Pablo Larraín heeft met Jackie, Spencer en Maria in mijn ogen de beste filmtrilogie ooit afgeleverd. Maar het laatste deel is wel een tikje minder dan de eerste twee.
Ik ben op zich geen opera liefhebber en vooral halverwege Maria zijn er teveel cross-cuttings met optredens naar mijn smaak. Ook kleurt Larraín hiermee meer binnen de lijntjes van het genre van de biopic, door via flashbacks de levensgeschiedenis van Callas in te vullen. Maar het blijft toch in de eerste plaats een psychologisch portret. Dat op sommige momenten ontroert en indruk maakt. Te beginnen al met de openingsscène, die het gevoel uitstraalt van een in-memoriam reel. Bij alle drie de films zijn er commentaren over afstandelijkheid, maar ik kan me daar niks bij voorstellen, ze ontroeren mij juist diep. Vooral is het bij vlagen zo intiem dat je je een voyeur waant. Het mindere aan deze Maria is dat de problemen waar de diva mee worstelt me niet zo erg boeien. Ze probeert haar eigen stem te vinden, om zo haar persoon en de publieke figuur die ze is beter samen te laten vallen. Voor mijn gevoel brengt Larraín daarin niet veel nieuws voor het voetlicht. En tenslotte was het misschien beter geweest om de figuur van Onassis meer op de achtergrond te houden, analoog aan wat er in Jackie gebeurt met JFK en in Spencer met Charles.
Niettemin een erg mooie film, prachtig aangekleed, met een fraaie score en enkele zeer mooie momenten. De laatste zangscène is ook echt prachtig.