Over Anita Loos
Anita Loos is wellicht het meest bekend vanwege haar in 1925 verschenen novelle Gentlemen Prefer Blondes, het scenario dat ze in 1939 schreef voor The Women en de Broadway-adaptatie voor Gigi in 1951. Kortom, Anita Loos was van vele markten thuis als schrijfster van boeken,filmscenarios en toneelstukken. Ze werd geboren op 26 april 1888 (sommige bronnen,zoals haar eigen grafsteen, vermelden 1889 als geboortejaar), als Corinne Anita Loos, te Sisson, Californië. Haar kleurrijke vader was journalist en uitgever van kranten. Het schrijven zat sowieso in haar bloed en toen ze de leeftijd van 6 jaar berijkte, wist ze al zeker waar haar toekomst zou liggen, ze wilde schrijfster worden. Terwijl het gezin Loos inmiddels naar San Francisco was verhuisd, begeleidde ze haar alcoholistische vader tijdens zijn uitjes naar vaak niet al te beste buurten, wat haar latere fascinatie voor losbandige vrouwen zou kunnen verklaren. In 1897 stond ze, samen met haar zus Gladys, die overigens op 8 jarige leeftijd overleed door een blindedarmontsteking, in het toneelstuk Quo Vadis? Anita bleef na haar dood optreden en was in deze jaren zelfs de broodwinner van het gezin. Na haar afstuderen aan de San Diego High School, begon ze, aangespoord door haar vader, met het schrijven van filmscenario's. Haar allereerste scenario, getiteld He was a College Boy, stuurde ze naar de Biograph Company en ontving een vergoeding van 25 dollar. The New York Hat (1912), geregisseerd door D.W. Griffith, en met Mary Pickford en Lionel Barrymore in de hoofdrollen, was nog maar haar derde scenario. In de jaren 1912-1915 schreef ze maar liefst 105 scenario's voor korte films, die op 4 na allen in productie werden genomen. In 1915 trad ze in het huwelijk met Frank Palma Jr., zoon van een bandleider, om te ontsnappen aan de negatieve inlvoeden van haar moeder. Maar haar kersverse echtgenoot bleek vooral arm en saai. Na zes maanden stuurde ze hem uit voor het halen van krulspelden, pakte haar koffers en keerde terug naar haar moeder, die ondertussen als een blad aan een boom gedraaid was, aangaande de Hollywoodcarrière van haar dochter. Anita trad toe tot de Hollywoodkolonie en stond voor 75 dollar per week op de loonlijst van de Triangle Film Company. Haar eerste scenario voor een langspeelfilm schreef ze samen met regisseur John Emerson voor de Douglas Fairbanks productie His Picture in the Papers (1916). Intussen was ze door D.W. Griffith gevraagd voor het medeschrijven van de tussentitels voor Intolerance (1916). Voor het eerst van haar leven reisde ze af naar New York om de filmpremière bij te wonen. De grote stad beviel haar zo goed, dat ze niet meteen terugkeerde naar Hollywood. Tijdens haar langere verblijf in New York begon ook haar lange samenwerking met het beroemde magazine Vanity Fair, waarvoor ze vele bijdragen zou schrijven. Na haar terugkeer naar Hollywood verliet ze de Triangle Film Company om samen met regisseur John Emerson, haar latere echtgenoot, een aantal zeer succesvolle films voor Douglas Fairbanks te maken, waaronder In Again, Out Again, Wild and Woolly, Down to Earth en Reaching for the Moon, allen uit 1917. De vijf films die Anita Loos voor Fairbanks schreef maakte van hem een ster. Toen Fairbanks een lucratief contract kreeg aangeboden van Famous Players- Lasky nam hij het succesvolle duo Emerson-Loos mee, wat in 1918 resulteerde in een nog beter betaald contract voor vier films. In hetzelfde jaar reisde Loos, samen met Emerson, naar haar geliefde New York. Collega Francis Marion vergezelde het tweetal en diende als een soort chaperon in een tijd dat Anita gevoelens kreeg voor de 15 jaar oudere Emerson. De films die ze hadden gemaakt voor Famous Players-Lasky bleken minder succesvol dan verwacht. In 1919 kreeg Anita Loos een contract aangeboden van krantenmagnaat William Randolph Hurst om een film te schrijven voor zijn maîtraisse Marion Davies. Het resultaat was Getting Mary Married (1919). Hurst vond de film prachtig. Het was de eerste Marion Davies film die geld opleverde. Hierna schreef het duo Loos-Emerson voor hun vriendin, de actrice Constance Talmadge