ad
  • 139.745 films
  • 6.651 series
  • 20.177 seizoenen
  • 434.315 acteurs
  • 281.258 gebruikers
  • 8.104.578 stemmen
Avatar
 
Geen afbeelding beschikbaar

Adil El Arbi

Geboren: 30 juni 1988 (32) in Edegem

Bekend van: Black, Image en Bad Boys for Life

IMDb profiel: Adil El Arbi

Wikicode: 35689

6 reacties

Samengewerkt met

Reacties


Gast

  • berichten
  • stemmen

Let op: In verband met copyright is het op MovieMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.
zoeken in:

samslam

  • 58 berichten
  • 340 stemmen

Op Canvas zonden ze voorbije zondag een selectie kortfilms uit, voor het twintigjarig bestaan van het kortfilmfestival in Leuven. De vier Vlaamse kortfilms werden blijkbaar voornamelijk geselecteerd op basis van BV's. Een knap gepolijste maar volstrekt overbodige sci-fi kortfilm met Mattias Schoenaerts bvb. Maar ook deze kortfilm van El Arbi en zijn kompaan. El Arbi, bekend geworden in Vlaanderen dankzij collega-regisseur Erik Van Looy die hem een zitje aanbood in De Slimste Mens ter Wereld (doet Van Looy wel vaker als opvulling, 'opkomende' regisseurs al wat tv-tijd gunnen).

Soit, 'broeders' is zowat het slechtste dat ik al ooit heb gezien. Gruwelijk cliché-matig, waanzinnig slecht geacteerd (ver beneden soap-niveau), en een moraliserend snertverhaaltje erdoor. De kers op de oudbakken taart is het einde, waarin de moraliserende vraag die er al vingerdik oplag, nog eens expliciet wordt gesteld in het final shot. Bedroevend. De slinger van de positieve discriminatie te ver doorgeschoten.




avatar van Fisico

Fisico (moderator films)

  • 3151 berichten
  • 2471 stemmen

Fijn (lang!) interview met Adil El Arbi in Het Nieuwsblad

Adil El Arbi: “Soms dachten we: wow, lunchen met Will Smith. Na een tijdje zaten we wel meer op ons horloge te kijken”

18/07/2020 door Liesbeth Van Impe - Het Nieuwsblad

Als ongeduld een naam had, dan heette het Adil El Arbi (32). Zes jaar geleden al stond hij te trappelen om Hollywood te veroveren, vandaag heeft hij samen met Bilall Fallah een kassucces met een wereldster op zijn naam. “Ja, we zouden nu al kunnen rondlopen als de grote regisseurs. Maar zo zijn we niet opgevoed.”

Een prachtige omgeving, een goeie brunch en véél tijd: zes weken lang ontvangt hoofdredacteur Liesbeth Van Impe haar gesprekspartners in De Notelaer aan de Schelde.

In het hoofd van El Arbi botsen tegenwoordig twee werelden. We staan op de koepel van De Notelaer van het weidse uitzicht over de Schelde te genieten. “Coole locatie,” zegt hij. “Moet ik onthouden. Kijk daar, een speedbootje. Precies Miami.” Het werkt ook in de andere richting. Wat hij van Los Angeles vindt? “Niet mijn stad. Precies één grote A12. L.A. is als de Boomsesteenweg, zonder echt centrum, niemand gaat er te voet. Geef mij maar Brussel en Antwerpen, of New York.”

Bijzonder aaibare branie, zo leerde Vlaanderen El Arbi kennen in De slimste mens van 2014. Toen al was hij duidelijk over zijn ambities: hij zou films maken, grote films, in Hollywood. “Grootheidswaanzin zeker? Maar in zijn irrationaliteit heeft het wel gewerkt. (lacht) Bilall en ik zeiden vaak tegen elkaar: Wat we hier allemaal aan het zeggen zijn, dat slaat echt op niets. Wie zijn wij, twee mocro’s uit Brussel. Maar toch bleven we diep vanbinnen geloven dat het zo moest gebeuren.”

