• 15.747 nieuwsartikelen
  • 177.969 films
  • 12.204 series
  • 33.973 seizoenen
  • 646.999 acteurs
  • 198.991 gebruikers
  • 9.371.052 stemmen
Avatar
 

Meningen

Hier kun je zien welke berichten jongki10 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

2001: A Space Odyssey (1968)

Alternatieve titel: 2001: Een Zwerftocht in de Ruimte

2001: A Space Odyssey

De belofte van technologie

De film van regisseur Stanley Kubrick 2001: A Space Odyssey (1968) word

door vele recesenten geprijsd tot een van de beste science fiction

films aller tijden. De film verdient niet alleen waardering voor de

uitmuntende special effects, maar vooral door de diepere en diverse

betekenislagen die de productie biedt.

De filmproductie van Kubrick behandelt een aantal thema's die tot de

dag van vandaag actueel zijn, zoals; de menselijke evolutie,

kunstmatige intelligentie, buitenaards leven en reïncarnatie. In

relatie tot de hiervoor besproken thema's kunnen er nog enkele diepere

betekenislagen worden herkent, dit essay richt zich op het

technologisch imaginaire. In dit betoog wordt de film 2001: A Space

Odyssey van de regisseur Stanley Kubrick in combinatie met de term

technology imaginair uiteengezet. We kijken hoe Kubrick door het

concept van technology imaginair beïnvloed zou kunnen zijn, maar ook

hoe Kubrick met zijn film het concept technology imaginair heeft

beïnvloed. Dit heeft tot de volgende hoofdvraag geleid: ''Welke relatie

heeft Stanley Kubrick met de term technology imaginair en hoe komt dit

tot uiting in zijn film 2001: A Space Odyssey?''

Het concept van technologisch imaginair gaat in op de ontevredenheid

over de sociale realiteit en verlangen naar een betere maatschappij die

middels technologische vooruitgang gerealiseerd kan worden. Technologie

word gezien als het middel om de sociale en culturele mankementen op te

lossen (Lister et. al. 429). De psychoanalyse koppelt het imaginair aan

een totaal van afbeeldingen, representaties, ideeën en gedachten over

een ideale wereld, waar zo naar wordt verlangd. De gedachten over een

volmaakte wereld worden grotendeels geïntroduceerd door de media.

(Lister et. al. 67).

Stanley Kubrick heeft met zijn film productie 2001: A Space Odyssey

bijgedragen aan het technology imaginaire. Zoals William Boddy in zijn

artikel Archaeologies of electronic vision and the gendered spectator

te kennen geeft heeft radio broadcasting in de begin jaren twintig van

de twintigste eeuw een krachtige uitwerking op de populaire

verbeelding. Radio werd gezien als de eerste grote technologische

uitvinding, gevolgd door treinreizen, Telegraph, telefoon, elektrisch

licht en fotografie. Deze periode met zoveel technologische

ontwikkelingen heeft het technologisch imaginaire gevoed met

enthousiasme, welke uitvindingen zouden er nog komen? Hoe zal de

mensheid kunnen profiteren van deze uitvindingen? (Boddy, 1994) Jaron

Lanier geeft een andere verklaring voor fantasieën over toekomstige

technologie, in een interview zegt hij:

'The whole point of virtual reality is to make feel people powerful...

When you're a kid, you get the shocking realization that you're not

all-powerful. You learn that you can't bend the world to your own

wishes, and adulthood sets in. We never recover from that.' (Boddy,

p.117)

Volgens Lanier is de drijvende kracht achter het technology imaginair,

dat technologische vooruitgang volwassenen de hoop geeft terug te

kunnen keren naar de kinderjaren.

Stanley Kubrick die is opgegroeid in deze tijd waarin de ene uitvinding

na de ander de revue passeerde. Hij heeft het enthousiasme en de

verbeelding over de toekomstige mogelijkheden van wat technologie voor

de mensheid kan betekenen dus met de paplepel meegekregen. In de film

zien we dat de menselijke evolutie voornamelijk tot stand is gekomen

door de ontwikkeling van techniek. De door vele filmrecensenten

geprijsde overgangscène vat deze relatie tussen techniek en evolutie

pakkend samen.

Nadat een groep apen miljoenen jaren geleden in aanraking komt met een

monoliet, welke veel weg heeft van een artefact, lijkt de groep

betoverd met een hogere intelligentie. Niet snel hierna ontdekken de

apen dat ze stukken bot kunnen gebruiken als wapen om andere groepen

dieren de baas te zijn. De apen zijn nu de baas over de schaarse

voedselbronnen die aanwezig zijn. De aangekondigde overgang vindt

plaats zodra de gewapende groep apen een andere groep weet weg te jagen

van een stuk vruchtbare grond. Uit vreugde van de geboekte overwinning

gooit de aap zijn bot in de lucht, waarmee zojuist de leider van de

andere groep heeft uitgeschakeld. Het geworpen bot transformeert in

slow motion in een ruimteschip miljoenen jaren later. Het schip is

onderweg naar een zelfde soort monoliet waar de apen als hierboven

beschreven mee in aanraking zijn gekomen.

