Meningen
Hier kun je zien welke berichten kosmo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Enter the Void (2009)
Alternatieve titel: Soudain le Vide
Nog straffer dan Irréversible?
Na het fantastische Irréversible gezien te hebben besloot ik dat ik deze eigenlijk ook wel moest zien. Nu zag ik hier toch enigszins tegen op door de lange speelduur, maar zodra de imposante openingscredits van het scherm spatten wist ik dat het goed zat: dit zou hoe dan ook erg boeiend worden.
De film begint met een stuk in het heden, waarbij we meekijken vanuit het oogpunt van Oscar. Was ik trouwens de enige die hoopte op een gastrolletje van Monica Belluci toen de naam ‘Alex’ genoemd werd? Kan me niet voorstellen dat Noé die niet opzettelijk als knipoog heeft gekozen. De acteerprestaties waren zeer degelijk, maar niet te vergelijken met Cassel en Belluci in de vorige Noé(maar bon, dat is hoegenaamd geen schande). Het acteerwerk is hier dan ook enigszins ondergeschikt aan de audiovisuele ‘trip’. Het visuele aspect is echt prachtig, nog een niveau of twee indrukwekkender dan Irréversible. Ik heb vooralsnog geen film gezien die op dat gebied kan concurreren met deze Enter The Void. Druggebruik en het neonverlichte Tokio zijn dan ook dankbare elementen om cinematografisch mee aan de slag te kunnen gaan. Een eerste hoogtepunt is dan ook de trip van Oscar in het begin van de film.
In dit eerste deel komen de motieven van de film ook duidelijk naar voor. Noé lijkt niet geïnteresseerd te zijn om dit ook maar een beetje subtiel te doen, hij wil vooral zijn kijkers voorbereiden op wat gaat komen in de volgende twee uur. Er wordt dan ook uitgebreid ingegaan op enerzijds het ‘Tibetan book of dead’ en de ‘circle-of-life’ visie die daar rond hangt en anderzijds die drug die een out-of-body experience simuleert, waardoor enkele minuten een eeuwigheid lijken te zijn. Hierdoor stelt de vraag zich natuurlijk of wat er allemaal volgt realiteit is of de trip van Oscar. Voor de kijker doet dat er echter niet toe, of Oscar nu dood is of niet, de ervaring is sowieso wel werkelijkheid. In ieder geval eindigt dit deel met de dood van Oscar, door het camerastandpunt werkt het stuk op dat toilet gecombineerd met dat ‘zoemende’ geluid erg claustrofobisch.
Dan volgt anderhalf uur, die de daadwerkelijke doodservaring probeert te bevatten. We zien alle scènes uit het heden van bovenaf, bovendien houden geesten geen rekening met muren, dus moet de camera regelmatig door muren breken. De out-of-body experience begint dus. Daarnaast worden scènes uit het verleden van Oscar getoond(life flashes before your eyes). Een aantal scènes veranderden regelmatig waardoor het verder duidelijk wordt dat we naar Oscars interpretatie van het verleden(en het heden) aan het kijken zijn. In dit deel ligt de nadruk ook veel meer op de zus, wat impliceert hoe belangrijk zij was voor hem. Bijzondere relatie hadden die twee wel, seksuele aantrekking werd meerdere malen gehint. Dit lijkt te maken te hebben met het trauma van gescheiden te worden op jonge leeftijd en natuurlijk het verlies van hun ouders.
In het derde deel keren we terug naar het camerastandpunt van het eerste deel. Audiovisueel wordt hier nog een versnelling hoger geschakeld, met als hoogtepunt de scène in het Love Hotel. In dit deel gaat men dieper in op het cirkel des levensmotief dat eerder al aangehaald werd. Eerst vliegt de camera steeds hoger, Oscar lijkt te willen vertrekken maar wordt terug gezogen door de interactie tussen zijn zus en zijn beste vriend. Hij lijkt dus verder te leven, letterlijk of figuurlijk, in de liefde tussen Alex en Linda. Dit komt duidelijk naar voren in de laatste beelden, waarbij Oscar letterlijk herboren wordt. Hierna komt ‘The Void’ in grote letters op het scherm. The void=het leven, het hiernamaals, eindeloze wedergeboortes…? het is volgens mij enigszins open voor interpretatie.
Overigens, waar Noé in Irréversible 2001 met de poster aan het einde aanhaalt, zijn de referenties in Enter The Void in het laatste halfuur inhoudelijk nog veel duidelijker. Op zich wel merkwaardig dat Kubrick de oneindige hergeboorte van het leven probeert te duiden vanuit de onmetelijkheid van het universum terwijl Noé dit probeert te doen vanuit de onbenulligheid van één leven uit de achterbuurten van Tokio.
Ik vind het bijzonder moeilijk om te kiezen tussen deze en Irréversible. Inhoudelijk greep Irréversible me nog meer bij de keel dan deze. Maar deze is audiovisueel zo spannend, interessant en mooi dat ik hem opnieuw en opnieuw wil zien. Daardoor is dit waarschijnlijk mijn favoriet van de twee. Ik kijk ondertussen ook uit naar 'Seul contre tous'.
5*
Fabuleux Destin d'Amélie Poulain, Le (2001)
Alternatieve titel: Amélie
"Quand le doigt montre le ciel, l' imbécile regarde le doigt."
In een review van het album 'Go' van Jonsi in Pitchfork schreef de reviewer dat Jonsi met dat album een wereld had gecreëerd vrij van cynisme en pessimisme. Ik moest daar aan terugdenken terwijl ik deze film aan het kijken was. Amélie is doordrenkt van een aanstekelijk optimisme. Dit is echter geen gevolg van naïviteit, men is zich goed bewust van de donkere kanten van deze wereld, maar kiest bewust voor het mooie, het positieve. Cynisme wordt immers al te vaak verward met intelligentie.
