- Home
- Point of View
- Meningen
Meningen
Hier kun je zien welke berichten Point of View als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Caduta degli Dei (Götterdämmerung), La (1969)
Alternatieve titel: The Damned
Nog een pluspunt van de Criterion-uitgave: er kan worden gekozen voor zowel de originele Italiaans gesproken versie (met Engelse subs), of voor de Engelstalige dub. Hoewel het bevreemdend werkt om in de film Duitse personages Engels te horen spreken met een duidelijk Duits accent (vooral Helmut Berger is soms moeilijk te verstaan; gelukkig bieden de Engelse SDH subs dan uitkomst).
Candyman (1992)
Ik zag Candyman voor het eerst op een door Cinemariënburg/Scala (het toenmalige Nijmeegse filmhuis; tegenwoordig LUX) georganiseerd horror-filmfestival in 1993. Ik had Clive Barker als regisseur al ontdekt middels Hellraiser (1987) en Nightbreed (1990), maar was nog onbekend met zijn literaire werk. Toevallig was ik net voordat Candyman uitkwam begonnen aan Barker’s Books of Blood, waarvan het verhaal ‘The Forbidden’ de basis vormt voor de film.
Het moet gezegd: ik had hoge verwachtingen toen ik het verhaal gelezen had, en de door Bernard Rose geregisseerde film wist deze ruimschoots in te lossen. Voor mij is Candyman niet alleen een superieure horrorfilm, maar tevens één van de beste Amerikaanse films van de jaren 90.
Wat me toen en nog steeds fascineert is de unieke sfeer van de film: naargeestig en dreigend, maar in de figuur van Candyman (een onnavolgbare Tony Todd) tegelijkertijd romantisch en zelfs tragisch. Ook de aandacht voor de sociaaleconomische situatie van de minderbedeelden binnen een samenleving (in dit geval de arme zwarte bevolking van de wijk Cabrini-Green, een toenmalig achterstandswijk in Chicago) was nieuw voor mij – dit had ik nog nooit in een horrorfilm gezien.
Raak getroffen vond ik vooral de ambivalentie onder de zwarte bevolking ten aanzien van Candyman: zij vrezen hem als de huiveringwekkende manifestatie van het bovennatuurlijke, maar tegelijkertijd geven zij middels hun ontzag voor hem tevens blijk van respect. Sterker nog: wanneer Candyman blanke slachtoffers maakt, lijkt hij dat te doen uit naam van alle zwarten die in Amerika zijn uitgebuit, onderdrukt en vermoord. Racistisch geweld heeft per slot van rekening ook geleid tot het ontstaan van Candyman zelf. Maar dat deze grillige voorvechter van zwarte onderdrukten zich tegelijkertijd ook tegen hen keert en hen terroriseert, is een even ijzingwekkende als briljante vondst. Candyman doodt zonder aanzien des persoons en is in dat opzicht dus ‘kleurenblind’.
Een letterlijk in het oog springend aspect van Candyman is het sterke camerawerk van DOP Anthony B. Richmond, die meteen al sterk inzet tijdens de visuele intro van de film: luchtopnamen van Chicago, opgenomen met de toentertijd hypermoderne Skycam die tot 500mm lenzen kon inzetten zonder zichtbare trillingen in het beeld. Daarnaast baadt Richmond de film grotendeels in grauwe en donkere kleuren, met name de daadwerkelijk in Cabrini-Green geschoten exterieur-opnamen, die de naargeestige, ijskoude sfeer van de film nog versterken. Indrukwekkend is ook de score van componist Philip Glass die, in plaats van zijn kenmerkende minimal music, dit keer opteert voor meer lyrische muziek waarin synthesizer/orgelpartijen en koren een belangrijke rol spelen. De soundtrack van de film alterneert door Glass’ uitgekiende stijlwisselingen tussen pathos en ijzingwekkende, onvervalste horror en maakt deze tot één van de meest memorabele uit Glass’ diverse oeuvre.
