Meningen
Hier kun je zien welke berichten ToNe als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rasputin: The Mad Monk (1966)
Christopher Lee torent boven iedereen uit met zijn vertolking van Rasputin. Niet alleen qua acteerwerk, maar ook qua volume, aanwezigheid en ... danspasjes.
De film heeft z'n freaky momenten, waaronder diverse scenes waarin Rasputin de kijker rechtstreeks aankijkt met zijn indringende ogen.
In een specifieke scene verduistert hij het beeld met zijn handen zodat we alleen z'n stem horen. Als hij zijn handen weer weghaalt, is er een zorgvuldig geplaatste waas op het scherm die alleen zijn ogen scherp doorgeven. Freaky.
Aan het eind weet Lee de kijker nog zelfs op een Mummy-esque manier aan het rillen te krijgen.
Rien Ne Va Plus (1997)
Alternatieve titel: The Swindle
Gooi een hippe beat achter de beelden en je hebt gelijk de stijl van de moderne zwendelfilm te pakken (Soderbergh & zijn naäpers).
Rien Ne Va Plus is door en door Chabrol, met haar ondoorgrondelijke karakters, van wie je tot aan het eind nog blijft gissen naar hun werkelijke motieven.
Een ander element, bijna running gag, is het eten. De maaltijd (waarschijnlijk het sociale verbond) is noodzaak voor de portrettering van zijn personages.
Na hun eerste 'job' in de film trekken de twee oplichters terug in hun caravan, om in de natuur van hun ontbijtje te genieten. Een groot contrast met hun geslepen actie, een scene eerder.
Er is ook een scene waarin Victor, de oude boef, kebab haalt. Overbodig, lijkt het wel, tot in de volgende scene waarin blijkt dat hij in een luxe hotel geposteerd is en kaviaar tot zijn beschikking heeft.
Ringu (1998)
Alternatieve titel: Ring
Ringu: simpel en effectieve horror. Niet vanwege de cheap shots maar door de dodelijke spanning.
The Ring doet de big-budget blockbuster bombarie naam eer aan door in de [spannende]midddenstuk door te schieten met het overbodig uitvlezen [lees: likable maken] van de karakters. En dan probeert het the horror met wat cheap shots te compenseren.
Het origineel zit vol aannames. En precies die simpelheid zorgt voor een goede tempo en net dat beetje vaagheid zorgt voor mystiek.
Jeetje, laten we uitvoerig de beelden gaan analyseren....
Het is een horror forchristsakes...
Roman (2006)
Roman is een product van de combinatie Angela Bettis & Lucky McKee, die ook eerder verantwoordelijk waren voor May (en later ook Masters of Horror: Sick Girl). McKee regiseerde In May Bettis als de titelfiguur. In Roman draaien ze de rollen om. Bettis maakt hier haar debuut op de regiestoel.
Net als May is dit geen pure horror, maar eerder een tragedie met fantastische (groteske) elementen. Het bevindt zich in de gezelschap van films, die hun thematische metaforen letterlijk uitvergroten. We kennen allemaal de klassieker waarin de paranoia en vervreemding de vrouw in verwachting overnemen. Deze angst voor de verandering, wat in haar buik zit, wordt uitvergroot tot duivelse proporties. De duivel is immers er zelf voor verantwoordelijk.
Hetzelfde kenmerkt een film als Roman, die niet puur voor oppervlakkige shock gaat. Het is een geleidelijke, onderhuids proces dat aan het eind alle kaarten op tafel gooit en ons de horror maar laat verwerken. Want buiten de fantastische details blijft het gruwelijk realistisch (iets wat ook jou kan overkomen).
De film volgt de eenzame Roman, die een motelcomplex bewoont a la Psycho en Identity. Zo'n typisch Amerikaanse low-rent en lage onderhoud kamertje met een altijd aanwezige opzichter. Alleen is de opzichter hier geen Norman Bates, maar een afwezige dikzak die 24 uur per dag porno bekijkt in Dolby Surround. Maar dat terzijde.
Roman vult zijn dagen met zwijgzaam werken en thuis een biertje drinken en naar zijn denkbeeldige televisie kijken, die hij op zijn muur heeft getekend. Als er een mooi meisje in het complex komt wonen, heeft hij nu ook iets anders om naar te kijken.
Tot zijn geluk krijgen ze contact, maar het is het gebrek aan sociale intelligentie dat Roman dat onheil brengt. Wat volgt is een morbide situatie waaruit, verrassend genoeg, Roman opbloeit. Hij kruipt uit zijn schulp en wordt socialer naar zijn collega's.
Het einde is een mooi voorbeeld van poetic justice (of, de cirkel is rond) die je niet ziet aankomen. Roman's karakter heeft namelijk dankzij zijn groei (en ondanks zijn afwijkingen) onze sympathie gewonnen en doordat hij (waarschijnlijk voor het eerst) zijn werkelijke gevoelens uit, leidt hij zijn ondergang in.
Zijn keuze om geluk toe te laten brengt, als het ware, zijn ongeluk.
De film krijgt geen volle mep omdat hij vrij lelijk is gefilmd. De locatiekeus is vrij beperkt, maar het had best gecompenseerd mogen worden met een variatie van camerastandpunten. Nu is het vooral monotoon.
Het is geschoten in DV, maar helaas is de belichting ondermaats is, waardoor het grafisch overkomt als de vele low-budget schlocks waar de STV-markt zo vol van is.
Maar verkijk je niet. Roman is narratief superieur.
