Alternatieve titel: The Seventh Seal, 28 januari 2025, 00:46 uur
The Seventh Seal is een film die ik al jaren wilde zien, het hele idee dat een ridder met "de dood" een schaakspel speelt, met als inzet zijn leven, intrigeerde mij ontzettend en uiteindelijk heb ik 'm dan gisterenavond eindelijk bekeken.
Dat viel mij eerlijk gezegd niet mee. Met het hele bovenstaande idee werd teleurstellend weinig gedaan. Van de anderhalf uur beslaat het hooguit alles bij elkaar een minuut of tien.
Ook wordt er in het laatste gedeelte van de film niet meer op terug gekomen, waardoor er niet naar een climax wordt gewerkt en plotseling de dood de ridder en -kennelijk ook- zijn gezelschap komt halen. Je kunt dat natuurlijk uitleggen met wat je ook doet, je kunt de dood niet verslaan, hij komt altijd voor je, wanneer je tijd er op zit, maar dan waren de voorgaande scenes van het schaakspel tussen de twee opponenten feitelijk overbodig en doen er met terugwerkende kracht niet toe. Beetje zonde, hier had naar mijn mening veel meer ingezeten.
Wat we wél krijgen is de verdere anderhalf uur de lotgevallen van een aantal ontzettend schmierende karakters, met regelmatig flauwe, vervelende, komisch bedoelde of voor mij oninteressante religieuze scenes, wat de relatief korte speelduur voor mij toch een hele zit maakte.
Via de ridder, een nog heel jonge Von Sydow, krijgen we een aantal levensvragen voorgeschoteld, zoals: Wat is de zin van het leven? Is er leven na de dood en bestaat God? Waar we overigens geen enkel antwoord op krijgen.
Enige wat ik verder uit de film haalde was, dat wanneer je niet van adel was, de middeleeuwen niet bepaald een fijne tijd waren en je levensverwachtingen niet al te groot waren, of je overleed aan de pest, of je werd als vrouw als heks beschuldigd en eindigde je op de brandstapel, of je werd verkracht, of aangerand, of als man zonder enige echte aanleiding vernederd, in elkaar geslagen, of vermoord (...maar gelachen dat ze hadden!).
Behoorlijk deprimerend allemaal. Gelukkig waren daar dan nog de sprankelende Bibi Andersson en de meer ondoorgrondelijke Gunnel Lindblom voor een wat vrolijker gemoed, maar dat was bepaald niet genoeg.
Kortom: tegenvaller en voor mij niet echt een klassieker, die ik niet nog vaak hoef te zien.