Regisseur Bernard Rose legt in Candyman zowel verhoudingen tussen blank en zwart als tussen mannen en vrouwen bloot middels de personages van studente Helen Lyle (Virginia Madsen), haar studie-vriendin Bernadette Walsh (Kasi Lemmons), de in Cabrini-Green wonende Anne-Marie McCoy (Vanessa Williams), Helen’s snobistische en misogyne vriend Trevor Lyle (Xander Berkeley) en zijn collega Purcell (Michael Culkin). Trevor en Purcell zien niets in Helen’s plan om haar afstudeer-scriptie over urbane legenden te gaan schrijven, en daarin speciale aandacht te besteden aan de verhalen rondom Candyman, een spookachtige verschijning van een man met een haak als hand die diegenen die hem uitdagen door zijn naam vijf keer in een spiegel uit te spreken, op gruwelijke wijze doodt. Zij zijn van mening dat de mythe rondom Candyman niet genoeg geloofwaardigheid en academisch niveau heeft voor wetenschappelijke onderzoek. Helen en Bernadette zijn vastbesloten Trevor en Purcell in het ongelijk te stellen, en wagen zich in het door criminaliteit en verpaupering geteisterde Cabrini-Green. Daar komen zij in contact met Anne-Marie McCoy, een jonge zwarte moeder die hen meer vertelt over de zwarte wraakgeest die hun woonplaats teistert. Al snel ondervinden de vrouwen dat de legende rondom de Candyman reëler is dan zij ooit hadden durven vermoeden – en dat zij daar allemaal een aparte rol in zullen gaan vervullen.
Candyman is de geest van een door blanken vermoorde zwarte man, een 19e-eeuwse schilder belast met het schilderen van het portret van de dochter van een rijke blanke opdrachtgever. De schilder en de jonge blanke vrouw werden verliefd en de vrouw raakte zwanger, een interraciale relatie die in die tijden niet werd getolereerd. Wraakzuchtige blanken zaagden de rechterhand van de man af en smeerden daarna zijn lichaam in met gestolen honing uit nabijgelegen bijenkorven, waarna de woedende bijen de man doodstaken. Deze aandacht voor het in Amerika sinds generaties sluimerende racisme was geenszins uniek in horrorfilms, getuige titels als The Night of the Living Dead (1968), Ganja & Hess (1973), Sugar Hill (1974), The Zebra Killer (1974), Abby (1974) en Wes Craven’s The People Under The Stairs (1991). Maar de combinatie van horror, sociaal realisme, urbane legenden, pathos en romantiek – dit alles gebaseerd op een ijzersterk script van Clive Barker en Bernard Rose – maakte Candyman wel tot de primus inter pares van de horrorfilms van de jaren 90. Waarin eveneens een voorschot op Mathieu Kassovitz’s zeer sterke La Haine (1995) en het huidige oeuvre van Jordan Peele besloten lag.
De dit jaar uitgekomen remake van Candyman heb ik niet gezien en ik denk dat daar ook geen verandering in zal komen. Het origineel is namelijk zo sterk dat herverfilmingen daar bijna alleen maar afbreuk aan kunnen doen.
Candyman (2021)
Niet zo sterk als de film van Bernard Rose uit 1992, maar desondanks zeker geen slechte film. En ondanks het feit dat Nia DaCosta de regie voerde, is dit natuurlijk een Jordan Peele film in alles behalve naam (hij trad op als co-scenarist en producent). En Peele drukt dan ook onmiskenbaar zijn stempel op deze Candyman, waarin hij en DaCosta erin slagen de oorspronkelijke Candyman-sage op een intelligente manier te verweven met het Black Lives Matter-tijdperk.
Peele verwijst middels een aantal fraaie animatiescène's naar het werk van Kara Walker, een Amerikaans beeldend kunstenares die het historische racisme en de discriminatie dat zwart Amerika aan de hand van blank Amerika ondervindt tot thema maakt van haar maatschappijkritische silhouet-kunst.
Belangrijkste manco van de film is Peele's neiging om te gaan drammen. Zijn Candyman is niet de angstaanjagende en tragische figuur die Bernard Rose en Tony Todd zo weergaloos in hun film tot leven brachten, maar in plaats daarvan 'slechts' het symbool van onderdrukt zwart Amerika. Hierdoor mist Peele's film de dramatische impact en ruimere dimensies die de eerste film ver boven het gemiddelde verhief.
Dit blijkt met name in de scène's tussen de zwarte kunstenaar/protagonist en een blanke kunstcritica: eerst bekritiseert zij zijn werk en de gentrificatie die hij hierin aan de kaak stelt, later wijst hij haar op beide punten terecht. Je proeft bijna het vitriool dat Peele hier aan het blanke publiek uitdist. En zo zijn er tal van voorbeelden waarbij Peele (naar mijn bescheiden mening) zijn doel voorbij schiet door zijn morele stokpaardje op een zeepkist te parkeren om de rest van de wereld te veroordelen.