De film begint met een originele en vermakelijke introductie van de belangrijkste personages Amélie Poulain. Werken met een voice-over is altijd een beetje delicaat maar hier is het wel goed gedaan. Jeunet trekt hierin meteen alle registers en de introductie staat dan ook bol van de technische vernuftigheden. De hele film is eigenlijk zeer aantrekkelijk geregisseerd, veel leuke vondsten zonder dat deze de film doen inboeten qua gevoel. Sterker nog, de regie draagt net heel erg bij tot de opgewekte sfeer.
De vormgeving van de Parijse buurt vond ik bijzonder mooi. Geen theatrale beelden van de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe. De film speelt zich volledig af in de kleine binnenstraatjes van Parijs die warm en mooi zijn ingekleurd. Het kleurgebruik werd hier al een aantal keren aangehaald, en is inderdaad heel erg knap. Veel leuke details ook, zoals de tv van de kunstenaar, eigenlijk was zijn hele appartement een plaatje. Ook het appartement van Amélie zelf is leuk vormgegeven.
Het hoogtepunt van de film was voor mij toch het personage Amélie. Audrey Tatou zet het personage heerlijk charmant neer. Tegelijkertijd verlegen en brutaal, probeert Amélie op haar eigen manier de wereld rondom haar beetje bij beetje te verbeteren. De film wou de kijker verliefd laten worden op Amélie in twee uur tijd, en dat is erg goed gelukt. Ook de andere personages zijn amusant, hoewel een beetje eendimensionaal en stereotiep.
Het verhaaltje dat verteld wordt is niet bepaald bijzonder, maar dat doet er ook niet echt toe. Het werd, volgens mij, enkel gebruikt om de wondere wereld van Amélie te schetsen. Aan de hand van de vele subplotjes werd die wereld verder uitgewerkt. Ik heb ook vrijwel de hele film met een smile op mijn gezicht gekeken. Er waren weinig momenten waarop ik hardop heb moeten lachen, maar over de film hing een soort komisch 'gevoel' die het een heel aangenaam kijkstuk maakte.
Al bij al erg genoten van de film.
4*, maar het zit erg dicht bij 4.5*.
Gran Torino (2008)
Voldoende
Op zich wel opgelucht dat Clint op zijn 80e niet twee uur lang op de vuist gaat met dat schorem. Het personage van Eastwood vond ik eigenlijk best wel leuk. De rest van de personages zijn echter zo verschrikkelijk slecht geschreven, met als dieptepunt de 'bende'. Script staat vol stereotypes en laakt enige subtiliteit. Ik heb mij daarnaast ook geërgerd aan zowat alle acteurs behalve Eastwood. Vooral Bee Vang viel hier te licht uit voor zo'n grote rol. De dialogen kwamen erg houterig over, ik weet niet of dit lag aan de acteurs of het script.
Wel erg genoten van de vormgeving. De Amerikaanse buitenwijksetting vond ik erg mooi. Verder was ook de humor leuk, zowel Walt als de zus kwamen regelmatig leuk uit de hoek. Het helpt ook dat men enigszins lijkt te beseffen dat het verhaal nogal over-the-top is, en de film zich dus niet te serieus neemt. Mooi nummer aan het einde ook.
3*
Irréversible (2002)
Alternatieve titel: Irréversible - Inversion Intégrale
Fenomenale film.
Eigenlijk ben ik nog nooit zo meegesleurd in een film als in 'Irréversible'. Door het verhaal achterstevoren te vertellen slaagt Noé er prima in om met de gelukkige, onschuldige scenes aan het einde de kijker met een wrang gevoel achter te laten. Eén van de belangrijkste motieven van de film leek mij dan ook dat alle geluk uiteindelijk op één of andere verdwijnt/kapot gaat(ik neem aan dat het eindscherm met "Le temps détruit tout" hier ook op slaat.
Ik ben wel nieuwsgierig hoe het zou zijn als ik de film nog eens voor het eerst zou kunnen zien maar dan met de scènes in chronologische volgorde. Ik kan eigenlijk niet inschatten of dat de film nog sterker zou maken of het effect zou verzwakken. Nu heeft de gekozen vertelstructuur een aantal voordelen. Door eerst de wraak te tonen en dan pas de oorzaak, wordt de nadruk op het absurde van het concept wraak gelegd. Daarbij komt ook nog eens dat we zien dat e 'verkeerde' man het moest ontgelden Als de scènes chronologisch getoond zou worden zou ik waarschijnlijk veel meer hebben meegeleefd hebben met de 2 mannen en Marcus volledig gevolgd zijn in zijn zoektocht naar wraak. Daarnaast zorgt de vertelstructuur ook voor een paar ijzersterke momenten, bijvoorbeeld het stuk waarin Alex naar de tunnel loopt. Doordat we het resultaat al gezien hebben, is in dat hele stuk verschrikkelijk onheilspellend("Take the underpas, it's safer.". Dit effect wordt nog versterkt doordat de camera constant achter haar blijft en we haar gezicht eigenlijk pas zien als de verkrachter haar ziet.