En zie, intussen pendelen de twee tussen België en de VS en regisseerden ze Bad boys for life, een actiefilm met Will Smith en voldoende budget om een helikopter te laten ontploffen. Hoe hard moet hij zich soms in de arm knijpen? “Dat gebeurt wel eens, ja. Dan zitten Bilall, ik en Robrecht (Heyvaert, de cameraman die ze meenamen naar de VS, nvdr.) in een meeting met Jerry Bruckheimer en Will Smith naar elkaar te kijken: Hier klopt iets niet, zie ons hier zitten. Maar Will Smith was zeer lief en respectvol, hij gaf ons zeer veel vertrouwen. Als wij iets wilden doen, zei hij gewoon dat het zijn idee was en dan mocht het.” Word je getest op zo’n grote set? “In het begin moesten we tegen iedereen zeggen dat wij de regisseurs waren. Maar als ze zien dat je op tijd komt, dat je binnen budget blijft en dat de eerste beelden goed zijn, dan laten ze je doen. Bruckheimer zat de helft van de tijd op de set van Top gun omdat hij ons vertrouwde.”

Over Smith spreekt El Arbi enkel in superlatieven. “De eerste op de set, de laatste naar huis, ook in het weekend. He outworks you every day of the week. Hij kan uren doorbomen over het scenario, over elk personage. Soms dachten we wel eens: Chill, dit is een actiefilm, geen oscarmateriaal. (lacht) We mochten ook vaak lunchen met hem, ook op draaidagen. In het begin was dat: Wow, we gaan lunchen met Will Smith. Na een tijdje zaten we wel meer op ons horloge te kijken omdat we echt terug op de set moesten zijn. (lacht) Het went dus ook snel. Jerry Bruckheimer (76), dat is vijftig jaar filmgeschiedenis en de rijkste man die ik een maat mag noemen. Ik denk dat die bijna een miljard heeft. Maar die staat nog altijd op een set alsof het de eerste keer is, hij kijkt nog altijd met verwondering naar acteurs. Als hij dat kan, gaan wij dat ook zo doen. Cinema is ons leven.”

Kapsones lijken El Arbi nog altijd vreemd te zijn. “Er waren mensen in onze crew die met Martin Scorsese en Oliver Stone gewerkt hadden, die aan onze lievelingsfilms meegewerkt hebben. En die noemden ons ‘boss’. Dat is gewoon raar. Ik had ook lijsten met alle namen en foto’s, wij vonden het belangrijk om iedereen elke dag te groeten. Dat is zoals wij het in België altijd doen. Maar daar vonden ze dat niet normaal. De crew, voor ons is dat familie. Dat zijn ook de mensen die op moeilijke dagen blijven gaan. Daar moet je niet tegen roepen. Wij zijn teammensen. Je zal zeker genieën hebben die perfect in hun hoofd hebben hoe alles moet en waar iedereen gewoon naar moet luisteren. Wij staan meer open voor ideeën. Wij zijn meer, voilà, een basketbalploegske.”

Op de aftiteling zijn ze intussen Adil en Bilall, geen familienamen, altijd het duo. “Dat is nu officieel zo geregeld. Als de een naar het toilet gaat, mag de ander zelfs niet verder draaien.” (lacht) Enkel de grootsten kunnen hopen dat enkel een voornaam volstaat en die dulden dan weer zelden een tweede naam naast de hunne. Kan het ooit nog zonder Bilall? “Dat kan, maar het zou wel minder goed zijn. Met twee kan je gewoon ook meer. Bilall is veel kalmer, diplomatischer, hij denkt meer na. Ik ben impulsiever, neem de snelle beslissingen, maar ik ben veel vaker pissed. Als Bilall eens kwaad is, kan je beter dekking zoeken. En als we alletwee kwaad zijn, dan is het echt game over.” Hun Amerikaanse avontuur maakt de band alleen maar sterker. “Mentaal zou ik het alleen niet overleefd hebben. Er is zoveel druk, zoveel onzekerheden en tegelijk moet je heel zelfbewust overkomen, anders eten ze je op. Samen konden we de druk verdelen. Ik zou niet weten hoe het anders gelukt was.”