Waarmee ik niet wil zeggen dat Peele geen punt heeft. Ik denk alleen dat als hij op een dergelijke manier gaat preken zoals hij in deze film doet, hij het voor zijn criticasters erg makkelijk maakt om hem als 'woke social justice warrior' weg te zetten en af te schrijven. Op dit moment zijn er conservatieve krachten in de VS actief die films zoals die van Jordan Peele het liefst voor lege zalen vertoond zouden zien. If at all.
Peele is een te intelligent regisseur met een te prangende boodschap om dat te laten gebeuren.
Carnival of Souls (1962)
Alternatieve titel: Corridors of Evil
Ik zal het moment nooit vergeten: het was de kerstnacht van 1997, ergens rond half twee 's morgens. Buiten was het aardedonker, de straten waren verlaten en het vroor dat het kraakte.
De TV-gids kondigde aan dat BBC2, na La Reine Margot (1995), daarna Carnival of Souls (1962) uit zou gaan zenden. De Britten hebben namelijk een prima traditie om in de kerstnacht te gaan griezelen; dat zouden ze hier ook eens moeten doen ipv die gezapige kerstfilms en -shows die dan niet van het scherm te branden zijn.
Maar ik dwaal af 
Ik had al wel van deze cultklassieker gehoord, maar 'm nog nooit gezien dus mijn verwachtingen waren hooggespannen. Kan me nog herinneren dat ik montage, acteren en soundtrack maar zo-zo vond, maar de film kreeg me desondanks onherroepelijk in zijn greep. Vooral de sfeer van de film bleef me bij; met name de scènes in een verlaten pretpark bleken onvergetelijk.
Als ik vergelijkingen zou moeten maken: denk aan The Night of the Living Dead (1968) (naar verluidt liet regisseur George A. Romero zich voor de grime van zijn zombies in belangrijke mate inspireren door deze film);
The Night of the Hunter (1955); Cat People (1942); The Curse of the Cat People (1944) en I Walked With a Zombie (1943). Les Yeux Sans Visage (1960), The Innocents (1961) en The Haunting (1963) horen trouwens ook nog wel in dit rijtje thuis.
Stuk voor stuk atmosferische, onheilspellende films die overtuigen door een sterke, soms bijna poëtische sfeer, naast angstaanjagende momenten. Producent Val Lewton was verantwoordelijk voor een groot deel van deze genoemde titels, en hij was dan ook een meester in het oproepen van angst door suggestie en in het appelleren aan de verbeelding van het publiek. Want de engste dingen zijn toch die dingen die zich tussen je oren bevinden. Of die dingen die je niet kunt zien, maar waarvan je voelt dat ze vlakbij zijn...
Het is jammer dat de regisseur van dit horror-juweeltje, Herk Harvey, hierna nooit meer een speelfilm maakte. Afgaand op de overtuigingskracht van Carnival of Souls zou het zeker interessant zijn geweest om te kijken in welke richting zijn talent zich ontwikkeld zou hebben. Helaas is hij in 1996, op 71-jarige leeftijd, overleden.
Mocht je deze film kunnen gaan zien: zeker doen! This one will get under your skin....and refuse to leave 
Criterion gaf er twee prima versies van uit: een Amerikaanse dvd met veel extra's, en een Europese br die qua supplementen wat kariger is, maar waarbij beeld en geluid door een ringetje kunnen.
Cove, The (2009)
Ik ben deze docu gaan bekijken nadat enkele gebruikers de titel noemden in relatie tot Blackfish (2013), een docu die ik erg kon waarderen. Hoewel vakkundig gemaakt, vond ik The Cove (2009) helaas een stuk minder overtuigend.
Daar waar regisseur Gabriela Cowperthwaite Blackfish overlaadt met feiten en deskundigen, mikt regisseur Louie Psihoyos in The Cove vooral op emoties. Begrijp me niet verkeerd: ik ben zeker niet voor het vangen en doden van dolfijnen (evenmin als voor het houden van dieren in gevangenschap), maar het punt van een Japanse visser dat in The Cove terloops gepresenteerd wordt ('Jullie eten koeien, wij eten dolfijnen') houdt natuurlijk wel steek. Wanneer wij als vlees consumerende westerlingen de intensieve veehouderij in stand houden die zorgt voor onnoemelijk veel dierenleed, en daarnaast ook nog eens het milieu zwaar belast, verliezen wij natuurlijk het morele recht om Aziaten die dolfijnenvlees op hun menu zetten de les te lezen.
