Ik ben meestal nogal huiverig om documentaires te zien van popfestivals. Meestal is het namelijk een hoop geouwehoer van allemaal mensen die er zogenaamd verstand van hebben en hele kleine flarden muziek als je geluk heb. Maar dat is bij deze documentaire dus niet het geval. Hier staat de muziek voorop. Heel veel muziek dus van erg goede geluidskwaliteit en ook de beelden van de optredens zijn erg mooi en vakkundig gemaakt. En als je dat dan ook bedenkt in die tijd. Toen was dat nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. En verder wordt de documentaire dus aangevuld met sfeervolle beelden van het publiek die een mooi tijdsbeeld geven van de summer of love. Muzikaal was het misschien niet allemaal mijn ding, maar als documentaire van een popfestival is dit dus een extreem goed voorbeeld.
Een documentaire over een aantal circusartiesten van het circue du soleil. Lijkt aanvankelijk interessant, en de openingsscene is ook veelbelovend. Er zitten hele mooie beelden in de documentaire en er is ook veel voor gereisd, want de mensen komen van de hele wereld. En het circus doet dat ook. Maar uiteindelijk, of eigenlijk al heel erg snel, blijkt dat het gegeven voor de documentaire toch wel erg mager is. Alle artiesten vertellen over hun leven, hun drijfveer, de passie, alles wat ze er voor moeten geven om zo'n hoog niveau te bereiken. Maar het is allemaal heel fragmentarisch. Dan vertelt die weer een stukje en dan die weer en dan die weer. Zo duurt het ook een tijd voordat je een beetje door begint te krijgen, wie ook alweer wat over zijn leven had gezegd. Maar uiteindelijk maakt dat allemaal geen donder uit. Het is allemaal meer van hetzelfde. En dan duurt 87 minuten toch best lang.
Vanaf het begin is gelijk al duidelijk waar de film over gaat. En het is natuurlijk ook gebaseerd op een waargebeurd verhaal met een bekende persoonlijkheid. Maar juist daarom is het ook erg moeilijk om een goede film te maken, ook al leent het verhaal zich natuurlijk uitstekend voor een film. En dat is de valkuil waar deze film niet omheen wist te stappen. De film weet helaas geen diepte of een verrassende opbouw te creëren en dat is juist essentieel als je over dit onderwerp een echt mooie film wil maken. Nu komt het allemaal te makkelijk over. Bij iedere scene denk je van, gaat het nu gebeuren, maar nee. En dan werkt het weer naar het volgende deel van de film waar je denkt van zal het nu gebeuren. En dan weer niet. Enz enz. Uiteindelijk gebeurt het natuurlijk wel. Maar een echt goede film kan het zo dus niet worden. Al wordt er wel prima geacteerd. En zijn de hoofdpersonen wel goed gecast.
Alternatieve titel: The Big Blue, 3 april, 22:47 uur
Een wedstrijdje diepzeeduiken. Een véél te groot budget. Grote namen maar desondanks toch slecht acteerwerk en een uiterst voorspelbaar verhaal. En als je denkt dat het wel mooi geweest en de film ten einde is gekomen. Komt er nog een complete film van dezelfde lengte achteraan met geen enkele toevoeging maar nog meer van hetzelfde. Echt onvoorstelbaar. Wat een draak van een film. Er komt geen einde aan. En het einde dat er dan uiteindelijk toch een keer komt is een einde zoals je het ook al twee uur daarvoor had kunnen voorspellen. Ik zie dat er drie versies zijn van de film met drie verschillende lengtes. En ik vrees dat ik de langste ( de director's cut) heb moeten zien. Ook dat nog. Nou goed, die film kan ik ook weer doorstrepen van mijn lijst.
Een erg vage film van het slechte soort waarbij de regisseur er vanuit lijkt te gaan dat de kijker alles wel vanzelf begrijpt. Ook als het niet uitgelegd wordt in de film. Een film over een klein meisje die een geest ziet. De verdwenen en waarschijnlijk overleden broer van een andere vrouw. Namelijk de goede vriendin van de moeder van het meisje. Die een relatie krijgt met een dubieuze man die met een geweer achter de geest van de overleden broer aan zit. En dan nog het meisje van de bar, waar de film naar genoemd is, maar wat je niet te zien krijgt omdat die naam van de bar één seconde ergens in een vaag shot verwerkt is. En dat meisje komt soms op een club waar ze naakt met een masker op verschijnt. En daar kent zij dan die geestenjager van. Maar als ze zegt dat het een grap is krijgt ze gelijk ruzie. En als de psychisch gestoorde moeder van de vrouw met de overleden broer bij toeval vraagt hoe het gaat als ze het barmeisje buiten ziet, dan barst het meisje in huilen uit en laat ze zich troosten door moeder. Want die begrijpt haar wel. Kortom, hoe vaag kan je een film maken? En toch eigenlijk best jammer. Want de film had een prima sfeer en genoeg in zich met leuke beelden en goed genoeg acteerwerk om een aangename film te zijn. Of misschien zelfs wel een hele goede. Maar deze regisseur moet nog een hoop leren. Om te beginnen, inlevingsvermogen in de kijker.