Op het jaagpad moeten voorbijgangers soms twee keer kijken door het nieuwe kapsel met de uitbundige krullen, maar dan herkennen ze El Arbi toch weer. De jongen die zes jaar geleden bekende dat hij wel eens geïntimideerd was als hij met een BV moest praten en nu anekdotes spuit over Hollywood. “Oh, maar ik ben nog altijd starstruck. Met Russell Crowe zelfs veel te veel, die vond dat niet chill. Op de Lifetime Achievement Award voor Denzel Washington was iedereen: Denzel, Morgan Freeman, Beyoncé, Spike Lee. Wij durfden bijna niemand aan te spreken. Bilall is er wel beter in, die is met Jamie Foxx gaan praten en die zijn nu beste maten. Trouwens, de grote sterren hebben dat ook. Met Will Smith zijn we Eddie Murphy tegengekomen, wel die ziet Murphy zoals wij hem zien, hij kijkt daar keihard naar op.”

Adil El Arbi: “Bij ‘Image’ hebben we alle fouten gemaakt die je kan maken. We waren er zo van overtuigd dat we een belangrijke film aan het maken waren, dat we vergeten waren een goede film te maken.”

En wat doe je als je je grote droom al op je 32ste verwezenlijkt hebt? Het antwoord kan niet meer El Arbi ten voeten uit zijn. “Oscars winnen, natuurlijk. De enigen die zeggen dat Oscars niet belangrijk zijn, hebben er al gewonnen. België heeft nog nooit Beste Buitenlandse Film gewonnen. Marokko ook niet trouwens. En nu Parasite als buitenlandse film ook de echt grote Oscars heeft gewonnen, gaan we voor alles.” Jaloers op een film als Parasite? “Meer geïnspireerd. Wij hebben met Bad boys meer geld verdiend, maar intussen was die gast wel bezig met echte cinema. Wij willen ook wel eens een echte kwaliteitsfilm maken, maar wel een waar de mensen naar willen gaan zien. Actiefilms zijn leuk om te doen, maar we hopen zo ook krediet op te bouwen om moeilijker projecten te doen.” Die spanning zit er al in van de tijd in Sint-Lucas. “Wij waren de clowns, de intellectuele lichtgewichten, het popcornvolk. Maar wij keken ook graag naar meer artistieke films.”

Politieke films ook? Patser was flitsend, maar ging ook over de invloed van cocaïne in Antwerpen voor iedereen het erover had. Black ging over straatbendes en racistische flikken. Image over de moeilijke verhouding tussen journalisten en de quartiers chauds van Brussel. “Met Patser hadden we twee uitgangspunten. Hoe kunnen we een zo groot mogelijk publiek naar een goede, leuke film krijgen met vooral Marokkanen? En hoe brengen we een problematiek die we belangrijk vinden? We beginnen het te leren. Bij Image hebben we alle fouten gemaakt die je kan maken. We waren er zo van overtuigd dat we een belangrijke film aan het maken waren, dat we vergeten waren een goede film te maken.”

Ook daarom blijft België, of beter Europa, ook deel van de verdere carrièreplanning van het duo. Ze begonnen intussen aan de opnames van Grond (“Six feet under, maar dan met Marokkanen”), werken aan Patsers – let op de ‘s’ – en houden de ogen open voor andere projecten. “Je kan hier ook meer risico nemen. Hier worden films gesubsidieerd en kan je meer uitproberen. In de VS dreigt movie jail voor regisseurs als je een flop maakt. Dan ben je plots de gast die hun geld verbrast heeft en dat vergeten ze niet.” Maar de grootste schrik is toch blijven stilstaan. “Ik lees alle recensies en zelfs nog het liefst de negatieve. Wij zien zelf ook alle fouten, soms denken we bij een kritische review dat het nog veel erger had kunnen zijn. We weten ook dat er betere regisseurs zijn dan wij, wij zijn nog aan het groeien. De grootste schrik is dat je plots merkt dat je aan je plafond zit, dat je nooit het niveau zal halen van de regisseurs naar wie je opkijkt.”