Regisseur Psihoyos probeert de indruk te wekken dat zijn film een breder maatschappelijk doel dient door een aantal argeloze Japanners ('Wat? Eten Japanners dolfijnen?! Verschrikkelijk!') voor de camera te halen die natuurlijk geschokt zijn wanneer ze de bloederige taferelen zien die zich in de inham bij Taijii afspelen. Of door te wijzen op het feit dat de Japanse overheid haar eigen kinderen in gevaar brengt door ze tijdens schoollunches uit Taijii afkomstig dolfijnenvlees te serveren waarin zich een schadelijke hoeveelheid kwik bevindt ('Wat? Bevat dolfijnenvlees kwik?! Verschrikkelijk!')
Alle goede intenties van de makers ten spijt bekruipt me het gevoel dat The Cove vooral gemaakt is omdat de makers hopen dat het breeduit in beeld brengen van het systematische doden van fotogenieke dolfijnen zal leiden tot heftige en wereldwijde emotionele verontwaardiging. Waarmee ik, nogmaals, zeker geen lans wil breken voor hetgeen zich bij Taijii afspeelt, integendeel. Maar wij hebben natuurlijk absoluut niet het morele recht om anderen de les te lezen, wanneer wij zelf ook verantwoordelijk zijn voor systematisch dierenleed.
Tijdens The Cove's laatste scène, waarin milieu-activist Richard O'Barry een IWC-conferentie binnenloopt met op zijn borst een monitor waarop beelden van de dolfijnenslacht te zien zijn, weerklinkt onder de beelden heroïsche muziek. Hier wordt, voor mij, het grootste verschil tussen de intenties van Cowperthwaite en Psihoyos duidelijk. Daar waar Blackfish wil overtuigen door een geïnformeerd, afgewogen beeld te schetsen van een gevaarlijke, mens en dier onterende industrie (de amusementsparken waar orka's in gevangenschap worden gehouden), neemt The Cove genoegen met sentimenteel activisme. Activisme voor een ontegenzeglijk goede zaak, zeker. Maar het blijft sentimenteel, en moreel ambivalent. Of meer direct: hypocriet.
Cruising (1980)
Alternatieve titel: Zwerftocht in het Duister
De eenzijdige benadering door Friedkin van de wereld van homo's in deze film laveert tussen walgelijk, beschamend en ongeïnformeerd. Dit laatste zou komisch kunnen zijn, als de gevolgen qua beeldvorming voor deze groep niet zo navrant waren. Homoseksuelen worden praktisch zonder uitzondering afgeschilderd als ontaard, pervers en/of pathologisch. Want natuurlijk zijn dit allemaal leernichten, die even makkelijk vuistneuken als dat een hetero zijn neus snuit. De (uiteraard) heteroseksuele politieman (Al Pacino) die in de scene undercover gaat om een moordenaar op te sporen raakt dan ook prompt in een identiteitscrisis omtrent zijn eigen seksuele geaardheid, wat dus problemen met zich meebrengt in zijn relatie met zijn vriendin (Karen Allen). Er wordt zelfs gesuggereerd dat hij oftewel zelf de gezochte moordenaar is, dan wel door zijn emotionele crisis aan het moorden slaat nadat de moordenaar ingerekend is. Hoe dan ook, de boodschap blijft: blijf weg van homo's, want wie met pek omgaat wordt ermee besmeurd.
Het zou aan films zoals het voortreffelijke Torch Song Trilogy (1988) en Longtime Companion (1989) zijn om de wereld van homoseksuelen het realisme, respect en waardigheid te geven die deze verdient.
BTW: ik ben hetero, dus heb in dat opzicht geen skin in the game. Maar ik vind het onverteerbaar wanneer een groep uit puur effectbejag wordt weggezet als ziekelijk. Dat predicaat is in mijn ogen gereserveerd voor Friedkin zelf, en al die dombo's die denken dat Cruising een realistisch beeld schetst.
Toch kan Friedkin wel degelijk regisseren, zoals hij bewees met The French Connection, The Exorcist en To Live and Die in LA. Helaas hoort Cruising, zowel qua regie, beeldvoering als weergave van het homoseksuele milieu niet in dit rijtje thuis. Verre van, zelfs. Het is een stompzinnige film waar Friedkin zich diep voor zou moeten schamen.
