ad
  • 140.642 films
  • 6.737 series
  • 20.448 seizoenen
  • 460.647 acteurs
  • 284.137 gebruikers
  • 8.142.089 stemmen
Avatar
 
Geen afbeelding beschikbaar

Gillo Pontecorvo

Overleden op: 12-10-2006 (86)

Geboren: 19 november 1919 in Pisa

Bekend van: La Battaglia di Algeri, Queimada en Kapò

IMDb profiel: Gillo Pontecorvo

Wikicode: 4422

4 reacties

Samengewerkt met

Reacties


Gast

  • berichten
  • stemmen

Let op: In verband met copyright is het op MovieMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.
zoeken in:

avatar van The One Ring

The One Ring

  • 29974 berichten
  • 4010 stemmen

Toevallig dat dat net gebeurt nadat ik zijn Battle of Algiers zag.


avatar van kos

kos

  • 44393 berichten
  • 6909 stemmen

En een veel te lage waardering gaf .


avatar van BASWAS

BASWAS

  • 982 berichten
  • 1050 stemmen

"I don't think that any film can teach anything, I think that the most The Battle of Algiers can do is teach how to make cinema, not war."

Een reactie van Pontecorvo in een interview met een verslaggever van de Herald Tribune. In 2003 werd The Battle of Algiers door het Amerikaanse ministerie van Defensie vertoond ter voorbereiding op de oorlog in Irak. Pontecorvo vond de voorstelling in het Pentagon bizar.

Volgens de Amerikaanse filmcritica Pauline Kael was dit werk van Pontecorvo waarschijnlijk de enige film die het publiek kan laten geloven in de noodzaak onschuldige mensen te bombarderen.

De film is gebaseerd op een boek van Saadi Yacef, één van de leiders van het oproer in de kashba van Algiers die het geweld had overleefd. Nadat Algerije onafhankelijk was verklaard, benaderde hij Gillo Pontecorvo om het boek te verfilmen.

Geen Italiaanse producent wilde zijn vingers branden aan de verfilming van het boek. Yacef produceerde de film zelf en speelde één van de hoofdrollen tussen vele andere niet-professionele acteurs.

The Battle of Algiers viel op door de stijl. Vanuit de hand gefilmd in de kashba wekt de in grofkorrelig zwart-wit gedraaide film de indruk een documentaire te zijn, maar dan wel van een maker die altijd precies op het juiste moment op exact de juiste plaats was.

Had het aan Yacef gelegen dan zou de film vooral propagandistisch zijn geworden. Pontecorvo wilde meer verdieping van het conflict. De film toont beide zijden, zowel de voorbereidingen op aanslagen door de Algerijnen als de vergelding door Franse militairen. De film slaagt erin om zowel begrip te kweken voor de opstandelingen als medeleven te tonen met de slachtoffers aan alle kanten, en zelfs voor de daders.

In Frankrijk was La Battaglia di Algeri jarenlang verboden, pas in 2004, bijna veertig jaar later, was hij daar in de reguliere bioscoop te zien. De film met het verhaal over de door de Franse machthebbers onderdrukte Algerijnse opstand in de kashba van Algiers is verplichte kost voor iedereen die meer over terrorisme wil weten. In de jaren zestig was Pontecorvo's The Battle of Algiers lesmateriaal voor revolutionairen van de PLO, The Black Panthers en de IRA. Maar ook de tegenpartij gebruikt de film, die een genuanceerd beeld weet te geven van een stadsguerrilla.

Het was de film Paisà (1946) van Roberto Rossellini die Pontecorvo enthousiast maakte om zelf films te willen gaan maken. Hij werkte in Parijs onder meer als assistent van de Nederlandse documentairemaker Joris Ivens.

Zijn eerste speelfilm maakte hij in 1957, La Grande Strada Azurro is een verhaal over een arme visser met Yves Montand in de hoofdrol. In 1959 maakte hij Kapò, een film over een joods meisje in Auschwitz dat in de gunst komt bij de SS-bewakers. Na De slag om Algiers (1966) volgde Queimada (Burn!, 1969) waarin Marlon Brando een huurling speelt die in de negentiende eeuw munt probeert te slaan uit een opstand op een eiland in de Antillen. In 1979 draaide hij nog Ogro, een film over Baskisch terrorisme aan het eind van het regime van Franco in Spanje.

Na Ogro maakte Pontecorvo verder geen speelfilms meer, enkel nog korte films en documentaires. In 2001 werkte hij o.a. mee aan een documentaire over de protesten tegen de G8 top in Genua, Un altro mondo è possibile. Van 1992 tot 1995 was hij directeur van het filmfestival van Venetië.

Pontecorvo (1919 -2006) kwam uit een gezin van tien kinderen, zijn vader was een joodse zakenman. In 1938 moest hij als student scheikunde naar Frankrijk vluchten voor de rassenwetten van het fascistische Italiaanse regime. Als tennisleraar en journalist kwam hij in die periode aan de kost. In 1941 keerde hij terug naar Italië en werd lid van de communistische partij. In Milaan groeide hij uit tot een van de leiders van het verzet daar.

Pontecorvo maakte in vijftig jaar zeven speelfilms en stond bekend als de luie regisseur. Zijn film over het Algerijns verzet was eigenlijk al genoeg geweest om zijn onsterfelijkheid te garanderen. La Battaglia di Algeri uit 1966 is nog steeds een van de beste films over stadsguerrilla's die ooit gemaakt is. De film won in 1966 de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië en kreeg drie Oscarnominaties, niet alleen in de categorie beste buitenlandse film, maar ook die van beste regie en scenario in dat jaar.