In the Tall Grass vliegt uit de startblokken. We zien twee mensen, die langs de weg stoppen en een grasveld in wandelen om een jongen te zoeken. Al snel ontdekken ze dat het veld een eigen leven heeft.
De film begint veelbelovend, en de eerste helft vond ik oprecht heel goed. De minimale setting waarin tijd en ruimte anders bewegen is een interessant idee.
Helaas ontspoort de film in de tweede helft, waarin er met te veel nieuwe ideeën gestrooid wordt (de graswezens, de profetie) waardoor het wat verwarrend wordt. En wat de film ook niet nodig had.
Het uitgangspunt van een paar jonge mensen die dankzij dit veld ontdekken dat hun levenskeuzes niet verstandig zijn en dankzij die ervaringen hun jongere zelf kunnen waarschuwen is een mooi idee, en had wat mij betreft al volstaan.
De film kent een goede sfeer, en een paar fijne schrikmomenten: wanneer broer en zus opspringen en plots van elkaar verwijderd zijn is mijn favoriet. Zo eenvoudig, en tegelijk onheilspellend. Het moment waarin Becky haar eigen baby moet eten was heftig, en ronduit schokkend.
Helaas grossiert de film ook in semi-arty camerawerk en cgi trucage (het ronddraaiende shot met de waterdruppel die van een blad afloopt bijvoorbeeld, of de eindeloze doorkijkjes door het gras en de grond) waardoor het wat kunstmatig overkomt. Sowieso heeft de film een steriele look die ik niet prettig vindt om naar te kijken. Te glad, te schoon.
Maar ondanks de kanttekeningen heb ik me vermaakt. Een kwartier korter had gemogen. Dat heb ik vaker bij King verfilmingen van korte verhalen. Een serie van Stephen King verhalen met afleveringen van een uur, dat zou een gouden zet voor de streamingsdiensten. Zeker weten dat het kijkers trekt, en dat de verhalen beter uit de verf komen.