Daarnaast ben ik erg onder de indruk van de manier waarop Noé de extreme scènes in beeld brengt. Deze film slaagt er bijzonder goed in om het geweld niet stoer te doen overkomen. Dit gebeurt door de camera net tot rust te brengen tijdens de heftigste scènes, met name de tunnelscène en de brandblusserscène(als de bourne trilogie zich aan het ene uiteinde van het spectrum bevindt in de manier van geweld in beeld brengen dan bevindt irréversible zich aan het andere uiteinde). Je wordt als het ware gedwongen om de brute realiteit onder ogen te zien.
Stilistisch is de film werkelijk prachtig. Mijn favoriete stuk is zonder twijfel de scène in Club Rectum. De combinatie van de onrustige camerabewegingen en het vervelende geluid geven de benauwende, beangstigende sfeer van die plaats echt erg goed weer. Merk ook op dat de mannen steeds dieper moeten afdalen in het gebouw om La Tenia te vinden. Daar zal vast wel symboliek achter zitten. Zeker als je ziet wat de twee brave mannen al allemaal hadden uitgestoken tot daar om wraak nemen.
5*
Jerry Maguire (1996)
Het uitgangspunt van deze film is erg vergelijkbaar met dat van 'Moneyball'. In beide films is de charismatische hoofdpersoon niet akkoord met de gang van zaken en gooit hij het roer helemaal om. Met als gevolg dat vrijwel iedereen hem de rug toekeert. Alleen is de uitwerking in 'Moneyball' een stuk beter dan in 'Jerry Maguire'.
Het begint met een streepje patriotisme, volstrekt onnodig en bovendien gewoon storend. In de eerste paar scènes leren we Jerry Maguire kennen, enige sfeervorming wordt echter vakkundig de nek omgewrongen door de enorm storende voice-over. Die moest toch maar verzekeren dat werkelijk iedereen Jerry volledig begreep. Dan volgt de verschrikkelijke scène die Jerry tot het inzicht brengt dat de sector door en door rot is(OMG, het jongetje zei:"Fuck you!", zo schokkend). Waardoor Jerry niet kan slapen en een tekstje schrijft(terwijl Roger Daltrey op de achtergrond "I can't pretend there's any meaning here" zingt), ook hier wordt alles met de paplepel naar binnen gegoten door de voice-over.
Het meest storend vond ik echter dat dit plot volledig wordt vergeten in de rest van de film. In het tweede deel van de film gaat het enkel nog om de romance met zijn secretaresse en de vriendschap met de footballspeler. Want wat is eigenlijk het verschil tussen Jerry Maguire en zijn oude collega's? Minder sporters zegt hij in zijn mission statement, maar hij gaat wel achter cliënten van zijn mentee aan. Minder geld staat erin zijn tekst, maar de rest van de film probeert hij zoveel mogelijk geld uit de brand te slepen voor Cuba Gooding Jr.. Fijn om daar mee mee te leven overigens, De man zou ocharme 1.7 miljoen dollar gaan verdienen bij het oorspronkelijke 'schandalige' contract.
De film wordt nog enigszins gered door een charmante prestatie van Renée Zellweger, die er dus ooit nog best knap heeft uitgezien. Ook Cuba Gooding Jr. speelt heel degelijk, maar die oscar had natuurlijk altijd naar Ed Norton moeten gaan.
2*
Juno (2007)
"They call me the cautionary whale."
Wisselvallige film het personage Juno danst de hele film op een dunne lijn tussen charmant en vervelend. Dat levert een aantal leuke oneliners en situaties op(vond de scène met de zetel in Micheal Cera's tuin erg leuk), maar ook een aantal scènes waarin ze erg op de zenuwen werkte(bijvoorbeeld de ontmoeting met de Mark en Vanessa).
Ellen Page speelt leuk, maar haar prestatie was toch een beetje bleekjes vergeleken met haar prestatie in Hard Candy. Ik denk dat ze ook beter tot haar recht komt in 'zwaardere' films. Had toch verwacht dat ze al verder zou staan in haar carrière na het succes met deze film en Hard Candy en haar rolletje in de blockbuster Inception. Micheal Cera kan bij mij weinig verkeerd doen, maar zijn rol in deze film is toch erg vlak.
Het verhaal is volgens mij toch het grootste probleem van deze film. Dat gaat eigenlijk nergens heen en lijkt een aantal keren van richting te veranderen om toch maar aan 90 minuten te komen. Het verhaal was hier meer een middel om in de situaties te geraken waar Juno scherp uit de hoek kon komen. Bovendien was er volgens mijn geen greintje chemie tussen Juno en Bleek, waardoor het mij uiteindelijk ook weinig deed. Dan was er eigenlijk meer chemie met Jason Bateman.
De sfeer van de film zat ook niet echt goed voor mij. Gelukkig hing er geen typisch highschoolsfeertje, waar ik voor de film enigszins voor vreesde. Maar toch leek er iets te ontbreken. De soundtrack was leuk in het begin maar begon na een tijdje toch danig te irriteren doordat vrijwel alle nummers perfect inwisselbaar waren.
3*
Kids (1995)
"Jesus Christ, what happened?"
Toen deze film in 1995 uitkwam onstond er tamelijk wat controverse. Ik merk ook dat er velen hier de film als shockerend ervaren, zelf vind ik dat eigenlijk heel goed meevallen. Dat is voor mij ook meteen de grootste zwakte van 'Kids'. Ondanks dat de gebeurtenissen redelijk heftig zijn en de hoofdpersonages, vooral het meisje, Jennie, het zwaar te verduren kregen, leefde ik nauwelijks mee met hen. In dat opzicht faalt de film voor mij dan ook.