Maar voorlopig gaat het hen dus voor de wind. “We moeten nu de kansen grijpen, voor er nieuwe kids on the block zijn of ze ons vergeten zijn.” Maar corona legde ook in Hollywood alles stil en gaf El Arbi zowat de eerste rustpauze in jaren. “Tot nu zijn we van het ene project naar het andere gegaan. Voor ons kwam het dus goed uit.” De timing bleek bovendien een geluk bij een ongeluk. Was Bad boys for life een paar weken later in de zalen gekomen, dan was het nooit zo’n succes geweest. Maar de films die erna moesten komen en nog veel meer geld moesten opbrengen, bleven in de schuif liggen door lockdown. “Op dit moment hebben we de best verdienende film van het decennium gemaakt, ja. En dan denken dat ze meer dan twaalf jaar met die film zijn bezig geweest. We hebben geluk gehad. Insjallah, als God het wil.” Voor El Arbi is dat de grote les van corona: we dachten misschien wel controle over alles te hebben, maar dat was schijn. “Corona heeft op een grote resetknop geduwd. Nu is insjallah het woord van het jaar. Je wil op vakantie? Insjallah. Je wil trouwen? Insjallah. Je wil een film beginnen draaien? Als God het wil. Of het lot, de planeet, de natuur, wat je maar wil. We zullen zien.”

El Arbi was net terug uit de VS toen het land op slot ging. Al denkt hij wel Covid-19 gehad te hebben, in december al, in New York. “Ik zat in de cinema met een klein hoestje en tegen dat ik buiten kwam, kon ik nauwelijks nog ademen. Ik weet niet of het corona was, maar het was wel heel voos.” Terug in België stond hij voor de keus. “Alleen op een appartement in Brussel of bij mijn vader en zijn nieuw gezin intrekken, waar er gezelschap en gratis eten was. Dat was dus niet moeilijk.” En zo werd de lockdown een unieke belevenis. “Ik was zelf enig kind, in het nieuwe gezin van mijn vader zijn er vier kinderen, tussen 9 en 17 jaar. Ik heb hen allemaal veel beter leren kennen, dat was tof. En ik kon de Verenigde Naties spelen als het tussen mijn broers en zussen uit de hand liep.”

Zijn vader heeft hij altijd als zeer beschermend omschreven, die hem desnoods zelf naar Sint-Lucas in Brussel bracht. “Als het aan mijn vader lag, woonde ik daar 24/7, natuurlijk. Voor hem was dat ideaal.” (lacht) Is hij intussen wat geruster nu hij het gemaakt heeft? “Ik denk dat die angst wel blijft. Mijn ouders zagen dat het voor iemand van Marokkaanse origine gewoon moeilijker was. Antwerpen in de jaren 90, dat was niet chill. Racisme is als de regen, het is er, altijd. Mijn ouders zagen hoe andere jongens afhaakten, vanuit het gevoel er niet bij te horen, geen perspectief te hebben. Gelukkig waren wij nerds die films wilden maken. Maar Bilall en ik waren overal wel de enige Marokkanen, het hele landschap was blank. We hadden geen voorbeelden.” Racisme leerde hij zelf maar geleidelijk kennen. “Net omdat mijn ouders me ervan afschermden. Ik dacht toen ik kind was dat iedereen toch een beetje overdreef. Tot je tiener bent en de ene ervaring na de andere hebt. Ik was echt in shock.”

Wat merkte hij van het racismedebat in de VS dat intussen de oceaan overwaaide? “Het is er nog anders. Ik heb geen rijbewijs, maar Bilall wordt hier elke vijf seconden tegengehouden. Agenten zijn mensen, dus daar zitten ook racisten tussen. Maar je bent wel niet bang dat ze je gaan neerschieten, zoals in Amerika. Daar zijn we een keer tegengehouden en dan ben je toch zo lief en stil mogelijk. Er zijn gewoon te veel beelden van hoe je plots dood kan zijn. En dan denken ze nog dat wij latino’s zijn, voor zwarten is het nog gevaarlijker.”