twee zeer succesvolle films: A Temperamental Wife en A Virtuous Vamp, beiden uit 1919. Nadat Anita Loos eindelijk gescheiden was van haar eerste echtgenoot, trouwde ze al snel met John Emerson op 15 juni 1919 op het landgoed van studio-baas Joseph Schenck. Na hun huwelijk besloten ze nog maar twee films per jaar te schrijven, zodat er meer tijd over bleef om te reizen, waaronder een bezoek aan Parijs. Na The Perfect Woman (1920), wilde Emerson geen nieuw contract aangaan met Schenck en schreef het tweetal hun eerste toneelstuk samen getiteld The Whole Town's Talking dat zijn première beleefde op 29 augustus 1923 en ondanks de goede kritieken minder succesvol was. Intussen was het huwelijk niet meer zo gelukkig en zocht Emerson weer zijn heil bij jonge minaressen, terwijl Anita thuis haar vrienden vermaakte met feestjes. In 1925 begon Anita Loos aan de serie korte verhalen onder de titel Gentlemen Prefer Blondes: The Illuminating Diary of a Professional Lady, met illustraties van Ralph Barton, die werden gepubliceerd in Harper's Bazaar. Na het succes van de korte verhalen, verscheen het al snel in boekvorm, dat bij uitgave meteen was uitverkocht. Er zouden uiteindelijk maar liefst 85 edities worden uitgebracht. Na het vervolg But Gentlemen Marry Brunettes (1927) ging Anita samen met haar problematische echtgenoot weer op rondreis door Europa, maar werd behoorlijk ziek door een infectie. De eerste verfilming van Gentlemen Prefer Blondes van regisseur Mal St. Clair en met Ruth Taylor in de rol van Lorelei Lee, vond plaats in 1928 en was een flop in de bioscopen. Begin jaren dertig begon haar succesvolle samenwerking met MGM en producent Irving Thalberg. Haar eerste project was Red-Headed Woman (1932) met Jean Harlow. Andere filmprojecten waren Hold Your Man (1933), The Girl from Missouri (1934), San Francisco (1936), Saratoga (1937), The Cowboy and the Lady (1938), Another Thin Man (1939) en The Women (1939) met ondermeer Joan Crawford, Norma Shearer, Rosalind Russell en Paulette Goddard. Intussen was haar man opgenomen in een sanatorium met de diagnose schizofrenie. Na 17 jaar huwelijk vroeg Loos in 1937 om een scheiding, waar Emerson mee instemde. John Emerson overleed op 7 maart 1956 op 81 jarige leeftijd, nadat hij 18 jaar had doorgebracht in het sanatorium. Haar laatste filmscenario was voor I Married an Angel (1945). Nadat haar contract bij MGM was ontbonden, keerde ze in 1946 terug naar New York, waar ze voor Helen Hayes de komedie Saroyanesque schreef. In 1950 schreef ze de novelle A Mouse is Born, waarna ze meteen begon aan de adaptatie van Gigi, naar het beroemde verhaal van Colette. De première van het toneelstuk vond plaats in de herfst van 1951 met Audrey Hepburn in de titelrol. In 1953 regisseerde Howard Hawks het uiterst succesvolle Gentlemen Prefer Blondes met Jane Russell en Marilyn Monroe in de rol van Lorelei Lee. Hoewel ze niet direct betrokken was bij de productie, de adaptatie werd geschreven door Charles Lederer, was ze zeer te spreken over de film en Marilyn Monroe. Gedurende de jaren zestig en zeventig bleef Loos schrijven voor populaire magazines als Harper's Bazaar, Vanity Fair en The New Yorker. In 1966 verscheen het autobiografische boek A Girl Like I, gevolgd in 1972 door Twice over Lightly: New York Then and Now, dat ze samen schreef met haar beste vriendin, Helen Hayes. Kiss Hollywood Good-by (1974), ging over haar jaren bij MGM en The Talmadge Girls (1978) over de acterende zussen Constance en Norma Talmadge. Anita Loos was een bekend gezicht in het New Yorkse nachtleven, feestganger eerste klas en frequent bezoeker van modeshows en theater en filmvoorstellingen. In 1980 werd ze nog geinterviewd voor de documentaire Hollywood: A Celebration of the American Silent Film. Na een wekenlang durende longinfectie, overleed Anita Loos uiteindelijk aan een hartaanval in het Doctor's Hospital te Manhattan New York City op 18 augustus 1981. Ze werd 93 jaar. Bij haar afscheidsdienst speelde Jule Styne onder meer Diamonds Are a Girl's Best Friend. Ze vond haar laatste rustplaats op Etna Cemetery te Etna, Siskiyou County, Californië.