Daartegenover staan wel een aantal positieve zaken. Eerst en vooral is de sfeerzetting ronduit fantastisch. 'Kids' straalt echt de verveling en hopeloosheid van de jeugd uit de New Yorkse achterbuurten uit. De videoclipachtige manier van filmen werkt hier dan ook goed . Ik was in het algemeen ook gecharmeerd door de regie, de scène met de vier kleine jongens op de bank bijvoorbeeld vond ik erg mooi geschoten. Eigenlijk is dat hele feestje knap in beeld gebracht. De soundtrack draagt ook veel bij tot de sfeer. Blij om onder andere A Tribe Called Quest te horen.
Het niveau van acteren, wat toch dikwijls een probleem is bij films waarin vrijwel uitsluitend tieners meespelen, ligt verrassend hoog, hoewel dit mij toch niet echt makkelijke rollen lijken Ook de lastige seksscènes waren erg goed geacteerd. Ik was dan ook verrast toen ik las dat een groot deel van de rollen gespeeld worden door tieners die vrijwel geen acteerervaring hadden. Heerlijk rolletje van Harmony Korine overigens.
Veruit het boeiendste aan de film vind ik echter het script. Ongelooflijk eigenlijk dat Korine dit schreef op achtienjarige leeftijd. Ik interpreteer de film niet echt als kritiek op de maatschappij of de mentaliteit van de jeugd(hoewel de quote die ik hierboven heb gezet, wel een briljante laatste zin van de fim zou zijn als dit wel het geval was). Ik denk dat de film eerder de leegheid en uitzichtloosheid van de levensstijl van Telly en co wou belichten. Een beetje zoals Telly aan het einde zegt: "That's just it - fucking is what I love. Take that away from me and I really got nothing." Door de amorele levenshouding van Telly dobbert hij maar wat rond, zonder ooit echt voldoening te vinden.
Dit komt ook terug in de quasi onverschillige houding van de film tegenover al de nare zaken die in de film gebeuren o.a. de verkrachting door Casper, het jonge meisje dat ontmaagd wordt door Telly en bovendien besmet raakt met het HIV-virus Ondanks de ernst van de situatie hangt er een soort grauwe humor over het geheel. Persoonlijk moest ik toch lachen met o.a. Sunday Bloody Sunday en Casper, the DOPEST ghost in town.
Casper en Telly zijn toch twee intrigerende personages, met name hun relatie vond ik erg interessant. Hoewel hun dialogen eigenlijk volledig inhoudsloos waren, speelde er denk ik veel meer tussen de twee. Er is toch een vorm van de concurrentie tussen de twee. Casper is jaloers op Telly die meer succes lijkt te hebben de meisjes. We zien dat duidelijk terug in de scène waarbij Casper in het bad ligt te zingen, terwijl Telly bij dat jonge meisje is, straalt echt eenzaamheid uit. De verkrachting van Jenny, een meisje dat ontmaagd werd door Telly lijkt mij hier een rechtstreeks gevolg van.
Al bij al een degelijke film met veel goede elementen, maar die uiteindelijk te weinig meesleept om echt indruk te maken. Desondanks spookt de film toch al twee dagen door mijn hoofd.
3.5*
Lolita (1962)
Vorige week las ik het boek, en dat vond ik absoluut geweldig. Ik was dan ook benieuwd naar de film van Kubrick. Maar ik vreesde toch ook een beetje dat het me zou tegenvallen, het is sowieso een andere kijkervaring(vrijwel altijd in negatieve zin) wanneer je van een verfilming eerst het boek hebt gelezen. In het boek is de komische, quasinonchalante stijl(behalve bij de beschrijving van Lolita) waarmee Humbert alles beschrijft één van de belangrijkste elementen van het boek. Ik was nieuwsgierig hoe Stanley Kubrick dit zou aanpakken. Uit de films die ik van Kubrick al had gezien, bleek immers dat hij vele kwaliteiten had als filmmaker, maar zelfrelativering leek er daar geen van te zijn.
Al van in het begin van de film is het duidelijk, dat Kubrick (en Nabokov) niet geprobeerd heeft om dezelfde sfeer als in het boek neer te zetten. Van de obsessie van Humbert voor Lolita die in het boek zo duidelijk en alom aanwezig is, is eigenlijk erg weinig te merken in de film. Ook van de geestelijke aftakeling die hij doormaakt zie je vrijwel niets in de film. Bovendien is het volgens Humbert belangrijke gedeelte over zijn jeugdliefde volledig weggelaten in de film. De dynamiek van de relatie tussen Humbert en Lolita is volledig verschillend. Waar Lolita in het boek een weliswaar nieuwsgierig maar toch onschuldig en broos jong meisje is dat wordt gemanipuleerd en misbruikt door Humbert, is de relatie tussen hen in de film veel evenwichtiger. Lolita lijkt emotioneel tamelijk volwassen. Het verschil tussen het kind en de oudere komt veel minder naar voren. Daarom leek mij de relatie tussen hen twee ook een stuk minder fout dan in het boek. Ik zie de film dan ook als een verhaal op zich dat weinig met het boek te maken heeft en probeer daar ook rekening mee te houden in mijn beoordeling. Bovendien zal Kubrick ook wel weinig bewegingsvrijheid hebben gekregen door de censuur, nog veel minder dan Nabokov bij het schrijven van zijn boek.
Het voornaamste probleem is toch dat het verhaal(van de film)eigenlijk weinig meer voorstelt. Weinig dynamiek tussen Lolita en Humbert. Hoewel Mason hier een fantastische prestatie neerzet. Sue Lyon houdt zich erg goed staande in de eerste paar scènes en laat Lolita charmant overkomen. Maar wanneer haar scènes dramatischer en zwaarder worden valt ze toch te licht uit. Shelley Winters is ook in erg goede doen. De eerste helft van de film waarin zij een belangrijke rol heeft, is voor mij dan ook een stuk sterker dan het tweede deel waarbij de nadruk op de relatie Humbert-Lolita ligt.