Een jaar voordat Neil Armstrong voor het eerst voet op de maan zet, gaf

Kubrick met zijn film een visie weer over de toekomstige ruimtevaart.

Met de beschreven overgang laat Kubrick zien hoe techniek de mensheid

zal ondersteunen om te evalueren en uiteindelijk andere leefgebieden te

ontdekken. In wezen probeert Kubrick in deze film te verbeelden waar

toekomstige technologie de mensheid kan brengen.

De ruimteschepen in de film zijn tot in de kleinste details perfect

uitgevoerd en de samenwerking tussen mens en machine loopt uiterst

soepel. De ruimtereizigers hebben aan boord beschikking over vele luxe,

Kubrick geeft eigenlijk een perfecte leefomgeving weer die voornamelijk

gecreëerd wordt door de aanwezigheid van technologie. Dit is een

typisch voorbeeld van het technologisch imaginair.

William Boddy geeft in zijn artikel Archaeologies of electronic vision

and the gendered spectator aan dat media uitingen voor een groot deel

de populaire discour bepalen. We kunnen aannemen dat Kubrick in zijn

leven voor de film ook is beïnvloed door de populaire discour. Gestoeld

op deze gedachte beïnvloedt de film van Kubrick het technologisch

imaginair op zijn beurt ook weer. We kunnen zelfs stellen dat de film

van Kubrick de grondlegger is van de science fiction cinema. (Boddy,

1994).

In de film productie 2001: A Space Odyssey plaatst Kubrick ook enkele

kanttekening bij de technologische ontwikkelingen. Op de discovery, het

ruimteschip waar het tweede gedeelte van de film zich afspeelt, is het

de computer Hall die de eindverantwoordelijkheid over de missie heeft.

Het besturingssysteem is zo volmaakt dat het in de interactie met de

bemanning lijkt of deze beschikt over menselijke gevoelens. Aan deze

volmaaktheid komt abrupt een einde wanneer Hall opzettelijk drie van de

vier bemanningsleden om het leven brengt wanneer zij een bedreiging

voor de missie vormen.

Het lijkt of Kubrick in dit gedeelte van de film een kanttekening

plaatst bij een technologie die zich steeds sneller en verder

ontwikkelt. De tot nog toe utopische benadering van de ontwikkelingen

van technologie slaan om in een bedreiging van machines die

beslissingen maken over het welzijn van de mensheid. (Lister. et. al.)

Tom Gunning heeft in zijn analyse een parallel geconstateerd tussen de

denkpatronen over 'nieuwe' media uit eind negentiende eeuw en de nieuwe

media in 1994. Gunning noemt de parallel zelfs een déjà vu. De uitkomst

van zijn analyse laat zien dat eind negentiende eeuw mensen net zo

enthousiast en tegelijkertijd angstig waren over de toekomst van

technologie als in 1994. Kubrick laat deze parallel terugkomen in zijn

film. Kubrick behandeld zowel de utopische als dystopische kant van de

toekomstige technologie, waardoor de enthousiaste en angstige gevoelens

beiden op het doek terug te zien zijn. Een andere bijkomstigheid,

waardoor de film anno 2011 wellicht nog steeds wordt bewonderd, is de

tijdloosheid van deze utopische en dystopische gedachten over

technologische ontwikkelingen. (Boddy, 1994)

Uit de constateringen in bovenstaande paragraven kan worden opgemaakt

dat Kubrick een sterke relatie heeft met technology imaginair. We

hebben gezien dat Kubrick is opgegroeid in een periode van sterke

technologische vooruitgang. Het populaire discour in die tijd heeft

deze ontwikkelingen toegejuicht als verlosser van vele sociale en

culturele mankementen. Er kan worden aangenomen dat Kubrick is

beïnvloed door de gedachten van deze populaire discour. Met de kennis

van nu kunnen we ook duidelijk stellen dat Kubrick met zijn film 2001:

A Space Odyssey op zijn beurt het technology imaginair heeft gevoed met

een verbeelding van toekomstige technologie. Kubrick distantieert zich

in zijn film tegelijkertijd met het concept van technology imaginair,

hij laat zien dat technologie ook nadelen met zich mee kunnen brengen.

Het technology imaginair enthousiasmeert en laat ons geloven dat

toekomstige uitvindingen op technologische basis onvolmaaktheden op

sociaal en cultureel gebied zullen oplossen. Het volgende citaat van

Swartz (1992) uit The Next Revolution zet ons wellicht weer (even) met

de beide benen op de grond:

You remember the future, right? When we were kids, comic books and

'star trek' readied us for some kind of gleaming techno-paradise. So

far, the future hasn't delivered. Technology hasn't yet solved any of

the really big problems – you know, poverty, war and injustice. High-

tech industries we saw as our great hope have been mastered by

determined foreign rivals. We can't even control the technology in our

own homes, which is why our VCRs are still blinking 12:00... 12:00...

12:00...(p.42)