Intussen geven zijn films in Vlaanderen volop kansen aan acteurs en actrices met een migratie-achtergrond. Bewust, in de hoop dat ze vervolgens zelf hun weg vinden. “Het wordt beter, er komt meer kleur, maar het gaat traag. Wie vandaag de macht heeft, deelt die niet graag. Macht is een verslavende drug. Maar er moet wel iets veranderen, anders dreigt er langs alle kanten radicalisering. De enigen die na corona terug willen naar de normale wereld, zijn degenen die het toen al goed hadden. Voor veel mensen was die niet goed.”

El Arbi is peter van TADA in Brussel, een project met kwetsbare jongeren. Ik zag hem er ooit een masterclass film geven voor 10-jarigen. Hij was overduidelijk een held voor die kinderen. Toch past hij voor een leven als voorbeeld-Marokkaan. “Als ik die gastjes kan duidelijk maken dat je wel je dromen kan bereiken, ook als je een kleur hebt, ook als je moslim bent, fantastisch. Maar ik zou mezelf niet als rolmodel willen. Ik heb alle info, ik ken al mijn gebreken.” (lacht) Ook het permanente activisme zegt hem niets. “Als je wil weten wat we denken en voelen, kijk naar onze films. Dat is onze manier van expressie. Vroeger wilde ik mijn boosheid delen, maar intussen zegt het me niets meer om zo’n Insta-activist te zijn. Anderen doen dat beter dan ik en ik bewonder hen. En van sommige activisten denk ik dat ze het beter ook aan anderen zouden overlaten.” Hij houdt ook niet van het opbod aan meningen en relletjes. “Ik wacht graag drie dagen. Dan heeft iedereen alle mogelijke meningen gegeven en soms weten we zelfs al wat er echt gebeurd is. Ik lees graag verschillende meningen, soms heeft zelfs iedereen een beetje gelijk.”

Intussen is de lockdown voorbij en trekt het leven van El Arbi zich weer met een rotvaart op gang. Blijft er naast films en werk eigenlijk nog iets anders over? Over zijn privéleven wil hij uit principe niets kwijt, want privé. Alleen dat roddels over wilde avonturen in Hollywood echt nergens op slaan. En dan was er de wens om jong vader te worden, enkele jaren geleden met even grote stelligheid uitgesproken als de filmambities. “Dat blijft wel. Toch voor ik veertig ben. Maar eerst nog een paar films maken.” Een paar films aan Hollywoodtempo, dan ben je snel een paar jaar verder. “Dat is ook waar (lacht). Het zou moeilijker zijn met kinderen, al dat gependel. En ik wil ook geen films moeten maken omdat ik een gezin moet onderhouden. Maar ook hier, insjallah. Als corona ons iets leert, dan is het dat we niet alles zelf in handen hebben. En als je begint te wringen, krijg je vooral stress.”

Een woordenstroom van drie uur komt ten einde. De halal brunch bleef tijdens het betoog vaak onaangeroerd, wegens te druk aan het babbelen. El Arbi neemt nog snel een pistoleke, gretig zoals met alles in zijn leven. Zijn vader komt hem ophalen, staat met de broers en zussen geduldig te wachten tot hij klaar is met de foto’s. Hollywood is plots heel veraf. “Geen rijbewijs,” lacht hij verontschuldigend. “Misschien moet ik daar toch maar eens werk van maken als we opnieuw naar L.A. gaan.”


avatar van Quentin

Quentin

  • 10115 berichten
  • 8064 stemmen


avatar van Fisico

Fisico (moderator films)

  • 3151 berichten
  • 2471 stemmen

Zag dit interview gisteren toevallig (voor het eerst) in de bioscoop.

Fris, speels en los interview zoals we El Arbi kennen. Doet me steeds denken aan een kleine jongen die op ontdekking gaat in een snoepwinkel of pretpark.