De eerste scène is meteen de leukste van de film(hoewel die eigenlijk nog steeds in het niets valt vergeleken met de werkelijk sublieme sterfscène uit het boek). Sellers doet het erg goed als de bizar briljante Clare Quilty. De keuze om Quilty zijn rol duidelijker in beeld te brengen is een goede, Quilty is een grappig en boeiend personage. Het verplaatsen van deze scène naar het begin vind ik niet geslaagd, deze scène aan het einde was net de anticlimax die perfect bij het verhaal paste. Nu werd de nadruk gelegd op de gift van Humbert aan Lolita. Daardoor werd dit een veel dramatischer gebaar, terwijl het in het boek als een fait divers wordt afgedaan. Nog even dit: als je één van de allermooiste openingszinnen uit de moderne literatuur ter beschikking hebt, is het toch een beetje zonde om hier niets mee te doen, zeker als je dan toch gebruik maakt van een voice-over.
De film is natuurlijk wel erg stijlvol geschoten, zoals te verwachten is bij een Kubrick. Werkelijk elke scène bleek het enorme oog voor detail dat men had bij het maken van de film. Bijvoorbeeld de boerse manier waarop Charlotte wijn drinkt(zonder pink), terwijl ze over intellectuele en chique dingen praat tegen Humbert, terwijl we Lolita wel op de ‘juiste’ manier zien drinken later in de film. De muziek leek soms wat misplaatst. Het stoorde mij voornamelijk bij de scène waar Lolita terug naar binnenloopt om hem te kussen wanneer ze op kamp vertrekt. De muziek was daar volgens mij veel te dramatisch. Voor H.H. was dat dan ook een dramatisch moment, maar omdat de film verder een veel objectievere versie van het verhaal is vergeleken met het boek paste dit niet echt vond ik. Daarnaast had ik met zo'n speelduur verwacht dat Kubrick vrijwel alle elementen van het boek rustig zou kunnen uitzetten, maar dat valt toch enigszins tegen. Zoals eerder gezegd is het belagnrijke motief van het meisje in het 'vorstendom aan zee' volledig weggelaten. Net als de toespelingen op de oorzaak van de dood van Charlotte. Op zich deed dat niets af aan de film zelf, maar het doet wel enigszins afbreuk aan het verhaal.
De eindscène was volgens mij het zwakste moment van de film. Lolita kwam hard en gemeen uit de hoek, wat volgens mij enigszins out-of-character is voor haar. Zoals ik al eerder vermeldde vond ik het fout dat de nadruk werd gelegd op het geven van het geld, compleet met zwaar beladen muziek. Dat is misschien wel het minste stukje Kubrick dat ik al gezien heb.
Alles bij elkaar waren er teveel storende factoren bij deze film om echt hoog te scoren.
3*
Robin Hood (2010)
Erg doorsnee
Ik heb nooit echt begrepen waarom Ridley Scott als één van de beste regisseurs van Hollywood wordt gezien, deze film brengt daar geen verandering. Ik moet zijn films die vaak als zijn beste worden gezien, Blade Runner en Alien, wel nog zien. Deze film geeft een hardere en rauwere interpretatie van het Robin Hoodverhaal dan de film met Kevin Costner uit 1994. Die film was wel een stuk leuker dan deze.
Ik ga beginnen met de positieve punten. Het acteerwerk is degelijk, met als hoogtepunt Max Von Sydow, die naar goede gewoonte iedereen overklast ondanks zijn beperkte rol. Ook Cate Blanchett vond ik leuk spelen. De chemistry tussen Robin en Marion goed, ook de humor tussen de twee was prettig. Het deel in de burcht van Loxley is dan ook veruit het beste stuk van de film.
De actiescènes waren echter veel minder goed. Ik denk dat Scott de veldslagen enigszins realistisch wil weergeven, het probleem is dat het allemaal nogal saai in beeld is gebracht en dat het bovendien behoorlijk langdradig is. De score was bovendien dikwijls veel te dramatisch en weinig origineel. Dit soort muziek paste volgens mij gewoon totaal niet bij de beelden, of zelfs bij een middeleeuwse veldslag tout court.
2.5*
Straight Story, The (1999)
Voor deze film, had ik enkel de serie Twin Peaks gezien van David Lynch. Ik zag toch voldoende gelijkenissen tussen de twee, zowel in de sfeer als in het excentrieke van de personages zag ik veel gelijkenissen met Twin Peaks. Ik zag ook dat Badalamenti voor beide de muziek verzorgde.
Vanaf het begin wordt er een prachtig beeld van het landelijke Iowa geschetst. Lynch laat ons in een klein halfuur zien hoe het leven van Alvin Straight eruit zag op dat moment. Wat was die Alvin overigens een heerlijk personage. Kwam tegelijk warm en sympathiek en scherp en grappig over. Hij leek een soort gemoedsrust gevonden te hebben ondanks de tegenslagen die hij in zijn leven kende, waardoor hij ook erg veel levenswijsheid leek te bezitten. Hoop dat ik op zo'n manier oud kan worden.
Daarna begint Alvin aan zijn roadtrip(de scène waarbij dat groepje oude mannen hem probeert tegen te houden was hilarisch, zeker als hij daarna terug voorbijkwam op die pick-up truck
). Werkelijk het ene wondermooie beeld na het andere met de grasmaaier die voorttuft doorheen de uitgestrekte landschappen rolden over het scherm. Ik vond de traagheid van de film eigenlijk heel goed meevallen, sterker nog, als de film sneller was geweest zou dit nefast geweest zijn voor de sfeer.