Rose-Marie (1936)
Alternatieve titel: Indian Love Call
Mierzoet is inderdaad het goede woord. En af en toe een paar octaven boven mijn pijngrens. Maar schattig, desondanks.
Diva Marie de Flor klaagt dat ze geen uitdaging vindt in mannen omdat ze te gemakkelijk om haar vinger te winden zijn. Wat volgt is een ouderwetse 'battle of the sexes' in de traditie van de vele '30 films, maar het wordt nergens ondeugend of dubbelzinnig. Hoogstens een knipoogje hier en daar.
Rosemary's Baby (1968)
Alternatieve titel: Wat Is Er Toch aan de Hand met Rosemary's Baby?
Hm,
voorlopig nog even 3.5* omdat het toch niet de verontrustende film was die ik verwachtte.
Daarnaast was het einde anderzijds een anti-climax en suggereerde eerder acceptatie dan werkelijk een open eind.
Haar blik en de ritme van haar wiegen duiden naar mijn mening, duidelijk naar haar geaccepteerde moederschap.
Net als bij andere Levin verfilmingen word je aangetrokken door de mysterie en paranoïa eromheen om uiteindelijk de hoop van de hoofdfiguren te zien vervliegen in verslagenheid.
De conclusie ten faveure van de Satanisten is waarschijnlijk de schokkende variant, al zou een kindmoordende Rosemary tragischer zijn.
Dit zou naar mijn mening de thematiek van haar paranoïa en eenzaamheid dus hebben voortgezet tot het eind.
Het wordt sowieso wat vaker herzien, dus wie weet...
Route de Corinthe, La (1967)
Alternatieve titel: Aan een Zijden Draad
Jean Seberg dus.
Ik dacht dat ik naar Persona's Bibi Anderson aan 't kijken was, maar het zal de mode (Twiggy) wel geweest zijn. Uiterst vreemde levensloop, als ik haar iMDB-bio moet geloven.
In een vreemde introductie met een smokkelende goochelaar, tart Chabrol openlijk met de geloofwaardigheid. De 'toverkunsten' van de goochelaar staan geheel op conto van Chabrol, die zelfbewust is dat hij 'vals speelt'.
Als de goochelaar zijn paspoort tovert uit de hoed van de douanier zien we het boekje al zitten. Ook als hij in de volgende scene, ontbloot in een gesloten ruimte, vanuit de offscreen ruimte een sigaar tevoorschijn tovert, gaan de medestaanders hierin mee.
Het is duidelijk dat Chabrol hiermee de voorwaarden voor deze film begrenst (of eigenlijk, juist geen grenzen stelt). Hij bevestigt het later met een quote, waarin hij vraagt dat we niet hoeven te geloven, maar dat we wel mogen dromen.
(Ja, dromen van Seberg en haar mooie jurkjes)
Dit is het startschot voor een luchtige versie van een semi-spionnenfilm met een vleugje Hitchcock. Naast mysterieuse 'zwarte doosjes' (de Engelse dub van deze film luidde 'Who's Got the Black Box?') is er een speurtocht waarin de bevindingen van secundair belang zijn. En als er een tipje van de sluier gelicht dreigt te worden, sterft de persoon. Zo houd je de film op gang.
Jean Seberg is de echtgenote van een geheim agent, die ongewild in de rol van amateur-speurneus terechtkomt. Met haar, bij vlagen, afschuwlijke Franse uitspraak, gebruikt ze haar charme, als een echte Thornhill en Hannay, om vooruit te komen.
Het blijft een middelmatige stijloefening voor Chabrol, die zich later zou wagen aan de meer psychologische thema's van Hitchcock. Die spreken mij wat beter aan.
Rupture, La (1970)
Alternatieve titel: The Break Up
Muze én echtgenote.
La Rupture's grootste manco is dat het een zekere gemakzucht uitstraalt. In zijn betere werk richt hij zijn focus op de spanning tussen een aantal personages, maar hier mist hij de balans.
Na Audran's hartstochtelijke biecht aan het begin, moet je voor de verdere verloop maar aannemen dat ze sterk in haar schoenen staat. Ze laat pas aan het eind van de film weer wat van zichzelf zien.
De film lijkt volledig te draaien om de machtspelletjes van Cassell en Bouquet.
Audran en haar geflipte echtgenoot raken volledig ondergesneeuwd hierin. Gezien de ontknoping zijn zij vooral de slachtoffers (in oorzaak als in gevolg) van deze machtsuitoefening.
Ruthless (1948)
Edgar G. Ulmer's Citizen Kane, al toont het meer gelijkenissen met Baby Face, vanwege het feit dat de hoofdpersonage 'Woody' zich steeds strategisch 'verbindt'.
Een vrouw wordt al gauw een zedenkwestie voor censuur, maar bij een man ... is het gewoon een kwestie van sluwheid. De Amerikaanse dubbele moraal.
Bij Zachary Scott (met zijn dandy rol in Mildred Pierce in het achterhoofd) krijg je al gauw het gevoel dat ingetogen rollen niet in zijn bereik liggen. Gelukkig bevat de film ook nog een zelfverzerkerde Sidney Greenstreet en een kleine bijrol van Raymond Burr als de mislukte vader van de toekomstige tiran.
Maar Woody is net als Charles Foster Kane, een tragisch slachtoffer van zijn gebrek aan liefde. Hij zoekt het in rijkdom, het ultieme succes, zonder ook maar te beseffen dat het geluk daar niet ligt. Niemand (Kane werd immers opgevoed door Wall Street ) heeft hem dat ooit bijgebracht.
