. Tegelijkertijd toont de maker het verschil tussen de generaties. Raúl is van de leeftijdcategorie die zijn bek houdt en zijn ogen sluit. De jongeren in de film zitten in het verzet en folderen tegen Pinochet.

Zo beschreven lijkt de film nog heel wat. En toegegeven, het verhaal is onderhoudend, sommige scènes zijn erg grappig. Maar verder is de film vooral pseudoartistiek gefilmd. De prent zit vol onnodige wazig gefilmde scènes die het geheel arty moeten maken. De rol va Raúl is aardig neergezet, maar erg veel deernis wekt hij ook weer niet. Uit dit verhaal was een veel meeslepender en dramatischer film te maken. En de onbeholpen manier waarop sommige sexscènes zijn gemaakt maken van deze film ook bepaald geen prijswinner. Ondanks de lovende ontvangst op allerlei festivals, kan ik niet anders dan tot een zeer matig oordeel te komen.

Two Lovers (2008)

Joaquin Phoenix legt veel treurnis in zijn laatste rol

De film Two lovers is acteur Joaquin Phoenix te veel geworden. Phoenix gaat dermate diep als hij in de huid van een personage kruipt - de vertolking van Johnny Cash bezorgde hem een pillenverslaving - dat hij lange tijd na de opnamen nog van slag is. De dertiger Leonard, die Phoenix in deze film speelt, heeft een grote vlaag treurigheid om zich heen hangen en regisseur James Gray heeft zoveel van Phoenix gevraagd, dat hij stopt met acteren.

Gelukkig is zijn laatste een goede, waardige afsluiter - als hij al definitief stopt; ik moet het nog zien. Het verhaal is niet bijster origineel, maar de kracht zit in de uitwerking, zowel van de regisseur als van de acteurs. Daarbij overklast Phoenix met gemak tegenspelers Gwyneth Paltrow en Vinessa Shaw. Zijn personage is dan ook de meest dankbare van de drie.

Leonard woont weer bij zijn ouders nadat zijn verloving op een dramatische wijze is beëindigd. Zijn ouders hebben het beste met hem voor - hij verdient zijn geld in vaders wassalon - maar het ouderlijk huis is ook te verstikkend voor hem. De joodse pa en ma proberen Leonard te koppelen aan Sandra (Vinessa Shaw), maar hij lonkt naar de knappe buurvrouw Michelle (Gwyneth Paltrow). Die buurvrouw is een avontuurlijker keuze, maar voor de kwetsbare Leonard ook gevaarlijker. Soepeltjes sluiten de twee vriendschap, ondanks hun duidelijk verschillende milieus, maar uiteindelijk houdt Michelle nauwelijks rekening met Leonards gevoelens.

Vanaf minuut een is de treurnis in Phoenix' ogen te zien. Het is ongelooflijk hoe hij deze wat zielige jongen neerzet. Gelukkig is Leonard niet alleen maar een zielepiet. In zijn relatie met beide vrouwen blijkt hij ook liefhebbend en bij de wildebras Michelle houdt hij zich opvallend genoeg behoorlijk overeind. Zijn eigenwaarde krijgt een flinke boost van de relatie met het buurmeisje, al wordt dat later flink afgestraft. Leonard is een dolende dertiger die alles uitprobeert en zijn opties openhoudt. Helaas loopt hij daarbij het risico nog meer door het leven gehavend te worden.

Phoenix geeft Leonard waanzinnig goed vorm, James Gray zet het gehele verhaal mooi neer. De acteurs zijn goed gekozen, de sfeer is prachtig neergezet (neem alleen al de kleuren in het ouderlijk huis). Mooie bijrol is gegund aan Isabella Rossellini die Leonards moeder speelt. Zij speelt afwisselend een beknottende moeder die te zorgend is en een moeder die haar kind het beste gunt. Zij is in enkele scènes beter in staat de moeder vorm te geven dan haar tegenspeler als vader.

Eén man, twee vrouwen, heel verrassend is het dilemma niet. Aan Leonard is de keus voor het avontuur of voor de traditie. Maar de manier waarop het verhaal is verteld en waarop de personages zijn vormgegeven maken van Two lovers een diepgaand drama. Vanaf het begin, als Leonard afdruipt na een mislukte zelfmoordpoging, weet je al: dit drama zal niet lichtvoetig zijn. Dit gaat niet goedkomen.