Op zijn trip komt Alvin een aantal mensen tegen. Hoogtepunt vond ik de vrouw die belachelijk veel herten aanreed. In het algemeen lag het acteerniveau ook erg hoog, niemand viel echt uit de toon, met Richard Farnsworth in een glansrol. Zonder het charisma van Farnsworth zou de film het hoofd toch echt niet boven water houden denk ik.
Beeld en geluid vormen werkelijk één geheel en zijn eigenlijk onafscheidelijk. Ik begrijp dat dit typisch is voor een Lynchfilm. Mooi voorbeeld hiervan vond ik de scène waarbij Alvin de mississippi overstak, de aangename muziek sloeg om naar een dreigend geluid terwijl we een close-up zien van zijn bezorgd gezicht. De confrontatie met zijn broer komt nu echt dicht bij. Het einde was erg mooi en voldeed volledig aan mijn verwachtingen. Zelden een 'gesprek' gezien waarbij zoveel gezegd werd met zo weinig woorden.
4*
There Will Be Blood (2007)
Deze week heb ik There Will Be Blood voor de derde keer gezien. De film van Paul Thomas Anderson is in drie jaar tijd en in drie kijkbeurten gegroeid van een krappe 3,5* tot één van mijn favoriete films van de laatste tien jaar.
De invloed van Stanley Kubricks stijl op deze film is duidelijk merkbaar gedurende de hele film, maar ik vond dat dit met name het geval was in de openingsscène. Er zijn meerdere parallellen te trekken tussen de eerste scène van TWBB en de eerste scène van 2001. Eerst en vooral is de totale afwezigheid van dialoog gedurende het eerste kwartier. Daarnaast is er eenzelfde soort kale, desolate setting, waarbij er vanaf een hoog camerastandpunt wordt ‘neergekeken’ op de personages met af en toe cuts naar een laag camerastandpunt waarbij de acties van de personages een stuk heroïscher lijken. Bovendien lijken beide scènes dezelfde situatie te schetsen. De personages bevinden zich in een situatie van gestokte vooruitgang; het delven van goud brengt grote risico’s met zich mee met een relatief kleine pay-off. Dan komt datgene wat de revolutie inluidt: olie. Waarschijnlijk de belangrijkste drijfveer achter honderd jaar explosieve welvaartsgroei voor de mensheid en, nog belangrijker in deze film, bijna honderd jaar economische dominantie van de Verenigde Staten. En, als je de personages zo bezig ziet vanop een afstandje, doet dat niet denken aan Kubricks apen? In ieder geval, heerlijke scène!
Het zet de toon voor een uitgebreide analyse van de twee instituties die de grootste invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het leven in de VS: religie en kapitalisme. Voor mij laat de film vooral zien dat beide systemen grotendeels op dezelfde manier werken. Beiden beloven vrijheid en onafhankelijkheid door diegenen die het desbetreffende systeem volledig omarmen. Kapitalisme belooft rijkdom en macht voor iedereen die er maar hard genoeg voor werkt. We zien Daniel Plainview onder andere onderwijs en goede jobs beloven aan de inwoners van het dorp om hen te overtuigen om voor hem te kiezen. Religie verlossing en vergeving aan iedereen die zijn of haar leven op de ‘correcte’ manier leidt. Eli belooft zieken te genezen door middel van uitdrijvingen. Beide systemen hebben in theorie dus bewonderenswaardige motieven.
Maar van de beloftes van zowel Eli als Daniel komen uiteindelijk weinig in huis. De school komt er niet en de mensen van het dorpen lijken het niet beter hebben dan voor de komst van Plainview. Integendeel, ze zijn verplicht zwaar en gevaarlijk werk uit te voeren terwijl de enige die daadwerkelijk rijker wordt Daniel Plainview zelf is. Niemand wordt beter van de wonderen van Eli en als je je laat overtuigen om lid te worden van zijn kerk krijg je daar voornamelijk (financiële) verplichtingen voor terug. De menselijke imperfecties, de eerder genoemde honger naar vrijheid door macht, corrumperen het systeem en zorgen voor perverse eindresultaten.
Ook de unieke relatie tussen beiden wordt erg goed in beeld gebracht door de film. Sunday en Plainview hebben een hartgrondige hekel aan elkaar, net omdat zij het bedrog van de andere (als enige) doorzien. Ze ‘strijden’ ook om dezelfde mensen, Plainview heeft ze nodig om te werken, Sunday heeft ze nodig in zijn kerk. Dit komt expliciet tot uiting in de scène waarin Eli Daniel aanspreekt over het aantal uren dat ze moeten werken van hem waardoor ze geen tijd meer hebben om naar zijn kerkdiensten te komen. Het valt op dat beide mannen die op zoek zijn naar onafhankelijkheid, uiteindelijk heel afhankelijk zijn van de gewone dorpelingen. De dominantie binnen hun relatie verschuift gedurende film regelmatig, meestal door exterieure zaken. Hier wordt ook een fundament gelegd voor het einde: wanneer Daniel in het nauw gedreven is door de olieontploffing en de gevolgen voor zijn geadopteerde zoon moet Eli het ontgelden.
