We weten dat Leni Riefenstahl een unieke vrouw was die in een mannenwereld erin slaagde haar ambities te verwezenlijken: een onvergetelijke regisseur worden van het grote Duitse Rijk. Wie Triumph des Willens (Rijksdag 1934) en Olympia (Olympische Spelen, Berlijn 1936) ziet, herkent haar ontegenzeggelijke kwaliteiten.
We weten dat Leni Riefenstahl na WO II haar lange leven heeft besteed om duidelijk te maken dat zij een kunstenaar was (en is) die geen weet had (en heeft) van politiek. Bereidwillig stond zij iedereen te woord om dit te beklemtonen, schreef tien jaar lang aan haar autobiografie en 'schoonde' voortdurend haar persoonlijke archief op met als doel haar beoogde imago te bevestigen.
We weten dat Leni Riefenstahl een manipulatieve vrouw was die, als vragen te indringend werden, in woede kon uitbarsten, die glom van de fanmail die ze ontving en die, na de vrijlating van Albert Speer, tot zijn intieme vrienden gerekend kon worden.
Wanneer we dit allemaal al weten, wat voegt deze documentaire dan toe aan onze kennis?
Weinig tot niets, ben ik bang.
De regisseur heeft een boodschap over het knullige politie-apparaat in België, en die boodschap ramt hij erin via het verhaal waarin agenten lulliger dan lullig opereren, en via herhaaldelijk commentaar van de 'gewone' Belg die zich hoofdschuddend schaamt voor zijn/haar land, terwijl ik hoofdschuddend de film uitzat.
Losjes gebaseerd op het gruwelijke Dutroux-gebeuren weet de film maar niet wat hij wil: onevenwichtig verdeeld in tijd rolt onverwacht de ene gebeurtenis over de andere, duiken her en der personages op die soms lijken terug te keren, zag ik sporen van een Amerikaanse policier, en het optreden van een antiheld die medelijden opriep.
Een strakke hand ontbrak om een en ander in goede banen te leiden, zal ik maar zeggen.
Een eufemisme voor: een rommeltje.