• 15.735 nieuwsartikelen
  • 177.886 films
  • 12.199 series
  • 33.965 seizoenen
  • 646.802 acteurs
  • 198.946 gebruikers
  • 9.369.601 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten TheBunk als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bakushû (1951)

Alternatieve titel: Early Summer

Ozu maakte nauwelijks gebruik van bewegende shots. Als hij het wel deed, was het puur functioneel. Zoals in Bakushû, waarin Noriko en haar schoonzus Fumiko (Kuniko Miyake) over het strand lopen. Plotseling is de beeldvoering van Ozu hyperdynamisch; de camera zweeft over de duinheuvels en volgt de vrouwen richting het strand. De scène speelt zich tegen het einde van de film af, wanneer het grootste drama achter de rug is en de beslissingen genomen zijn. Er is bezinning, en ook in de eindscène – die melancholisch is, zoals wel vaker bij Ozu – zit er plots beweging in een shot van grote schoonheid. Buiten deze spaarzame momenten is vrijwel elk shot strak gekaderd. Dit komt ook naar voren in de overgangsshots tussen scènes; in plaats van bewegingsvolle continuïteit kiest Ozu voor strakke shots van stilstaande objecten – een gebouw, een lege straat, een tafel – of shots van natuurlijk bewegende verschijnselen – de golven van de zee, een boom in de wind. Dit brengt ons bij de manier waarop Ozu de handelingen van de personages of vitale gebeurtenissen in beeld brengt, of beter gezegd; niet in beeld brengt. Het beste voorbeeld hiervan is de verdwijning van de twee kinderen in Bakushû. De kijker ziet ze vertrekken om buiten rond te gaan hangen of te spelen. Pas enkele scènes later blijkt dat de jongens niet thuisgekomen zijn. Het is uiteindelijk een plot device om Noriko in contact te brengen met Kenkichi, op wie ze verliefd zal worden. Ook deze belangrijke momenten krijgt de kijker niet mee, Ozu focust zich op de ongeruste familie die thuis op de kinderen wacht. De vele handelingen die we wel zien van personages zijn vaak triviaal en routineus. De belangrijkste functie van het tonen van deze momenten is het aanbrengen van authenticiteit. De herhaling zorgt voor gewenning. De kijker gaat steeds meer deel uitmaken van de wereld van de personages.

Lees verder op Cinema Interruptus

Banshun (1949)

Alternatieve titel: Late Spring

Pas in zijn films na de oorlog, vanaf Banshun, perfectioneerde Ozu zijn manier van filmen. Vanaf dan zorgt de uniformiteit van zijn beeldtaal voor een volledig homogeen geheel. Verrassend is het misschien niet, het werkt wel. Een misvatting is dat er geen actie in de films van Ozu zit. Dit is onjuist en het tegenovergestelde is waar; in vrijwel elk shot zit beweging, al komt die bijna altijd altijd van de personages. De cameraposities, de kadrering en het gebrek aan dynamiek zijn allemaal essentieel voor Ozu om zijn visie over te brengen. Samen met de gedisciplineerde manier van acteursregie en de minutieuze productievoorbereiding zorgt deze werkwijze voor een cohesieve naoorlogse filmografie. De invloed (zie bovenstaand kader) van Ozu op hedendaagse filmauteurs in Japan en daarbuiten is nog steeds enorm. De grootste aantrekkingskracht in de films van Ozu zit, met name in de Noriko-trilogie, in de onmiskenbare melancholiek en de schoonheid van het alledaagse. Het is poëzie, gevangen in beeldtaal.

Lees verder op Cinema Interruptus

Bir Zamanlar Anadolu'da (2011)

Alternatieve titel: Once upon a Time in Anatolia

ZenZin schreef:

Ik had hier meer van gehoopt. Maar veeeel te lang plus er ontbreekt iets fundamenteels waardoor het geheel slechts een -zonde van de tijd- gevoel achterlaat.

Iets fundamenteels. Vertel!

On:

Anatolia was de laatste Ceylan die ik nog moest zien, terwijl ik hem al een tijdje klaar had liggen. Wellicht was ik wat huiverig voor de speelduur, achteraf totaal onnodig. Ik durf zelfs te stellen dat deze film het magnus opus in zijn oeuvre is tot nog toe. Het spel met het licht tijdens het nachtelijke gedeelte is fenomenaal. Met name de scène waarin de dochter van de burgemeester thee uitdeelt is schitterend suggestief en subtiel én technisch weergaloos. Met het daglicht komt ook de realiteit weer terug na de bijna magisch aanvoelende eerste aktes. Prachtfilm.

Bleeder (1999)

Naast deze duistere exploratie van geweld – het belangrijkste werkgebied van Refn – biedt Bleeder ook een ingetogen liefdesverhaal. Het personage van Mikkelsen, Lenny, valt voor een meisje dat in de plaatselijke snackbar werkt. Lenny is een in zichzelf gekeerde autist die moeite heeft contact te maken met mensen, hij is geobsedeerd door cinema; het personage baseerde Refn op zichzelf. Het zijplot staat in schil contrast met het verhaal rond Leo en Louis. Beide mannen zijn a-sympathiek, maar toch zijn het ambivalente karakters die het in zich hebben om zowel held als slechterik te zijn. Ook visueel kan Refn zich, mede door een groter budget, wat meer permitteren. De camera zwaait avontuurlijk in de rondte.

Lees verder op Cinema Interruptus

Bone Tomahawk (2015)

Zoals wel vaker in het genre neemt Zahler uitgebreid de tijd om de karakters te introduceren, het plot te laten ontvouwen en langzaam de spanning op te bouwen, zoals een kikker in een pan kokend water. Tot het moment dat het los gaat (en als het los gaat, gaat het gruwelijk, bloederig en snoeihard los) is Bone Tomahawk een langzame, klassieke western, bijeengehouden door vier complexe mannen met hoeden en revolvers, op hun paarden de horizon en hun lot tegemoet rijdend.

De esthetische schoonheid die Zahler neerzet is indrukwekkend en veelbelovend voor toekomstig werk van de 43-jarige Amerikaan. Met name de scènes gefilmd bij met natuurlijk avondlicht waarin de mannen door de Mojavewoestijn rijden zijn een lust voor het oog. Tel daarbij op dat de climax op geen enkele manier tegenvalt en je hebt een zeer fijne film die alle potentie heeft om een ware cultfavoriet te worden.

Lees verder: Cinema Interruptus

Bronson (2008)

Bronson is de meest toegankelijke film van Refn. In de bleke wereld die hij zijn publiek normaal gesproken voorschotelt, of het nu Kopenhagen of Montana is, wordt niet gelachen. In deze losse biopic, Refn herschreef het conventionele script zelf, gaat donkere humor hand in hand met olijk geweld. Tom Hardy blijkt de perfecte man om spierbundel Bronson te spelen die ‘gewoon beroemd wil worden’. Het personage heeft een hoge aaibaarheidsfactor; na een gewapende overval maakt hij 27 pond buit en spendeert vervolgens dertig jaar van zijn leven in de isolatiecel omdat hij voortdurend in opstand komt, rellen veroorzaakt en bewaarders aanvalt. Charlie Bronson is een combinatie van een recalcitrante volksheld, een charismatische clown en een gestoorde sociopaat. En Hardy speelt hem met verve, niet in de laatste plaats vanwege zijn fysieke transformatie. Zijn acteerprestatie ligt ergens tussen The Joker en Daniel-Day Lewis en zou hem katapulteren naar de A-lijst van acteurs.

Lees verder op Cinema Interruptus