Naar het einde toe worden de lijnen van de metafoor voor mij een stuk minder duidelijk. Het grote, grauwe en vooral lege huis van Daniel lijkt mij de desillusie van het succes te symboliseren. De bowlingbaan in Plainviews is een geweldige locatie voor het einde. Met name door de absurditeit van die kamer, er zijn drie bowlingbanen terwijl uit alles blijkt dat er nooit vriendschappelijk bezoek is ten huize Plainview. ]Ik kan niet echt beslissen wat de moord op Eli juist betekent. De huidige teloorgang van het christendom, een voorspelling over een toekomstig einde van religie in de VS of eerder een illustratie en waarschuwing dat het kapitalisme gevaarlijk uit de hoek kan komen wanneer het in het nauw gedreven is(hier door de breuk met zijn zoon). De breuk met de zoon vond ik op zich interessanter. De geadopteerde zoon lijkt zijn vader en zijn manier van werken te verachten en besluit voor zichzelf te beginnen. Hij is van plan om het anders aan te pakken dan zijn vader(weliswaar in dezelfde business). Dit zou een metafoor voor de nieuwe generatie kunnen zijn. Zijn intenties zijn goed, maar het is niet duidelijk of hij uiteindelijk ook gaat slagen in zijn opzet. De kans leek mij reëel dat hij uiteindelijk in dezelfde vallen als zijn vader trapt. Misschien is de echte winnaar wel Paul Sunday. Hij probeert het systeem niet te exploiteren of te veranderen maar gewoon te gebruiken om een afzijdig maar zelfstandig bestaan af te dwingen. Het wordt enigszins gesuggereerd dat hij het dichtste bij die gegeerde vrijheid komt.[/spoiler
Nog interessanter dan de symbolische tweestrijd tussen Plainview en Sunday vind ik de invulling van de persoonlijkheden van beide karakters. Plainview wordt hier regelmatig als een monster afgeschilderd, ik ben het daar niet mee eens. Daniel Plainview is volgens mij eerder een extreem tragisch personage. Hij lijkt niet in staat te zijn om een persoonlijke relatie op te bouwen met een andere persoon, laat staan iemand anders dan hemzelf vertrouwen. Vreemd genoeg is de meest volwassen relatie die hij heeft gedurende de film die met zijn jonge zoon tijdens het ‘kwartels jagen’, er lijkt zelfs sprake te zijn van vertrouwen. Maar wanneer het ongeval gebeurt, neemt hij onmiddellijk afstand; hij stuurt H.W. weg naar een school en focust zich op zijn werk. Daniels onvermogen om een persoonlijke relatie te hebben komt echter het meest naar voren in de laatste ontmoeting tussen vader en zoon. Wanneer Daniel zich verraden voelt door iemand moet daar onmiddellijk mee afgerekend worden, “You’re afterbirth”! De manier waarop hij dat blijft herhalen doet mij denken dat hij zichzelf daarvan koste wat kost moet overtuigen. Die scène had dan ook eerder een sneue sfeer dan een gemene sfeer. Dat Daniel op zich wel een connectie wil voelen met mensen blijkt uit de ontmoeting met zijn ‘broer’. Het idee van een natuurlijke connectie met iemand met wie hij zaken gemeen heeft spreekt hem, waardoor hij volledig out-of-character op pad gaat met hem. Het vertrouwen ontploft echter in zijn gezicht, wat naar mijn gevoel het lot van Plainview voor goed bezegelde.
Daartegenover staat de Eli Sunday. Eli belichaamt het idee dat zoveel jonge mensen koesteren, het verlangen om ‘speciaal’ te zijn. Het verlangen om grote dingen te verwezenlijken en het idee daarvoor gekozen te zijn. Het is ironisch dat net datgene hem ondermijnt, Eli is behoorlijk slim en charismatisch. Maar zijn zelfbewustheid is datgene wat hem tegenhoudt om ook daadwerkelijk succesvol te zijn. Waardoor hij uiteindelijk op het, naar zijn normen en waarden, laagst mogelijke punt eindigt: letterlijk en figuurlijk overgeleverd aan de genade van zijn grote vijand.
Het getuigt van de grote klasse van Daniel Day-Lewis dat hij het groteske maar complexe personage zo overtuigend weet neer te zetten. Zeggen dat Paul Dano zich hier tegenover staande weet te houden is dan ook een groot compliment in dit geval. De score van Greenwood was goed, met veel gevoel voor de sfeer van de film en nergens dominant aanwezig. Misschien had het af en toe zelfs iets minder vrijblijvend mogen zijn.
PTA wentelt zich zoals eerder aangehaald in de Kubrickiaanse stijl met veel lange, complex geschoten shots. Die steevast zorgvuldig zijn opgebouwd met een enorm oog voor detail. De typische manier van het vertellen van een verhaal die Anderson vrijwel altijd gebruikt is hier ook aanwezig. Daarbij kiest hij ervoor om slechts fragmenten van het verhaal te tonen aan zijn publiek. Deze fragmenten worden wel zeer gedetailleerd uitgewerkt, waarmee je de rest van het verhaal zelf kan uitwerken. Hierdoor zorgt het een verhaal voor een zeer bevredigende kijkervaring.
Dit alles maakt There Will Be Blood een indrukkende werk over mens en maatschappij waarmee Anderson zich definitief bij de allergrootsten voegt.
4.5*
Tree of Life, The (2011)
Voor ik ‘Tree of Life’ zag, had ik enkel ‘The Thin Red Line’ gezien van Malick. Die film vond ik behoorlijk, maar de zaken die me daar stoorden: de fragiele voice-over, dromerige out-of-place beelden en personages die Malick als poppen gebruikt om zijn ideeëngoed over te brengen deden me het ergste vermoeden voor een film met een omschrijving en titel als deze. Die vrees bleek ongegrond, de stijl van Malick werkt voor mij veel beter bij dit onderwerp en deze setting.
Ik begrijp niet zo goed waarom men deze film een gebrek aan een (goed te volgen) verhaal verwijt. Het verhaal van het opgroeien van de jonge Jack is in het grootste deel van de film nadrukkelijk aanwezig ondanks de fragmentarische vertelstijl. Hierdoor ontpopt de film zich meer tot een herinnering dan een vertelling. Wanneer je je iets probeert te herinneren gebeurt dit ook niet in de vorm van een lineaire opsomming van gebeurtenissen maar als een verzameling specifieke beelden en uitspraken verder ingekleurd door je huidige positie ten opzichte van die periode en gebeurtenissen.
Het enige deel dat visueel losstaat is de ‘natuursequence’ die het verhaal van Jack en diens familie enerzijds toont als minieme schakel binnen het geheel van het universum(moest tijdens het kijken trouwens meteen denken aan het Charlie Kaufman in ‘Adaptation.’)en anderzijds toont als metafoor voor de contrasterende visies op het leven(Malick is zo vriendelijk om het uitganspunt van de film, grace vs. nature, expliciet te benoemen bij het begin van de film). Op zich een goed idee, het probleem zit ‘m echter in de uitvoering. Ik vond dat hele stuk eigenlijk enorm tegenvallen, audiovisueel duidelijk een stuk minder dan de rest van de film. Een geheel van de ongeïnspireerde, duf gefilmde beelden die gevoelloos aan elkaar werden geplakt. Dat mijn score niet hoger uitkomt is volledig te wijten aan dit stuk, vooral omdat het in de film duidelijk als visueel hoogtepunt zou moeten gelden.
Nee, geef mij dan maar de flowende cameravoering van de scènes doorheen het huis en de tuin. Malick weet als geen ander specifieke gevoelens over te brengen bij zijn publiek. Het geluk en plezier van de jonge kinderen en ouders wordt schitterend in beeld gebracht. Waarna de toon geleidelijk en op één of andere manier toch abrupt donkerder wordt. Dit wordt mooi geïllustreerd door de manier waarop we de vader leren kennen. In het begin zien we hem als gepassioneerde en getalenteerde musicus naarmate Jack ouder wordt leert hij hem kennen als harde en mislukte ondernemer(en wij dus ook). Het gezin en hun verhaal voelt vooral heel oprecht, dit is voor een groot deel toe te schrijven aan de uitstekende prestatie van de gehele cast. De rol van Hunter McCracken als de jonge Jack is imposant.
Vond het verder ook goed dat Malick het verhaal van het gezin niet voortdurend reduceert tot metafoor voor de evolutie van het leven. Het aantal zuiver symbolische scènes is erg beperkt, het(mooie) einde en de scène waarin Jessica Chastain en bruidsjurk naar boven naar het wateroppervlak zwemt zijn er twee die ik me zo voor de geest kan halen. De vragen die Jack zich in de voice-over expliciet stelt over opgroeien, god en lijden geven de ontwikkeling van Jack als kind die naar de wereld kijkt vanuit de door zijn ouders en omgeving gejusteerde verrekijker tot iemand die in staat is om de dingen rondom hem in vraag te stellen goed weer. Ik ben er overigens nog steeds niet uit of dit een film over het ontstaan van het leven gecamoufleerd als een coming-of-age film of een coming-of-age film gecamoufleerd als een film over het ontstaan van het leven.
Het inhoudelijke zwaartepunt ligt, voor mij, echter niet bij de expliciet uitgesproken vragen van Jack maar wel bij de impliciet getoonde gevolgen van beide levensvisies. De levensvisie van de vader(nature, vind dat verder geen ideale naam voor de ideologie van de vader) zorgt ervoor dat hij vervreemd wordt van zijn naasten. Bovendien slaagt hij er niet in om het door hem zo begeerde en aanbeden succes ook daadwerkelijk te behalen. Dit is, paradoxaal genoeg, misschien wel te wijten aan zijn visie op de noodzaak van succes. Wel verfrissend verder dat hij naar het einde toe tot inkeer komt. Meestal gaan dit soort personages koppig ten onder. . Daarnaast komt de broer die te ver meeging in het visie van de vader te sterven in een oorlog. Een fenomeen dat onvermijdelijk binnen de ‘nature’ visie. Hierdoor nemen veel kijkers aan dat Malick resoluut de visie van de moeder ondersteunt. Ik ben het hier niet mee eens, Malick laat volgens mij net zien dat de levensvisie van de moeder uiteindelijk even imperfect. Door haar ‘grace’ visie is de moeder volledig machteloos tegenover haar omgeving. Ze is niet in staat om haarzelf of haar geliefden te beschermen zowel tegen de woede van de vader als tegen de gevaren van de omgeving.
Jack blijkt uiteindelijk een succesvol architect geworden te zijn. Hij heeft dus bereikt wat zijn vader zo graag wou voor hemzelf( en ook voor Jack). Het is belangrijk op te merken dat Jack de visie van zijn vader net volgde door voor zichzelf op te komen en de strijd met zijn vader aan te gaan(inclusief milde verwijzing naar het Oedipuscomplex). Toch zien we hem in het begin van de film zich verontschuldigen tegenover zijn vader over iets wat hij gezegd heeft(beschuldigingen ivm de dood van zijn broer misschien?), dit is duidelijk de invloed van zijn moeder. Jack volgt niet resoluut de ‘way of nature’. De nonnen die de moeder vermeld in het begin hadden het mis. Malick stelt een evenwicht voor tussen de twee visies.
4*
